← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2020:9423

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8835955 \ CV EXPL 20-5234 Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020 in de zaak van: de stichting WONINGSTICHTING VANHIER WONEN, gevestigd te Voerendaal, eisende partij, gemachtigde P.M.F. Otten, tegen: [gedaagde partij, procederende in persoon] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.
  4. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.
  5. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.
  6. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.
  7. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. 2.
  8. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure met dien verstande dat de gevorderde kosten dagvaarding overeenkomstig de aanbevelingen van het LOVCK&T worden toegewezen (exploot € 83,38, bevraging digitaal beslagregister € 1,76, BRP voor titel € 1,71, btw € 18,24). De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht € 499,00 salaris gemachtigde € 120,00 (1 x tarief € 120,00) totaal € 724,09 3De beslissing De kantonrechter 3.
  9. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.243,67, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.
  10. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 724,09, 3.
  11. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  12. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.