RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8899809 \ CV EXPL 20-6025 Verstekvonnis van de kantonrechter van 17 februari 2021 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENNATUURLIJK B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, eisende partij, gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen gedaagde partij verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. De vordering is bij dagvaarding gebaseerd op de stelling dat gedaagde partij een achterstand heeft opgelopen in de betaling van de voorschotnota’s over de periode mei 2019 tot en met augustus 2020, welke achterstand bij dagvaarding berekend is op € 757,02. Omdat van gedaagde partij geen betaling viel te verkrijgen werd de vordering ter incasso uit handen gegeven. De kosten daarvoor bedragen € 113,55 en komen, evenals de tot en met 6 november 2020 berekende wettelijke rente ad € 15,71 voor rekening van gedaagde partij. 2.2. Om haar moverende redenen heeft eisende partij haar vordering beperkt tot € 500,00 onder reservering van haar rechten op het meerdere. 2.3. Eisende partij baseert haar vordering op een met gedaagde partij gesloten overeenkomst. Eisende partij is een handelaar en gedaagde partij een consument. In beginsel moet de kantonrechter dan ambtshalve toetsen of de handelaar bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen. Die verplichtingen staan vermeld in de artikelen 6:230l, 6:230m, 6:230t en 6:230v BW. Aan welke van deze verplichtingen de handelaar moet voldoen, hangt af van de wijze waarop de overeenkomst is gesloten. Deze verplichtingen zijn in Europeesrechtelijk verband in het leven geroepen ter bescherming van de consument. 2.4. De kantonrechter zal in afwijking van vorenstaande overweging in deze zaak niet ambtshalve toetsen of eisende partij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. Daartoe wordt als volgt overwogen. 2.5. Eisende partij heeft op grond van de met gedaagde partij gesloten overeenkomst tegen betaling warmte en/of koude al dan niet met bijlevering van warmtapwater (in de dagvaarding geduid als ‘energie’) geleverd. De overheid heeft (indirect) de eigendom en de zeggenschap over de in Nederland gevestigde bedrijven die deze dienst aanbieden en dus ook over eisende partij. Eisende partij mag op grond van de Warmtewet alleen tarieven hanteren die kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn. De Warmtewet, het daarop gebaseerde Tarievenbesluit en de Warmteregeling bevatten een gedetailleerde regeling over de wijze waarop de kosten moeten worden berekend, welke kosten mogen worden doorberekend in het tarief en op welke wijze dat mag gebeuren. De verantwoordelijke Minister ziet erop toe dat wordt voldaan aan deze regels. Het warmteleveringsbedrijf publiceert jaarlijks een overzicht van de tarieven die het in het daaropvolgende kalenderjaar voor de levering van warmte in rekening brengt en licht daarbij toe hoe deze tarieven zijn afgeleid uit de kosten. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit alles dat gedaagde partij als consument door andere wetgeving op nationaal niveau reeds afdoende bescherming geniet, zodat er geen grond is om daarnaast nog ambtshalve te toetsen of is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. 2.6. Nu eisende partij de vordering heeft beperkt tot een bedrag van € 500,00, zal over dit bedrag de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen en, omdat de vervallen rente is berekend tot en met 6 november 2020, vanaf 7 november 2020. 2.7. De gevorderde hoofdelijke veroordeling zal worden afgewezen nu slechts één gedaagde partij wordt gedagvaard en derhalve hoofdelijke veroordeling achterwege kan blijven. 2.8. De vordering tot afgifte van de meter kan ook worden toegewezen. 2.9. De vordering komt de kantonrechter voor het overige onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze behoort te worden toegewezen behoudens de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verklaring voor recht, welke zich hiertoe niet leent. 2.10. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 85,09 griffierecht € 124,00 salaris gemachtigde € 75,00 ( 1 x tarief € 75,00) totaal € 284,09 3. De beslissing De kantonrechter 3.1. ontbindt met ingang van heden de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte en/of koude en/of warmtapwater aan het verbruiksperceel [adres] , [woonplaats] , 3.2. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen: 1. een bedrag ad € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW daarover vanaf 7 november 2020 tot de dag van volledige betaling, 2. voor iedere maand, te rekenen vanaf 12 augustus 2020, betreffende september 2020 en verder tot het tijdstip van de gevorderde ontbinding uit hoofde (van nakoming) van de overeenkomst, de overeengekomen voorschottermijn van € 31,57, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag tot de dag van volledige betaling. Dit alles alleen indien en voor zover de navolgende voorwaarden daarbij telkens zijn ingetreden: de betreffende voorschottermijn(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.