RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 8573756 \ CV EXPL 20-2742 Vonnis van de kantonrechter van 7 oktober 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERNATIONAL CARD SERVICES B.V., gevestigd te Amsterdam, eisende partij, verder te noemen ICS BV, gemachtigde Jongejan & Wisseborn c.s. Harderwijk, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde partij] , procederende in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de conclusie van antwoord; de conclusie van repliek; de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten - voor zover van belang 2.
- Tussen partijen bestaat een creditcardovereenkomst. 2.
- Op de overeenkomst zijn de Algemene Card-voorwaarden ABN AMRO en ABN AMRO MeesPierson van toepassing. 2.
- [gedaagde partij] heeft de met de creditcard opgenomen bedragen/gedane bestedingen niet (tijdig) terugbetaald. Het huidige saldo bedraagt € 2.043,
- 2.
- Bij exploot van 23 mei 2019 is aan [gedaagde partij] de zogenaamde veertiendagensommatie betekend. 3Het geschil 3.
- ICS BV vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.565,50, vermeerderd met rente en kosten. 3.
- Aan haar vordering legt ICS BV de tussen partijen gesloten creditcardovereenkomst ten grondslag. [gedaagde partij] heeft het opeisbare saldo, dat binnen 21 dagen na datum rekeningafschrift moet zijn voldaan, niet voldaan. 3.
- [gedaagde partij] erkent de gevorderde hoofdsom. Hij voert verweer tegen de gevorderde incassokosten, nu diverse e-mails van het incassobureau door een instelling bij het incassobureau in de spambox van [gedaagde partij] terecht zijn gekomen. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- [gedaagde partij] erkent de verschuldigdheid van het opeisbare saldo van € 2.043,
- Dit bedrag ligt dan ook voor toewijzing aan ICS BV gereed. 4.
- [gedaagde partij] stelt zich op het standpunt dat hij een aanvraag tot gespreid betalen heeft gedaan, waarop door ICS BV niet is gereageerd. Overwogen wordt dat [gedaagde partij] zijn stelling hieromtrent niet heeft onderbouwd. Als onweersproken kan wel worden vastgesteld dat partijen twee keer een betalingsregeling hebben getroffen, die [gedaagde partij] vervolgens niet is nagekomen. Dat er aan de creditcardovereenkomst zelf, bij aanvang, een mogelijkheid is gekoppeld om gespreid te betalen kan niet worden vastgesteld. [gedaagde partij] was dan ook gehouden het opgenomen bedrag/gedane bestedingen ineens binnen 21 dagen na datum rekening afschrift te voldoen. ICS BV is daarbij niet verplicht in te stemmen met een voorstel/aanvraag tot termijnbetaling. 4.
- ICS BV maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde partij] betwist de verschuldigdheid daarvan, althans de hoogte van het door ICS BV gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. ICS BV heeft aan [gedaagde partij] een aanmaning (sommatie-exploot) gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het is daarbij niet van belang of [gedaagde partij] andere correspondentie wel of niet heeft ontvangen. Een enkele aanmaning die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW is voldoende om de incassokosten verschuldigd te laten zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. 4.
- Nu [gedaagde partij] in verzuim verkeert is tevens wettelijke rente verschuldigd. [gedaagde partij] voert hiertegen ook geen verweer. De rente zal als gevorderd aan ICS BV worden toegewezen. 4.
- De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering. 4.
- [gedaagde partij] verzoekt verder een betalingsregeling vast te stellen. De kantonrechter overweegt dat het treffen van een betalingsregeling een zaak tussen partijen is waarmee hij geen bemoeienis heeft. [gedaagde partij] dient zich daartoe (nogmaals) tot ICS BV te wenden. 4.
- [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van ICS BV worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht 499,00 salaris gemachtigde 420,00 (2 x tarief € 210,00) totaal € 1.024,09 4.
- De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ICS BV te betalen een bedrag van € 2.565,50, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.043,53 vanaf 14 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van ICS BV gevallen en tot op heden begroot op € 1.024,09, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.