vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/275561 / HA ZA 20-151 Vonnis van 11 november 2020 in de zaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat: mr. B. Keybeck te Beek Lb, tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat: mr. C.A.J.E. Habets te Sittard. Partijen zullen hierna aangeduid worden als “de vrouw” en “de man”. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 6 producties; de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 10 producties; de conclusie van antwoord in reconventie; de brief van mr. Keybeck van 9 oktober 2020 met de producties 7 tot en met 9; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 13 oktober 2020. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De vrouw en de man zijn op 25 november 1993 gehuwd. Zij hebben voordien, op 23 november 1993, huwelijkse voorwaarden laten opstellen, waarin elke gemeenschap van goederen is uitgesloten en een periodiek verrekenbeding met betrekking tot hun inkomsten is overeengekomen. 2.2. Bij beschikking van 10 juli 2013 heeft deze rechtbank de echtscheiding uitgesproken (hierna: “de echtscheidingsbeschikking”). De echtscheidingsbeschikking is op 18 oktober 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In de echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank partijen onder meer bevolen om over te gaan tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden ten overstaan van notaris [naam notaris 1] te [vestigingsplaats 1] (hierna: “ [naam notaris 1] ”). 2.3. De vrouw en de man bezaten gezamenlijk een woning te [woonplaats 1] . Deze woning is openbaar verkocht. Naar aanleiding van deze openbare verkoop heeft notaris [naam notaris 2] te [vestigingsplaats 2] (hierna: “ [naam notaris 2] ”) op 4 april 2019 een staat van vereffening en verdeling opgesteld. Daarin blijkt dat aan de man, na aftrek van kosten, een bedrag van € 32.573,68 toekomt en aan de vrouw een bedrag van € 33.079,53. 2.4. Bij vonnis van 20 maart 2019 heeft de rechtbank te Limburg (België), afdeling Tongeren, de door de notaris opgemaakte staat van vereffening en verdeling gehomologeerd. 2.5. Het aan de man toekomende bedrag is ingevolge een executoriaal derdenbeslag aan een (Belgische) deurwaarder overgemaakt. Het aan de vrouw toekomende bedrag is overgemaakt op de derdengeldrekening van [naam notaris 1] . In de staat van vereffening en verdeling van [naam notaris 2] staat in dat verband (onder meer): “Ingevolge het echtscheidingsvonnis uitgesproken door de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht (Nederland) op 10 juli 2013, zal het aandeel van € 33.079,53, toekomende aan mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] integraal overgemaakt worden op rekeningnummer (…) van VHN Notarissen te Maastricht (Nederland) met oog op de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden ten overstaan van [naam notaris 1] te [vestigingsplaats 1] (…).” 3Het geschil in conventie 3.1. De vrouw vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I Ten aanzien van de eenvoudige gemeenschap: 1. de verdeling vaststelt conform de definitieve staat van vereffening-verdeling van [naam notaris 2] en te bepalen dat het aandeel van de vrouw daarin groot € 33.079,53 aan haar dient toe te komen; II Ten aanzien van de afwikkeling van het periodiek verrekenbeding als volgt bepaalt: de peildatum voor de samenstelling en waardering van het te verrekenen vermogen vast te stellen op 25 oktober 2012; partijen te bevelen over te gaan tot een beschrijving van het per peildatum aanwezige vermogen (activa en passiva) middels een boedelbeschrijving; partijen te bevelen over te gaan tot verrekening van het aldus volgens het bewijsvermoeden vastgestelde vermogen, waar nodig met toepassing van de correcties/uitgangspunten onder 4 en voor het geval partijen binnen 8 weken na datum van door de rechtbank te wijzen beschikking zulks niet hebben gedaan, ex artikel 1:135 lid 2 BW jo. art. 667 Rv. een notaris, bij voorkeur [naam notaris 1] te [vestigingsplaats 1] , te benoemen ten overstaan van wie de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform deze beschikking dient plaats te vinden; om als uitgangspunt voor verrekening vast te stellen dat indien een van de echtgenoten stelt en kan bewijzen dat tot het vermogen vermeld op de boedelbeschrijving behoort tot: a. ten huwelijk aangebracht vermogen b. hetgeen door een echtgenoot krachtens erfrecht of schenking is verkregen, voor zover daaruit geen inkomsten zijn genoten die volgens de huwelijkse voorwaarden wel verrekend hadden dienen te worden, of c. (de waardestijging van) vermogensbestanddelen van de echtgenoot die geen te verrekenen inkomsten hebben opgeleverd, of niet de resultante zijn van te verrekenen inkomsten, dat vermogen buiten verrekening dient te blijven. III. De man in de proceskosten te veroordelen. 3.2. De man betwist de vordering en voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. De man vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - partijen beveelt over te gaan tot verrekening van het aldus volgens het bewijsvermoeden vastgestelde vermogen (inclusief verdeling van de inboedel, auto’s, bankrekeningen en spaarrekeningen), waar nodig met toepassing van de correcties/uitgangspunten onder 4. (van de eis in conventie van de man) en voor het geval partijen binnen 8 weken na datum van door de rechtbank te wijzen beschikking zulks niet hebben gedaan, ex artikel 1:135 lid 2 BW jo. art. 667 Rv. een notaris, bij voorkeur notaris [naam notaris 3] van [naam 1] te [vestigingsplaats 3] , benoemt ten overstaan van wie de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform deze beschikking dient plaats te vinden; - de vrouw beveelt haar medewerking te verlenen aan de verrekening c.q. de verdeling van het vermogen op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat zij haar medewerking niet verleent dan wel de spoedige afwikkeling anderszins frustreert; - de vrouw te veroordelen in de proceskosten, althans deze te compenseren. 3.5. De vrouw voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en in reconventie Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1. Deze zaak heeft een internationaal privaatrechtelijk aspect nu de vrouw in België woonachtig is. De rechtbank dient in dat geval te beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om van de vordering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.