← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:3215

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats: Maastricht Zaaknummer: 8998209 \ CV EXPL 21-584 Vonnis van de kantonrechter van 31 maart 2021 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, in rechte verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het antwoord van gedaagde partij. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.
  4. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.
  5. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.
  6. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.
  7. Er zal een redelijke ontruimingstermijn van twee weken gehanteerd moeten worden. 2.
  8. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. 2.
  9. De vordering zal voor het overige worden toegewezen. 2.
  10. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding: € 108,19 griffierecht: € 507,00 salaris gemachtigde: € 249,00 (1 x tarief € 249,00) Totaal € 864,19 3De beslissing De kantonrechter 3.
  11. ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te [woonplaats] , 3.
  12. veroordeelt gedaagde partij om binnen twee weken na de betekening van dit vonnis voormeld gehuurde te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen, 3.
  13. veroordeelt gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 4.458,28, vermeerderd met de wettelijke rente over € 4.458,28 vanaf 18 januari 2021 tot de dag van volledige betaling, 3.
  14. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 674,82 per maand voor elke ingegane maand met ingang van 1 januari 2021 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd, 3.
  15. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, tot op heden begroot op € 864,19, 3.
  16. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  17. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.