vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/284791 / KG ZA 20-458 Vonnis in kort geding van 8 december 2020 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M. Moszkowicz Jr te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. Partijen worden hierna eiser en gedaagde genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 16 november 2020 met producties 1 tot en met 8; de mondelinge behandeling op 1 december 2020, waarbij gedaagde niet is verschenen; het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek omdat de dagvaarding voldoet aan de daaraan te stellen eisen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Uit de stukken is gebleken dat ten behoeve van het erf van eiser (kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden sectie [kadasternummer 1] ), het heersend erf, een erfdienstbaarheid is gevestigd ten laste van het erf van gedaagde (kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden sectie [kadasternummer 2] ), het dienend erf. Die erfdienstbaarheid betreft het recht voor het heersend erf om te voet, met de fiets, met de auto of met enig ander voertuig te komen van en te gaan naar de openbare weg over een strook grond via een in de zijdelingse grens aanwezige poort en een verharde oprit die deel uitmaken van het dienend erf (hierna: de erfdienstbaarheid). 2.2. Eiser vordert voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: gedaagde te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis alle belemmeringen blijvend weg te nemen die het eiser onmogelijk maken om ongehinderd gebruik te maken van de erfdienstbaarheid, waaronder het verwijderen en verwijderd houden van (
- de)sloten op de – als productie 5 bij dagvaarding overgelegde foto’s – afgebeelde looppoort en (hoofd)poort/hek dan wel om eiser sleutels van die sloten permanent ter beschikking te stellen (zonder die sloten door andere sloten te vervangen), althans om eiser in staat te stellen om ongehinderd gebruik te kunnen (blijven) maken van de erfdienstbaarheid, althans om eiser onbelemmerde toegang te (blijven) verschaffen tot het dienend erf teneinde de erfdienstbaarheid uit te (kunnen) oefenen, onder verbeurte van een dwangsom; de proceskosten. 2.3. Eiser legt – samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagde jegens hem onrechtmatig handelt. 2.4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de gevorderde voorzieningen alleen kunnen worden toegewezen als sprake is van een spoedeisend belang en de zaak geschikt is voor kort geding. Dit volgt uit de artikelen 254 en 256 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Omdat tijdens de mondelinge behandeling verstek is verleend, beoordeelt de voorzieningenrechter op grond van artikel 139 Rv ook of de vorderingen hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.5. De voorzieningenrechter oordeelt dat reeds uit de aard van de zaak volgt dat sprake is van een spoedeisend belang. Daarnaast acht de voorzieningenrechter de zaak geschikt voor kort geding. 2.6. Het gevorderde onder 1 komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal dan ook worden toegewezen, zij het dat de gevorderde dwangsom zal worden beperkt door deze te maximeren op € 10.000,00. 2.7. Ten aanzien van het gevorderde onder 2 oordeelt de voorzieningenrechter dat gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op: - betekening oproeping € 102,96 - griffierecht 304,00 - salaris advocaat 633,00 Totaal € 1.039,96 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.1. veroordeelt gedaagde om binnen 7 (zeven) dagen na betekening van dit vonnis alle belemmeringen blijvend weg te nemen die het eiser onmogelijk maken om ongehinderd gebruik te maken van de erfdienstbaarheid, waaronder het verwijderen en verwijderd houden van (
- de)sloten op de – als productie 5 bij dagvaarding overgelegde foto’s – afgebeelde looppoort en (hoofd)poort/hek dan wel om eiser sleutels van die sloten permanent ter beschikking te stellen (zonder die sloten door andere sloten te vervangen), althans om eiser in staat te stellen om ongehinderd gebruik te kunnen (blijven) maken van de erfdienstbaarheid, althans om eiser onbelemmerde toegang te (blijven) verschaffen tot het dienend erf teneinde de erfdienstbaarheid uit te (kunnen) oefenen, 3.2. veroordeelt gedaagde om aan eiser een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 3.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 3.3. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 1.039,96, 3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2020. type: CL coll: