← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:2676

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8817403 CV EXPL 20-5034 Vonnis van de kantonrechter van 24 maart 2021 in de zaak van: de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE MAASTRICHT, zetelend te Maastricht, eisende partij, gemachtigde P.M.F. Otten, tegen: [gedaagde] , wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederend in persoon. Partijen worden hierna de Gemeente en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 9 oktober 2020 met producties 1 tot en met 10 - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord - de conclusie van repliek met producties 12 tot en met 14 - de schriftelijke weergave van de mondelinge dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten en het geschil 2.
  3. Bij brief van 29 augustus 2019 heeft de Gemeente [gedaagde] ervan op de hoogte gesteld dat een ambtenaar van de Gemeente afval heeft aangetroffen dat in strijd met de Afvalstoffenverordening van de Gemeente is aangeboden. Bij dat afval zijn gegevens aangetroffen van [gedaagde] . De Gemeente heeft de kosten voor het opruimen van het afval ad € 108,- bij [gedaagde] in rekening gebracht bij factuur van 10 september
  4. [gedaagde] heeft de factuur ook na diverse aanmaningen niet voldaan. 2.
  5. De Gemeente vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen om aan de Gemeente te voldoen € 158,50, bestaande uit € 108,- aan hoofdsom, € 2,10 aan vervallen wettelijke rente en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met rente en kosten. 2.
  6. [gedaagde] heeft bij antwoord gesteld dat hij op de juiste wijze zijn afval scheidt en zijn ex-partner het afval inclusief de aangetroffen medicijnen bij het milieuperron heeft gedeponeerd. 2.
  7. De gemeente heeft vervolgens bij repliek gesteld dat [gedaagde] tegenstrijdige verklaringen aflegt doordat [gedaagde] op 14 augustus 2019 aan een verbalisant heeft verklaard dat hij niet wist hoe het afval op het milieuperron terecht gekomen was omdat hij dacht dat het nog in zijn kelder stond. Voorts heeft [gedaagde] bij brief van 28 juni 2020 gesteld dat hij zijn afval op de juiste manier heeft gescheiden, maar dat de Gemeente de afvalbakken niet goed leegde en dat derden afval uit de afvalbakken konden halen en er ander afval in konden gooiden, waar [gedaagde] niets aan kon doen. Doordat [gedaagde] bij antwoord stelt dat zijn ex-partner het afval heeft gedeponeerd zijn volgens de Gemeente de verklaringen van [gedaagde] ongeloofwaardig. Daarnaast stelt de Gemeente dat zij borden heeft geplaatst waarop is vermeld dat het niet is toegestaan om afval op of naast de containers te plaatsen. 2.
  8. [gedaagde] handhaaft bij dupliek zijn standpunt dat hij het afval op een juiste manier heeft gescheiden en dat hij zijn ex-partner, waar hij geen goede band mee heeft, ervan verdenkt het afval met medicijnen te hebben gedeponeerd bij het milieuperron. Voorts stelt [gedaagde] dat er geen camera’s meer hangen waardoor dit niet meer gecontroleerd kan worden. 3De beoordeling 3.
  9. In de dagvaarding is aan de vordering ten grondslag gelegd dat een ambtenaar van de Gemeente afval heeft aangetroffen dat in strijd met de Afvalstoffenverordening van de Gemeente is aangeboden en waarbij gegevens van [gedaagde] zijn aangetroffen, de Gemeente het afval heeft verwijderd en de kosten daarvan op [gedaagde] wenst te verhalen alsmede dat sprake is van een “toerekenbaar tekortkomen” al dan niet omdat [gedaagde] niet binnen de termijn zoals gesteld in de veertiendagen brief het gevorderde heeft voldaan. Een nadere toelichting ontbreekt. Er is geen concrete verwijzing naar het betreffende artikel van de Afvalstoffenverordening. Evenmin is gesteld dat sprake is van een overeenkomst tussen de Gemeente en [gedaagde] , waardoor geen sprake kan zijn van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst. In de dagvaarding noch bij repliek is gesteld dat [gedaagde] onrechtmatig jegens de Gemeente heeft gehandeld. Die vraag zou de kantonrechter hier ook niet zonder meer bevestigend kunnen beantwoorden. Voor het beantwoorden van die vraag is immers van belang of [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met een wettelijke plicht en zo ja, of de geschonden norm strekt tot bescherming tegen de schade die de Gemeente heeft geleden. 3.
  10. Het vorenstaande betekent dat de vordering van de Gemeente dient te worden afgewezen. 3.
  11. Als de in het ongelijk gestelde partij dient de Gemeente te worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gerezen en tot aan de datum van uitspraak van dit vonnis in totaal begroot op € 30,00 (voor het in persoon verschijnen op de rechtbank). 4De beslissing De kantonrechter 4.
  12. wijst de vordering van de Gemeente af, 4.
  13. veroordeelt de Gemeente in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op een bedrag van € 30,
  14. Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken. type: LS

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.