vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/265892 / HA ZA 19-337 Vonnis in incident van 7 oktober 2020 in de zaak van 1 [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 1] in hoedanigheid van erfgename van [erflater] , wonende te [woonplaats 1] ,
- [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] in hoedanigheid van erfgename van [erflater] , wonende te [woonplaats 2] , eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweersters in het incident, advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda, tegen [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] , wonende te [woonplaats 3] , gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. R.F.P.J. Coppus te Venlo, en 1 [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 1] , wonende te [woonplaats 1] ,
- [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2], wonende te [woonplaats 2] , eiseressen in het incident, advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda. Partijen worden hierna de [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] , [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en de [eiseressen in het incident] genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 12 juni 2019 met producties 1 tot en met 4; de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 tot en met 7; de conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte overlegging producties in conventie en in reconventie, tevens houdende vermeerdering van eis in conventie met producties 5 tot en met 22; de akte uitlating vermeerdering van eis; de incidentele conclusie tot tussenkomst; de conclusie van antwoord in het incident ex art. 217 Rv tot tussenkomst. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in de hoofdzaak in conventie 2.
- In de hoofdzaak vorderen de [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] na vermeerdering van eis– samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. Primair: [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 307.500,00, met rente; Subsidiair: a. vernietiging van de overeenkomst van schenking tussen [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en erflater [erflater] op grond van actio pauliana; b. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen tot terugbetaling van een bedrag van € 307.500,00, met rente. Meer subsidiair: a. vernietiging van de overeenkomst van schenking tussen [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en erflater [erflater] op grond van misbruik van omstandigheden; b. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen tot terugbetaling van een bedrag van € 307.500,00, met rente. II. de buitengerechtelijke incassokosten; III. de onderzoeks- en advieskosten; IV. de beslagkosten; V. de proceskosten, inclusief de nakosten. 2.
- [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert verweer. in de hoofdzaak in (voorwaardelijke) reconventie 2.
- In (voorwaardelijke) reconventie vordert [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] – kort samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. veroordeling van de [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] tot opheffing van het conservatoire beslag op straffe van een dwangsom II. proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 2.
- De [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] voeren verweer. in het incident 2.
- De [eiseressen in het incident] vorderen in het incident dat hen wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen als schuldeisers en met een beroep op de actio pauliana terugbetaling te vorderen van het aan [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] betaalde bedrag van € 307.500,00, te vermeerderen met rente en kosten. 2.
- De [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] hebben geen verweer gevoerd. 2.
- [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, behoudens ten aanzien van de gevorderde kostenveroordeling in het incident. 3De beoordeling in het incident 3.
- De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering kan worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. 3.
- De rechtbank merkt op dat de comparitie in de hoofdzaak staat gepland op 16 december
- De rechtbank geeft partijen gelet hierop ieder 4 weken de tijd voor een conclusie van eis in tussenkomst en een conclusie van antwoord in tussenkomst. 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.
- staat [eiseressen in het incident] toe in de hoofdzaak tussen te komen, 4.
- houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, in de hoofdzaak 4.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 november 2020 voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door de [eiseressen in het incident] , waarna de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2020 voor het nemen van de conclusie van antwoord in de tussenkomst door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] . Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober
- type: CL coll: