vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 8389162 CV EXPL 20-1146 Vonnis van de kantonrechter van 14 oktober 2020 in de zaak van 1 [eisende partij sub 1] ,
- [eisende partij sub 2] beiden wonend te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. E. Emons (ARAG), tegen 1 [gedaagde partij sub1] , wonend te [woonplaats 2] , gedaagde partij
- [gedaagde partij sub 2] , wonend te [woonplaats 3] , gedaagde partij niet verschenen
- [gedaagde partij sub 3] , wonend te [woonplaats 4] , gedaagde partij
- [gedaagde partij sub 4] , wonend te [woonplaats 5] , gedaagde partij,
- [gedaagde partij sub 5] , wonend te [woonplaats 6] , gedaagde partij,
- [gedaagde partij sub 6] wonend te [woonplaats 7] , gedaagde partij
- [gedaagde partij sub 7] , wonend te [woonplaats 8] , gedaagde partij, gemachtigde [gedaagde partij sub 7] (voor zichzelf en de gedaagde partijen 1, 3 t/m 6) . 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de afzonderlijke exploten van dagvaarding allen met producties 1 t/m 14 voor de rol van 18 maart 2020, de conclusie van antwoord met producties van gedaagde partij sub 1 voor de rolzitting van 18 maart 2020, de conclusie van antwoord van gedaagde partij sub 6 voor de rolzitting van 18 maart 2020, het mondeling tussenvonnis van de kantonrechter van 6 mei 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald tegen 8 september 2020 om 9.30 uur, het proces-verbaal van mondelinge behandeling op dinsdag 8 september
- 1.
- Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 7 oktober 2020 voor vonnis, welke beslissing nader is bepaalde op heden. 2De overwegingen 2.
- Zoals in de dagvaardingen reeds is vermeld, zijn partijen allen kinderen van [erflaatster] , overleden op [overlijdensdatum] . 2.
- Omdat er onenigheid is ontstaan over de wijze van afwikkeling van de nalatenschap, heeft eisende partij onderhavige procedure aanhangig gemaakt. 2.
- Tijdens de mondelinge behandeling, zo blijkt uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal, heeft de kantonrechter echter geconstateerd dat alle aanwezige partijen kunnen instemmen met de voorgestelde verdeling. 2.
- Verdeeld dient te worden, aan: eisende partij sub 1 € 446,87 eisende partij sub 2 € 446,87 gedaagde partij sub 1 € 0 gedaagde partij sub 2 € 134,- gedaagde partij sub 3 € 446,87 gedaagde partij sub 4 € 446,87 gedaagde partij sub 5 € 446,87 gedaagde partij sub 6 € 446,87 gedaagde partij sub 7 € 446,
- 2.
- Nu partijen daarover consensus hebben bereikt, zal dienovereenkomstig worden beslist. 2.
- Aan eisende partij dan wel gedaagde partij sub 5 zal machtiging worden verleend om na de verdeling de bankrekening op te hebben. 2.
- De kantonrechter acht, gelet op de familiaire relatie tussen partijen, termen aanwezig om de kosten van deze procedure te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
- De beslissing De kantonrechter 3.
- verdeelt de nalatenschap als volgt: aan: eisende partij sub 1 € 446,87 eisende partij sub 2 € 446,87 gedaagde partij sub 1 € 0 gedaagde partij sub 2 € 134,- gedaagde partij sub 3 € 446,87 gedaagde partij sub 4 € 446,87 gedaagde partij sub 5 € 446,87 gedaagde partij sub 6 € 446,87 gedaagde partij sub 7 € 446,
- 3.
- Machtigt eisende partij dan wel gedaagde sub 5 om na deze verdeling de bankrekening op te heffen, 3.
- Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt. 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.