← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2020:8840

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8708852 \ CV EXPL 20-3935 Vonnis van de kantonrechter van 11 november 2020 in de zaak van: [eiser] , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde], wonende [adres 1] , [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. R.W.J.L. Loonen, tegen: [gedaagde] , wonende [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, gemachtigde P.M.J. Graus. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij ten aanzien van de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over de hoofdsom staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.
  4. Over de buitengerechtelijke incassokosten zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen in plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente en wel vanaf de dag van de dagvaarding, aangezien niet is gesteld of gebleken dat de wederpartij voor de vergoeding van deze kosten eerder dan bij dagvaarding in gebreke is gesteld. 2.
  5. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht € 83,00 salaris gemachtigde € 180,00 (1 x tarief € 180,00) totaal € 368,09 2.
  6. De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten aan nakosten salaris. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  7. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een bedrag van € 1.437,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 450,00 vanaf 1 december 2019, over € 800,00 van 16 december 2019 en over € 187,50 vanaf 11 augustus 2020, een en ander tot de dag van volledige betaling, 3.
  8. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 368,09, 3.
  9. veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 90,00 aan salaris gemachtigde, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, 3.
  10. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  11. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.