← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:5458

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/702608-15 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 in de strafzaak tegen [verdachte 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [adresgegevens verdachte 2] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van: 29, 30 en 31 maart 2021, 6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021, 3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021, en op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten. De verdachte is op 29 maart 2021, 7, 13, 21 en 26 april 2021 en 26 mei 2021 verschenen en zijn raadsman is op meerdere dagen verschenen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en): heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de leden van MC Bandidos (chapter Sittard); een bus (Mercedes Viano) – al dan niet met bedreiging/geweld – heeft gestolen; [slachtoffer 5] heeft afgeperst dan wel een Volkswagen Touareg – al dan niet met bedreiging/geweld – heeft gestolen; 1.707 hennepplanten heeft geteeld; een kopstoot heeft gegeven (ten laste gelegd als een poging tot zware mishandeling) dan wel openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd; heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het oogmerk had tot drugsdelicten; 255,99 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad; feitelijk leiding heeft gegeven aan (gewoonte)witwassen van in totaal 352.671,55 euro; in totaal 503.255,86 euro heeft witgewassen, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Inleiding In april 2014 startte de politie Limburg onderzoek ‘Kievit’. Dit onderzoek richtte zich in aanvang op [verdachte 1] en vermeende drugsdelicten. Later breidde het zich uit naar het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos. Dat resulteerde in verdenkingen van onder meer drugsdelicten, afpersingen en/of diefstallen met geweld, openlijke geweldpleging en wapenbezit. Nader financieel onderzoek leidde bovendien tot verdenkingen van witwassen, ook tegen familieleden van leden van de Bandidos. Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier, dat bestaat uit onder meer ruim 20 afzonderlijke zaakdossiers. Uiteindelijk zijn 25 verdachten vervolgd door het Openbaar Ministerie. Een deel van de vermeende strafbare feiten is aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien daar tot (partiële) vrijspraak wordt gekomen. 3.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van afpersing/diefstal met geweld van [slachtoffer 1] (feit 2 primair) en afpersing/diefstal van [slachtoffer 5] (feit 3). Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van: deelname aan een criminele organisatie (feit 1); gekwalificeerde diefstal van de auto van [slachtoffer 1] (feit 2 subsidiair); hennepteelt in Duitsland (feit 4); poging zware mishandeling (feit 5); deelname aan een criminele Opiumwetorganisatie (feit 6); aanwezig hebben van 255,99 gram hasjiesj (feit 7); feitelijk leiding geven aan het witwassen van 352.671,55 euro (feit 8); witwassen van 189.385.77 euro (feit 9). 3.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken moet worden van: deelname aan een criminele organisatie (feit 1) omdat geen sprake was van een criminele organisatie dan wel dat de verdachte daarvan geen wetenschap had; diefstal (met geweld) van [slachtoffer 1] (feit 2); afpersing/diefstal (met geweld) van [slachtoffer 5] (feit 3), waarbij de raadsman zich voorts op het standpunt heeft gesteld dat dit zaakdossier volledig buiten beschouwing moet blijven ten gevolge van een schending van het recht op een eerlijk proces door onrechtmatige bejegening van [slachtoffer 5] door de rechter-commissaris; hennepteelt in Duitsland (feit 4) omdat de vermeende betrokkenheid van de verdachte absoluut onvoldoende is voor bewezenverklaring van medeplegen; poging tot zware mishandeling (feit 5 primair) omdat er geen sprake was van een kopstoot; deelname aan een criminele Opiumwet-organisatie (feit 1) omdat geen sprake was van een criminele organisatie dan wel dat de verdachte daaraan niet heeft deelgenomen; (feitelijk leiding geven aan) witwassen binnen [naam VOF] (feit 8) omdat er geen sprake was van uit misdrijf afkomstige geldbedragen, doch uit incasso en contante omzet, dan wel hij daaraan geen feitelijk leiding heeft gegeven; witwassen (feit 9) omdat daarvan geen sprake was. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van openlijke geweldpleging (feit 5 subsidiair) en de verdachte heeft ter terechtzitting erkend 255,99 hasjiesj aanwezig te hebben gehad (feit 7). De standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. 3.4 De overwegingen en het oordeel van de rechtbank Voor de leesbaarheid heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, in bijlage II opgenomen. 3.4.1 Criminele organisatie (ZD 1 / feit 1) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Organisatie Voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als bedoeld in art. 140 Sr is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Op grond van de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Het Sittardse chapter van de Bandidos MC werd opgericht in maart 2014 met onder meer [verdachte 10] als president en [verdachte 1] als vice-president. Medio maart/april 2015 telde het chapter, zonder de zogenaamde supportclubs Chicanos en X-time, zo’n 22 (kader)leden, prospects en hangarounds. Leden betaalden contributie en men vergaderde nagenoeg wekelijks. Uit de zogenaamde Bandidos-bijbel en de Holland regels blijkt van zowel uniforme Europese regels als lokale regels voor de club en haar leden. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat de leden van het Sittardse chapter van de Bandidos MC een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur vormden: een organisatie. Oogmerk Om van een ‘criminele’ organisatie te kunnen spreken, moet die organisatie het doel hebben misdrijven te plegen. Daarbij is niet nodig dat het plegen van misdrijven het einddoel van de organisatie is. De misdrijven hoeven nog niet te zijn begaan. Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzame of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. In deze zaak is ten laste gelegd het oogmerk tot het plegen van afpersingen, diefstal met geweld, bedreiging, openlijk geweld en verboden wapenbezit. Op grond van de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. De oprichting van het Sittardse chapter van de Bandidos werd daags erna gevolgd door een granaataanslag op de woning van [verdachte 10] . Nadien volgden nog twee granaataanslagen op de woningen van [verdachte 10] en [verdachte 14] en een aanslag op een café in Echt waar de Bandidos regelmatig bij elkaar kwamen, allemaal in

  1. Daders van deze aanslagen zijn niet gevonden, maar tekenen wel de sfeer omtrent de motorclub. Problemen met de Hells Angels In augustus 2014 werd de rivaliteit tussen de motorclubs Bandidos en Hells Angels openlijk zichtbaar door een confrontatie tussen die twee clubs in Alkmaar. Begin 2015 zijn de eerste duidelijke tekenen van problemen met de motorclub Hells Angels zichtbaar in Limburg. Dat er ook daadwerkelijk sprake was van een vete tussen beide blijkt ook wel uit de diverse in de bewijsmiddelen opgenomen communicatie en verslagen: regelmatig zijn de Hells Angels, HA, of “81” - dat staat voor HA, de achtste en eerste letter uit het alfabet - onderwerp van gesprek. Op 24 januari 2015, een dag nadat Bandidos-lid [Bandidos-lid 2] problemen zou hebben gehad met Hells Angels of sympathisanten daarvan, vond een zogenaamde klopjacht op leden van de Hells Angels plaats. Meerdere leden van de Sittardse Bandidos bezochten die avond diverse plekken waar kennelijk regelmatig leden van de Hells Angels of hun sympathisanten kwamen, doch zonder resultaat. Uit diverse afgeluisterde gesprekken blijkt echter wel dat men die avond op pad was met de bedoeling te vechten. Anders is ook niet verklaarbaar waarom [verdachte 9] bijvoorbeeld in een OVC gesprek vertelt een steekwerend vest aan te hebben. Climax van die avond was het bezoek van zeven Bandidos, aangevoerd door [verdachte 10] , aan café [naam café 1] in Sittard. Daarbij werd de uitbaatster in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt dat leden van de Hells Angels, ‘rood/wit’, of hun supporters niet meer welkom waren en dat [verdachte 10] het café zou sluiten als hij anders constateerde. Daadwerkelijk geweld vond toen dus niet plaats, maar wel een bedreiging. Bovendien was de bedoeling van die avond wel duidelijk: klappen geven aan de leden van de Hells Angels. Mocht dat gelukt zijn, dan lag er zelfs een promotie voor één van de aanwezigen in het verschiet: [Bandidos-lid 1] kon namelijk zijn colors verdienen als hij met een lid van de Hells Angels in gevecht zou gaan. Op 25 januari 2015 en 16 maart 2015 vonden vervolgens provocaties plaats van de zijde van de Hells Angels: zij bezochten café [naam café 2] in Kerkrade, gelieerd aan de Bandidos, staken daar kennelijk banden lek, en bezochten een lid van de Bandidos in Susteren. Op 25 maart 2015 vond vervolgens een brandstichting plaats bij genoemd café [naam café 2] . De op heterdaad aangehouden verdachte bleek een lid van de Supportcrew 81, de officiële supportclub van de Hells Angels uit Kerkrade. Op 7 mei 2015 was het anders en andersom. Toen vond de openlijke geweldpleging bij café de [naam café 1] in Sittard plaats. Drie aan een supportclub van de Hells Angels te linken personen werden door een grote groep Bandidos mishandeld. Uit de afgeluisterde gesprekken kan geconcludeerd worden dat dit geen uit de hand gelopen gesprek is geweest, zoals een aantal verdachten de rechtbank ter zitting hebben willen doen geloven. Een en ander is immers de dag van tevoren besproken, waarbij bijvoorbeeld was afgesproken dat hangaround [verdachte 22] niet zou meegaan, omdat ’je niet weet wat zo iemand doet als hij vast komt te zitten’. Een gesprek kent immers normaliter niet het risico van detentie. Later die avond bezochten de Sittardse Bandidos de Markt in Kerkrade, waarbij zij zich, in colors, voor het café/restaurant [naam café 3] posteerden. Die locatie is net als café [naam café 1] gelieerd aan de Hells Angels, ook te zien aan het plakkaat ‘81’. Dit was een onmiskenbare provocatie. Het incident bij café [naam café 1] eindigde met een schot vanuit het café naar buiten. Uit de afgeluisterde gesprekken die avond blijkt dat zulks ook reden voor diverse leden van de Bandidos is om niet meer ongewapend ergens naartoe te gaan en dat ze zich kennelijk willen bewapenen. Oogmerk: bedreiging en openlijke geweldpleging Van meerdere van de beschreven incidenten zijn Bandidos juist slachtoffer. Deze incidenten kunnen gelinkt worden aan de Hells Angels. Alles samen kenmerkt de explosieve sfeer in de motorclubwereld destijds. Op grond van dit dossier zijn de daadwerkelijke gedragingen van de Bandidos: de klopjacht op 24 januari 2015, de openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 en de daaropvolgende provocatie richting de Hells Angels die avond. Uit de diverse afgeluisterde gesprekken, zowel in de periode voorafgaand als rondom de klopjacht en de openlijke geweldpleging, blijkt wat de bedoeling van de Sittardse Bandidos was: het stelselmatig en planmatig bestrijden van de Hells Angels alhier, waarvoor kennelijk geweld en dreiging daarmee nodig was. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het Sittardse chapter van de Bandidos MC het oogmerk had tot bedreiging en openlijke geweldpleging, in het bijzonder gericht tegen de Hells Angels en daaraan gelieerde clubs. Kenmerkend acht de rechtbank in dit kader enkele uitlatingen in de afgeluisterde gesprekken: [verdachte 9] die zegt dat ze gaan knokken; [verdachte 12] die van café [naam café 1] café [naam café 4] wil maken; verwachte krantenkoppen inhoudende dat de Bandidos op de Hells Angels jagen; [verdachte 3] die hoopt dat ze met acht man twintig Hells Angels kunnen afslaan; [verdachte 15] die er graag in elk café twee op de bek had ‘gepompt’ en [verdachte 6] die vindt dat ze iemand verantwoordelijk moeten stellen en aanpakken. Dat er met de Hells Angels geknokt moet worden, blijkt zelfs uit afgeluisterde gesprekken tussen [verdachte 1] en zijn zoon. Voorts omschrijft [verdachte 3] de club zelf als criminelen en is het onderwerp criminele organisatie zelfs onderwerp van gesprek op een van de vergaderingen. Geen oogmerk tot afpersing / diefstal met geweld Ter onderbouwing van het vermeende oogmerk tot afpersing en diefstal met geweld zijn onder meer de zaakdossiers 2 (diefstal met geweld [slachtoffer 1] ), 3 (poging afpersing [slachtoffer 3] ), 4 (afpersing [slachtoffer 4] ), 5 (afpersing [slachtoffer 5] ), 6 (afpersing [slachtoffer 6] ) en 11 (geweld en poging afpersing [slachtoffer 10] ) opgevoerd. Anders dan het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat uit deze zaakdossiers niet blijkt van een oogmerk tot afpersing en/of diefstal met geweld van het Sittardse chapter van de Bandidos MC, maar van betrokkenheid van individuele leden bij strafbare feiten. Zaakdossier 2 beschrijft een diefstal van een bestelbus bij [slachtoffer 1] , waarbij [verdachte 1] , [verdachte 3] , [verdachte 7] en [verdachte 8] betrokken zijn. De achtergrond van deze diefstal is niet duidelijk geworden. Aldus kan enkel gesteld wordt dat er diverse leden van de Bandidos betrokken waren, doch niet dat de Bandidos als club betrokken was. Datzelfde geldt voor de afpersing en het witwassen van een bus van [slachtoffer 5] , zaakdossier
  2. Daarbij waren betrokken [verdachte 2] en [verdachte 1] en kwam [verdachte 3] in beeld als tussenpersoon. Ook hier blijkt niet of, en zo ja op welke wijze, de club Bandidos betrokken was. De vermeende afpersingen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] kan en zal de rechtbank niet betrekken in de beoordeling. Het Openbaar Ministerie zal immers niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van de verdachten van de afpersing van [slachtoffer 4] . Daarnaast volgt uit zaakdossier 6 niet dat [slachtoffer 6] door het Sittardse chapter van de Bandidos is afgeperst, dan wel dat zij daartoe een poging hebben gedaan. De poging tot afpersing van [slachtoffer 3] was van oorsprong een privé-geschil van [verdachte 3] over een kennelijk scheef geplaatste schutting en daaropvolgende bedreigingen van [slachtoffer 3] richting het gezin van [verdachte 3] . [verdachte 3] vader ( [verdachte 4] ) en [verdachte 15] vergezelden uiteindelijk [verdachte 3] en ook [verdachte 6] en [verdachte 12] waren aanwezig toen de eerste drie [slachtoffer 3] probeerden af te persen. Ook hier geldt weer: er zijn weliswaar diverse leden van de Bandidos betrokken, doch niet blijkt dat de Bandidos als club betrokken was. Ook de geweldpleging tegen en diefstal en vermeende afpersing van [slachtoffer 10] betreffen privé-aangelegen van [verdachte 4] en [verdachte 3] . Ook hierbij is voor zover bekend, behalve het lidmaatschap van deze twee verdachten, geen relatie met het Sittardse chapter van de Bandidos te leggen. Hoewel bij de genoemde zaken dus verschillende Bandidos-leden betrokken waren, blijkt niet van afspraken daarover binnen de club, aansturing vanuit de club of enig belang of voordeel voor de club. Anders dan bijvoorbeeld de problemen met de Hells Angels blijkt niet dat deze zaken onderwerp van gesprek zijn geweest op vergaderingen. Dat er personen zijn die zich presenteerden als lid van de club, maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat daaruit een oogmerk van de club op deze feiten afgeleid kan worden. Het dossier wekt eerder de indruk dat de clubleden elkaar weten te vinden als ze versterking nodig hebben. De rechtbank acht dus niet bewezen dat het Sittardse chapter van de Bandidos ook het oogmerk had tot afpersingen of diefstal met geweld. Geen oogmerk tot verboden wapenbezit De rechtbank heeft geconcludeerd dat het Sittardse chapter van de Bandidos het oogmerk had op bedreiging en openlijke geweldpleging, in het bijzonder gericht tegen de Hells Angels en daaraan gelieerde clubs. De vraag is of in deze context het oogmerk mede bestond op verboden wapenbezit. Daarvoor ziet de rechtbank echter geen bewijs omdat bij de incidenten op 24 januari en 7 mei 2015 – met uitzondering van de boksbeugel die [verdachte 3] hanteerde – voor zover bekend verder geen wapens aanwezig waren bij leden van de Bandidos. [verdachte 15] houdt weliswaar - nadat er vanuit de [naam café 1] een schot is gelost - een voorwerp vast op een wijze die sterk doet denken aan het vasthouden van een vuurwapen, maar of het daadwerkelijk een wapen was, is niet vast te stellen. Verder valt uit het onderzoek op te maken dat bij een aantal verdachten wapens of munitie is gevonden en dat bij de zaakdossiers [slachtoffer 1]

(2)en de geweldpleging tegen [slachtoffer 10]
(11)wapens waren betrokken, maar hiervoor geldt een vergelijkbare redenering zoals bij het vermeende oogmerk op afpersing/diefstal: er zijn weliswaar diverse individuele leden van de Bandidos betrokken bij verboden wapenbezit, maar niet blijkt dat zij als samenwerkingsverband hierop het oogmerk hadden. De rechtbank acht dus niet bewezen dat het Sittardse chapter van de Bandidos ook het oogmerk had op verboden wapenbezit. Deelneming Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van bedreigingen en openlijk geweld, zal zij thans nagaan wie er lid is van deze organisatie. Om van deelnemen in de zin van art. 140 Sr te kunnen spreken moet de verdachte (a.) behoren tot de criminele organisatie en (b.) een aandeel hebben in dan wel gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Er hoeft niet te worden deelgenomen aan de misdrijven waarop het oogmerk is gericht ad. A: behoren tot de organisatie [verdachte 10] was president, [verdachte 1] vice-president, [verdachte 6] en [verdachte 9] waren sergeant of arms, [verdachte 13] secretary/treasurer en [verdachte 2] road-captain. Daarnaast waren [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 12] , [verdachte 14] en [verdachte 21] full members. Deze zogenaamde kaderleden en full members waren volwaardig lid van het Sittardse chapter van de Bandidos en behoorden daarmee tot die organisatie. [verdachte 15] was als hangaround in beginsel geen volwaardig lid. Wel was hij aanwezig bij een viertal vergaderingen en tijdens de zogenaamde klopjacht op de Hells Angels en bij de openlijke geweldpleging bij de [naam café 1] . Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat ook hij behoorde tot de organisatie van het Sittardse chapter van de Bandidos. Ad. B: Aandeel in / ondersteuning van gedragingen oogmerk Bij de klopjacht en de bedreiging in café [naam café 1] op 24 januari 2015 waren onder anderen aanwezig [verdachte 10] , [verdachte 12] , [verdachte 13] , [verdachte 15] , [verdachte 3] en [verdachte 9] . Aan de openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 namen deel [verdachte 10] , [verdachte 9] , [verdachte 14] , [verdachte 21] , [verdachte 15] , [verdachte 13] , [verdachte 3] , [verdachte 2] , [verdachte 6] , [verdachte 1] en [verdachte 4] . Bij de provocatie richting de Hells Angels bij café [naam café 3] in de nacht van 7 op 8 mei 2015 waren onder anderen aanwezig: [verdachte 10] , [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 12] , [verdachte 21] , [verdachte 15] , [verdachte 6] , [verdachte 9] , [verdachte 4] , [verdachte 3] , [verdachte 13] en [verdachte 14] . De verdachte was aanwezig bij de incidenten op 7 mei 2015. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte daarmee een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van voornoemd oogmerk tot bedreiging of openlijke geweldpleging. Conclusie Het voorgaande betekent dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte heeft behoord tot een op bedreiging en openlijke geweldpleging (richting Hells Angels en daaraan gelieerde clubs) gericht samenwerkingsverband, bestaande uit de MC Bandidos chapter Sittard en dat hij daarnaast ook een aandeel heeft gehad in gedragingen die mede strekten tot of verband hielden met de verwezenlijking van het binnen die organisatie bestaande oogmerk. Daarom acht de rechtbank bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. 3.4.2 Diefstal Mercedes Viano (ZD 2 / feit 2) Met het Openbaar Ministerie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor verdachtes betrokkenheid. De rechtbank overweegt daartoe als volgt: Zaakdossier 2 beschrijft de diefstal van een Mercedes-bus gepleegd op 6 november 2014. De medeverdachten [verdachte 1] , [verdachte 3] , [verdachte 7] en [verdachte 8] zijn die dag met elkaar op pad geweest. De verdachte komt in dit dossier echter slechts in beeld bij twee telefoongesprekken gevoerd op 1 en 2 december 2014. Het eerste gesprek wordt gevoerd met [betrokkene 1] , waarbij [betrokkene 1] zegt dat ‘de jongens van [verdachte 2] zijn bus hebben’ en zij afspreken dat verdachte die dag naar [betrokkene 1] toekomt. De volgende dag vindt er vervolgens nog een gesprek plaats tussen verdachte en [verdachte 3] , waaruit kan worden afgeleid dat verdachte wellicht probeert te bemiddelen tussen [verdachte 3] en [betrokkene 1] . Verder bevat het dossier geen enkele aanwijzing dat verdachte op enige manier betrokken is geweest bij of een bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding dan wel de uitvoering van de diefstal van de Mercedes-bus. Hij staakt zijn poging tot bemiddeling ook direct na het eerste contact met [verdachte 3] . 3.4.3 Afpersing [slachtoffer 5] (ZD 5 / feit 3) Verdachte wordt verweten: afpersing dan wel diefstal met valse sleutel van de Volkswagen Touareg van [slachtoffer 5] , gepleegd in de periode van 29 december 2014 tot en met 9 januari 2015, uitgevoerd samen met een ander. Bewijsuitsluiting De verdediging heeft bepleit dat niet alleen de verklaring van [slachtoffer 5] , maar ook de gehele inhoud van zaakdossier 5 als gevolg van die verklaring, moet worden uitgesloten van het bewijs, nu deze in strijd met het fair trial-beginsel tot stand is gekomen door het optreden van de rechter-commissaris. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank leidt uit het dossier af dat de politie – anders dan de raadsman heeft betoogd – op basis van de onderzoeksgegevens, in het bijzonder de tapgesprekken en de tenaamstelling van het kenteken [kenteken 1] , bij [slachtoffer 5] terecht is gekomen. Op de actiedag op 27 mei 2015 gaat de politie vervolgens naar [slachtoffer 5] toe en wordt hij in opdracht van de aanwezige rechter-commissaris gehoord. Daarbij zegt [slachtoffer 5] dat de rechter-commissaris hem heeft verteld dat zijn naam als slachtoffer naar voren is gekomen in een lopend onderzoek naar motorclubs en hem heeft gevraagd of hij een verklaring wil afleggen in verband met bedreiging en afpersing van een Volkswagen Touareg met het kenteken [kenteken 1] . [slachtoffer 5] zegt tegen de politie dat hij dat wil doen. Hij wordt daarna door de verbalisanten ondervraagd en legt een verklaring af. Hoewel deze gang van zaken wellicht opmerkelijk te noemen is, ziet de rechtbank daarin geen aanleiding om te veronderstellen dat [slachtoffer 5] daardoor niet in vrijheid heeft kunnen verklaren. Bovendien heeft de verdediging bij de rechter-commissaris op 1 juli 2015 [slachtoffer 5] uitgebreid kunnen bevragen over zijn eerdere verklaring. Gelet op vorenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 5] voor het bewijs kan worden gebruikt en dat daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan het recht op een eerlijk proces. Afpersing of diefstal? De verdediging heeft voorts bepleit dat geen sprake is van afpersing of diefstal, nu uit de verklaring van [slachtoffer 5] bij de rechter-commissaris volgt dat hij de sleutel van de auto in vrijheid heeft afgegeven om zijn schuld in te lossen. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. [verdachte 2] is ongeveer een week voor 9 januari 2015 in de avonduren onaangekondigd bij [slachtoffer 5] aan de deur geweest om de onmiddellijke terugbetaling van een schuld te bewerkstelligen. Toen [slachtoffer 5] niet kon betalen, vroeg [verdachte 2] de sleutels van de Volkswagen Touareg van [slachtoffer 5] . [verdachte 2] werd bij dit verzoek vergezeld door een andere man. [slachtoffer 5] verklaart over deze tweede man dat hij een imponerende indruk op hem maakte. Op enig moment kwam deze man heel dicht bij hem staan en vroeg naar de autosleutels. [slachtoffer 5] voelde zich daardoor bedreigd en was bang, waarna hij naar binnen liep om de autosleutels te pakken. Deze heeft hij afgegeven aan [verdachte 2] , die vervolgens met de Touareg weg is gereden. Hoewel [slachtoffer 5] zijn verklaring over de dreiging in een later verhoor bij de rechter-commissaris enigszins afzwakt, gaat de rechtbank uit van zijn eerste verklaring. Anders dan het Openbaar Ministerie en de verdediging ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de geloofwaardigheid van dit onderdeel te twijfelen, nu dit wordt ondersteund door de waarnemingen van de verbalisanten tijdens het afleggen van deze verklaring. Immers, [slachtoffer 5] heeft voorgedaan hoe dicht de tweede man op hem kwam staan, waarbij de verbalisanten zagen dat [slachtoffer 5] emotioneel werd. Daarnaast leidt de rechtbank uit de mededeling van [verdachte 3] tijdens het OVC-gesprek van 9 februari 2015 af dat de Touareg van [slachtoffer 5] is ‘afgepakt’ en er derhalve geen sprake is van vrijwillige afgifte, maar van wederrechtelijk meenemen. Gelet op vorenstaande acht de rechtbank dan ook het onder feit 3 primair ten laste gelegde medeplegen van afpersing wettig en overtuigend bewezen. 3.4.4 Hennepteelt in Duitsland (ZD 8 / feit 4) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte in maart 2015 samen met anderen ruim 1.700 hennepplanten heeft geteeld. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. In de nacht van 18 op 19 maart 2015 werd in de Duitse plaats Waldniel, gemeente Schwalmtal, welke deel uitmaakt van het Kreis Viersen, in een loods een hennepkwekerij van ruim 1.700 planten aangetroffen. Ter plekke, net buiten de loods, werden onder andere [verdachte 13] en twee Duitse medeverdachten, [getuige 8] en [getuige 9] , aangetroffen. [verdachte 13] legde in eerste instantie, bij de politie, geen verklaring af. [getuige 8] en [getuige 9] wel. Zij belastten daarin zichzelf, [verdachte 13] , maar ook [verdachte 2] en [verdachte 19] . De twee laatstgenoemden legden bij de politie ook geen verklaring af. Eerst ter terechtzitting in 2021 hebben [verdachte 13] en [verdachte 2] – elk in hun eigen zaak – een verklaring afgelegd. Betrouwbaarheid verklaringen [getuige 8] en [getuige 9] De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [getuige 8] en [getuige 9] niet geloofwaardig zijn. Anders dan de verdediging acht de rechtbank deze verklaringen wel geloofwaardig, betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs. Beiden hebben reeds in juni 2015 en de daarop volgende maanden verklaringen afgelegd tegenover zowel de Duitse als Nederlandse politie. In die verklaringen verklaarden zij grotendeels overeenkomstig voor zover het betreft het opzetten en exploiteren van de hennepkwekerij alsmede de betrokkenheid van [verdachte 6] , [verdachte 13] , [verdachte 2] en [verdachte 19] . Hetgeen de verdachte hier, pas voor het eerst ter terechtzitting, over verklaarde, acht de rechtbank onvoldoende en bovendien niet voldoende aannemelijk om de verklaringen van [getuige 8] en [getuige 9] terzijde te schuiven. De verdachte heeft immers slechts verklaard dat hij door [getuige 8] werd benaderd met de vraag of hij iemand kende die in hennep of daarvoor bestemde artikelen handelde. Verdachte heeft hem vervolgens doorverwezen naar [verdachte 13] , die in een growhop werkte. Ook zou de verdachte van [getuige 8] geld hebben gekregen om producten uit de growshop te betalen. Conclusies In het bijzonder op grond van de verklaringen van [getuige 8] en [getuige 9] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte 6] , [verdachte 13] , [verdachte 2] en [verdachte 19] als medepleger zijn aan te merken bij deze hennepteelt. [verdachte 13] was belast met de uitvoering van de hennepteelt: hij zorgde voor aanlevering van de benodigde materialen én hij teelde (verzorgde) daadwerkelijk de planten. Bij diverse van deze werkzaamheden werkte hij ook samen met [getuige 8] , [getuige 9] en [verdachte 2] . [verdachte 2] en [verdachte 19] hebben geen uitvoerende handelingen met de hennepplanten zelf verricht, maar kunnen wel als initiators en beslissingsbevoegden worden gezien. [verdachte 19] nam het eerste initiatief, had de benodigde contacten, controleerde de hal en schoof vervolgens [verdachte 2] naar voren als eerste contactpersoon. [verdachte 2] controleerde de hal, gaf instructies, ging ook zelf mee om bijvoorbeeld potgrond te halen en gaf [getuige 8] een vergoeding na de eerste oogst. Hoewel deze handelingen niet een gezamenlijke uitvoering betreffen, is deze bijdrage naar het oordeel van de rechtbank wel zodanig dat die als wezenlijk voor de exploitatie van de hennepkwekerij kan worden gekwalificeerd en derhalve als een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de hennepteelt kan worden bestempeld. Overigens vindt de rechtbank ook steun voor die conclusies in hetgeen in Swalmen werd aangetroffen en een OVC-gesprek tussen [verdachte 3] en [verdachte 4] . Zo werden in een door de firma [naam VOF] gehuurde loods, bij welke huur in eerste instantie [verdachte 2] betrokken was, maar later vooral [verdachte 19] , goederen aangetroffen die in relatie kunnen worden gebracht tot zowel hennepteelt als tot [getuige 8] . En [verdachte 3] en [verdachte 4] spraken in de auto over kennelijk deze hennepplantage als zijnde van onder meer [verdachte 2] . De rechtbank acht aldus bewezen dat de verdachte, samen met anderen, in maart 2015 circa 1707 hennepplanten heeft geteeld. Pleegplaats/adres De tenlastelegging vermeldt als pleegplaats de gemeente Viersen. Uit het dossier blijkt echter van diverse plaatsnamen, te weten Waldniel, Schwalmtal en Viersen. De rechtbank merkt op dat Waldniel een plaats is in de gemeente Schwalmtal, die deel uitmaakt van het Kreis Viersen, Duitsland. Nu Viersen niet een gemeente betreft, is de primaire plaatsaanduiding onjuist. Daarom zal de rechtbank bewezen verklaren dat de hennepteelt plaatsvond in Duitsland. Voorts zal de rechtbank de straatnaam ambtshalve corrigeren, te weten naar [adres 1] , zoals ook uit het dossier blijkt. De rechtbank gaat er vanuit dat in deze sprake was van een kennelijke verschrijving, bij welke correctie de verdachte niet in zijn belangen geschaad wordt. 3.4.5 Poging zware mishandeling (ZD 9 / feit 5) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 8] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] . Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Inleiding Op 7 mei 2015 vond op en nabij het terras van café [naam café 1] in Sittard een vechtpartij plaats. Die vechtpartij vond plaats tussen diverse leden van de Bandidos en drie personen die kennelijk betrokkenheid hadden bij (supportclubs van) de Hell’s Angels. De verdachte was als lid van de Bandidos ook aanwezig. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte 2] , [verdachte 13] , [verdachte 15] , [verdachte 6] , [verdachte 3] en [verdachte 4] zelf actief geweld hebben uitgeoefend door te slaan en/of te trappen tegen een van de slachtoffers. Daarbij stelt de rechtbank bovendien vast dat [verdachte 2] een kopstoot aan een van de slachtoffers heeft gegeven en dat [verdachte 4] op het hoofd van een van de slachtoffers is gesprongen. Voorts stelt zij vast dat [verdachte 10] , [verdachte 9] , [verdachte 14] en [verdachte 21] ook aanwezig waren, maar zelf geen direct geweld tegen een van de drie slachtoffers hebben toegepast. De rechtbank ziet zich hierbij voor de vraag gesteld of het handelen van de verdachte in deze strafbaar is en zo ja, op welke wijze. Daartoe overweegt zij als volgt. Vrijspraak poging tot zware mishandeling Net als de verdediging acht de rechtbank de poging zware mishandeling niet wettig en overtuigend bewezen. Daartoe overweegt zij dat onder de gegeven omstandigheden niet vastgesteld kan worden of de door de verdachte gegeven kopstoot, al dan niet in combinatie met een vuistslag in het gezicht, een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel opleverde. De rechtbank zal de verdachte dus vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Openlijk en in vereniging geweld plegen De rechtbank stelt voorop dat van het ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die ’in vereniging"’ geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is. Daarvoor is niet nodig dat de deelnemers gelijktijdig aan het geweld zijn begonnen. De enkele omstandigheid dat de dader de groep getalsmatig versterkte is daarvoor ‘niet zonder meer’ voldoende. Welbewust een bijna zekere confrontatie aangaan en meegaan in de aanvalsgolf met anderen is meer dan getalsmatig versterken van een groep. Van een significante en wezenlijke bijdrage kan overigens ook sprake zijn wanneer iemand, zonder aan de geweldpleging deel te nemen, die geweldpleging heeft ‘bevorderd en wellicht zelfs uitgelokt.’ Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen overweegt de rechtbank als volgt. [verdachte 2] , [verdachte 13] , [verdachte 15] , [verdachte 6] en [verdachte 3] hebben (overigens net als [verdachte 1] en [verdachte 4] , doch hen wordt primair een poging tot doodslag verweten) zelf actief geweld uitgeoefend, ieder op minimaal één van de drie slachtoffers. De rechtbank is van oordeel dat zij daarmee een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het openlijke geweld tegen de drie slachtoffers. De rechtbank acht dus bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. 3.4.6 Criminele Opiumwet-organisatie (ZD 10A en 10B / feit 6) De verdachten [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] , [verdachte 6] , [verdachte 9] , [verdachte 12] , [verdachte 13] en [verdachte 16] worden ervan verdachte dat zij – met ook nog andere personen en al dan niet in wisselende samenstellingen – een criminele organisatie ex art. 11b (tot 1 maart 2015: 11a) van de Opiumwet hebben gevormd. De rechtbank acht dit niet bewezen. Daartoe overweegt zij als volgt. Uitgangspunten De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot een samenwerkingsverband én een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk, te weten het plegen van een aantal misdrijven uit de Opiumwet. Voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als bedoeld in art. 11b van de Opiumwet is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De verdenking De verdenking van deelneming aan een criminele Opiumwetorganisatie is voornamelijk gebaseerd op de zaakdossiers 10A en 10B. Zaakdossier 10A Zaakdossier 10A bevat vooral een weergave van opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC), tapverslagen, sms- en mailberichten. De politie leidt daaruit af dat de verdachten [verdachte 4] en [verdachte 3] , [verdachte 9] , [verdachte 1] , [verdachte 6] , [verdachte 2] en [verdachte 5] – in wisselende samenstellingen – zich bezig houden met (voorbereidings)handelingen strafbaar gesteld in de Opiumwet. Voorts worden diverse voorwerpen en drugs beschreven die bij de verdachten [verdachte 10] , [verdachte 3] en [verdachte 5] werden aangetroffen. De aanvulling van zaakdossier 10A is opgemaakt na afronding van het onderzoek aan de BlackBerry die wordt toegeschreven aan [verdachte 9] . Na het uitlezen van alle berichten heeft de politie de daarop gebaseerde samenwerkingsverbanden en drugsstromen zoals omschreven in zaakdossier 10A herschreven en opnieuw gegroepeerd. De politie heeft die verbanden en stromen als volgt gegroepeerd, waarbij eerst is genoemd waar de communicatie over gaat, vervolgens welke personen daarbij betrokken zouden zijn en tot slot in welke periode die communicatie gevoerd werd: Miau miau (mefedron), Turkije, Engelsman, MDMA ( [verdachte 9] / [verdachte 6] / [verdachte 13] / [verdachte 2] ) – juni/aug. ‘14 Hennep ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli ‘14 A-olie ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli/aug. ‘14 Amnesia ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli/aug. 14 Haze Denemarken ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) - juni/aug. ‘14 Zwavel ( [verdachte 9] / [verdachte 2] ) – aug. ‘14 Pep Denemarken ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – aug. ‘14 Blokke, coke ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli/okt. ‘14 MDMA, formamide ( [verdachte 9] / [verdachte 6] , [verdachte 3] / [verdachte 5] ) – feb. ‘15 Hennepteelt ( [verdachte 3] / [verdachte 13] / [verdachte 6] / [verdachte 4] ) – nov. ’14 t/m mei ‘15 Apaan ( [verdachte 1] / [verdachte 6] / [verdachte 9] ) – jan./maart ‘15 “A” ( [verdachte 1] / [verdachte 6] / [verdachte 10] ) – maart ‘15 UK, Gucci, Ami, Keta ( [verdachte 6] / [verdachte 9] / [verdachte 1] , [verdachte 12] / [verdachte 3] ) – mei ‘15 Productie synth. drugs ( [verdachte 3] / [verdachte 12] / [verdachte 5] ) – maart t/m mei ‘15 Drugs algemeen ( [verdachte 5] / [verdachte 3] / [verdachte 4] / [verdachte 8] ) – feb/mrt/mei ‘15 Zaakdossier 10B Zaakdossier 10B beschrijft de vermeende betrokkenheid van de verdachten [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 6] , [verdachte 7] en [verdachte 11] bij de productie c.q. handel in drugs dan wel voorbereidingshandelingen daartoe. Zulks is in dit zaakdossier voornamelijk gebaseerd op opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC), tapverslagen en observaties. Dit wordt bovendien aangevuld met verwijzingen naar de zaakdossiers 2 (gekwalificeerde diefstal [slachtoffer 1] ), 5 (afpersing [slachtoffer 5] ), 7 (export amfetamine/hennep), 8 (hennepplantage Duitsland) en 10A (hiervoor beschreven). Overwegingen De rechtbank constateert dat de zaakdossiers 10A en 10B inderdaad sterke aanwijzingen bevatten dat de verdachte betrokken was bij drugshandel dan wel soortgelijke strafbare feiten. Die aanwijzingen ziet de rechtbank vooral in de opgenomen communicatie, al dan niet in versluierd taalgebruik. Die aanname van de politie lijkt voor het overgrote deel dus niet uit de lucht gegrepen te zijn. Evenwel constateert de rechtbank ook dat van concrete, daadwerkelijke geconstateerde strafbare drugsdelicten nauwelijks is gebleken. Uitzonderingen hierop vormen de in Duitsland aangetroffen hennepplantage (zaakdossier 8) die gelieerd zou kunnen worden aan onder meer [verdachte 2] en [verdachte 13] , de onderschepte geëxporteerde amfetamine door [verdachte 16] (zaakdossier 7) en diverse kleinere hoeveelheden drugs die zijn aangetroffen bij huiszoekingen bij van enkele van de verdachten. Maar dat er daarbij sprake is geweest van een criminele organisatie in de zin van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband kan niet worden vastgesteld. De rechtbank krijgt op basis van het dossier de indruk dat juist sprake lijkt te zijn van diverse individuen die op eigen titel en met elk hun eigen belang betrokken zijn in de drugshandel. Dat [verdachte 9] in veel van de onderschepte communicatie voorkomt is verklaarbaar omdat het overgrote deel van het bewijsmateriaal afkomstig is van een aan hem toegeschreven BlackBerry. De rechtbank ziet hieromheen echter geen duurzaamheid en eenduidige structuur, laat staan hiërarchie. Er ontstaat een beeld van individuen die elkaar ad hoc weten te vinden indien de gelegenheid zich voordoet of die gebruik weten te maken van elkaars kennis of contacten. De vermoedens over het bestaan van een criminele drugsorganisatie zoals tenlastegelegd worden niet of onvoldoende onderbouwd met concrete feiten. En de enkele omstandigheid dat, op [verdachte 16] na, de betrokkenen lid zijn van de Bandidos, is onvoldoende om te spreken van een dergelijk samenwerkingsverband nu er evenmin een directe relatie zichtbaar is tussen de vermeende drugshandel en de motorclub. Conclusie Hoewel het dossier wel degelijk sterke aanwijzingen bevat dat sprake is van drugshandel door verschillende personen, is de rechtbank van oordeel dat niet gesproken kan worden van een “organisatie”, te weten een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur. Het voorgaande betekent dat niet is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet. De rechtbank zal de verdachte dus vrijspreken van deelneming aan een criminele drugsorganisatie. 3.4.7 Hasjiesj (ZD 10B / feit 7) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen, net als de verdediging, bewezen dat de verdachte op 27 mei 2015 in totaal ongeveer 255,99 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad. 3.4.8 Witwassen (ZD 12A / feit 8) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte samen met medeverdachte [verdachte 19] en [naam VOF] ongeveer 352 duizend euro heeft witgewassen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Niet gespecificeerde omzet in de onderneming [naam VOF] De politie heeft voor de onderzoeksperiode van 1 januari 2010 tot 27 mei 2015 onderzoek gedaan naar (de contante geldstroom
  1. in)onderneming [naam VOF] . [verdachte 19] was gedurende de hele periode vennoot van deze onderneming en [verdachte 2] was tot 14 juni 2014 vennoot van deze onderneming. Daartoe heeft de politie ten eerste de zakelijke bankrekening van de onderneming geanalyseerd op contante stortingen en contante opnames. Daaruit bleek van 729.096,29 euro aan contante stortingen over de jaren 2009 tot en met 2015, waarvan 106.302,15 euro al in 2009 werd gestort. In de onderzoeksperiode betrof het dus (729.096,29 - 106.302,15 =) 622.794,14 euro. Nader onderzoek leerde dat een bedrag van 344.517,96 euro daarvan kon worden verklaard met privéstortingen (25.175,63 euro), opnamen van de Duitse zakelijke bankrekening (86.900,00 euro) en contant afgerekende facturen (232.442.33 euro). Bij onderzoek in de administratie bleek dat op de meeste omzetrekeningen reguliere omzet geboekt leek te zijn die verantwoord was per factuur/debiteur. Uitzonderingen daarop waren de omzetrekeningen auto’s (#8000), verhuizing (#8013) en money collect (#8030). Deze boekingen waren niet onderverdeeld naar onderliggende facturen of vrachten, maar alleen als een totaalbedrag verantwoord. Ook werden er geen onderliggende documenten zoals vrachtbrieven of facturen hiervoor in de bedrijfsadministratie aangetroffen. De omvang van deze niet gespecificeerde contante omzet was 375.448,05 euro over de jaren 2010 tot en met 2014. Uit het onderzoek van de politie is niet gebleken waar dit geld vandaan kwam. Gelet op hetgeen de verdachte verweten wordt, namelijk het leiding geven aan gewoontewitwassen, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of dit geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf. Uitgangspunt De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf‘, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp ‘uit enig misdrijf’ afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Overwegingen van de rechtbank Op grond van de hiervoor weergegeven niet gespecificeerde omzet van 375.448,05 euro, acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Dat vermoeden wordt bovendien versterkt door de geconstateerde betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij in Duitsland (zaakdossier 8), waarvoor hij bij dit vonnis ook zal worden veroordeeld. Uit dat zaakdossier blijkt van een grote hennepplantage waarvan de verdachte een van de initiators, en kennelijk ook een van de begunstigden van de opbrengst was. Voorts ziet de rechtbank aanwijzingen voor de betrokkenheid bij drugshandel in diverse afgeluisterde gesprekken, zoals weergegeven in zaakdossier 10B. Zaakdossier 10B beschrijft de vermeende betrokkenheid van onder meer de verdachte bij de productie c.q. handel in drugs dan wel voorbereidingshandelingen daartoe. Hij zal worden vrijgesproken van deelneming aan de criminele Opiumwet-organisatie, maar dat laat onverlet dat het zaakdossier wel degelijk aanwijzingen bevat voor betrokkenheid bij drugshandel. Dat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van dat geldbedrag. De verdachte heeft bij de politie geen verklaring afgelegd. Bij de rechter-commissaris op 8 januari 2018 en ter terechtzitting van 26 mei 2021 heeft hij wel verklaringen afgelegd. Die luidden - kort gezegd – dat de onderneming [naam VOF] ook contante omzet genereerde en dat hijzelf contante inkomsten genoot uit incassowerkzaamheden, die hij vervolgens aan zijn vader (opmerking rechtbank: [verdachte 19] ) gaf ten behoeve van de onderneming en die vervolgens geboekt werden als money collect. De rechtbank constateert dat de politie, ook naar aanleiding van de verklaringen van de accountants, reeds onderzoek heeft gedaan naar de herkomst van de niet gespecificeerde omzet. Daartoe heeft zij de administratie onderzocht, het overige beslag dat gelegd is bij de onderneming en de verdachten, alsmede de digitale bestanden zoals e-mails en telefoontaps. Uit al dat onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat daadwerkelijk sprake was van dergelijke hoeveelheden contante omzet uit verhuizingen of incassowerkzaamheden. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van niet gespecificeerde omzet niet kan worden aangemerkt als een verklaring, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Immers, is de verklaring ten eerste niet concreet. De verdachte heeft enkel verklaard dat het om ‘tientallen’ incasso’s per jaar ging en dat hij zo’n 150.000 tot 200.00 euro zou hebben verantwoord in de boeken, hetgeen hij later corrigeerde tot zo’n 110.00 euro, overeenkomstig de totale post ‘money collect’ in de administratie. Overigens kan dat dan weer niet kloppen met de stelling dat onder money collect ook contante inkomsten uit verhuizingen vielen. Om welke bedragen het concreet en per incasso zou gaan, is niet duidelijk geworden. Verder is de verklaring ook volstrekt niet verifieerbaar. Pas ter terechtzitting van 26 mei 2021 is een schriftelijke verklaring overgelegd van [betrokkene 10] gedateerd 25 mei 2021 inhoudende niet meer dan een (feitelijk de-auditu) verklaring dat de verdachte incassowerkzaamheden zou hebben gedaan voor ene inmiddels overleden meneer [betrokkene 11] . Er kan ook anderszins op geen enkele wijze worden afgeleid of daadwerkelijk sprake is van, en zo ja hoeveel, contante inkomsten uit incassowerkzaamheden. Zo zijn er geen notities of agenda’s en dergelijke met bijvoorbeeld data, prijzen en opdrachtgevers en dergelijke overgelegd, aan de hand waarvan een controle zou kunnen plaatsvinden. Het voorgaande maakt dan ook dat de rechtbank van oordeel is dat de verklaring van de verdachte onvoldoende tegenwicht biedt tegen de verdenking om (nieuw) nader onderzoek te rechtvaardigen. Feitelijk was de verklaring van de verdachte reeds weerlegd in het einddossier. Daarom is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de niet gespecificeerde omzet onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit ook wist. Nu het money collect verhaal naar het oordeel van de rechtbank enkel wordt opgehangen om een draai te geven aan de onverklaarbare contante stortingen, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte als vennoot en medepleger op de hoogte was en verantwoordelijk is voor het totale bedrag aan contante stortingen. Verdachte heeft deze geldbedragen samen met zijn mededader [verdachte 19] voorhanden gehad en omgezet en daarvan de herkomst verhuld door die geldbedragen in strijd met de waarheid te doen boeken in de administratie van de onderneming. Feitelijk leiding geven De verdachte was niet de persoon die de onderneming feitelijk leidde, de administratie voerde en de contacten met de accountant onderhield. Daarom kan hij niet gekwalificeerd worden als feitelijk leidinggever en zal hij vrijgesproken worden van het onder 8. primair ten laste gelegde feitelijk leiding geven aan (opzet- dan wel schuld)witwassen door de onderneming [naam VOF] . Gewoonte Gelet op de totale hoogte van het witgewassen geldbedrag, de frequentie en de periode van ruim vijf jaren, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van gewoontewitwassen. Medeplegen Wel is de rechtbank van oordeel dat er bij het bewezenverklaarde gewoontewitwassen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [verdachte 19] en [naam VOF] . Conclusie Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het onder 8. subsidiair ten laste gelegde medeplegen van gewoontewitwassen van 352.671,55 euro bewezen. De rechtbank merkt bij het bedrag nog het volgende op. Uit het dossier blijkt van in totaal 375.448,05 euro niet gespecificeerde omzet in de onderzoeksperiode van 1 januari 2010 tot 27 mei 2015. De verdachte was evenwel sinds na 14 juni 2014 geen vennoot meer in de onderneming en daarna bleken ook de contante stortingen aanzienlijk te verminderen. Uit de analyse van de niet gespecificeerde omzet in 2014 (pg. 282-283) kan worden afgeleid dat een bedrag van 22.776,50 euro (of 18.823,50 excl. 21% BTW) is verantwoord ná 14 juni 2014 en dat het totaalbedrag van 375.448,05 euro hiermee dus moet worden verminderd. 3.4.9 Witwassen (ZD 12B / feit 9) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Contante inkomsten en uitgaven De politie heeft voor de onderzoeksperiode van 27 mei 2009 tot en met 27 mei 2015 onderzoek gedaan naar de contante inkomsten en uitgaven van de verdachte en zijn echtgenote. Daartoe heeft zij ten eerste de bankrekeningen van de verdachten geanalyseerd op contante stortingen en contante opnames. De verdachte was in de onderzoeksperiode bestuurder van de ondernemingen [naam VOF] , [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] . Daarom heeft de politie ook de bankrekeningen en administratie van die ondernemingen geanalyseerd. Verder heeft zij onderzoek gedaan naar overige contante privé-inkomsten en -uitgaven. Ook heeft zij beredeneerd wat de contante begin- en eindsaldi waren. Uit de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende overzicht van contante inkomsten en uitgaven af. Post Ontvangsten Uitgaven a. [naam VOF] € 2.070,00 € 3.227,45 b. [naam bedrijf 1] € 54,878,53 € 0,00 c. [naam bedrijf 2] € 818,45 € 0,00 Banktransacties d. [rekeningnummer 1] € 5.413,28 € 96.575,19 e. [rekeningnummer 2] € 3.240,00 € 0,00 f. ICS/Visacard € 0,00 € 2.790,00 g. [rekeningnummer 3] € 0,00 € 52.660,00 h. Money transfers € 0,00 € 2.000,00 Overige contante uitgaven i. Leningen € 0,00 € 39.535,79 j. Aan- en verkoop voertuigen € 74.595,00 € 66.150,00 k. Onderhoud motorfiets € 0,00 € 4.997,90 l. Facturen/kwitanties € 0,00 € 2.111,16 m. Verzekeringen € 0,00 € 39.316,45 n. BlackBerry's € 0,00 € 3.704,44 o. Contributie Bandidos € 0,00 € 3.080,00 p. Verdovende middelen € 0,00 € 750,00 Totaal € 141.015,26 € 316.898,38 De rechtbank merkt daarbij nog het volgende op: ad a. [naam VOF] De rechtbank heeft, overeenkomstig het standpunt van de verdediging, de niet aan een specifieke vennoot te herleiden contante stortingen in het voordeel van verdachte niet toegerekend aan de verdachte. Dit is conform het uitgangspunt van de politie in de zaak tegen mede-vennoot [verdachte 19] . ad b. [naam bedrijf 1] De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte een vordering van 26.952 euro is voldaan en daarmee dus (naar de rechtbank begrijpt: contante) inkomsten zijn genoten. De rechtbank constateert dat de verdachte hierover zelf niets heeft verklaard en dat deze stelling niet verder onderbouwd is. Deze stelling vindt geen steun in het dossier of is ook overigens niet aannemelijk geworden. De rechtbank schuift deze stelling dus terzijde. ad c. [naam bedrijf 2] De politie had een contante kasstorting van 600 euro geminderd op het uiteindelijk resterende kasgeld eind 2014 zoals dat uit de administratie bleek, omdat die storting niet geboekt bleek. Die storting was echter al van mei 2014 en het is dus niet zonder meer duidelijk dat die geminderd moet worden op het restant van het kasgeld. Die storting van 600 euro heeft de rechtbank dus – in het voordeel van de verdachte – buiten beschouwing gelaten. De raadsman heeft voorts bepleit dat de voorraad met een verkoopwaarde van 127.000 euro uiteindelijk helemaal is verkocht, voornamelijk aan particulieren; bedragen zijn niet meer te bepalen. De rechtbank constateert dat deze verkopen en de daarmee samenhangende inkomsten niet blijken uit de administratie, dat de verdachte hierover geen verklaring heeft afgelegd, dat deze stelling niet nader onderbouwd is en ook overigens niet aannemelijk is geworden. De rechtbank schuift deze stelling dus terzijde. ad g. Stortingen op rekening [rekeningnummer 3] t.n.v. [verdachte 1] Anders dan de politie is de rechtbank van oordeel dat de door de verdachte en/of zijn echtgenote gestorte bedragen tot een totaalbedrag van 52.660,00 euro wel degelijk aan de verdachte kunnen worden toegerekend als contante uitgaven. De verdachte heeft hierover geen verklaring afgelegd. Bij de rechter-commissaris is hem op 8 januari 2018 wel gevraagd naar de contante stortingen die hij voor [verdachte 1] deed. Daarop verklaarde hij dat hij geld kreeg van een kennis van [verdachte 1] om op de rekening van [verdachte 1] te storten, maar dat zou dan gaan om de 2.000 euro aan money transfers. Die verklaring ziet ten eerste niet op de contante stortingen op de bankrekening van [verdachte 1] , maar is verder op geen enkele wijze onderbouwd – verdachte wilde ook geen namen noemen – en aannemelijk geworden. ad j. Aan- en verkoop motorvoertuigen Mede naar aanleiding van de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 26 mei 2021 heeft de rechtbank de aan- en verkoop van diverse motorvoertuigen buiten beschouwing gelaten, te weten: de Harley Davidson ( [kenteken 2] ), omdat niet vastgesteld kan worden of de verdachte dan wel medeverdachte [verdachte 6] of diens vader de aankoop van deze motor heeft betaald; de Mercedes-Benz ( [kenteken 3] ), omdat de verkoop van deze auto plaatsvond na de ten laste gelegde periode; de Audi A6 ( [kenteken 4] ), omdat het aan- en verkoopbedrag van deze auto volgens de verklaring van de verdachte hetzelfde was; de Piaggio ( [kenteken 5] ), omdat de aankoop van deze bromfiets plaatsvond voor de ten laste gelegde periode; de Aixam ( [kenteken 6] ), omdat de opbrengst van de verkoop van deze brommobiel ten gunste kwam van de schoonmoeder van de verdachte. Dit heeft overigens geleid tot een matiging van de uitgaven van 38.600 euro en een matiging van de ontvangsten van 19.300 euro ten opzichte van het overzicht zoals zich dat in het dossier bevindt (pg. 450), zijnde per saldo 19.300 euro. Voorts overweegt de rechtbank over deze voertuigen nog het volgende. De verdachte heeft gesteld dat de bedragen genoemd bij de Mercedes-Benz ( [kenteken 7] ) veel te hoog zijn. Die stelling heeft hij echter niet voorzien van nadere argumenten of onderbouwing. De rechtbank is daarom dus uitgegaan van de door de politie opgevoerde bedragen. Overeenkomstig de verklaring van de verdachte heeft de rechtbank wel de verkoopprijs van de Adly Moto ( [kenteken 8] ) verhoogd van 300 euro naar 2.500 euro. Deze wijziging is reeds in de bewijsmiddelen opgenomen. Dit heeft geleid tot een verhoging van de ontvangsten van 2.200 euro ten opzichte van het overzicht zoals zich dat in het dossier bevindt (pg. 450). ad i. Leningen De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte deze leningen altijd onder zich heeft gehouden en gebruikt heeft voor (korte) investeringen. De rechtbank constateert dat deze suggestie van de raadsman, waarover door de verdachte overigens niet is verklaard, geen enkele steun vindt in het dossier en ook overigens niet aannemelijk is. In het geval de verdachte de gelden onder zich gehouden zou hebben, zou hij bij zijn belastingaangiftes daarvan melding hebben moeten doen, hetgeen niet het geval geweest is. ad k. Onderhoud motorfietsen De verdachte heeft verklaard dat alle motorreparaties van de andere leden via hem gingen en dat hij dus zelf geen uitgaven heeft gedaan voor onderhoud van zijn motor. De rechtbank schuift deze verklaring als niet aannemelijk terzijde, temeer nu bij [verdachte 11] notities zijn aangetroffen over reparatiewerkzaamheden met daarbij niet alleen de naam van verdachte, maar ook de namen van veel andere clubleden. ad n. BlackBerry’s De verdachte heeft verklaard dat hij dergelijke telefoontoestellen onder commissie verkocht voor een bedrijf genaamd [naam bedrijf 3] en in dat kader die telefoons in consignatie kreeg en per verkochte telefoon commissie kreeg. Volgens de raadsman zou sprake zijn van 44 verkochte telefoons, waardoor er in totaal 26.400 euro inkomen zou zijn geweest en de berekende aanschafwaarde van ruim 3.700 euro geschrapt moet worden. De rechtbank volgt deze stelling van de verdediging niet. Uit het dossier volgt dat de door de politie in de berekening betrokken telefoons her en der in de woning van verdachte zijn aangetroffen,. Voorts bevonden deze telefoons zich niet in een verpakking, hetgeen niet past in het in consignatie onder je hebben ten behoeve van de doorverkoop. Kasopstelling Het voorgaande leidt tot de volgende kasopstelling. Beginsaldo kas € 0,00 +/+ Contante ontvangsten € 141.015,26 -/- Eindsaldo kas € 4.916,95 = Beschikbaar contant geld € 136.098,31 -/- Feitelijk gedane contante uitgaven € 316.898,38 = Saldo € -180.800,07 De som van het beginsaldo (0 euro) en de contante ontvangsten (141.015,26 euro) minus het eindsaldo (4.916,95 euro) vormen samen het bedrag dat beschikbaar was voor uitgaven, te weten: 136.098,31 euro. De daadwerkelijke uitgaven bedragen 316.898,38 euro. Dat betekent dat de verdachte en zijn echtgenote in werkelijkheid (316.898,38 - 120.126,54 =) 180.800,07 euro méér contant hebben uitgegeven dan zij contant beschikbaar zouden hebben gehad. Nu je geen contant geld kunt uitgeven dat je niet fysiek in je portemonnee hebt, betekent dit dat er sprake moet zijn van een andere bron van inkomsten. Uit het onderzoek van de politie is niet gebleken waar dit geld vandaan kwam. Gelet op hetgeen de verdachte verweten wordt, namelijk (gewoonte)witwassen, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of dit geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf. Uitgangspunt De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp ‘uit enig misdrijf’ afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Overwegingen van de rechtbank Op grond van de hiervoor weergegeven kasopstelling, waaruit blijkt van 180.800,07 euro met een onbekende herkomst, acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Dat vermoeden wordt bovendien versterkt door de geconstateerde betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij in Duitsland (zaakdossier 8), waarvoor hij bij dit vonnis ook zal worden veroordeeld. Uit dat zaakdossier blijkt van een grote hennepplantage waarvan de verdachte één van de initiators en kennelijk ook één van de begunstigden van de opbrengst was. Voorts ziet de rechtbank aanwijzingen voor de betrokkenheid bij drugshandel in diverse afgeluisterde gesprekken, zoals weergegeven in zaakdossier 10B. Zaakdossier 10B beschrijft de vermeende betrokkenheid van onder meer de verdachte bij de productie c.q. handel in drugs dan wel voorbereidingshandelingen daartoe. Hij zal worden vrijgesproken van deelneming aan de criminele Opiumwet-organisatie, maar dat laat onverlet dat het zaakdossier wel degelijk aanwijzingen bevat voor betrokkenheid bij drugshandel. Dat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van dat geldbedrag. De verdachte heeft bij de politie geen verklaring afgelegd. Bij de rechter-commissaris op 8 januari 2018 en ter terechtzitting van 26 mei 2021 heeft hij wel verklaringen afgelegd. Die luiden - kort gezegd – dat de verdachte contante inkomsten genoot uit incassowerkzaamheden, waarvan hij een deel in de onderneming [naam VOF] stopte en een ander deel, geschat op ongeveer 100.000 euro privé behield. De rechtbank stelt voorop dat dit bedrag van 100.000 euro ten eerste volstrekt niet voldoende is om het kastekort van 180.800,07 euro te verklaren. Echter, en bovenal, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van dit geldbedrag niet kan worden aangemerkt als een verklaring, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is, terwijl verdachte een dergelijk bedrag niet heeft opgenomen in zijn belastingaangiftes. Immers, is de verklaring ten eerste niet concreet. De verdachte heeft enkel verklaard dat het om ‘tientallen’ incasso’s per jaar ging en dat hij zo’n 200.00 euro daarmee zou hebben verdiend, waarvan ongeveer de helft in de onderneming is gestort. Om welke bedragen het concreet en per incasso zou gaan, is niet duidelijk geworden. Verder is de verklaring ook volstrekt niet verifieerbaar. Pas ter terechtzitting van 26 mei 2021 is een schriftelijke verklaring overgelegd van [betrokkene 10] gedateerd 25 mei 2021 inhoudende niet meer dan een (feitelijk de-auditu) verklaring dat de verdachte incassowerkzaamheden zou doen voor een inmiddels overleden meneer [betrokkene 11] . Er kan verder op geen enkele wijze worden afgeleid of daadwerkelijk sprake is van, en zo ja hoeveel contante inkomsten uit incassowerkzaamheden. Zo zijn er geen notities of agenda’s en dergelijke met bijvoorbeeld data, prijzen en opdrachtgevers overgelegd, aan de hand waarvan een controle zou kunnen plaatsvinden. Voorts had de politie in het onderzoek naar de onderneming [naam VOF] ook al onderzoek gedaan naar het bestaan van die incassowerkzaamheden. Daartoe heeft zij de administratie onderzocht, het overige beslag dat gelegd is bij de onderneming en de verdachten, alsmede de digitale bestanden zoals e-mails en telefoontaps. Uit al dat onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat daadwerkelijke sprake was van dergelijke incassowerkzaamheden. Het voorgaande maakt dan ook dat de rechtbank van oordeel is dat de verklaring van de verdachte onvoldoende tegenwicht biedt tegen de verdenking om (nieuw) nader onderzoek te rechtvaardigen. Daarom is er geen andere conclusie mogelijk dan dat die 180.800,07 euro onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit ook wist. De verdachte heeft deze contante geldbedragen voorhanden gehad, omgezet en daarvan gebruik gemaakt, zoals uit de bewijsmiddelen blijkt. De rechtbank acht dus bewezen dat verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van in totaal 180.800,07 euro. Overige geldbedragen Aan de verdachte is ten laste gelegde dat hij in totaal 502.255,86 zou hebben witgewassen. Uit het dossier (pg. 43) kan worden afgeleid dat de overige ruim 300 duizend euro gebaseerd is op het geld dat de verdachte via de onderneming [naam VOF] zou hebben witgewassen (zaakdossier 12A, 261.370,09 euro) en op de vermeende investering in de hennepplantage in Duitsland (zaakdossier 8, 52.500 euro). De rechtbank zal de verdachte daarvan dus partieel vrijspreken. De onverklaarbare geldstroom in de onderneming [naam VOF] is al voorwerp van witwassen in zaakdossier 12A. Daarvoor zal de verdachte ook worden veroordeeld. Dat kan dus niet nogmaals worden betrokken in dit zaakdossier. De vermeende investering in de hennepkwekerij in Duitsland is op basis van een afgeluisterd gesprek tussen niet bij de kwekerij betrokken personen gerelateerd aan de eveneens vermeende opbrengst die de Duitse politie heeft berekend op basis van steekproeven. Daaruit zou blijken van een opbrengst van 35 kilogram hennep uit de geoogste 588 planten. Opvallend is dat een dergelijke opbrengst vele malen hoger is dan de gangbare opbrengst waar de Nederlandse justitie van uitgaat in het BOOM rapport. De rechtbank acht een en ander onvoldoende duidelijk om te kunnen stellen dat de totale investering inderdaad 105.000 euro bedroeg én om vast te kunnen stellen dat de verdachte daarvan de helft zou hebben ingelegd. De rechtbank zal de verdachte dus partieel vrijspreken van het witwassen voor zover dat het bedrag van 180.800,07 euro overstijgt. Medeplegen Aan de verdachte wordt verweten dat hij genoemd geldbedrag samen met een ander of anderen heeft witgewassen. De verdachte vormde een economische eenheid met zijn echtgenote. Het dossier bevat ook aanwijzingen dat zij betrokken was bij de financiële huishouding binnen het gezin en de diverse ondernemingen. Daarnaast hebben verdachte en zijn echtgenote contante geldbedragen gestort ten behoeve van en op de rekening van medeverdachte [verdachte 1] . De rechtbank is echter van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat sprake is van een nauwe een bewuste samenwerking tot witwassen tussen de verdachte en zijn echtgenote, zodat de verdachte partieel wordt vrijgesproken van het medeplegen. Gewoonte Gelet op de totale hoogte van het witgewassen geldbedrag, de frequentie en de periode van zes jaren, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. Conclusie Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het onder 9. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat sprake is van een witgewassen bedrag van 180.800,07 euro en dat de verdachte partieel wordt vrijgesproken van het medeplegen. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht ten laste van de verdachte bewezen dat: feit 1: hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten: - bedreiging (art. 285 Sr) en - openlijk geweld (art. 141 Sr); feit 3 primair: hij in de periode van 29 december 2014 tot en met 9 januari 2015 in de gemeente Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een personenauto (merk VW Touareg kenteken [kenteken 1] ), immers zijn/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte (-zakelijk weergegeven-) - bij die [slachtoffer 5] aan de deur geweest en een kennelijk eerder geleend geldbedrag terug geëist en - heel dicht tegen die [slachtoffer 5] aan gaan staan en - toen op dwingende en dreigende toon aan die [slachtoffer 5] om de autosleutels van de VW Touareg gevraagd; feit 4: hij in de maand maart 2015 in Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 1] ) (in totaal) ongeveer 1707 hennep-planten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; feit 5 subsidiair: hij op 7 mei 2015 te Sittard, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] , welk geweld bestond uit (het met een boksbeugel) slaan en trappen/schoppen van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , terwijl dit slaan en trappen/schoppen voor die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad; feit 7: hij op 27 mei 2015 in de gemeente Roermond opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 255,99 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; feit 8 subsidiair: hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 16 juni 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, a. van voorwerpen, te weten meerdere geldbedragen tot een totaal van 352.671,55 euro, de werkelijke aard, de herkomst, heeft verhuld, en b. voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedragen tot een totaal van 352.671,55 euro, heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en gebruik van gemaakt, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat die voornoemde geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, zulks terwijl verdachte en zijn mededaders van het plegen van voormelde feiten een gewoonte hebben gemaakt; feit 9 primair: hij op meerdere tijdstippen in de periode van 27 mei 2009 tot en met 27 mei 2015 in Nederland, (b.) voorwerpen, te weten meerdere geldbedragen tot een totaal van 180.800,07 euro, heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en van voorwerpen, te weten meerdere geldbedragen tot een totaal van 180.800,07 euro, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, zulks terwijl verdachte van het plegen van voormelde feiten een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: feit 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; feit 3 primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; feit 4: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; feit 5 subsidiair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad; feit 7: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; feit 8 subsidiair: medeplegen van gewoontewitwassen; feit 9 primair: van het plegen van witwassen een gewoonte maken. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot oplegging van een gevangenisstraf van 50 maanden met aftrek van voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om af te zien van een gevangenisstraf en eventueel een andersoortige straf op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan: deelneming aan een criminele organisatie gericht op bedreiging en openlijke geweldpleging; het medeplegen van een afpersing; het medeplegen van het telen van ruim 1.700 hennepplanten in Duitsland; openlijke geweldpleging; het aanwezig hebben van 255,99 gram hasjiesj; het medeplegen van witwassen van in totaal 352.671,55 euro; het witwassen van in totaal 196.771,84 euro. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie. Deze criminele organisatie bestond uit diverse van de leden van het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos, te weten: president [verdachte 10] , vice-president [verdachte 1] , sergeants at arms [verdachte 6] en [verdachte 9] , secretary/treasurer [verdachte 13] , road captain [verdachte 2] , full members [verdachte 12] , [verdachte 4] , [verdachte 14] , [verdachte 3] en [verdachte 21] en hangaround [verdachte 15] . Deze criminele organisatie had als oogmerk het plegen van bedreigingen en openlijke geweldpleging en dat in het bijzonder tegen de motorclub Hells Angels. Het Sittardse chapter van motorclub Bandidos zorgde letterlijk en figuurlijk voor een explosieve sfeer in Sittard en omgeving. Zo vond vlak na de oprichting in maart 2014 een granaataanslag plaats op de woning van president [verdachte 10] , korte tijd later gevolgd door nog twee granaataanslagen, één op diezelfde woning en één op de woning van [verdachte 14] . Al eind maart 2014 werden enkele leden aangehouden en later ook veroordeeld wegens verboden wapenbezit. Gaandeweg werd in de zomer van 2014 de rivaliteit tussen de motorclubs Bandidos en Hells Angels openlijk zichtbaar door een confrontatie tussen die twee clubs in Alkmaar. Uit het dossier blijkt ook van een daadwerkelijke vete tussen beide clubs in Limburg, zowel uit afgeluisterde gesprekken als uit diverse incidenten. Dit alles lijkt voort te komen uit een diepgewortelde, langdurende en zich over meer landen uitstrekkende strijd om hegemonie. Die vete en de bedoelingen van het Sittardse chapter van de Bandidos kwamen uiteindelijk in januari en mei 2015 tot uiting. Op 24 januari 2015 vond een zogenaamde klopjacht plaats op leden van de Hells Angels. Meerdere leden van de Sittardse Bandidos bezochten die avond diverse plekken waar kennelijk regelmatig leden van de Hells Angels of hun sympathisanten kwamen. De bedoeling die avond was duidelijk: vechten met de Hells Angels. Toevalligerwijs werd er die avond nergens een Hells Angel aangetroffen, omdat er een clubfeest gehouden werd op een locatie die niet door de Bandidos werd bezocht. Op 7 mei 2015 was het zogezegd wel raak met de openlijke geweldpleging bij café [naam café 1] in Sittard en de provocatie van de Hells Angels daarna in Kerkrade. Hierdoor kreeg het Sittardse chapter meer en meer een bedreigende en gewelddadige reputatie. Het wilde de enige motorclub in de omgeving, of zelfs van heel Nederland, worden. Alles was erop gericht de baas te zijn. Dit werd onderling besproken en ook uitgedragen door intimidaties en geweld. Los van het voorgaande, bleken er nog tal van omstandigheden die duidden op de criminele aard van het samenwerkingsverband. Zo probeerde men op allerlei manieren uit het zicht van politie en justitie te blijven. Leden werden gemaand voorzichtig om te gaan met communicatiemiddelen, men had zogenaamde PGP-telefoons, er werd een heuse coöperatie opgericht die als dekmantel had te gelden voor een clubhuis, waarbij ook wachtgelopen werd en men bleek in staat om een – doorgaans vertrouwelijk – strafdossier in bezit te krijgen. Deze omstandigheden staan weliswaar niet in directe relatie tot de bedreigingen en het geweld tegen de Hells Angels, maar tonen wel het karakter van de club. Kortom, de aanwezigheid van het Sittardse chapter van de Bandidos zorgde voor een aantasting van de openbare orde. Het liet zich leiden door territoriumdrift en plaatste zichzelf buiten de democratische rechtsorde. De rechtbank acht voor de deelneming aan deze criminele organisatie in beginsel een gevangenisstraf van 9 maanden voor de leden en 12 maanden voor de leiders van die organisatie passend. Openlijke geweldpleging De openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 bij café [naam café 1] startte met een kopstoot die de verdachte uitdeelde. Duidelijk is dat personen die een functie uitoefenden in de club de andere leden voorgingen in het geweld. En wat volgde was een ware escalatie van geweld, waarbij zelfs nog een poging tot doodslag plaatsvond. Al dit geweld vond plaats in het kader van de kennelijke territoriumdrift van het Sittardse chapter van de Bandidos en hun vijandigheid tegen de Hells Angels. Bovendien was sprake van nietsvermoedende slachtoffers die zonder enige aanleiding daartoe te grazen werden genomen door een veel grotere groep in colors geklede leden van de Sittardse Bandidos, waartegen ze totaal kansloos waren. Geen eerlijk gevecht, maar volstrekt zinloos geweld dus. En dat is strafverzwarend. De rechtbank acht voor het aandeel van de verdachte in deze openlijke geweldpleging in beginsel een gevangenisstraf van 8 maanden passend. Afpersing Verder heeft de verdachte een slachtoffer afgeperst tot de afgifte van een Volkswagen Touareg. Het dossier bevat aanwijzingen van een schuld of een conflict of twist over geld. Uiteindelijk heeft de verdachte door de auto af te persen voor eigen rechter gespeeld.. De rechtbank acht voor deze afpersing in beginsel een gevangenisstraf van 3 maanden passend. Hennepteelt Voorts heeft de verdachte een initiërende/leidende rol gehad bij een grote hennepplantage van ruim 1.700 planten in Duitsland. Hoewel de kwekerij relatief snel ontdekt werd en slechts één keer een deel van de volledige capaciteit geoogst was, had deze grote plantage zomaar een opbrengst kunnen genereren van zo’n 150.000 euro per volledige oogst. Het telen van hennep is strafbaar en gaat veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit zoals de handel in die hennep, witwassen, maar ook geweld. De omvang van de plantage duidt ook op professionaliteit en het vermoeden van eerdere betrokkenheid bij hennepteelt. De rechtbank acht hiervoor in beginsel een gevangenisstraf van 6 maanden passend. Witwassen Ook heeft de verdachte zich gedurende een periode van zes jaren schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Zulks enerzijds tot een totaalbedrag van 352.671,55 euro met de onderneming [naam VOF] en anderzijds tot een totaalbedrag van 180.800,07 euro privé. Laatstgenoemd geldbedrag, met een criminele herkomst, heeft de verdachte kennelijk grotendeels gebruikt om in het levensonderhoud van hemzelf en zijn gezin te voorzien. Door de vele contante stortingen in de V.O.F. en de contante transacties privé heeft verdachte getracht illegale inkomstenbronnen buiten het zicht van de autoriteiten te houden. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Witwassen faciliteert bovendien het plegen van andere strafbare feiten. De rechtbank zal voor deze witwasfeiten een uitgangspunt hanteren van 18 maanden gevangenisstraf. Conclusie Het voorgaande maakt dat de rechtbank een gevangenisstraf van 44 maanden als uitgangspunt hanteert. De straf zal lager zijn dan door het Openbaar Ministerie geëist, omdat de rechtbank de verdachte voor een deel vrijspreekt, waarvoor het Openbaar Ministerie tot bewezenverklaring had gerekwireerd. Van bijzondere persoonlijke omstandigheden die in strafmatigende zin moeten meewegen in de op te leggen straf, is de rechtbank niet gebleken. Wel zal de rechtbank, soortgelijk aan het standpunt van het Openbaar Ministerie, de op te leggen straf met ongeveer 1/3 verminderen gelet op de schending van de redelijke termijn. De verdachte werd aangehouden op 27 mei 2015, terwijl de rechtbank vandaag ruim zes jaren later vonnis wijst en dit tijdsverloop niet aan de verdachte te wijten is. De rechtbank zal [verdachte 2] veroordelen tot een gevangenisstraf van 29 maanden. 7Het beslag De beslaglijst d.d. 22 mei 2021 vermeldt diverse gelbedragen (zowel euro’s al buitenlandse valuta), een motorfiets van het merk Harley Davidson voorzien van kenteken [kenteken 9] , een BlackBerry Bold telefoon, een wifi-connector, een bandrecorder, een koffer met kleding en een Breitling horloge. Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, zal dit 94-beslag opgeheven worden en dienen deze voorwerpen in beginsel te worden teruggegeven aan degene onder wie ze zijn inbeslaggenomen, zijnde verdachte. De rechtbank merkt daarbij op dat op het geld, de motorfiets en het horloge kennelijk tevens conservatoir beslag ex art. 94a Sv rust. Dit beslag ligt niet ter beoordeling aan de rechtbank voor. Dat betekent dat deze voorwerpen mogelijk alsnog niet onmiddellijk teruggegeven zullen worden. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen: 47, 57, 63, 140, 141, 317, 420bis, 420ter van het Wetboek van Strafrecht; 3, 11 van de Opiumwet; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van de feiten 2 primair en subsidiair, 5 primair, 6 en 8 primair; Bewezenverklaring verklaart de feiten 1, 3 primair, 4, 5 subsidiair, 7, 8 subsidiair en 9 primair bewezen zoals hierboven onder 3.5 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 3 primair, 4, 5 subsidiair, 7, 8 subsidiair en 9 primair tot een gevangenisstraf van 29 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; verstaat dat tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering; Beslag - gelast de teruggave van alle op de bijgevoegde beslaglijst d.d. 22 mei 2021 vermelde voorwerpen, te weten de nummers 1, 2, 3, 5, 30, 42, 43, 44, 45, 48, 49, 116, 117, 118 en 119, aan de verdachte. Dit vonnis is gewezen door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en mr. O.A.G. Corten, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is - na nadere omschrijving van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 in de gemeente Echt-Susteren en/of de gemeente Sittard-Geleen en/of de gemeente Roermond en/of de gemeente Valkenswaard en/of de gemeente Heerlen en/of de gemeente Kerkrade en/of de gemeente Schinnen, in elk geval in Nederland en/of te Borgloon (B), in elk geval in België en/of te Selfkant en/of te Alsdorf, in elk geval in Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard) en/of een samenwerkingsverband bestaande uit (onder meer) de volgende personen: [verdachte 6] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 10] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 8] en/of [verdachte 13] en/of [verdachte 14] en/of [verdachte 11] en/of [verdachte 12] en/of [verdachte 15] en/of [verdachte 17] en/of [verdachte 20] en/of [verdachte 21] en/of [verdachte 22] en/of [verdachte 16] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten: - afpersing (art. 317 Sr) en/of - diefstal met geweld (art. 312 Sr) en/of - bedreiging (art. 285 Sr) en/of - openlijk geweld (art. 141 Sr) en/of - verboden wapenbezit (art. 26 WWM); (zaak 1) 2. hij op of omstreeks 6 november 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) sleutel(
  2. s)en/of een bus (Mercedes Benz 639 Viano Cdi, gekentekend [kenteken 10] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
  3. n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft/ hebben verdachte en/of zijn medeverdachten (-zakelijk weergegeven-) - die [slachtoffer 1] ongevraagd benaderd en/of - een intimiderende sfeer gecreëerd en/of - met stemverheffing (tegen die [slachtoffer 1] ) gepraat en/of - laten blijken dat ze van (een) motorclub (Bandidos) zijn, in elk geval was voor die [slachtoffer 1] duidelijk dat hij te maken had met een of meer personen van (een) motorclub (Bandidos) en/of de indruk laten ontstaan dat er geweld gebruikt zou worden; (zaak 2)PowerTerm subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 6 november 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bus (Mercedes Benz 639 Viano Cdi, gekentekend [kenteken 10] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(
  4. n)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten een onbevoegd gebruikte sleutel van die auto; 3. hij in of omstreeks de periode van 29 december 2014 tot en met 9 januari 2015 in de gemeente Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  5. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een personenauto (merk VW Touareg kenteken [kenteken 1] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of zijn medeverdachte(
  6. n)(-zakelijk weergegeven-) - bij die [slachtoffer 5] aan de deur geweest en/of een kennelijk eerder geleend geldbedrag terug geëist en/of - een onbekend gebleven persoon heel dicht tegen die Krielaert aan ging staan en/of dat toen op dwingende en/of dreigende toon aan die [slachtoffer 5] om de autosleutels van de VW Touareg werd gevraagd; (zaak 5) subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 9 januari 2015 in de gemeente Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto( VW Touareg, gekentekend [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(
  7. n)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten een onbevoegd gebruikte sleutel van die auto; 4. hij op of omstreeks 19 maart 2015, in elk geval in de maand maart 2015 in de gemeente Viersen, in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de Eichenerstrasse 29) een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten (in totaal) ongeveer 1707 hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(zaak 8) 5. hij op of omstreeks 7 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 7] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door die [slachtoffer 7] een kopstoot te geven en/of met een vuist (hard) op/tegen het hoofd te slaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 9) subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 7 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de [adres 2] , in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (onder meer) [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , welk geweld bestond uit (het met een boksbeugel) slaan en/of trappen/schoppen van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , terwijl dit slaan en/of trappen/schoppen voor die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , enig lichamelijke letsel tengevolge heeft gehad; 6. Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 te Maasbracht, in de gemeente Maasgouw, en/of in de gemeente Roermond en/of in de gemeente Valkenswaard en/of te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, en/of in de gemeente Heerlen en/of te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, en/of te Oisrsbeek, in de gemeente Schinnen, in elk geval in Nederland en/of te Borgloon, in elk geval in België en/of te Selfkant, in elk geval in Duitsland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard) en/of een samenwerkingsverband bestaande uit (onder meer) de volgende personen: [verdachte 6] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 13] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 12] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 11] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 10] en/of [verdachte 16] en/of [partner verdachte 3] welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven), als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet, namelijk: - het aanwezig hebben en/of telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  8. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of - het verrichten van voorbereidings- of bevorderingshandelingen gericht op het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  9. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of - het in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (een) middel(
  10. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of - van het (van grote hoeveelheden) binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  11. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; (vanaf 1 maart 2015 art 11b van de Opiumwet) (zaak 10A+B) 7. hij op of omstreeks 27 mei 2015 in de gemeente Roermond opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 255,99 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; (zaak 10b) 8. De rechtspersoon [naam VOF] , op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 juni 2014, (telkens) in de gemeente Roermond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  12. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  13. n)op dat/die voorwerp(
  14. en)was/waren, te weten voornoemd(
  15. e)geldbedrag(
  16. en)of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(
  17. e)geldbedrag(en), voorhanden had(den), en/of b. voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  18. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  19. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl [naam VOF] , verdachte en/of haar mededader(
  20. s)(telkens) wist(en )dat dat/die voornoemde voorwerp(en)/geldbedrag(
  21. en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  22. e)misdrij(f)(ven), zulks terwijl verdachte en/of haar mededader(
  23. s)van het plegen van voormeld(
  24. e)feit(
  25. en)een gewoonte heeft/hebben gemaakt, tot het plegen van welk(
  26. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  27. e)feiten verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
  28. en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; (art. 420bis/ter Wetboek Strafrecht) en/of(schuldvariant) De rechtspersoon [naam VOF] , op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 juni 2014, (telkens) in de gemeente Roermond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  29. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  30. n)op dat/die voorwerp(
  31. en)was/waren, te weten voornoemd(
  32. e)geldbedrag(
  33. en)of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(
  34. e)geldbedrag(en), voorhanden had(den), en/of b. voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  35. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  36. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl [naam VOF] , verdachte en/of haar mededader(
  37. s)(telkens) redelijkerwijs moest(
  38. en)vermoeden dat dat/die voornoemde voorwerp(en)/geldbedrag(
  39. en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  40. e)misdrij(f)(ven), tot het plegen van welk(
  41. e)bovenomschreven strafba(a)r(
  42. e)feiten verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
  43. en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; (art. 420quarter Wetboek van Strafrecht) subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 16 juni 2014, (telkens) in de gemeente Roermond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  44. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(
  45. en)ten behoeve van de [naam VOF] , de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  46. n)op dat/die voorwerp(
  47. en)was/waren, te weten voornoemd(
  48. e)geldbedrag(
  49. en)of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(
  50. e)geldbedrag(en), voorhanden had(den), en/of b. voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  51. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(
  52. en)ten behoeve van de [naam VOF] , heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  53. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  54. s)(telkens) wist(
  55. en)dat dat/die voornoemde voorwerp(en)/geldbedrag(
  56. en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  57. e)misdrij(f)(ven), zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  58. s)van het plegen van voormeld(
  59. e)feit(
  60. en)een gewoonte heeft/hebben gemaakt; (zaak 12A) (Art. 420bis/ter Wetboek van Strafrecht) en/of (schuldvariant) hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 16 juni 2014, (telkens) in de gemeente Roermond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  61. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(
  62. en)ten behoeve van de [naam VOF] , de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  63. n)op dat/die voorwerp(
  64. en)was/waren, te weten voornoemd(
  65. e)geldbedrag(
  66. en)of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(
  67. e)geldbedrag(en), voorhanden had(den), en/of b. voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  68. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(
  69. en)ten behoeve van de [naam VOF] , heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  70. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 352.671,55 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  71. s)(telkens) redelijkerwijs moest(
  72. en)vermoeden dat dat/die voornoemde voorwerp(en)/geldbedrag(
  73. en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  74. e)misdrij(f)(ven); (zaak 12A) (Art. 420quater Wetboek van Strafrecht) 9. hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 27 mei 2009 tot en met 27 mei 2015, (telkens) in de gemeente Roermond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  75. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 503.255,86 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  76. n)op dat/die voorwerp(
  77. en)was/waren, te weten voornoemd(
  78. e)geldbedrag(
  79. en)of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(e)geldbedrag(en), voorhanden had(den), en/of b. voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  80. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 503.255,86 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  81. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 503.255,86 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  82. s)(telkens) wist(
  83. en)dat dat/die voornoemde voorwerp(en)/geldbedrag(
  84. en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  85. e)misdrij(f)(ven), zulks terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  86. s)van het plegen van voormeld(
  87. e)feit(
  88. en)een gewoonte heeft/hebben gemaakt; (zaak 12B) (Art. 420bis/ter Wetboek van Strafrecht) subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 27 mei 2009 tot en met 27 mei 2015, (telkens) in de gemeente Roermond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) a. van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  89. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 503.255,86 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
  90. n)op dat/die voorwerp(
  91. en)was/waren, te weten voornoemd(
  92. e)geldbedrag(
  93. en)of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten voornoemd(e)geldbedrag(en), voorhanden had(den), en/of b. voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  94. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 503.255,86 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(
  95. en)tot een totaal van (ongeveer) Euro 503.255,86 of daaromtrent, althans (telkens) een of meerdere geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  96. s)(telkens) redelijkerwijs moest(
  97. en)vermoeden dat dat/die voornoemde voorwerp(en)/geldbedrag(
  98. en)(telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
  99. e)misdrij(f)(ven); (zaak 12B) (Art. 420quater Wetboek van Strafrecht). BIJLAGE II: De bewijsmiddelen Zaakdossier 1: Deelneming aan de criminele organisatie MC Bandidos (chapter Sittard) De politie heeft onderzoek gedaan naar de oprichting van het Sittardse chapter en relateerde daarover het volgende: Uit een onderzoek op de internetsite [website] bleek dat op zaterdag 15 maart 2014 de uitreiking probationary colors aan het eerste chapter van de BMC in Nederland, het chapter Sittard, plaatsvond. [verdachte 10] is de president van dit chapter. Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte 13] op de actiedag 27 mei 2015 werd een geheugenstick aangetroffen. Het proces-verbaal over het vervolgonderzoek aan die geheugenstick vermeldt dat daarop onder meer werden aangetroffen:  ledenlijsten Bandidos;  verslagen van vergaderingen van de BMC Sittard;  financiële registratie, contributie en dergelijke door de leden BMC Sittard;  financiële registratie betaling maandelijkse contributie aan het ’Mother Chapter Marseille’. Het proces-verbaal vermeldt verslagen van 1, 8, 14, 21 en 28 januari, 4, 11, 18 en 25 februari, 6, 11, 18 en 25 maart en 1 april. Voorts werd een ongedateerd verslag aangetroffen getiteld ‘Sec meeting 2015 Unna‘. Op de geheugenstick werden drie kennelijke ledenlijsten van de Bandidos MC Sittard aangetroffen. De meest recente ledenlijst vermeldt in totaal 22 namen, waaronder zakelijk weergegeven: Name Member Probationary Prospect Hangaround President [verdachte 10] 23-08-14 15-03-14 Vice President [verdachte 1] 23-08-14 15-03-14 Sgt. at Arms [verdachte 9] 23-08-14 15-03-14 Sec/Treas [verdachte 7] 23-08-14 15-03-14 Road Captain [verdachte 2] * 21-06-14 15-03-2014 Member [verdachte 12] 23-08-14 15-03-14 Member [verdachte 4] 23-08-14 15-03-14 Member [verdachte 13] ** 21-06-14 15-03-2014 Member [verdachte 14] 21-06-14 15-03-2014 Member [verdachte 3] 15-03-14 26-07-2014 Sgt. at Arms [verdachte 6] ** 22-10-14 26-04-2014 04-04-14 Prospect [verdachte 21] *** 02-02-15 30-04-2014 Hangaround [verdachte 15] **** 17-12-14 *De rechtbank begrijpt: [verdachte 2] . ** Omstreeks april 2015 volgde [verdachte 13] [verdachte 7] op in de functie van secretary/treasurer. *** De rechtbank begrijpt: [verdachte 6] . **** De rechtbank begrijpt: [verdachte 21] . ***** De rechtbank begrijpt: [verdachte 15] . De eerder genoemde verslagen op de geheugenstick aangetroffen bij [verdachte 13] beschrijven – zakelijk weergegeven – onder meer de aan/-afwezigheid, contributie, kosten, afspraken en samenvattingen van de ‘meetings’ voor het overige, waaronder:  Het verslag ‘meeting 28 january’ dat onder meer vermeldt (pg. 331-333): “Afgelopen zaterdag is het een en ander gebeurt met hangaround [hangaround 1] van 81. (…) Zijn in cafes geweest maar staan wel op camera”. Verder vermeldt dit verslag dat iemand heeft verteld dat hij is verzocht om zijn zwijgrecht om te zetten naar een verklaring, maar dat geweigerd omdat zulks de club zou beschadigen omtrent “crim organisatie.”  Het verslag ‘meeting 18 february’ dat onder meer vermeldt (pg. 321-323): “Doorgegeven aan rood wit einde maart moet duidelijkheid zijn, als weer iets gebeurt gas er op.  Het verslag ‘meeting 25 maart’ dat onder meer vermeldt (pg. 329-330): “Afgelopen nacht is de cafe van Wilbert afgebrand.” De verslagen vermelden de volgende aanwezigen:  8 8 januari: [15 namen 1] (pg. 310).  8 28 januari: [19 namen] (pg. 331).  8 4 februari: [24 namen] (pg. 304).  8 11 februari: [22 namen] (pg. 314).  8 18 februari: [18 namen 1] (pg. 321).  8 25 februari: [15 namen 2] (pg. 326).  8 11 maart: [18 namen 2] (pg. 317)  8 18 maart: [17 namen] (pg. 323).  8 25 maart: [21 namen] (pg. 329).  8 1 april: [18 namen 3] (pg. 306). Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte 7] werd een geheugenstick aangetroffen. Het proces-verbaal over het vervolgonderzoek aan die geheugenstick vermeldt dat daarop werd aangetroffen:  het document Holland regels Bandidos  communicatie (in de Engelse taal) in nieuwsbrieven waarin melding wordt gemaakt van een conflict met ’HA’ en spanningen met ’81’. Het document ’Bandidos MC Sittard Holland – Holland regels’ zoals aangetroffen op voornoemde geheugenstick vermeldt onder meer:  Holland Meeting wordt gehouden op de eerste woensdag van de maand bij chapter Sittard, niet aanwezig zonder reden gaat jas uit tot volgende Holland Meeting;  vierentwintig uur bereikbaar en binnen half uur tel of sms berichten beantwoorden;  wordt iemand opgepakt door politie voor wat voor reden dan ook zwijgrecht tot advocaat daar is geweest en uitleg geeft over de situatie. Op 28 maart 2014 werd in de auto van [verdachte 10] een handboek aangetroffen. Deze ’Bible of the Bandidos motorcycleclub Europe’ beschrijft onder meer (in de Engelse taal) de toelatings- en lidmaatschapsregels (hangaround, prospect, probationary, full membership), contributie, onkostenvergoedingen bij voorlopige hechtenis, vergadering, clubregels, officieren, financiële verplichtingen, patches, nieuwsbrief, bmcmail en geschiedenis. De politie heeft voorts onderzoek gedaan naar diverse incidenten die plaatsvonden sinds de oprichting van het Sittardse chapter van de Bandidos MC. Daarover relateert de politie het volgende: Op 16 maart 2014 vond een granaataanslag plaats op de woning van [verdachte 10] . Op 22 maart vond wederom een granaataanslag plaats op de woning van [verdachte 10] . Op 26 maart 2014 vond de sluiting plaats van het clubhuis van de Bandidos in perceel [adres 3] te Geleen op grond van mogelijke ernstige verstoring van de openbare orde vanwege de bewoning door [verdachte 10] . Hierbij werden vier leden van de Bandidos aangehouden waaronder [verdachte 10] . Er werden meerdere vuurwapens en munitie gevonden op het perceel en in personenauto's. Op 7 mei 2014 vond een granaataanslag plaats op de woning van [verdachte 14] . Op 15 juni 2014 werd een soort van brandbom tegen de gevel van café [naam café 5] te Echt gegooid. Dit café betreft een locatie waar de Bandidos, chapter Sittard elkaar regelmatig treffen. Op 29 augustus 2014 vond een verbaal treffen tussen leden van de Bandidos en Hells Angels in Alkmaar plaats. Een fysieke confrontatie tussen beide clubs is door inzet politie voorkomen. Er werden enkele aanhoudingen verricht. Het is verder niet bekend of bij dit treffen leden van de Bandidos, chapter Sittard aanwezig waren. Op 24 januari 2015, werd door de Hells Angels een bijeenkomst gehouden in café [naam café 3] aan de Markt in Kerkrade. Hierbij waren ook leden van de Red Devils aanwezig. Op 24 januari 2015 werd door meerdere leden van de OMG Bandidos Sittard een bezoek gebracht aan de ontmoetingsplaats van de Red Devils aan de [adres 2] te Sittard (café [naam café 1] ). Op 24 januari 2015, na het bezoek aan de [naam café 1] , zijn de leden van de Bandidos door het zuiden van Limburg getrokken waarbij ze meerdere locaties, waarvan bekend is dat er regelmatig leden van de Hells Angels aanwezig zijn, bezochten. Tijdens deze bezoeken worden geen leden van de Hells Angels of Red Devils aangetroffen door de Bandidos. Op 25 januari 2015 werd gezien dat een grote groep leden van de Hells Angels vanuit het centrum van Kerkrade naar café [naam café 2] te Kerkrade liepen. Bekend is dat de uitbater van café [naam café 2] sympathiseert met de Bandidos en dat er regelmatig leden van de Bandidos daar aanwezig zijn geweest. Nadat de Hells Angels daar weer vertrokken waren, bleken de vier banden van de auto van de uitbater van café [naam café 2] te zijn lek gestoken. Ook was er met een scherp voorwerp twee maal de cijfercombinatie 81 in de lak van de auto gekrast. Op 16 maart 2015 hield een grote groep leden van de Hells Angels zich provocerend op ter hoogte van de woning van een lid van de Bandidos aan de [adres 4] te Susteren. Na enige tijd vertrok de groep zonder dat er verdere incidenten hadden plaatsgevonden. Op 25 maart 2015 wordt omstreeks 03.00 uur een brandend projectiel geworpen door de ruit van café [naam café 2] aan de [adres 5] in Kerkrade. Hierdoor ontstaat er een grote brand. In de woning boven het cafégedeelte sliep op dat moment het gezin van de uitbater dat het brandende pand tijdig kon verlaten. Het pand brandde geheel uit. Naar aanleiding van dit incident werd een verdachte op heterdaad aangehouden. Deze verdachte is een bekend lid van de Supportcrew 81, de officiële supportclub van de Hells Angels uit Kerkrade. Op 7 mei 2015, omstreeks 20.20 uur, werden drie leden van de Red Devils nabij hun ontmoetingsplaats aan de [adres 2] te Sittard zwaar mishandeld door ruim twintig leden van de Bandidos. Eén van de Bandidos wordt bij hun vertrek herkend door de politie als de president [verdachte 10] . Op 7 mei 2015, omstreeks 23:55 uur, probeerde een grote groep leden van de OMG Bandidos op de Markt in Kerkrade de horecagelegenheden te betreden. Dit werd overal geweigerd. Op 9 mei 2015 kwam interne politie-informatie binnen dat zich in de late avond rond perceel [adres 6] te Kerkrade (café [naam café 3] ) een grote groep personen verzameld had in de colors van de Hells Angels. Op 9 mei 2015 kwam interne politie-informatie binnen dat een grote groep Bandidos zich ophield in en rond het pand aan de [adres 7] te Oirsbeek. Dit pand betreft de vestigingsplaats van het bedrijf en de woonplaats van de vice-president van de Bandidos. Diverse OVC-verslagen uit de auto van [verdachte 3] vermelden dat [verdachte 3] onder meer het volgende zegt: 2 maart 2015: Als je eenmaal in een motorclub zit dan, zoals ons, dan moet je voor elkaar door het vuur gaan. (…) Dat begon hier in Nederland, de Bandidos. We waren tien jongens allemaal buitenbeentjes (…) en dan kom je bij elkaar, die allemaal voor mekaar door het vuur gaan. (…) Ik heb schijt aan alles, ik ben 1%-er, ik sta buiten de wet. (…) Als iemand zegt ik kan niet meer zo vaak komen door mijn werk… rot op man werk. Wij zijn 1%, wij staan buiten de wet, wij werken niet. (…) Je moet 24 uur per dag voor je club klaar staan. (…) Wij zijn criminelen, uitschot zijn wij. 20 april 2015: (…) de oorlog gaat beginnen met rood/wit, die zijn ons vandaag de hele dag aan het zoeken geweest. 14 mei 2015: Als w

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.