RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8554318 \ CV EXPL 20-2557 Vonnis van de kantonrechter van 2 december 2020 in de zaak van: de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V., betreffende BEWUZT, gevestigd te Arnhem, eisende partij, gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen: [gedaagde] , wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. Partijen zullen hierna VGZ en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding met producties 1 t/m
- 1.
- Bij brieven van de griffier van 24 juni en 22 juli 2020 is op verzoek van [gedaagde] vier weken uitstel tot het nemen van een conclusie van antwoord verleend. In de brief van 22 juli 2020 is - onder meer - aan [gedaagde] bericht dat verder uitstel niet zou worden verleend en is de zaak naar de rol van 19 augustus 2020 verwezen voor conclusie van antwoord. Bij brief en e-mail van 16 augustus 2020 heeft [gedaagde] wederom om uitstel verzocht. Bij brief van de griffier van 19 augustus 2020 is [gedaagde] bericht dat het verzochte uitstel niet is verleend. Na de rolzitting op 19 augustus 2020 is de zaak naar de rol van 28 oktober 2020 voor vonnis verwezen. Het door [gedaagde] op 16 september 2020 gedane
(5e)verzoek tot aanhouding is ter kennisneming aan het dossier gevoegd. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Tussen VGZ en [gedaagde] is een zorgovereenkomst gesloten uit hoofd waarvan [gedaagde] de maandelijkse premies bij vooruitbetaling aan VGZ dient te betalen. 2.
- [gedaagde] heeft een betalingsachterstand aan premies en zorgkostendeclaraties van de maanden december 2012 en oktober 2013 t/m mei 2014 ad € 1.679,11 laten ontstaan. Nu [gedaagde] , ondanks diverse aanmaningen, voormelde premies niet heeft betaald heeft VGZ [gedaagde] in rechte betrokken. 3Het geschil 3.
- VGZ vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen tot betaling van €1.894,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.774,11 vanaf 29 april 2020 tot de dag der algehele betaling en de proces- en nakosten. 4De beoordeling 4.
- De grondslag van de vordering van VGZ is nakoming door [gedaagde] van de tussen VGZ en [gedaagde] gesloten overeenkomst. 4.
- Uit de dagvaarding volgt: Van de in rekening gebrachte bedragen heeft gedaagde een bedrag van € 1.774,11 onbetaald gelaten (…) De premie van december 2012 is uiteindelijk wel voldaan, waardoor thans nog € 1.679,11 van de hoofdsom resteert. en Dit bedrag is onderverdeeld in een hoofdsom van thans € 1.679,11 in het onderhavige, gerechtelijke dossier met nummer
- 4.
- VGZ stelt dat zij thans te vorderen heeft: Hoofdsom € 1.774,11 Wettelijke rente tot 29/04/202 € 121,38 Buitengerechtelijke kosten € 0,00 -------------- Totaal € 1.895,49 Voldaan € 95,00 -/- -------------- Totaal behoudens verdere rente en kosten € 1.895,49 4.
- Het behoeft geen nadere motivering dat de samenstelling van opgemeld totaalbedrag niet juist kan zijn. Dat geldt ook voor het door VGZ in het petitum van de dagvaarding gevorderde van € 1.894,
- Nu als onweersproken vaststaat dat [gedaagde] in verzuim is, ligt een bedrag van € 1.679,11 (zijnde € 1.774,11 -/- € 95,00) voor toewijzing gereed. De gevorderde rente zal worden toegewezen als nader in het dictum is bepaald. 4.
- [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van VGZ worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht € 499,00 salaris gemachtigde € 180,00 (1 x tarief € 180,00) totaal € 784,09, te vermeerderen met de nakosten als nader in het dictum is bepaald. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.679,11 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzuim van de respectieve facturen tot aan de dag der algehele voldoening, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van VGZ gevallen en tot op heden begroot op € 784,09, 5.
- veroordeelt [gedaagde] onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door VGZ volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 90,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken. type: YT