← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:2660

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats: Maastricht Zaaknummer: 8804793 \ CV EXPL 20-4864 Vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2021 in de zaak van: de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V. gevestigd te Arnhem gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso, gerechtsdeurwaarder eisende partij, tegen: [gedaagde] wonende [adres] [vreemdelingen] gedaagde partij, in rechte verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de brief van gedaagde partij van 26 oktober 2020 waarbij het verstek is gezuiverd - het tussenvonnis van 23 december 2020 - de akte uitlaten van eisende partij. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.
  4. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.
  5. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.
  6. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.
  7. Eisende partij heeft de hoofdsom beperkt tot € 500,00 onder reservering van haar recht op het meerdere. 2.
  8. De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 124,00 aan nakosten salaris. De gevorderde btw over de nakosten zal, voor zover die nakosten zien op het salaris gemachtigde, worden afgewezen nu hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat. 2.
  9. Gedaagde partij heeft, nadat het verstek is gezuiverd niet meer geantwoord. 2.
  10. De vordering van eisende partij staat voor het overige als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.
  11. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding: € 105,09 griffierecht: € 124,00 salaris gemachtigde: € 75,00 (1 x tarief € 75,00) Totaal € 304,09 3De beslissing De kantonrechter 3.
  12. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 26 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.
  13. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, tot op heden begroot op € 304,09, 3.
  14. veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 37,50 aan salaris gemachtigde, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, dit bedrag te vermeerderen met de hierover verschuldigd zijnde btw, 3.
  15. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  16. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.