vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/256241 / HA ZA 18-522 Vonnis van 9 september 2020 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , 2. [eiseres sub 2], beiden wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. L.E.I.K. Jaminon tegen 1 [gedaagde sub 1] , 2. [gedaagde sub 2], beiden wonende te [woonplaats] , gedaagden, advocaat mr. F.J.V.H. Stoffels. Partijen zullen hierna [eisers ] en [gedaagden] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis van 16 oktober 2019, producties van [eisers ] ten behoeve van de voorbereiding van de comparitie, de akte van depot van [eisers ] , met USB-stick, producties van [gedaagden] ten behoeve van de voorbereiding van de comparitie, het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 2 december 2019, de akte uitlaten van [eisers ] , met producties, de akte uitlaten van [gedaagden] met producties, de antwoordakte van [eisers ] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1. De rechtbank volhardt bij hetgeen in het vonnis van 16 oktober 2019 is overwogen met betrekking tot de stankoverlast. Dit betekent dat nu alleen nog de door [eisers ] gestelde geluidsoverlast van de door [gedaagden] in zijn woning en op zijn erf gehouden (landbouw)huisdieren hoeft te worden beoordeeld. 2.2. De rechtbank heeft in het kader van de descente en comparitie ter plaatse op 25 februari 2019 vastgesteld dat op het erf en in de woning van [gedaagden] aanwezig waren 2 geiten, 4 eenden, 2 hanen, 6 kippen, 3 grote honden en 3 kleine honden. In het verblijfsgedeelte van het pluimvee en de geiten waren op dat moment veel uitwerpselen van deze dieren te zien. Het geitenverblijf had een aantal houten wanden – door [gedaagden] veranda genoemd – en er stond een houten picknicktafel. Het nachthok voor de hanen was niet lichtdicht. Tussen [gedaagden] en [eisers ] zijn toen in het bijzijn van de rechter afspraken gemaakt over – onder meer – het houden van de dieren en het schoonmaken van het terras en de dieren-verblijven achter op het perceel van [gedaagden] . In het proces verbaal van de descente en comparitie ter plaatse zijn – voor zover nu nog relevant – de volgende afspraken opgenomen: 1. [gedaagden] maakt (…) het nachthok van de hanen lichtdicht evenals het eendenhok. (…). 2. [gedaagden] maakt (…) een hekwerk/voorziening bij de veranda, zodat de geiten ‘s nachts geen lawaai kunnen maken. 3. [gedaagden] zal zich inspannen om kapjes voor de hanen te verkrijgen. 4. [gedaagden] zal dagelijks het terras waar de honden verblijven met de hogedrukreiniger en sop reinigen. [gedaagden] blijft dagelijks het dierenverblijf achter op het perceel schoonmaken. 5. [gedaagden] zal bij het overlijden van de twee oude grote honden geen nieuwe honden aanschaffen. [gedaagden] zal ook geen nieuwe geiten aanschaffen. Het aantal hanen, kippen en eenden zal niet uitgebreid worden. 2.3. Tussen [gedaagden] en [eisers ] zijn in het kader van de comparitie op 2 december 2019 in het bijzijn van de rechter nadere afspraken gemaakt over – onder meer – het houden van de dieren. In het proces verbaal van de comparitie zijn – voor zover nu nog relevant – de volgende afspraken opgenomen: Vóór 9 december 2019 verhuist de kleine geit naar de dochter, [naam] ; Vóór 9 december 2019 verhuist de haan die het hardste kraait; 2.4. In het tussenvonnis van 16 oktober 2019 is in rov. 4.3 reeds overwogen dat deze afspraken niet vrijblijvend zijn. Zij zullen bij de verdere beoordeling dan ook tot uitgangspunt worden genomen. 2.5. De comparitie van 2 december 2019 heeft kennelijk ook niet tot een blijvende oplossing van de geluidsoverlast geleid, want [eisers ] hebben over de periode na de comparitie van 2 december 2019 tot aan de akte genomen op 1 april 2020 wederom verschillende logboekaantekeningen, foto’s en video- en geluidsopnames in geding gebracht. [eisers ] stellen dat [gedaagden] de afspraken over het (afbouwen van het) aantal (landbouw)huisdieren niet zijn nagekomen want zij zijn in de periode tussen 2 december 2019 en 1 april 2020 vervangende of nieuwe dieren gaan houden. 2.6. De rechtbank stelt vast dat [gedaagden] in ieder geval niet concreet heeft betwist dat de samenstelling van hun levende have is gewijzigd. Uit hun eigen stellingen blijkt dat er na 2 december 2019 vier grote honden naar elders zijn verplaatst, wat betekent dat de afspraken van 25 februari 2019 in ieder geval met betrekking tot de grote honden waren geschonden omdat deze stellingen geen andere conclusie toelaten dan dat er na 25 februari 2019 op enig moment tenminste één nieuwe grote hond is aangeschaft. Ook is er na het sterven van geit Liesje in september 2019 kennelijk een andere geit bijgekomen. [gedaagden] laat na zijn betwisting van het aantal en soort (landbouw)huisdieren te onderbouwen met een handzaam en controleerbaar lijstje, zeker waar het aantal en soort (de maat) van de honden betreft. Dat aldus onduidelijk blijft om hoeveel dieren het nu daadwerkelijk gaat in het huishouden van [gedaagden] , terwijl daar afspraken over zijn gemaakt, komt – gelet op het bepaalde in artikel 21 Rv – voor rekening en risico van [gedaagden] . 2.7. De rechtbank stelt vast dat [gedaagden] niet heeft betwist dat de geit(en), de haan/hanen en de honden tussen 22.00 uur en 7.00 uur soms geluid maken, reden waarom [eisers ] nu zal worden toelaten tot het door hem aangeboden bewijs dat de door [gedaagden] gehouden dieren tijdens de voor de nachtrust bestemde uren – de rechtbank roept in herinnering dat partijen het erover eens waren dat dit de voor nachtrust bestemde uren zijn – zodanig geluid maken dat dit als overlast moet worden aangemerkt. Dit bewijs zal moeten worden geleverd met behulp van geluidmetingen die door een(of meer) door de rechtbank te benoemen akoestisch deskundige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.