vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/282607 / KG ZA 20-373 Vonnis in kort geding van 22 oktober 2020 in de zaak van 1 [eiser sub 1] ,
- [eiser sub 2],
- [eiseres sub 3],
- [eiser sub 4], allen wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. J. van Lunen, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN, gevestigd te 's-Gravenhage, gedaagde, advocaat mr. J. Perenboom. Partijen zullen hierna [eisers] en de Staat genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 17 september 2020, de conclusie van antwoord, met producties, de brief van 10 oktober 2020 van [eisers] , met producties, de brief van 12 oktober 2020 van de Staat, met productie, de mondelinge behandeling van 13 oktober 2020, met de pleitnota van [eisers] en de pleitnota van de Staat. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Het bedrijfspand gelegen aan [adres] (hierna: het pand) te [woonplaats] , is eigendom van [eigenaar] B.V. (hierna: [eigenaar] ). Het buitenterrein wordt verhuurd aan [naam huurder] B.V., die het gebruikt als parking voor voertuigen. Het pand wordt beheerd door Fit Vastgoedbeheer (hierna: de beheerder). Het pand staat sinds begin 2018 te koop bij RoyWorks De Makelaar, makelaar in bedrijfsonroerend goed. 2.
- De laatste huurder, die er een champignonkwekerij in exploiteerde, heeft het pand eind december 2018 verlaten en leeg opgeleverd. 2.
- Het pand bevindt zich op het terrein rondom Maastricht-Aachen Airport en ligt naast het pand van Eurocontrol Maastricht Upper Aria Control Centre (hierna: Eurocontrol), dat is aangewezen als afhandelaar van (inter)nationaal luchtverkeer, en is ongeveer 300 meter verwijderd van een van de landingsbanen van het vliegveld. Er zijn afspraken met de Koninklijke Mareschaussee (hierna: KMAR) over de bewaking van het pand. 2.
- De politie en KMAR grijpen op 23 maart 2019 niet in als er in het pand een feest wordt gehouden en er daags daarna nog zo’n 30 personen verblijven. De beheerder meldt op 25 maart 2019 bij de politie dat het pand waarschijnlijk gekraakt is. Er wordt op dat moment geen aangifte gedaan. 2.
- In maart en april 2019 is er contact tussen degenen die in het pand verblijven, de wijkagent en de beheerder. Degenen die in het pand verblijven hebben op dat moment een woordvoerder, de heer [naam woordvoerder] (hierna: de woordvoerder). Er is in april 2019 sprake van een concept bruikleenovereenkomst voor het pand, maar de overeenkomst wordt niet door partijen ondertekend. 2.
- De woordvoerder meldt bij de KMAR (en/of de wijkagent) enkele malen dat er feesten zullen worden gehouden en dat men geen overlast zal veroorzaken. In juli, augustus en november 2019 wordt echter melding gedaan van overlast en strafbare feiten (door alcohol- en drugsgebruik), onder meer door personeel van Eurocontrol. De politie constateert en verbaliseert in augustus 2019 strafbare feiten (rijden onder invloed) en constateert in november 2019 beginnende verloedering en lekkages van het pand, afsluiting van elektra en gas en (als gevolg daarvan) verwarming met gebruik van petroleum. 2.
- De bandweer inspecteert op 27 november 2019 samen met handhavers van de gemeente Beek het pand en constateert en rapporteert aan de gemeente Beek (hierna: de Gemeente) dat het pand niet brandveilig is en niet geschikt voor bewoning. Er is echter geen sprake van acuut gevaar dat ingrijpen vereist. 2.
- In februari 2020 doet Eurocontrol een zorgmelding bij de Gemeente, omdat men zich zorgen maakt over de brandveiligheid van het pand en de activiteiten aldaar. Eurocontrol vreest in dat verband voor zijn elektriciteitsvoorzieningen en het transformatorgebouw, die zich op korte afstand van het pand bevinden. De Gemeente geeft in maart 2020 aan dat zij niets kan betekenen, zolang niet vast staat dat de eigenaar geen toestemming geeft voor het gebruik. 2.
- [eigenaar] en Ravensberg Vastgoed B.V. hebben op 12 juni 2020 een intentieverklaring getekend over de verkoop van het pand (hierna: de intentieverklaring), waarin de aanwezigheid van krakers in het pand als opschortende voorwaarde is opgenomen. 2.
- De politie constateert op 18 juli 2020 dat er in en bij het pand een zogenoemde rave-party plaatsvindt, waar zo’n 100 personen bij aanwezig zijn. De politie constateert op grote schaal overtreding van Corona-afstandsmaatregelen en vermoedt gebruik van verdovende middelen, alcohol en lachgas (cilinders aangetroffen op het terrein). De politie constateert onder meer dat personen onder invloed van verdovende middelen en/of alcohol in de omgeving van het pand rondlopen. 2.
- De politie voert op 31 juli 2020 een zogenoemd stopgesprek met personen die zich dan in het pand bevinden, waaronder eiser sub
- Er wordt gewezen op overtreding van de Corona-regels en er wordt gewezen op de aanzuigende werking van de feesten. De politie voert in augustus 2020 verschillende controles uit bij het pand. 2.
- Op 25 augustus 2020 wordt door [eigenaar] aangifte gedaan van het feit dat het pand gekraakt is en dat er sprake is van vernielingen en diefstal van gas, water en elektriciteit sinds maart
- 2.
- De politie constateert op 26 augustus 2020 in en bij het pand graffiti, gebroken ramen en een brandlucht, alsmede een werkend aggregaat met jerrycans op een aanhangwagen zonder kenteken. 2.
- Bij brief van 11 september 2020 heeft het openbaar ministerie de ontruiming van het pand per uiterlijk 6 november 2020 aangezegd, gericht aan de personen die daar wonen of vertoeven, omdat zij worden verdacht van overtreding van de artikelen 138 en/of artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De nieuwe woordvoerder van de bewoners ( [eiser sub 1] , eiser sub 1) geeft op 15 september 2020 aan de politie aan dat de bewoners de aanzegging hebben ontvangen en begrepen. 2.
- [eiser sub 1] is op het adres [adres] ingeschreven bij de Gemeente sinds 30 april 2019, [eiser sub 4] (eiser sub 4) is ingeschreven sinds 5 september 2019 en [eiseres sub 3] (eiseres sub 3) is ingeschreven per 10 juni
- [eiser sub 2] (eiser sub 2) staat niet ingeschreven op het adres [adres] . [eisers] betalen geen gebruiksvergoeding aan [eigenaar] . 3Het geschil 3.
- [eisers] vorderen bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad dat de voorzieningenrechter de Staat en via hem de officier van justitie te Limburg, verbiedt op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming van het pand aan de [adres] te [woonplaats] over te gaan of te doen gaan, waaronder begrepen het verlenen van medewerking aan overhandiging van het pand aan derden dan wel het niet optreden tegen huisvredebreuk jegens [eisers] gedurende hun afwezigheid, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00, althans een zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie voorkomt, met veroordeling van de Staat in de kosten van de procedure. 3.
- [eisers] leggen aan de vordering primair ten grondslag – anders dan in de dagvaarding is gesteld (in randnummer 1 e.v. is vermeld dat eisers het pand bewonen zonder toestemming van de eigenaar maar niet hebben gekraakt in de zin van artikel 138a Sr terwijl zij daar het huisrecht uitoefenen) – dat zij met [eigenaar] een mondelinge overeenkomst hebben gesloten met afspraken over bezichtigingen en dat zij bereid zijn het pand te verlaten zodra er plannen met het pand zouden worden uitgevoerd. [eisers] stellen dat de eerste bewoners het pand zonder toestemming van de eigenaar in gebruik hebben genomen, maar dat zij zelf wel een gebruiksovereenkomst hebben gesloten en het pand daardoor rechtmatig gebruiken. Een ontruiming op grond van artikel 551a Sv is dan onrechtmatig. 3.
- Subsidiair stellen [eisers] dat de Staat geen althans onvoldoende belang heeft bij de ontruiming omdat die slechts tot hernieuwde leegstand zou leiden. 3.3.
- Zij verwijzen naar hun stellingen bij dagvaarding met betrekking tot het grondwettelijk en verdragsrechtelijk beschermde huisrecht voor krakers. Het besluit tot een strafrechtelijke ontruiming dient te voldoen aan de eisen van proportionaliteit want de eigenaar heeft (vooralsnog) geen belang bij ontruiming en eisers hebben een groot belang bij het zo lang mogelijk gebruik kunnen maken van het pand (als onder andere woonruimte). De intentieverklaring biedt geen enkele zekerheid dat het pand daadwerkelijk wordt verkocht. De plannen zijn te vaag. Inmiddels heeft de eigenaar het pand met de beoogde koper bezichtigd. Het is dus duidelijk dat eisers de verkoop niet in de weg zitten. 3.3.
- Er is geen sprake (geweest) van diefstal van elektra, water of anderszins en zij verwijzen naar een nota van Greenchoice en het overzicht van waterrekeningen, overgelegd als productie 6 en
- Het pand verkeerde al in deplorabele toestand toen zij erin trokken. Het pand is inmiddels afgesloten van elektra en gas en wordt op alternatieve wijze verwarmd. Er is geen gevaar voor brand, er zijn bovendien rookmelders en blusapparaten opgehangen na de inspectie door de brandweer in november
- Het lekkende dak is gerepareerd. Het klopt dat er (graffiti) op de muren is aangebracht en zeil is opgehangen, omdat in het systeemplafond platen ontbreken. De muren zullen bij vertrek worden overgeschilderd. 3.3.
- Eisers betwisten dat zij overlast veroorzaken. 3.3.
- Eisers hebben een zwaarwegend belang bij het behoud van het pand als woonruimte omdat voldoende betaalbare woonruimte ter plaatse ontbreekt. Door ontruiming dreigen [eisers] dakloos te raken, wat een noodsituatie oplevert. De Corona-crisis maakt dat extra nijpend. [eisers] betwisten dat zij, anders dan enkele andere bewoners van het pand, inmiddels op een andere plaats woonruimte hebben geregeld en/of betrokken. 3.3.
- Naast [eisers] zijn er vele andere personen en intiatieven die het pand (willen) gebruiken. Naast eisers wonen er op dit moment vier andere personen. Het pand heeft een sociale functie in de omgeving want het is een opvangnet voor personen in precaire situaties in zijn algemeenheid en biedt een ruimte voor (lokale) bands om te repeteren. 3.3.
- Gezien de dreigende ontruiming hebben [eisers] een spoedeisend belang bij de gevraagde maatregelen. 3.
- De Staat voert gemotiveerd verweer. 3.4.
- De Staat betwist het bestaan van afspraken over bewoning met [eigenaar] . Uit de overgelegde correspondentie blijkt enkel dat [eigenaar] onder voorwaarden bereid was een schriftelijke overeenkomst aan te gaan en dat is niet gebeurd. Er is ook geen mondelinge (bruikleen)overeenkomst gesloten. [eisers] verklaren niet wat die overeenkomst zou inhouden. [eigenaar] is ook niet akkoord gegaan met de wijze waarop [eisers] het pand gebruiken. 3.4.
- Het verblijf van [eisers] in het pand is wederrechtelijk en jegens hen bestaat een gerechtvaardigde verdenking van kraken in de zin van artikel 138a Sr. De door eisers gestelde, maar onvoldoende met stukken onderbouwde, belangen wegen niet zwaarder dan die van de Staat. 3.4.
- De Staat heeft belang bij ontruiming omdat het gaat om beëindiging van een strafbare toestand en omdat het belang van de openbare orde dat vergt. Er is immers aangifte gedaan door [eigenaar] van de kraak en van vernielingen. Er zijn bij de politie een aantal meldingen binnengekomen met betrekking tot overlast en feesten waarbij strafbare feiten worden gepleegd, zoals rijden onder invloed en (grootschalige) overtreding van de Corona-maatregelen, zie het proces-verbaal van bevindingen. 3.4.
- De brandweer acht het pand niet geschikt voor bewoning, het is afgesloten van gas- en elektriciteitsvoorzieningen en wordt nu van elektriciteit voorzien met dieselaggregaten. Door de ligging vlak bij Eurocontrol (zie rov. 2.3) levert deze brandonveiligheid niet alleen risico op voor de bewoners maar ook voor de internationale luchtinfrastructuur. Dat is onaanvaardbaar. 3.4.
- Met ontruiming worden ook de belangen van [eigenaar] gediend. Vanzelfsprekend heeft de potentiële koper bedongen dat het pand vrij is van krakers als zij de staat waarin het pand verkeert wil inspecteren en als het pand aan haar geleverd moet worden. Totdat de krakers zijn vertrokken zijn geen verdere stappen mogelijk. 3.4.
- In november 2019 is beginnende verloedering en lekkage vastgesteld en in augustus 2020 kapotte ramen en graffiti. De kosten voor herstel in fatsoenlijke staat zullen bij langer durend verblijf van de krakers alleen maar oplopen. Alleen daarom al heeft [eigenaar] belang bij ontruiming. 3.4.
- De Corona-crisis werpt geen beperkingen op. [eisers] hebben niet geconcretiseerd wat een en ander voor hen betekent. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Spoedeisend belang 4.
- De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak. De aanzegging van11 september 2020 van de Staat geeft handvatten voor de door [eisers] mogelijk te bewandelen weg ter toetsing van de voorgenomen ontruiming. Er wordt uitdrukkelijk gewezen op het uitbrengen van een kort gedingdagvaarding uiterlijk op 18 september
- Is er een mondelinge gebruiksovereenkomst tussen [eisers] en [eigenaar] ? 4.
- Ter kort gedingzitting is door [eisers] gesteld de dat bewoners in april 2019 met [eigenaar] een mondelinge gebruiksovereenkomst zijn overeengekomen. Het volgende wordt ter onderbouwing naar voren gebracht: Voormalig woordvoerder [naam woordvoerder] verklaart schriftelijk op 9 oktober 2020: “Rond mei bracht de eigenaar een bezoek aan het pand aan [adres] . (…) Wij hebben toen nogmaals gevraagd of hij geen overeenkomst wilde hij verzekerde ons dat hij dit niet wilde en dat hij mondeling prima vond.” Mevrouw [naam] verklaart schriftelijk op 9 oktober 2020: “(…) dat ik getuigen ben geweest van de volgende twee voorvallen. Het eerste geval was dat ik deel nam aan het gesprek met de eigenaar en voormalige woordvoerder. Dit vond plaats rond mei
- Hier in vroegen wij wederom of de eigenaar een geschreven overeenkomst wilde. Maar hij zei dat een mondelinge overeenkomst voldoende was omdat hij dat eerder ook zo heeft geregeld, met een andere groep op een andere locatie. Het tweede geval is terug te lezen in de verklaring van [eiser sub 2] , hier was ik getuige van (…).” [eiser sub 2] verklaart schriftelijk op 9 oktober 2020: “(…) dat wij een mondelinge overeenkomst hebben met de eigenaar van het pand gelegen aan [adres] . Dit blijkt uit de bezoeken van de eigenaar en tijdens zijn laatste bezoek geschiedde het volgende gesprek: Ik vroeg hem nogmaals of hij een geschreven overeenkomst met ons wilde, hierop antwoorde hij dat een mondelinge overeenkomst genoeg was voor he [deels weggevallen bij het kopiëren, opmerking voorzieningenrechter] en dat hij dus geen geschreven overeenkomst wild [idem] hij zei dat dit ook gewoon rechtsgeldig was en schudde mij de hand daarop.” De bewoners hebben afspraken gemaakt: ze konden in het pand blijven zolang er niets mee zou gebeuren en [eigenaar] kon het pand in voor inspecties. Partijen handelden naar deze afspraken. Er is na maart 2019 tot 25 augustus 2020 geen aangifte gedaan. De afspraken gelden voor alle bewoners sindsdien. Tijdens een bezoek in augustus 2020 heeft [eigenaar] het pand voor het laatst bezocht samen met de ontwikkelaar en hij heeft toen de mondelinge afspraken opnieuw bevestigd. - In de aangifte van 25 augustus 2020 heeft [eigenaar] aangegeven dat de mondelinge afspraken met de bewoners uiteindelijk niet meer zijn “bekrachtigd”. - [eigenaar] heeft aangifte gedaan, maar hij heeft de bewoners niet gevraagd het pand te verlaten, hij heeft hen niet schriftelijk gesommeerd dat te doen en hij heeft de mondelinge overeenkomst niet beëindigd of ontbonden. 4.
- De Staat betwist dat er een mondelinge gebruiksovereenkomst is gesloten. 4.
- De bewijslast met betrekking tot de gestelde gebruiksovereenkomst met de eigenaar van het pand rust op [eisers] De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat er geen sprake is van een mondelinge gebruiksovereenkomst tussen [eisers] en [eigenaar] . Daartoe wordt als volgt overwogen. 4.4.
- [eisers] hebben geen details genoemd over de datum waarop deze overeenkomst gesloten zou zijn, noch over de precieze inhoud van de afspraken. [eisers] hebben niet aangetoond dat zij betalen voor het waterverbruik. De levering van gas en elektra is – onweersproken – geëindigd vanwege wanbetaling. De voorzieningenrechter hecht geen waarde aan de schriftelijke verklaringen van 9 oktober 2020 van de voormalig woordvoerder, [naam] of [eiser sub 2] , omdat deze verklaringen geen enkel inzicht geven in de inhoud van de beweerdelijke afspraken noch in de samenstelling van de groep van bewoners met wie die afspraken zouden zijn gemaakt. [eiser sub 1] en [eiser sub 4] verbleven, desgevraagd door de rechter, in die periode (omstreeks april 2019) nog niet in het pand. [eiseres sub 3] is pas in juni 2020 in de gemeentelijke basisadministratie op dit adres geregistreerd. Gesteld wordt dat [eiser sub 2] destijds al in het pand verbleef, maar daarvan is geen concreet bewijs geleverd. Ter kort gedingzitting heeft [eiser sub 2] daarover niet nader verklaard. 4.4.
- Als er in april 2019 al sprake zou zijn geweest van mondelinge afspraken, hetgeen door de Staat wordt betwist, is er geen enkel argument naar voren gebracht waarom bewoners die op een later tijdstip het pand hebben betrokken tot de kring van rechthebbenden moeten worden gerekend. De voorzieningenrechter wijst er op dat het feit dat de beheerder in april 2019 aandrong op vermelding van de namen van de gebruikers voor de schriftelijke overeenkomst waarover werd onderhandeld, er op duidt dat [eigenaar] destijds alleen een gebruiksrecht wilde verlenen aan hem bekende personen. 4.4.
- Aannemelijk gemaakt is enkel dat [eigenaar] in april 2019 welllicht nog de intentie had om een schriftelijke gebruiksovereenkomst met de toenmalige bewoners aan te gaan. Vast staat evenwel dat deze schriftelijke gebruiksovereenkomst nimmer tot stand is gekomen. 4.4.
- Omdat deze kort gedingprocedure zich niet leent voor nadere bewijsvoering door bijvoorbeeld het horen van getuigen, is op grond van hetgeen naar voren is gebracht door [eisers] en gelet op het feit dat de Staat het bestaan van een mondelinge overeenkomst betwist en door [eigenaar] aangifte is gedaan van kraken en wederrechtelijk gebruik, niet komen vast te staan dat [eisers] een gebruiksrecht of enig ander recht hebben op grond waarvan zij rechtmatig verblijf houden in het pand. Dat [eigenaar] tot 25 augustus 2020 geen concrete actie heeft ondernomen tegen de kraak, maakt dit niet anders. Vermoeden van een strafbaar feit 4.
- Artikel 138a lid 1 Sr bepaalt dat hij die zich schuldig maakt aan het wederrechtelijk binnendringen of aan het wederrechtelijk vertoeven in een woning of gebouw, waarvan het gebruik is beëindigd door de rechthebbende, als schuldig aan kraken wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogte een jaar of een geldboete van de derde categorie (€ 8.700,00). Artikel 138a lid 3 bepaalt dat indien twee of meer verenigde personen het in lid 1 bedoelde misdrijf plegen, de gevangenisstraf met een derde kan worden verhoogd. 4.
- Omdat – zoals hiervoor is overwogen – [eisers] zonder recht of titel verblijven in het pand aan de [adres] te [woonplaats] en [eigenaar] (uiteindelijk) aangifte heeft gedaan van het wederrechtelijk toegang verschaffen en wederrechtelijk gebruik van het pand, is het vermoeden gerechtvaardigd dat sprake is van overtreding van artikel 138a Sr door [eisers] en een niet nader geduide groep anderen, die daar nu ook verblijven. 4.
- Ingevolge artikel 551a Sv is er, omdat er sprake is van een verdenking van kraken, de bevoegdheid voor iedere opsporingsambtenaar om het pand te betreden en alle personen die daar wederrechtelijk vertoeven, alsmede alle voorwerpen die daar worden aangetroffen te (doen) verwijderen. 4.
- De (hoofd)officier van justitie van het arrondissementsparket Limburg heeft bij brief van 11 september 2020 [eisers] en de overige bewoners en degenen die vertoeven in het pand medegedeeld dat zij worden verdacht van overtreding van artikel 138 en/of 138a Sr en dat hij van plan is uiterlijk 6 november 2020 het pand te ontruimen. 4.
- Volgens [eisers] is deze aanschrijving in goede orde ontvangen en begrepen. Zij betwisten dat, gelet op hun huisrecht, de voorgenomen strafrechtelijke ontruiming evenredig is aan het beoogde doel. Proportionaliteitstoets / belangenafweging 4.
- Het toetsingslader is door de Hoge Raad geformuleerd in zijn arrest van 28 oktober 2011 ECLI:NL:HR:BQ
- 4.10.
- Het recht op eigendom wordt, als fundamenteel recht, in Nederland zowel door het burgerlijk recht als door de Grondwet, en bovendien door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM beschermd. Daarbij geldt dat een eigenaar het recht heeft om over zijn pand te beschikken zoals hij wil. Deze bescherming kan ook langs strafrechtelijke weg worden afgedwongen. In 2010 is het artikel 138a Sr in werking getreden waarin, na een uitvoerige maatschappelijke discussie, niet alleen wederrechtelijk binnendringen, maar ook wederrechtelijk vertoeven in (kort gezegd) een gekraakt pand, strafbaar is gesteld. Aan deze strafbaarstelling is door de wetgever niet alleen de bescherming van het recht van de eigenaar van de woning of het gebouw ten grondslag gelegd, maar ook het belang van de openbare orde bij het voorkomen van kraken en het voorkomen van strafbare feiten in het algemeen. 4.10.
- Het OM is belast met de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde. Mede op de voet van het artikel 551a Sv is het daarom in beginsel bevoegd de onder zijn gezag gestelde politie opdracht te geven over te gaan tot de strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt pand, mits het de krakers in de gelegenheid heeft gesteld de rechtmatigheid van de voorgenomen ontruiming door de onafhankelijke rechter te laten beoordelen, bijvoorbeeld in kort geding. Voor de uitoefening van de aan het OM en de politie verleende ontruimingsbevoegdheid is niet een (al dan niet onherroepelijke) veroordeling door de strafrechter noodzakelijk. 4.10.
- Anders dan in de dagvaarding is betoogd is het OM c.q. de Staat niet gehouden zich tevoren tegenover de krakers te verantwoorden met betrekking tot de gronden waarop in een concreet geval gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid tot strafvorderlijke ontruiming. 4.10.
- Wel is het zo dat ook aan krakers van een woning bescherming toekomt in hun door artikel 12 Gw en artikel 8 EVRM gewaarborgde huisrecht. De wetgever heeft echter binnen de grenzen van de hem toekomende “margin of appreciation”, in overeenstemming met artikel 8 EVRM, geoordeeld dat de hiervoor bedoelde wettelijke bevoegdheid tot strafrechtelijke ontruiming een legitiem doel dient en in een democratische samenleving noodzakelijk is. Het gebruik van deze ontruimingsbevoegdheid moet evenwel, kort gezegd, de proportionaliteitstoets kunnen doorstaan. Weliswaar zal het belang van de eigenaar doorgaans het zwaarst wegen, maar niet uitgesloten kan worden dat, gelet op de zeer ernstige inbreuk op het huisrecht en de onomkeerbare gevolgen van een ontruiming, het belang van de krakers in het concrete geval, bijvoorbeeld voor beperkte tijd, toch zwaarder weegt, aldus de Hoge Raad in bovengenoemd arrest. 4.
- De stelplicht en zonodig de bewijslast van de aanwezigheid van feiten of omstandigheden die in het concrete geval tot een andere dan door de wetgever gemaakte afweging zouden moeten leiden, ligt niet bij de Staat, maar bij [eisers] . Zij beroepen zich immers op de aanwezigheid van omstandigheden die een uitzondering op de in abstracto in het voordeel van – in dit geval – de Staat (en de eigenaar) gemaakte belangenafweging rechtvaardigen. 4.
- In dit concrete geval zijn de volgende belangen benoemd die in de afweging moeten worden betrokken. Aan de zijde van [eisers] zijn naar voren gebracht: het feit dat er geen sprake is van diefstal van energie en water, dat zij het dak hebben gerepareerd, dat zij geen overlast veroorzaken, dat met name jongeren op de (sociale) woningmarkt een moeilijke positie hebben, dat [eisers] met het pand een maatschappelijke functie vervullen, het feit dat er geen concrete ontwikkelingen zijn voorzien voor het pand en dit na ontruiming leeg zal blijven staan en de ernst van de dreigende dakloosheid voor [eisers] tijdens de huidige Corona-crisis. Aan de zijde van de Staat zijn naar voren gebracht: hij dient op te komen voor het belang van de openbare orde, het voorkomen van strafbare feiten in het algemeen en de rechten van de betrokken derde, te weten het eigendomsrecht van [eigenaar] . 4.
- De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat [eisers] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, op grond waarvan de belangenafweging in hun voordeel uit moet vallen. 4.
- Zo hebben [eisers] niet concreet onderbouwd dat hun individuele financiële situatie zodanig is dat zij geen vervangende woonruimte zullen kunnen vinden. [eiser sub 4] en [eiser sub 2] hebben in ieder geval, zo hebben zij verklaard ter zitting, betaalde arbeid. [eiser sub 1] heeft geen inzicht gegeven in zijn financiële situatie, anders dan dat hij spaart voor een opleiding. Over [eiseres sub 3] is niets bekend. Alleen daarom al kunnen de (financiële) posities van [eiser sub 1] en [eiseres sub 3] niet in hun voordeel worden meegewogen. 4.
- Dat de wachtlijsten voor sociale huurwoningen ook in de regio Limburg lang zijn, mag als een feit van algemene bekendheid worden aangenomen, maar dat maakt de situatie van [eisers] niet van bijzonder gewicht. Er is geen enkel dragend argument aangevoerd waarom dit maatschappelijke probleem dan maar moet worden afgewenteld op [eigenaar] . Ook hebben eisers niet gesteld dat zij (al jaren) op een wachtlijst voor sociale huurwoningen staan. Voor [eiser sub 1] en [eiseres sub 3] geldt daarbij dat niet is gesteld of gebleken dat zij economisch en/of maatschappelijk gebonden zijn aan (Zuid-)Limburg. Dat het pand een maatschappelijke functie zou vervullen voor jongeren met problemen en een repetitieruimte biedt aan bands, is niet relevant in het hier toepasselijke toetsingskader want dit valt niet onder de bescherming van het huisrecht van [eisers] . 4.
- Door de Staat is voldoende aannemelijk dat [eigenaar] , die als eigenaar naar eigen goeddunken over het pand moet kunnen beschikken, het pand na ontruiming door de krakers kan verkopen en dan herontwikkeld zal worden tot short-stay voor tijdelijke (buitenlandse) arbeidskrachten. Deze plannen zijn van recente datum, maar voldoende concreet onderbouwd met een intentieverklaring van de beoogde koper, waarin al concreet een koopprijs is neergelegd. Dat de plannen te vaag zouden zijn omdat de ontwikkelaar zich op een ontbindende voorwaarde kan beroepen wordt verworpen. Het is alleszins begrijpelijk dat de beoogde koper het pand, gelet op de geconstateerde vernielingen (graffiti en kapotte ramen), eerst wil inspecteren nadat het door de krakers is ontruimd. Voordien is immers geen inschatting te maken van de toestand daarvan na de ontruiming. Uit het ambtsedig opgemaakt proces-verbaal van 1 september 2020 blijkt dat de brandweer het pand in november 2019 heeft geïnspecteerd en aan de Gemeente heeft gerapporteerd met de strekking dat het pand niet brandveilig is en niet geschikt voor bewoning. Dat [eisers] het dak zouden hebben gerepareerd en het pand inmiddels zelf brandveilig zouden hebben gemaakt is niet aannemelijk gemaakt. Daarmee staat voorshands vast dat het pand op dit moment niet voldoet aan de eisen die voor bewoning daarvan moeten worden gesteld. Dat het dan wellicht nog enige tijd duurt voordat de plannen van de beoogde koper om er een short-stay van te maken zijn geformaliseerd en gerealiseerd, staat dan ook niet in de weg aan het algemene belang om aan de strafbare toestand, mede in het belang van de eigenaar, een einde te maken. 4.
- Tegenover de belangen van [eisers] staan de (algemene) belangen bij de voorgenomen ontruiming. De Staat heeft in dit verband verwezen naar de overlast in en rond het pand en de openbare orde en veiligheid die daarmee in geding komt. De voorzieningenrechter hecht daarbij zowel met betrekking tot het belang van de huidige bewoners als met betrekking tot het belang van Eurocontrol vooral gewicht aan het feit dat uit het ambtsedig opgemaakt proces-verbaal van 1 september 2020 blijkt dat er sprake is van een brandonveilige situatie, onder andere door het verwarmen van het pand met petroleum dan wel een met een dieselaggregaat, waarbij sprake is van losse jerrycans met brandstof en een brandlucht in het pand. Het pand bevindt zich immers – onweersproken door [eisers] – in de onmiddellijke nabijheid van een transformatorgebouw en de elektriciteitsvoorziening van Eurocontrol. Benadrukt dient te worden dat Eurocontrol van (inter)nationaal belang is voor de afhandeling van het vliegverkeer in (West-)Europa en voorkomen moet worden dat deze werkzaamheden in gevaar komen als gevolg van stroomuitval en/of brand. Dat tussen maart 2019 en heden terzake geen actie is ondernomen door [eigenaar] , de politie of de Gemeente doet hieraan niet af. 4.
- Daarnaast staat ook vast, zoals volgt uit het ambtsedig opgemaakt proces-verbaal, dat er sprake is van overlast en dat in en rond het pand strafbare feiten worden gepleegd, als gevolg van gebruik van alcohol en drugs, en dat tijdens de rave-party op 18 juli 2020 (op grote schaal) in strijd is gehandeld met de Corona-maatregelen. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat [eisers] door de politie bij een zogenoemd stopgesprek er ook op zijn aangesproken dat de activiteit in het pand een aanzuigende werking heeft, waardoor onveilige situaties kunnen ontstaan. De voorzieningenrechter hecht er uitdrukkelijk aan op te merken dat het daarbij niet alleen om aspecten van openbare orde en veiligheid in het algemeen gaat, maar nu, tijdens de Corona-crisis, ook om de zorg voor de volksgezondheid. Nu voormelde incidenten in en om het pand hebben plaatsgevonden heeft de Staat een concreet belang bij de ontruiming van het pand. 4.
- Voor zover [eisers] betogen dat de Corona-maatregelen er toe leiden dat de Staat op dit moment kan worden gedwongen tijdelijk van ontruiming af te zien wordt dit argument verworpen. [eisers] hebben op niet geconcretiseerd en onderbouwd hoe zij worden getroffen door de aard van die maatregelen. 4.
- Al het hiervoor overwogene leidt ertoe dat het gevorderde ontruimingsverbod als omschreven in de dagvaarding zal worden afgewezen. Proceskosten 4.
- [eisers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Staat. Deze worden tot op heden begroot op € 656,00 griffierecht en € 980,00 salaris advocaat (gewicht gemiddeld). De rente wordt toegewezen als in het dictum vermeld. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 1.636,00, vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, met ingang van de vijftiende dag na de dagtekening van dit vonnis, tot aan de dag van algehele betaling, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de proceskostenveroordeling. Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken. type: EvB coll: