← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:5465

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummers: 03/702609-15 en 03/702637-17 (ttz.gev) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 in de strafzaak tegen [verdachte 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, gedetineerd (uah) in de P.I. Lelystad te Lelystad. De verdachte wordt bijgestaan door mr. B. Welvaart, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van: 29, 30 en 31 maart 2021, 6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021, 3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021, en op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten. De verdachte is op 29, 30 en 31 maart 2021, 19 en 26 april 2021 en 4 mei 2021 verschenen en zijn raadsman is op meerdere dagen verschenen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en): In de zaak met parketnummer 03/702609-15: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de leden van MC Bandidos (chapter Sittard); een bus (Mercedes Viano) – al dan niet met bedreiging/geweld – heeft gestolen; [slachtoffer 3] en [getuige 2] heeft geprobeerd af te persen; [slachtoffer 4] heeft afgeperst en/of van die [slachtoffer 4] – al dan niet met bedreiging/geweld – een autosleutel heeft gestolen, dan wel de auto (Mercedes) van die [slachtoffer 4] heeft gestolen; een auto (Volkswagen Touareg) heeft witgewassen; openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd; 10 kilogram amfetamine heeft verkocht en geëxporteerd; 3 kilogram hennep heeft verkocht en geëxporteerd; heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het oogmerk had tot drugsdelicten; 160 gram aftemine aanwezig heeft gehad; In de zaak met parketnummer 03/702637-17: heeft geprobeerd [slachtoffer 10] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd; van die [slachtoffer 10] twee iPhones heeft gestolen. 3 De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (feit 4 in de zaak 03/702609-15) Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte voor het medeplegen van de afpersing en/of diefstal (met geweld) van [slachtoffer 4] (feit 4). De officieren van justitie hebben daartoe als reden aangevoerd dat een opsporingsambtenaar, na overleg met een officier van justitie, aan medeverdachte [verdachte 4] , heeft gezegd dat door de officier van justitie beslist was dat hij niet zou worden vervolgd voor deze zaak. In de visie van het Openbaar Ministerie mochten verdachte en medeverdachte [verdachte 11] ook op deze toezegging vertrouwen, gelet op de manier waarop deze werd geformuleerd. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft, gelet op de toezegging dat er geen vervolging zou komen, eveneens de nietontvankelijkheidsverklaring van het openbaar ministerie bepleit. Het oordeel van de rechtbank Verdachte wordt er van verdacht dat hij samen met [verdachte 4] en [verdachte 11] [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot afgifte van een horloge en/of (onder bedreiging van geweld) een autosleutel/auto heeft gestolen. De rechtbank stelt op basis van het dossier en het onderzoek terechtzitting het volgende vast. Uit zaakdossier 4 kan worden afgeleid dat [verdachte 11] en [verdachte 4] een conflict hebben met makelaar [slachtoffer 4] over de huur van een zakenpand en een appartement, welke panden [slachtoffer 4] in portefeuille had. [slachtoffer 4] zou zijn afspraken niet zijn nagekomen en wordt verantwoordelijk gehouden voor bepaalde kosten die zouden zijn gemaakt. Om tot een oplossing te komen, wordt een afspraak gemaakt op 26 maart 2014 bij McDonald’s in Echt. [verdachte 4] en [verdachte 11] worden daarbij vergezeld door [verdachte 3] . Ook [slachtoffer 4] wordt vergezeld door twee andere personen. [verdachte 4] voert het woord en uiteindelijk worden het Rolex horloge en de autosleutel van [slachtoffer 4] meegenomen, waarna [verdachte 3] en [verdachte 4] wegrijden met de auto van [slachtoffer 4] . Wanneer [slachtoffer 4] na het incident bij McDonald’s op het politiebureau is om een verklaring af te leggen, legt [verdachte 4] contact met verbalisant [verbalisant 1] , waarbij hij uitlegt dat het een misverstand betreft. Door de officier van justitie wordt beslist dat wanneer er geen aangifte komt er ook geen strafvervolging komt. Dit koppelt [verbalisant 1] terug aan [slachtoffer 4] , die blijft bij zijn beslissing geen aangifte te doen, nu hij weet met wie hij van doen heeft. [verbalisant 1] belt vervolgens met [verdachte 4] en zegt hem dat er geen strafvervolging komt als hij ervoor zou zorgen dat de auto (en Rolex) teruggebracht worden. Op aanwijzingen van [verdachte 4] wordt vervolgens de auto van [slachtoffer 4] teruggevonden. Uit vorenstaande leidt de rechtbank af dat een opsporingsambtenaar – na overleg met een officier van justitie – aan [verdachte 4] een toezegging heeft gedaan dat er geen strafvervolging zou komen wanneer de auto van [slachtoffer 4] terug zou komen, welke toezegging er vervolgens ook toe heeft geleid dat [verdachte 4] in deze zaak niet wordt vervolgd. Verbalisant [verbalisant 1] heeft met betrekking tot de toezegging gerelateerd dat hij – na overleg met de officier van justitie – tegen [verdachte 4] heeft gezegd dat er ‘geen strafvervolging komt’ als de auto terug zou komen. Op dat moment was echter al duidelijk dat er naast [verdachte 4] nog twee andere personen betrokken waren bij de ontmoeting met [slachtoffer 4] , hetgeen ook blijkt uit de mededeling van verbalisant [verbalisant 1] tegen [slachtoffer 4] dat het een ‘3 tegen 3’ verhaal betreft. Voorts heeft verbalisant [verbalisant 1] bij de rechter-commissaris verklaard dat volgens hem door de officier van justitie niet is aangegeven dat het niet instellen van strafvervolging beperkt zou zijn tot bepaalde personen. De rechtbank leidt daaruit af dat het niet de intentie is geweest om de toezegging slechts te beperken tot [verdachte 4] en dat de gedane toezegging ook de andere twee betrokkenen verdachten betrof.. Door verdachte ondanks de toezegging voor deze zaak toch te vervolgen, heeft de officier gehandeld in strijd met de eigen toezegging niet tot vervolging over te gaan. De officier van justitie dient daarom niet-ontvankelijk verklaard te worden in de vervolging van verdachte voor feit

  1. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Inleiding In april 2014 startte de politie Limburg onderzoek ‘Kievit’. Dit onderzoek richtte zich in aanvang op [verdachte 1] en vermeende drugsdelicten. Later breidde het zich uit naar het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos. Dat resulteerde in verdenkingen van onder meer drugsdelicten, afpersingen en/of diefstallen met geweld, openlijke geweldpleging en wapenbezit. Nader financieel onderzoek leidde bovendien tot verdenkingen van witwassen, ook tegen familieleden van leden van de Bandidos. Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier, dat bestaat uit onder meer ruim 20 afzonderlijke zaakdossiers. Uiteindelijk zijn 25 verdachten vervolgd door het Openbaar Ministerie. Een deel van de vermeende strafbare feiten is aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien daar tot (partiële) vrijspraak wordt gekomen. 4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft (in de zaak 03/702609-15) gerekwireerd tot vrijspraak van de afpersing/diefstal met geweld van [slachtoffer 1] (feit 2 primair), het witwassen van de auto van [slachtoffer 5] (feit 5) en de verkoop/export van amfetamine en hennep (feiten 7 en 8). Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van: in de zaak 03/702609-15: deelname aan een criminele organisatie (feit 1); gekwalificeerde diefstal van de auto van [slachtoffer 1] (feit 2 subsidiair); poging tot afpersing van [slachtoffer 3] (feit 3); openlijke geweldpleging (feit 6); deelname aan een criminele Opiumwet-organisatie (feit 9); het aanwezig hebben van 160 gram amfetamine (feit 10); in de zaak 03/702637-17: poging zware mishandeling van [slachtoffer 10] (feit 1); diefstal van twee iPhones van [slachtoffer 10] (feit 2). 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat: in de zaak 03/702609-15: vrijspraak dient te volgen voor deelname aan een criminele organisatie (feit 1), omdat geen sprake is van een crimineel oogmerk; vrijspraak dient te volgen voor afpersing/diefstal met geweld van [slachtoffer 1] (feit 2 primair), terwijl zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de diefstal van de auto van [slachtoffer 1] (feit 2 subsidiair); zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de poging tot afpersing van [slachtoffer 3] (feit 3), niet [getuige 2] , tot een bedrag van 25.000 euro; vrijspraak dient te volgen voor het witwassen van de auto van [slachtoffer 5] (feit 5), omdat de geringe bemoeienis bij de verkoop van die auto niet gekwalificeerd kan worden als witwassen; zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de openlijke geweldpleging (feit 6); vrijspraak dient te volgen voor de export/verkoop van drugs (feiten 7 en 8), nu het dossier geen bewijs bevat voor wetenschap van dan wel betrokkenheid bij die drugshandel; vrijspraak dient te volgen voor deelname aan een criminele Opiumwet-organisatie (feit 9) nu de OVC- en tapverslagen deels over het verleden gaan en onvoldoende concreet zijn, er geen drugs zijn aangetroffen en in dit kader geen losse feiten ten laste zijn gelegd; hooguit is sprake van voorbereidingshandelingen; vrijspraak dient te volgen voor het aanwezig hebben van 160 gram amfetamine (feit 10), omdat die niet zich niet in de machtssfeer van de verdachte bevond; in de zaak 03/702637-17: vrijspraak dient te volgen voor de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 10] (feit 1 primair), terwijl zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de openlijke geweldpleging jegens [slachtoffer 10] (feit 1 subsidiair); zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de diefstal van twee iPhones van [slachtoffer 10] (feit 2); het medeplegen van dit feit acht de verdediging echter niet bewezen. De standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. 4.4 De overwegingen en het oordeel van de rechtbank Voor de leesbaarheid heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, in bijlage II opgenomen. 4.4.1 Criminele organisatie (ZD 1 / feit 1 in de zaak 03/702609-15) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Organisatie Voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als bedoeld in art. 140 Sr is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Op grond van de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Het Sittardse chapter van de Bandidos MC werd opgericht in maart 2014 met onder meer [verdachte 10] als president en [verdachte 1] als vice-president. Medio maart/april 2015 telde het chapter, zonder de zogenaamde supportclubs Chicanos en X-time, zo’n 22 (kader)leden, prospects en hangarounds. Leden betaalden contributie en men vergaderde nagenoeg wekelijks. Uit de zogenaamde Bandidos-bijbel en de Holland regels blijkt van zowel uniforme Europese regels als lokale regels voor de club en haar leden. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat de leden van het Sittardse chapter van de Bandidos MC een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur vormden: een organisatie. Oogmerk Om van een ‘criminele’ organisatie te kunnen spreken, moet die organisatie het doel hebben misdrijven te plegen. Daarbij is niet nodig dat het plegen van misdrijven het einddoel van de organisatie is. De misdrijven hoeven nog niet te zijn begaan. Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzame of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. In deze zaak is ten laste gelegd het oogmerk tot het plegen van afpersingen, diefstal met geweld, bedreiging, openlijk geweld en verboden wapenbezit. Op grond van de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. De oprichting van het Sittardse chapter van de Bandidos werd daags erna gevolgd door een granaataanslag op de woning van [verdachte 10] . Nadien volgden nog twee granaataanslagen op de woningen van [verdachte 10] en [verdachte 14] en een aanslag op een café in Echt waar de Bandidos regelmatig bij elkaar kwamen, allemaal in
  2. Daders van deze aanslagen zijn niet gevonden, maar tekenen wel de sfeer omtrent de motorclub. Problemen met de Hells Angels In augustus 2014 werd de rivaliteit tussen de motorclubs Bandidos en Hells Angels openlijk zichtbaar door een confrontatie tussen die twee clubs in Alkmaar. Begin 2015 zijn de eerste duidelijke tekenen van problemen met de motorclub Hells Angels zichtbaar in Limburg. Dat er ook daadwerkelijk sprake was van een vete tussen beide blijkt ook wel uit de diverse in de bewijsmiddelen opgenomen communicatie en verslagen: regelmatig zijn de Hells Angels, HA, of “81” - dat staat voor HA, de achtste en eerste letter uit het alfabet - onderwerp van gesprek. Op 24 januari 2015, een dag nadat Bandidos-lid [Bandidos-lid 2] problemen zou hebben gehad met Hells Angels of sympathisanten daarvan, vond een zogenaamde klopjacht op leden van de Hells Angels plaats. Meerdere leden van de Sittardse Bandidos bezochten die avond diverse plekken waar kennelijk regelmatig leden van de Hells Angels of hun sympathisanten kwamen, doch zonder resultaat. Uit diverse afgeluisterde gesprekken blijkt echter wel dat men die avond op pad was met de bedoeling te vechten. Anders is ook niet verklaarbaar waarom [verdachte 9] bijvoorbeeld in een OVC gesprek vertelt een steekwerend vest aan te hebben. Climax van die avond was het bezoek van zeven Bandidos, aangevoerd door [verdachte 10] , aan café Dug-Out in Sittard. Daarbij werd de uitbaatster in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt dat leden van de Hells Angels, ‘rood/wit’, of hun supporters niet meer welkom waren en dat [verdachte 10] het café zou sluiten als hij anders constateerde. Daadwerkelijk geweld vond toen dus niet plaats, maar wel een bedreiging. Bovendien was de bedoeling van die avond wel duidelijk: klappen geven aan de leden van de Hells Angels. Mocht dat gelukt zijn, dan lag er zelfs een promotie voor één van de aanwezigen in het verschiet: [Bandidos-lid 1] kon namelijk zijn colors verdienen als hij met een lid van de Hells Angels in gevecht zou gaan. Op 25 januari 2015 en 16 maart 2015 vonden vervolgens provocaties plaats van de zijde van de Hells Angels: zij bezochten café Dacus in Kerkrade, gelieerd aan de Bandidos, staken daar kennelijk banden lek, en bezochten een lid van de Bandidos in Susteren. Op 25 maart 2015 vond vervolgens een brandstichting plaats bij genoemd café Dacus. De op heterdaad aangehouden verdachte bleek een lid van de Supportcrew 81, de officiële supportclub van de Hells Angels uit Kerkrade. Op 7 mei 2015 was het anders en andersom. Toen vond de openlijke geweldpleging bij café de Dug-Out in Sittard plaats. Drie aan een supportclub van de Hells Angels te linken personen werden door een grote groep Bandidos mishandeld. Uit de afgeluisterde gesprekken kan geconcludeerd worden dat dit geen uit de hand gelopen gesprek is geweest, zoals een aantal verdachten de rechtbank ter zitting hebben willen doen geloven. Een en ander is immers de dag van tevoren besproken, waarbij bijvoorbeeld was afgesproken dat hangaround [verdachte 22] niet zou meegaan, omdat ’je niet weet wat zo iemand doet als hij vast komt te zitten’. Een gesprek kent immers normaliter niet het risico van detentie. Later die avond bezochten de Sittardse Bandidos de Markt in Kerkrade, waarbij zij zich, in colors, voor het café/restaurant Navarro posteerden. Die locatie is net als café Dug-Out gelieerd aan de Hells Angels, ook te zien aan het plakkaat ‘81’. Dit was een onmiskenbare provocatie. Het incident bij café Dug-Out eindigde met een schot vanuit het café naar buiten. Uit de afgeluisterde gesprekken die avond blijkt dat zulks ook reden voor diverse leden van de Bandidos is om niet meer ongewapend ergens naartoe te gaan en dat ze zich kennelijk willen bewapenen. Oogmerk: bedreiging en openlijke geweldpleging Van meerdere van de beschreven incidenten zijn Bandidos juist slachtoffer. Deze incidenten kunnen gelinkt worden aan de Hells Angels. Alles samen kenmerkt de explosieve sfeer in de motorclubwereld destijds. Op grond van dit dossier zijn de daadwerkelijke gedragingen van de Bandidos: de klopjacht op 24 januari 2015, de openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 en de daaropvolgende provocatie richting de Hells Angels die avond. Uit de diverse afgeluisterde gesprekken, zowel in de periode voorafgaand als rondom de klopjacht en de openlijke geweldpleging, blijkt wat de bedoeling van de Sittardse Bandidos was: het stelselmatig en planmatig bestrijden van de Hells Angels alhier, waarvoor kennelijk geweld en dreiging daarmee nodig was. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het Sittardse chapter van de Bandidos MC het oogmerk had tot bedreiging en openlijke geweldpleging, in het bijzonder gericht tegen de Hells Angels en daaraan gelieerde clubs. Kenmerkend acht de rechtbank in dit kader enkele uitlatingen in de afgeluisterde gesprekken: [verdachte 9] die zegt dat ze gaan knokken; [verdachte 12] die van café Dug-Out café Knock-out wil maken; verwachte krantenkoppen inhoudende dat de Bandidos op de Hells Angels jagen; [verdachte 3] die hoopt dat ze met acht man twintig Hells Angels kunnen afslaan; [verdachte 15] die er graag in elk café twee op de bek had ‘gepompt’ en [verdachte 6] die vindt dat ze iemand verantwoordelijk moeten stellen en aanpakken. Dat er met de Hells Angels geknokt moet worden, blijkt zelfs uit afgeluisterde gesprekken tussen [verdachte 1] en zijn zoon. Voorts omschrijft [verdachte 3] de club zelf als criminelen en is het onderwerp criminele organisatie zelfs onderwerp van gesprek op een van de vergaderingen. Geen oogmerk tot afpersing / diefstal met geweld Ter onderbouwing van het vermeende oogmerk tot afpersing en diefstal met geweld zijn onder meer de zaakdossiers 2 (diefstal met geweld [slachtoffer 1] ), 3 (poging afpersing [slachtoffer 3] ), 4 (afpersing [slachtoffer 4] ), 5 (afpersing [slachtoffer 5] ), 6 (afpersing [slachtoffer 6] ) en 11 (geweld en poging afpersing [slachtoffer 10] ) opgevoerd. Anders dan het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat uit deze zaakdossiers niet blijkt van een oogmerk tot afpersing en/of diefstal met geweld van het Sittardse chapter van de Bandidos MC, maar van betrokkenheid van individuele leden bij strafbare feiten. Zaakdossier 2 beschrijft een diefstal van een bestelbus bij [slachtoffer 1] , waarbij [verdachte 1] , [verdachte 3] , [verdachte 7] en [verdachte 8] betrokken zijn. De achtergrond van deze diefstal is niet duidelijk geworden. Aldus kan enkel gesteld wordt dat er diverse leden van de Bandidos betrokken waren, doch niet dat de Bandidos als club betrokken was. Datzelfde geldt voor de afpersing en het witwassen van een bus van [slachtoffer 5] , zaakdossier
  3. Daarbij waren betrokken [verdachte 2] en [verdachte 1] en kwam [verdachte 3] in beeld als tussenpersoon. Ook hier blijkt niet of, en zo ja op welke wijze, de club Bandidos betrokken was. De vermeende afpersingen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] kan en zal de rechtbank niet betrekken in de beoordeling. Het Openbaar Ministerie zal immers niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van de verdachten van de afpersing van [slachtoffer 4] . Daarnaast volgt uit zaakdossier 6 niet dat [slachtoffer 6] door het Sittardse chapter van de Bandidos is afgeperst, dan wel dat zij daartoe een poging hebben gedaan. De poging tot afpersing van [slachtoffer 3] was van oorsprong een privé-geschil van [verdachte 3] over een kennelijk scheef geplaatste schutting en daaropvolgende bedreigingen van [slachtoffer 3] richting het gezin van [verdachte 3] . [verdachte 3] vader ( [verdachte 4] ) en [verdachte 15] vergezelden uiteindelijk [verdachte 3] en ook [verdachte 6] en [verdachte 12] waren aanwezig toen de eerste drie [slachtoffer 3] probeerden af te persen. Ook hier geldt weer: er zijn weliswaar diverse leden van de Bandidos betrokken, doch niet blijkt dat de Bandidos als club betrokken was. Ook de geweldpleging tegen en diefstal en vermeende afpersing van [slachtoffer 10] betreffen privé-aangelegen van [verdachte 4] en [verdachte 3] . Ook hierbij is voor zover bekend, behalve het lidmaatschap van deze twee verdachten, geen relatie met het Sittardse chapter van de Bandidos te leggen. Hoewel bij de genoemde zaken dus verschillende Bandidos-leden betrokken waren, blijkt niet van afspraken daarover binnen de club, aansturing vanuit de club of enig belang of voordeel voor de club. Anders dan bijvoorbeeld de problemen met de Hells Angels blijkt niet dat deze zaken onderwerp van gesprek zijn geweest op vergaderingen. Dat er personen zijn die zich presenteerden als lid van de club, maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat daaruit een oogmerk van de club op deze feiten afgeleid kan worden. Het dossier wekt eerder de indruk dat de clubleden elkaar weten te vinden als ze versterking nodig hebben. De rechtbank acht dus niet bewezen dat het Sittardse chapter van de Bandidos ook het oogmerk had tot afpersingen of diefstal met geweld. Geen oogmerk tot verboden wapenbezit De rechtbank heeft geconcludeerd dat het Sittardse chapter van de Bandidos het oogmerk had op bedreiging en openlijke geweldpleging, in het bijzonder gericht tegen de Hells Angels en daaraan gelieerde clubs. De vraag is of in deze context het oogmerk mede bestond op verboden wapenbezit. Daarvoor ziet de rechtbank echter geen bewijs omdat bij de incidenten op 24 januari en 7 mei 2015 – met uitzondering van de boksbeugel die [verdachte 3] hanteerde – voor zover bekend verder geen wapens aanwezig waren bij leden van de Bandidos. [verdachte 15] houdt weliswaar - nadat er vanuit de Dug-Out een schot is gelost - een voorwerp vast op een wijze die sterk doet denken aan het vasthouden van een vuurwapen, maar of het daadwerkelijk een wapen was, is niet vast te stellen. Verder valt uit het onderzoek op te maken dat bij een aantal verdachten wapens of munitie is gevonden en dat bij de zaakdossiers [slachtoffer 1]

(2)en de geweldpleging tegen [slachtoffer 10]
(11)wapens waren betrokken, maar hiervoor geldt een vergelijkbare redenering zoals bij het vermeende oogmerk op afpersing/diefstal: er zijn weliswaar diverse individuele leden van de Bandidos betrokken bij verboden wapenbezit, maar niet blijkt dat zij als samenwerkingsverband hierop het oogmerk hadden. De rechtbank acht dus niet bewezen dat het Sittardse chapter van de Bandidos ook het oogmerk had op verboden wapenbezit. Deelneming Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van bedreigingen en openlijk geweld, zal zij thans nagaan wie er lid is van deze organisatie. Om van deelnemen in de zin van art. 140 Sr te kunnen spreken moet de verdachte (a.) behoren tot de criminele organisatie en (b.) een aandeel hebben in dan wel gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Er hoeft niet te worden deelgenomen aan de misdrijven waarop het oogmerk is gericht ad. A: behoren tot de organisatie [verdachte 10] was president, [verdachte 1] vice-president, [verdachte 6] en [verdachte 9] waren sergeant of arms, [verdachte 13] secretary/treasurer en [verdachte 2] road-captain. Daarnaast waren [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 12] , [verdachte 14] en [verdachte 21] full members. Deze zogenaamde kaderleden en full members waren volwaardig lid van het Sittardse chapter van de Bandidos en behoorden daarmee tot die organisatie. [verdachte 15] was als hangaround in beginsel geen volwaardig lid. Wel was hij aanwezig bij een viertal vergaderingen en tijdens de zogenaamde klopjacht op de Hells Angels en bij de openlijke geweldpleging bij de Dug-Out. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat ook hij behoorde tot de organisatie van het Sittardse chapter van de Bandidos. Ad. B: Aandeel in / ondersteuning van gedragingen oogmerk Bij de klopjacht en de bedreiging in café Dug-Out op 24 januari 2015 waren onder anderen aanwezig [verdachte 10] , [verdachte 12] , [verdachte 13] , [verdachte 15] , [verdachte 3] en [verdachte 9] . Aan de openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 namen deel [verdachte 10] , [verdachte 9] , [verdachte 14] , [verdachte 21] , [verdachte 15] , [verdachte 13] , [verdachte 3] , [verdachte 2] , [verdachte 6] , [verdachte 1] en [verdachte 4] . Bij de provocatie richting de Hells Angels bij café Navarro in de nacht van 7 op 8 mei 2015 waren onder anderen aanwezig: [verdachte 10] , [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 12] , [verdachte 21] , [verdachte 15] , [verdachte 6] , [verdachte 9] , [verdachte 4] , [verdachte 3] , [verdachte 13] en [verdachte 14] . De verdachte was betrokken bij al deze incidenten. Dat leidt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van voornoemd oogmerk tot bedreiging of openlijke geweldpleging. Conclusie Het voorgaande betekent dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte heeft behoord tot een op bedreiging en openlijke geweldpleging (richting Hells Angels en daaraan gelieerde clubs) gericht samenwerkingsverband, bestaande uit de MC Bandidos chapter Sittard en dat hij daarnaast ook een aandeel heeft gehad in gedragingen die mede strekten tot of verband hielden met de verwezenlijking van het binnen die organisatie bestaande oogmerk. Daarom acht de rechtbank bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. 4.4.2 Diefstal Mercedes Viano (ZD 2 / feit 2 in de zaak 03/702609-15) De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen – al dan niet met geweld of bedreiging met geweld – een Mercedes-Benz bus heeft gestolen. Diefstal De rechtbank stelt op basis van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen het volgende vast. Op 6 november 2014 vanaf 11.22 uur zijn [verdachte 1] , [verdachte 7] en [verdachte 3] in de auto van [verdachte 1] op weg naar Echt, alwaar zij om 11.42 uur [verdachte 8] oppikken en uiteindelijk arriveren in ‘sHertogenbosch. Aldaar aangekomen staat de auto tussen 14.59 uur en 15.25 uur stationair op de [straatnaam 1] te ’s-Hertogenbosch, zijnde het woonadres van [slachtoffer 1] . Uit de OVC-gesprekken blijkt dat [verdachte 7] en [verdachte 8] in de auto zijn achtergebleven en dat [verdachte 1] en [verdachte 3] naar [slachtoffer 1] zijn gegaan. In een OVC-gesprek geeft [verdachte 3] aan dat [verdachte 1] de sleutel van de bus heeft gepakt. Om 15.22 uur stapt [verdachte 1] weer in de auto en zegt dat ‘hij’ de boodschap heeft gesnapt. [verdachte 1] wil zo snel mogelijk weg uit de buurt. Tevens kan uit de OVC-gesprekken worden afgeleid dat [verdachte 3] samen met [verdachte 8] met de Mercedes-bus is weggereden. Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat [slachtoffer 1] gebruiker was van de weggenomen bus en [betrokkene 1] zich richting de verdachten lijkt op te werpen als eigenaar, kan de rechtbank op basis van het dossier niet met zekerheid vaststellen wie als de daadwerkelijk eigenaar van de betreffende Mercedes bus gezien dient te worden. Wel kan worden bewezenverklaard dat deze in ieder geval toebehoorde aan een ander dan verdachte en/of zijn medeverdachten. Op basis van de weergegeven bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de Mercedes-bus met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening is weggenomen. De rechtbank leidt dit niet alleen af uit de mededeling van [betrokkene 1] die een half uur na het vertrek uit ’s-Hertogenbosch contact opneemt met de vraag waarom ze zijn bus hebben meegenomen, maar ook uit de OVC-gesprekken die onderweg in de auto hebben plaatsgevonden. Zo zegt [verdachte 7] dat hij een pistool en pepperspray bij zich heeft, wordt besproken dat degene naar wie zij op weg zijn hen niet kent en dus ook niet weet dat hij moet wegrennen. Eenmaal op de plaats van bestemming aangekomen zegt [verdachte 1] dat ze die Vito gelijk meenemen en zegt hij tegen [verdachte 7] en [verdachte 8] dat zij in de auto stand-by moeten blijven en hij de sleutel op de auto laat staan. Al wachtend bespreken [verdachte 8] en [verdachte 7] dat ‘hij’ misschien andere mensen heeft gebeld en dat het goed is dat het lang duurt, hetgeen [verdachte 8] bevestigt en zegt: ‘De Vito mee en dat is het toch goed’. Tenslotte zegt [verdachte 1] bij terugkomst dat ‘hij’ de boodschap heeft gesnapt en hij wil zo snel mogelijk uit de buurt weg. De rechtbank leidt uit vorenstaande omstandigheden af dat geen sprake is geweest van een vriendelijk gesprek en van het vrijwillig afstaan van de Mercedes-bus. Met het Openbaar Ministerie en de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of dit met geweld of bedreiging van geweld gepaard is gegaan. Op basis van het dossier kan immers niet worden vastgesteld wat er zich tussen [verdachte 1] , [verdachte 3] en [slachtoffer 1] heeft afgespeeld. Voorts is het enkel ongevraagd benaderen van [slachtoffer 1] onvoldoende om tot een diefstal met geweld te komen. De verdachten dienen derhalve te worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging. Medeplegen? De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is welke rol de verschillende verdachten bij die diefstal hebben gehad en of ze zijn aan te merken als medepleger. [verdachte 3] en [verdachte 1] zijn blijkens de OVC-gesprekken bij een woning (van vermoedelijk [slachtoffer 1] ) aan de deur gegaan, waarbij [verdachte 1] de sleutel van de Mercedes-bus heeft gepakt. Vervolgens is [verdachte 3] met de Mercedes-bus weggereden. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte 3] en [verdachte 1] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Conclusie De rechtbank verklaart aldus bewezen dat verdachte op 6 november 2014 te ‘s-Hertogenbosch samen met [verdachte 1] een Mercedes-bus heeft gestolen, met dien verstande dat verdachte partieel zal worden vrijgesproken van de (impliciet primair) ten laste gelegde diefstal met geweld (parketnummer 03/702609-15 feit 2). 4.4.3 Poging afpersing [slachtoffer 3] en [getuige 2] (ZD 3 / feit 3 in de zaak 03/702609-15) De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] af te persen. De rechtbank stelt op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen het volgende vast: Op 8 juli 2014 wordt [slachtoffer 3] gebeld door [verdachte 3] , maar zijn vriendin [getuige 2] neemt op. [verdachte 3] zegt dat [slachtoffer 3] hen bedreigd zou hebben en dat hij daarom een bedrag van 10.000 euro moet betalen. In de zomer van 2014 neemt ook [verdachte 4] contact op met [slachtoffer 3] , waarbij hij [slachtoffer 3] meedeelt dat hij lid is van de motorclub Bandidos, hij boos is omdat [slachtoffer 3] tegen zijn vrouw heeft gescholden en [slachtoffer 3] een boete opgelegd krijgt van 50.000 euro. [slachtoffer 3] zou een groot probleem hebben. [verdachte 4] is met [verdachte 5] nog in Helmond op zoek geweest naar [slachtoffer 3] , maar zij hebben hem niet aangetroffen. [slachtoffer 3] is dat die dag via vrienden te weten gekomen en heeft hierover op 11 juli 2014 met de politie contact gehad. Vervolgens blijft het – kennelijk op advies van [verdachte 1] – een half jaar stil. Op 9 maart 2015 bespreekt [verdachte 3] met [verdachte 4] dat hij gaat proberen om de man van de schuttingen te bereiken. Op 20 maart 2015 vindt er in de auto van [verdachte 3] een telefoon-gesprek plaats met [slachtoffer 3] waarin [verdachte 3] aangeeft dat hij wil praten over de bedreigingen van zijn familie. Hij zegt daarbij onder andere: ‘Nee, dan kom ik jou wel zoeken vriend. Goed? Dan doen we het zo. Als jij niet wilt pra ... Als jij niet gewoon netjes met mij aan de tafel wil gaan zitten dan gaan we het op een andere manier doen’. Uiteindelijk wordt een afspraak gemaakt om elkaar op maandagavond 23 maart 2015 om 20.00 uur te ontmoeten bij McDonald’s in Helmond. Op 23 maart 2015 omstreeks 19.45 uur rijdt [verdachte 3] met [verdachte 15] – via Valkenswaard om [verdachte 4] op te pikken – naar Helmond. In de auto praat [verdachte 3] [verdachte 15] bij over het conflict met de schuttingbouwer en de bedoeling van de ontmoeting, namelijk de betaling van 25.000 euro binnen 48 uur. In dit zelfde gesprek wordt - als [verdachte 4] is opgepikt - ook besproken hoe [slachtoffer 3] zal worden benaderd. Op de camerabeelden van McDonald’s is vervolgens te zien dat tijdens de ontmoeting [slachtoffer 3] eerst wordt toegesproken door [verdachte 4] en [verdachte 3] , waarbij zij veelvuldig in [slachtoffer 3] zijn richting wijzen. [verdachte 15] zit aanvankelijk bij een tafeltje gesitueerd in het gezichtsveld van [slachtoffer 3] en voegt zich op enig moment ook in het gesprek, waarbij hij zeer dicht bij het gezicht van [slachtoffer 3] komt. Uit de OVC-gesprekken die na de ontmoeting hebben plaatsgevonden, kan worden afgeleid dat [verdachte 15] tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd: ‘Ik kom uit Zuid-Amerika, normaal zou ik je hele familie afknallen voor deze shit’ en ‘Ik wil jouw toko met alles en iedereen in de fik steken’. Dat deze bewoordingen zijn geuit, wordt naar oordeel van de rechtbank bevestigd door de verklaring van getuige [getuige 2] dat [slachtoffer 3] die avond tegen haar heeft gezegd dat hij moest gaan betalen anders kwam er een huurmoordenaar en dat deze huurmoordenaar ook binnen bij McDonald’s was. Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 15] hebben geprobeerd om [slachtoffer 3] af te persen. 4.4.4 Witwassen Volkswagen Touareg (ZD 5 / feit 5 in de zaak 03/702609-15) Zaakdossier 5 beschrijft de vermoedelijke afpersing/diefstal van een Volkswagen Touareg van [slachtoffer 5] en de daarop volgende verkoop. De verdachte kwam daarbij in beeld als de bemiddelaar tussen medeverdachte [verdachte 1] en [betrokkene 4] bij de verkoop van de Touareg. Hoewel uit het OVC-gesprek van 9 februari 2015 kan worden afgeleid dat verdachte op die datum wist dat deze auto ‘afgepakt’ was en dus uit misdrijf afkomstig was, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte ook al ten tijde van de verkoop op 9 januari 2015 over deze wetenschap beschikte. Overigens blijkt ook niet dat verdachte ’gebruik heeft gemaakt’ van de Touareg, zoals wel vereist is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde witwassen. Uit het dossier blijkt enkel van bemiddeling bij de verkoop. De rechtbank acht – net als het Openbaar Ministerie en de verdediging – feit 5 onder parketnummer 03/702637-15 derhalve niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. 4.4.5 Openlijke geweldpleging (ZD 9 / feit 6 in de zaak 03/702609-15) De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 8] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] . Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Inleiding Op 7 mei 2015 vond op en nabij het terras van café Dug-Out in Sittard een vechtpartij plaats. Die vechtpartij vond plaats tussen diverse leden van de Bandidos en drie personen die kennelijk betrokkenheid hadden bij (supportclubs van) de Hell’s Angels. De verdachte was als lid van de Bandidos ook aanwezig. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte 2] , [verdachte 13] , [verdachte 15] , [verdachte 6] , [verdachte 3] en [verdachte 4] zelf actief geweld hebben uitgeoefend door te slaan en/of te trappen tegen een van de slachtoffers. Daarbij stelt de rechtbank bovendien vast dat [verdachte 2] een kopstoot aan een van de slachtoffers heeft gegeven en dat [verdachte 4] op het hoofd van een van de slachtoffers is gesprongen. Voorts stelt zij vast dat [verdachte 10] , [verdachte 9] , [verdachte 14] en [verdachte 21] ook aanwezig waren, maar zelf geen direct geweld tegen een van de drie slachtoffers hebben toegepast. De rechtbank ziet zich hierbij voor de vraag gesteld of het handelen van de verdachte in deze strafbaar is en zo ja, op welke wijze. Daartoe overweegt zij als volgt. Openlijk en in vereniging geweld plegen De rechtbank stelt voorop dat van het ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die ’in vereniging"’ geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is. Daarvoor is niet nodig dat de deelnemers gelijktijdig aan het geweld zijn begonnen. De enkele omstandigheid dat de dader de groep getalsmatig versterkte is daarvoor ‘niet zonder meer’ voldoende. Welbewust een bijna zekere confrontatie aangaan en meegaan in de aanvalsgolf met anderen is meer dan getalsmatig versterken van een groep. Van een significante en wezenlijke bijdrage kan overigens ook sprake zijn wanneer iemand, zonder aan de geweldpleging deel te nemen, die geweldpleging heeft ‘bevorderd en wellicht zelfs uitgelokt.’ Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen overweegt de rechtbank als volgt. [verdachte 2] , [verdachte 13] , [verdachte 15] , [verdachte 6] en [verdachte 3] hebben (overigens net als [verdachte 1] en [verdachte 4] , doch hen wordt primair een poging tot doodslag verweten) zelf actief geweld uitgeoefend, ieder op minimaal één van de drie slachtoffers. De rechtbank is van oordeel dat zij daarmee een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het openlijke geweld tegen de drie slachtoffers. De rechtbank acht dus bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde openlijke geweldpleging. 4.4.6 Verkoop en export amfetamine en hennep (ZD 7 / feiten 7 en 8 in de zaak 03/702609-15) Zaakdossier 7 beschrijft vermoedelijke drugdeals van in totaal 10 kilogram amfetamine en 3 kilogram hennep tussen [verdachte 16] en de in België wonende [betrokkene 5] . De verdachte kwam daarbij in beeld als vermoedelijke tussenpersoon bij betalingen, aangestuurd door [verdachte 1] . Net als het Openbaar Ministerie en de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte aangemerkt kan worden als (mede)dader van de export dan wel het verhandelen van genoemde drugs. De rechtbank acht de feiten 7 en 8 derhalve niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. 4.4.7 Criminele Opiumwet-organisatie (ZD 10A en 10B / feit 9 in de zaak 03/702609-15) De verdachten [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] , [verdachte 6] , [verdachte 9] , [verdachte 12] , [verdachte 13] en [verdachte 16] worden ervan verdachte dat zij – met ook nog andere personen en al dan niet in wisselende samenstellingen – een criminele organisatie ex art. 11b (tot 1 maart 2015: 11a) van de Opiumwet hebben gevormd. De rechtbank acht dit niet bewezen. Daartoe overweegt zij als volgt. Uitgangspunten De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot een samenwerkingsverband én een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk, te weten het plegen van een aantal misdrijven uit de Opiumwet. Voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als bedoeld in art. 11b van de Opiumwet is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De verdenking De verdenking van deelneming aan een criminele Opiumwetorganisatie is voornamelijk gebaseerd op de zaakdossiers 10A en 10B. Zaakdossier 10A Zaakdossier 10A bevat vooral een weergave van opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC), tapverslagen, sms- en mailberichten. De politie leidt daaruit af dat de verdachten [verdachte 4] en [verdachte 3] , [verdachte 9] , [verdachte 1] , [verdachte 6] , [verdachte 2] en [verdachte 5] – in wisselende samenstellingen – zich bezig houden met (voorbereidings)handelingen strafbaar gesteld in de Opiumwet. Voorts worden diverse voorwerpen en drugs beschreven die bij de verdachten [verdachte 10] , [verdachte 3] en [verdachte 5] werden aangetroffen. De aanvulling van zaakdossier 10A is opgemaakt na afronding van het onderzoek aan de BlackBerry die wordt toegeschreven aan [verdachte 9] . Na het uitlezen van alle berichten heeft de politie de daarop gebaseerde samenwerkingsverbanden en drugsstromen zoals omschreven in zaakdossier 10A herschreven en opnieuw gegroepeerd. De politie heeft die verbanden en stromen als volgt gegroepeerd, waarbij eerst is genoemd waar de communicatie over gaat, vervolgens welke personen daarbij betrokken zouden zijn en tot slot in welke periode die communicatie gevoerd werd: Miau miau (mefedron), Turkije, Engelsman, MDMA ( [verdachte 9] / [verdachte 6] / [verdachte 13] / [verdachte 2] ) – juni/aug. ‘14 Hennep ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli ‘14 A-olie ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli/aug. ‘14 Amnesia ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli/aug. 14 Haze Denemarken ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) - juni/aug. ‘14 Zwavel ( [verdachte 9] / [verdachte 2] ) – aug. ‘14 Pep Denemarken ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – aug. ‘14 Blokke, coke ( [verdachte 9] / [verdachte 6] ) – juli/okt. ‘14 MDMA, formamide ( [verdachte 9] / [verdachte 6] , [verdachte 3] / [verdachte 5] ) – feb. ‘15 Hennepteelt ( [verdachte 3] / [verdachte 13] / [verdachte 6] / [verdachte 4] ) – nov. ’14 t/m mei ‘15 Apaan ( [verdachte 1] / [verdachte 6] / [verdachte 9] ) – jan./maart ‘15 “A” ( [verdachte 1] / [verdachte 6] / [verdachte 10] ) – maart ‘15 UK, Gucci, Ami, Keta ( [verdachte 6] / [verdachte 9] / [verdachte 1] , [verdachte 12] / [verdachte 3] ) – mei ‘15 Productie synth. drugs ( [verdachte 3] / [verdachte 12] / [verdachte 5] ) – maart t/m mei ‘15 Drugs algemeen ( [verdachte 5] / [verdachte 3] / [verdachte 4] / [verdachte 8] ) – feb/mrt/mei ‘15 Zaakdossier 10B Zaakdossier 10B beschrijft de vermeende betrokkenheid van de verdachten [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 6] , [verdachte 7] en [verdachte 11] bij de productie c.q. handel in drugs dan wel voorbereidingshandelingen daartoe. Zulks is in dit zaakdossier voornamelijk gebaseerd op opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC), tapverslagen en observaties. Dit wordt bovendien aangevuld met verwijzingen naar de zaakdossiers 2 (gekwalificeerde diefstal [slachtoffer 1] ), 5 (afpersing [slachtoffer 5] ), 7 (export amfetamine/hennep), 8 (hennepplantage Duitsland) en 10A (hiervoor beschreven). Overwegingen De rechtbank constateert dat de zaakdossiers 10A en 10B inderdaad sterke aanwijzingen bevatten dat de verdachte betrokken was bij drugshandel dan wel soortgelijke strafbare feiten. Die aanwijzingen ziet de rechtbank vooral in de opgenomen communicatie, al dan niet in versluierd taalgebruik. Die aanname van de politie lijkt voor het overgrote deel dus niet uit de lucht gegrepen te zijn. Evenwel constateert de rechtbank ook dat van concrete, daadwerkelijke geconstateerde strafbare drugsdelicten nauwelijks is gebleken. Uitzonderingen hierop vormen de in Duitsland aangetroffen hennepplantage (zaakdossier 8) die gelieerd zou kunnen worden aan onder meer [verdachte 2] en [verdachte 13] , de onderschepte geëxporteerde amfetamine door [verdachte 16] (zaakdossier 7) en diverse kleinere hoeveelheden drugs die zijn aangetroffen bij huiszoekingen bij van enkele van de verdachten. Maar dat er daarbij sprake is geweest van een criminele organisatie in de zin van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband kan niet worden vastgesteld. De rechtbank krijgt op basis van het dossier de indruk dat juist sprake lijkt te zijn van diverse individuen die op eigen titel en met elk hun eigen belang betrokken zijn in de drugshandel. Dat [verdachte 9] in veel van de onderschepte communicatie voorkomt is verklaarbaar omdat het overgrote deel van het bewijsmateriaal afkomstig is van een aan hem toegeschreven BlackBerry. De rechtbank ziet hieromheen echter geen duurzaamheid en eenduidige structuur, laat staan hiërarchie. Er ontstaat een beeld van individuen die elkaar ad hoc weten te vinden indien de gelegenheid zich voordoet of die gebruik weten te maken van elkaars kennis of contacten. De vermoedens over het bestaan van een criminele drugsorganisatie zoals tenlastegelegd worden niet of onvoldoende onderbouwd met concrete feiten. En de enkele omstandigheid dat, op [verdachte 16] na, de betrokkenen lid zijn van de Bandidos, is onvoldoende om te spreken van een dergelijk samenwerkingsverband nu er evenmin een directe relatie zichtbaar is tussen de vermeende drugshandel en de motorclub. Conclusie Hoewel het dossier wel degelijk sterke aanwijzingen bevat dat sprake is van drugshandel door verschillende personen, is de rechtbank van oordeel dat niet gesproken kan worden van een “organisatie”, te weten een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur. Het voorgaande betekent dat niet is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet. De rechtbank zal de verdachte dus vrijspreken van deelneming aan een criminele drugsorganisatie. 4.4.8 Amfetamine (ZD 10A / feit 10 in de zaak 03/702609-15) De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte 160 gram amfetamine aanwezig heeft gehad. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. De verdachte wordt verweten dat hij op de actiedag van het onderzoek Kievit, al dan niet samen met (een) ander(en), 160 gram amfetamine aanwezig heeft gehad. De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu de amfetamine de verdachte niet in eigendom toebehoorde en die zich ook niet in zijn machtssfeer bevond. De rechtbank stelt voorop dat voor de vraag of een verdachte opzettelijk verdovende middelen aanwezig heeft gehad als bedoeld in artikel 2 onder C Opiumwet, niet doorslaggevend is aan wie die verdovende middelen (in eigendom) toebehoren. De term “aanwezig hebben” in de zin van de Opiumwet vergt niet dat sprake is van enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen. Voldoende daarvoor is dat de onder de Opiumwet vallende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden. Om te kunnen aannemen dat verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte hebben bevonden, dient uit feiten en omstandigheden – al dan niet in hun onderlinge samenhang beschouwd – te kunnen worden afgeleid dat de verdachte een zodanige macht kon uitoefenen over de verdovende middelen dat de verdachte geacht kan worden die verdovende middelen aanwezig te hebben gehad. Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen is - vanwege het vereiste van (voorwaardelijk) opzet - voorts vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop. Tijdens de actiedag van het onderzoek Kievit op 27 mei 2015 vond ook een doorzoeking plaats bij de schoonouders van de verdachte, wonend op het adres [adres 1] te Geleen. In de auto van de schoonvader, die naast de woning geparkeerd stond, werden voorwerpen aangetroffen die te relateren zijn aan de productie van verdovende middelen, alsmede – in een tas – 160 gram amfetamine (pg 197 van zaakdossier 10A). Een tapverslag van een telefoongesprek tussen de verdachte en zijn partner van één dag eerder, 26 mei 2016, vermeldt dat zij een ophanden zijnde inval bespreken. Daarbij zegt de verdachte dat “eigenlijk bij pap die dinge weg moeten” en dat “die zwarte tas weg moet” (pg. 197-198 van zaakdossier 10A). Hieruit zou afgeleid kunnen worden dat de verdachte enige wetenschap, al dan niet in voorwaardelijke zin, had van de aanwezigheid van drugs bij zijn schoonvader. Echter, net als de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat die drugs aan de verdachte toebehoorden, dan wel dat die zich in zijn machtssfeer bevonden. De rechtbank zal de verdachte dus vrijspreken van het aanwezig hebben 160 gram amfetamine. 4.4.9 Poging zware mishandeling [slachtoffer 10] en diefstal iPhones (ZD 11 / feiten 1 en 2 in de zaak 03/702637-17) Verdachte wordt verweten: een poging tot zware mishandeling van, dan wel openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 10] alsmede de diefstal van twee iPhones, beide gepleegd op 10 mei 2015 in Valkenswaard én samen met zijn medeverdachte. Geweld De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling omdat – kort gezegd – het gebruik van een boksbeugel niet per definitie tot zwaar lichamelijk letsel hoeft te leiden. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. Verdachte en zijn medeverdachte hebben geweld toegepast op [slachtoffer 10] . Dat geweld bestond uit het meermalen slaan met een boksbeugel tegen het hoofd en/of lichaam en met geschoeide voet schoppen. [slachtoffer 10] heeft daarbij onder meer een hoofdwond opgelopen. Uit de opgenomen gesprekken in de auto van [verdachte 3] tijdens en direct ná het incident blijkt hoe heftig het geweld was. De andere aanwezigen zijn duidelijk geschrokken en men verbaast zich erover dat [slachtoffer 10] nog kon weglopen. Zowel verdachte als zijn medeverdachten steken niet onder stoelen of banken dat ze [slachtoffer 10] goed te grazen hebben gehad. [verdachte 3] vertelt naderhand in de auto tegen [verdachte 4] dat hij [slachtoffer 10] een paar klappen heeft gegeven met een boksbeugel waarbij hij - op het moment dat [slachtoffer 10] op de grond lag en [verdachte 4] hem vast had - twee keer ‘volle gas’ achter op zijn hoofd of tegen de zijkant heeft geslagen met de boksbeugel. [verdachte 4] heeft naar eigen zeggen ‘flink gestampt’. Uiteindelijk is in ieder geval tweemaal met een boksbeugel met kracht tegen de achterkant en zijkant van het hoofd van [slachtoffer 10] geslagen, terwijl hij op de grond lag en werd vastgehouden. Het hoofd bevat, met name ter hoogte van de slapen, kwetsbare delen. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel aanmerkelijk. [verdachte 3] was de persoon met de boksbeugel. Hoewel [slachtoffer 10] in de veronderstelling was dat ook [verdachte 4] een boksbeugel had, vindt dit onvoldoende steun in het dossier. De rechtbank gaat er dus vanuit dat enkel [verdachte 3] een boksbeugel heeft gehanteerd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de gedragingen van ten eerste [verdachte 3] minst genomen het voorwaardelijk opzet impliceren op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Die gedragingen kunnen naar het oordeel van de rechtbank naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer daarop gericht te zijn dat het, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat [verdachte 3] willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van aanwijzingen voor he tegendeel is de rechtbank niet gebleken. [verdachte 4] heeft deelgenomen aan het geweld tegen [slachtoffer 10] , maar hij heeft niet zelf een boksbeugel gehanteerd. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of [verdachte 4] als medepleger kan worden aangemerkt bij de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 10] . De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de omstandigheden zoals hiervoor reeds weergegeven, leidt de rechtbank zonder meer een nauwe en bewuste samenwerking af tussen [verdachte 4] en [verdachte 3] . De vraag is echter of die nauwe en bewuste samenwerking aan de zijde van [verdachte 4] ook gericht was op een poging tot zware mishandeling. Medeplegen van een bepaald strafbaar feit verlangt immers zowel opzet gericht op de samenwerking als op de delictsgedraging van het grondfeit. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Reeds op 7 april 2015 vond een gesprek plaats tussen [verdachte 4] en [verdachte 3] waarbij [verdachte 4] vertelde dat hij zich heeft voorgenomen om [slachtoffer 10] ‘te pakken te nemen’ als hij hem weer tegenkomt, waarbij wordt gesproken over het van de weg rijden van [slachtoffer 10] , hem op zijn flikker schieten en het desnoods een half jaar daarvoor gaan zitten. Daarbij gaf [verdachte 4] aan dat hij eigenlijk die week een boksbeugel moest hebben, waaruit de rechtbank afleidt dat hij zelf kennelijk ook al de bedoeling had om een boksbeugel te gebruiken. Voorts heeft de rechtbank reeds hiervoor in het kader van de openlijke geweldpleging bij café Dug-Out (zaakdossier 9) vastgesteld dat [verdachte 3] op 7 mei 2015 gebruik heeft gemaakt van een boksbeugel, hetgeen na afloop van dat geweld ook met [verdachte 4] is besproken. [verdachte 4] wist dus dat [verdachte 3] enkele dagen voor de confrontatie met [slachtoffer 10] een boksbeugel voorhanden had en deze ook daadwerkelijk gebruikt heeft bij het uitoefenen van geweld. Op 10 mei 2015 voeren [verdachte 3] en [verdachte 4] hun kennelijke voornemens ook daadwerkelijk uit door [slachtoffer 10] te grazen te nemen op een moment dat ze hem toevallig zien. Wat daarbij hun bedoelingen waren, blijkt niet alleen uit hetgeen zij van tevoren al hadden besproken, zoals hiervoor weergegeven, maar ook uit wat zij na afloop in de auto bespreken. Uit die opgenomen gesprekken, in het bijzonder diverse uitlatingen van [verdachte 4] , blijkt namelijk dat [verdachte 4] eigenlijk nog niet helemaal tevreden was. Zo zei [verdachte 4] dat hij [slachtoffer 10] eigenlijk helemaal ‘total loss’ had moeten slaan, dat hij dat liever had gehad en dat zij eigenlijk nog “effen hadden moeten kunnen doorpakken, een minuutje.” Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat ook [verdachte 4] minst genomen het voorwaardelijke opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Zijn voornemens waren duidelijk, hij wilde zelf eigenlijk ook een boksbeugel hebben en was op de hoogte van het feit dat [verdachte 3] in elk geval enkele dagen eerder de beschikking had over een boksbeugel en die ook gebruikt had bij een gewelddadige confrontatie en zei na afloop zelf dat hij eigenlijk nog verder had willen gaan. [slachtoffer 10] kan aldus van geluk spreken dat hij heeft weten te vluchten. Uit voorgaande leidt de rechtbank af dat ook [verdachte 4] willens en weten de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij, samen met [verdachte 3] , [slachtoffer 10] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. De rechtbank verwerpt dus het verweer van de verdediging en acht het primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen. Diefstal De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen eveneens bewezen dat bij deze geweldpleging twee iPhones toebehorende aan [slachtoffer 10] zijn weggenomen. Uit de aangifte en het OVC-gesprek blijkt dat een telefoon tijdens het gevecht uit het vest van [slachtoffer 10] is gevallen en dat een telefoon door [verdachte 3] uit de auto van [slachtoffer 10] is gepakt. De beide telefoons zijn meegenomen door [verdachte 3] . Bewijs dat [verdachte 4] daarvan wetenschap had ontbreekt. Immers wordt hij pas in de auto na afloop van het incident door [verdachte 3] daarvan op de hoogte gebracht, waarop hij verbaasd reageert. Daarom zal de rechtbank de verdachte partieel vrijspreken van het medeplegen van deze diefstal. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht ten laste van de verdachte bewezen dat: in de zaak met parketnummer 03/702609-15: feit 1: hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten: - bedreiging (art. 285 Sr) en - openlijk geweld (art. 141 Sr); feit 2: hij op 6 november 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sleutel en een bus (Mercedes Benz Viano, gekentekend [kenteken 1] ) toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte; feit 3: hij in de periode van 8 juli 2014 tot en met 23 maart 2015 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld toebehorende aan die [slachtoffer 3] , hebbende hij, verdachte, en/of zijn medeverdachten (-zakelijk weergegeven-) in de periode van 8 juli 2014 tot 23 maart 2015 die [slachtoffer 3] en/of die [getuige 2] gebeld en gezegd dat die [slachtoffer 3] een geldbedrag moest betalen en tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij bij de Bandidos zou zitten en wel langs zou komen en die [slachtoffer 3] een boete van 50.000 euro opgelegd en/of tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij een groot probleem had en tegen die [slachtoffer 3] gezegd: “Dan kom ik jou wel zoeken vriend. Goed? Dan doen we het zo. Als jij niet wilt praten. Als jij niet gewoon netjes met mij aan tafel wil gaan zitten dan gaan we het op een andere manier doen” en met die [slachtoffer 3] een afspraak gemaakt bij de McDonald’s te Helmond en (vervolgens) op 23 maart 2015 aldaar zich in het zichtveld van die [slachtoffer 3] gesitueerd en gezeten en (vervolgens) met zijn gezicht dicht bij het gezicht van die [slachtoffer 3] gezeten en (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] gezegd (zakelijk weergegeven): “ik kom uit Zuid-Amerika, normaal zou ik je hele familie afknallen voor deze shit” en/of “ik wil jouw toko met alles en iedereen in de fik steken”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 6: hij op 7 mei 2015 te Sittard, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Romeinenstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] , welk geweld bestond uit (het met een boksbeugel) slaan en trappen/schoppen van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , terwijl dit slaan en trappen/schoppen voor die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad; in de zaak met parketnummer 03/702637-17: feit 1 primair: hij op 10 mei 2015 in de gemeente Valkenswaard tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 10] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hebbende hij, verdachte en/of zijn medeverdachte die [slachtoffer 10] , meermalen met een boksbeugel tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en met geschoeide voet geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 2: hij op 10 mei 2015 in de gemeente Valkenswaard met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 gsm's (iPhones) toebehorende aan [slachtoffer 10] . De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: in de zaak met parketnummer 03/702609-15: feit 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen; feit 3: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; feit 6: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad; in de zaak met parketnummer 03/702637-17: feit 1 primair: medeplegen van poging tot zware mishandeling; feit 2: diefstal. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 6De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 7De straf 7.1 De vordering van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel het voorarrest niet overstijgt, in combinatie met een taakstraf van eventueel 240 uren. Daarbij heeft zij verzocht om in strafmatigende zin rekening te houden met de privacyschending als gevolg van de opgenomen vertrouwelijke communicatie in de auto van de verdachte en de redelijke termijn die naar de mening van de verdediging zeker tot 50% strafkorting zou moeten leiden. 7.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan: deelneming aan een criminele organisatie gericht op bedreiging en openlijke geweldpleging; het medeplegen van de diefstal van een Mercedes-Benz Viano; het medeplegen van een poging tot afpersing; openlijke geweldpleging; het medeplegen van een poging tot zware mishandeling; de diefstal van twee iPhones. Criminele organisatie De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie. Deze criminele organisatie bestond uit diverse van de leden van het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos, te weten: president [verdachte 10] , vice-president [verdachte 1] , sergeants at arms [verdachte 6] en [verdachte 9] , secretary/treasurer [verdachte 13] , road captain [verdachte 2] , full members [verdachte 12] , [verdachte 4] , [verdachte 14] , [verdachte 3] en [verdachte 21] en hangaround [verdachte 15] . Deze criminele organisatie had als oogmerk het plegen van bedreigingen en openlijke geweldpleging en dat in het bijzonder tegen de motorclub Hells Angels. Het Sittardse chapter van motorclub Bandidos zorgde letterlijk en figuurlijk voor een explosieve sfeer in Sittard en omgeving. Zo vond vlak na de oprichting in maart 2014 een granaataanslag plaats op de woning van president [verdachte 10] , korte tijd later gevolgd door nog twee granaataanslagen, één op diezelfde woning en één op de woning van [verdachte 14] . Al eind maart 2014 werden enkele leden aangehouden en later ook veroordeeld wegens verboden wapenbezit. Gaandeweg werd in de zomer van 2014 de rivaliteit tussen de motorclubs Bandidos en Hells Angels openlijk zichtbaar door een confrontatie tussen die twee clubs in Alkmaar. Uit het dossier blijkt ook van een daadwerkelijke vete tussen beide clubs in Limburg, zowel uit afgeluisterde gesprekken als uit diverse incidenten. Dit alles lijkt voort te komen uit een diepgewortelde, langdurende en zich over meer landen uitstrekkende strijd om hegemonie. Die vete en de bedoelingen van het Sittardse chapter van de Bandidos kwamen uiteindelijk in januari en mei 2015 tot uiting. Op 24 januari 2015 vond een zogenaamde klopjacht plaats op leden van de Hells Angels. Meerdere leden van de Sittardse Bandidos bezochten die avond diverse plekken waar kennelijk regelmatig leden van de Hells Angels of hun sympathisanten kwamen. De bedoeling die avond was duidelijk: vechten met de Hells Angels. Toevalligerwijs werd er die avond nergens een Hells Angel aangetroffen, omdat er een clubfeest gehouden werd op een locatie die niet door de Bandidos werd bezocht. Op 7 mei 2015 was het zogezegd wel raak met de openlijke geweldpleging bij café Dug-Out in Sittard en de provocatie van de Hells Angels daarna in Kerkrade. Hierdoor kreeg het Sittardse chapter meer en meer een bedreigende en gewelddadige reputatie. Het wilde de enige motorclub in de omgeving, of zelfs van heel Nederland, worden. Alles was erop gericht de baas te zijn. Dit werd onderling besproken en ook uitgedragen door intimidaties en geweld. Los van het voorgaande, bleken er nog tal van omstandigheden die duidden op de criminele aard van het samenwerkingsverband. Zo probeerde men op allerlei manieren uit het zicht van politie en justitie te blijven. Leden werden gemaand voorzichtig om te gaan met communicatiemiddelen, men had zogenaamde PGP-telefoons, er werd een heuse coöperatie opgericht die als dekmantel had te gelden voor een clubhuis, waarbij ook wachtgelopen werd en men bleek in staat om een – doorgaans vertrouwelijk – strafdossier in bezit te krijgen. Deze omstandigheden staan weliswaar niet in directe relatie tot de bedreigingen en het geweld tegen de Hells Angels, maar tonen wel het karakter van de club. Kortom, de aanwezigheid van het Sittardse chapter van de Bandidos zorgde voor een aantasting van de openbare orde. Het liet zich leiden door territoriumdrift en plaatste zichzelf buiten de democratische rechtsorde. De rechtbank acht voor de deelneming aan deze criminele organisatie in beginsel een gevangenisstraf van 9 maanden voor de leden en 12 maanden voor de leiders van die organisatie passend. Openlijke geweldpleging Tijdens de openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 bij café Dug-Out heeft de verdachte één van de slachtoffers meermalen met een boksbeugel geslagen. Dit tijdens een ware escalatie van geweld, waarbij zelfs nog een poging tot doodslag plaatsvond. Al dit geweld vond plaats in het kader van de kennelijke territoriumdrift van het Sittardse chapter van de Bandidos en hun vijandigheid tegen de Hells Angels. Bovendien was sprake van nietsvermoedende slachtoffers die zonder enige aanleiding daartoe te grazen werden genomen door een veel grotere groep in colors geklede leden van de Sittardse Bandidos waartegen ze totaal kansloos waren. Geen eerlijk gevecht, maar volstrekt zinloos geweld dus. En dat is strafverzwarend. De rechtbank acht voor het aandeel van de verdachte in deze openlijke geweldpleging in beginsel een gevangenisstraf van 8 maanden passend. Diefstal Mercedes-Benz Viano Verder heeft de verdachte samen met anderen een Mercedez-Benz Viano gestolen. Daartoe is men gezamenlijk in een auto naar Den Bosch gereden en naar de bezitter van die bus gegaan om aldaar de sleutel te pakken en met de bus weg te rijden. Blijkbaar moest een ‘boodschap’ overgebracht worden en die boodschap zou ook begrepen zijn. Hieruit leidt de rechtbank af dat deze diefstal kennelijk in het teken stond van een conflict, waarbij men eigen rechter speelde. De rechtbank acht voor deze diefstal in beginsel een gevangenisstraf van 3 maanden passend. Poging afpersing Ook heeft de verdachte samen met anderen een schuttingbouwer proberen af te persen voor duizenden euro’s. Na een conflict over de volgens [verdachte 3] schots en scheef geplaatste schutting en vermeende bedreigingen van de schuttingbouwer tegen de vrouw van [verdachte 3] toen de betaling van de schutting uitbleef, werd een afspraak gemaakt bij McDonalds in Helmond. Daar werd aan de schuttingbouwer een zogenaamde boete opgelegd voor het bedreigen van de vrouw en kinderen van [verdachte 3] . Uit de verklaringen van de schuttingbouwer en zijn partner blijkt dat zij grote angsten hebben uitgestaan, te meer daar in de aanloop van de gebeurtenissen bij McDonalds door de vader van verdachte gemeld had dat ze met de Bandidos van doen hadden. De rechtbank acht voor dit feit in beginsel een gevangenisstraf van 6 maanden passend. Poging zware mishandeling en diefstal iPhones Tot slot heeft de verdachte samen met zijn vader een zware mishandeling gepleegd. Kennelijk had men al lange tijd onenigheid met het latere slachtoffer. Toen ze hem toevalligerwijs zagen lopen, stopten ze de auto en gaven ze het slachtoffer flinke klappen op zijn hoofd en lichaam. De verdachte maakte daarbij bovendien gebruik van een boksbeugel, iets wat voor zeer ernstig letsel kan zorgen. Het geweld hield pas op toen het slachtoffer wist te vluchten. Ook hier is weer sprake van volstrekt zinloos geweld: een nietsvermoedend en weerloos slachtoffer wordt zonder pardon neergeslagen door vader en zoon. Uiteindelijk nam de verdachte ook nog twee iPhones van het slachtoffer af. Uit de OVC blijkt voorts dat de twee jonge kinderen van verdachte vanuit de auto de mishandeling door vader en opa konden gadeslaan. De rechtbank acht hiervoor in beginsel een gevangenisstraf van 15 maanden passend. Conclusie Het voorgaande maakt dat de rechtbank een gevangenisstraf van 41 maanden als uitgangspunt hanteert. De straf zal lager zijn dan door het Openbaar Ministerie geëist, omdat de rechtbank de verdachte voor een deel vrijspreekt, waarvoor het Openbaar Ministerie tot bewezenverklaring had gerekwireerd. Van bijzondere persoonlijke omstandigheden die in strafmatigende zin moeten meewegen in de op te leggen straf, is de rechtbank niet gebleken. Ook ziet de rechtbank geen reden in strafmatiging als gevolg van de privacy schending door de opgenomen vertrouwelijke communicatie in zijn auto. Wel zal de rechtbank, soortgelijk aan het standpunt van het Openbaar Ministerie, de op te leggen straf met ongeveer 1/3 verminderen gelet op de schending van de redelijke termijn. De verdachte werd aangehouden op 27 mei 2015, terwijl de rechtbank vandaag ruim zes jaren later vonnis wijst en dit tijdsverloop niet aan de verdachte te wijten is. De rechtbank zal [verdachte 3] veroordelen tot een gevangenisstraf van 27 maanden. 8Het beslag De beslaglijst d.d. 22 mei 2021 vermeldt een BlackBerry telefoon. Nu met betrekking tot deze telefoon niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dient deze te worden teruggegeven aan degene onder wie deze is inbeslaggenomen, zijnde verdachte. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 63, 140, 141, 302, 310, 311, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Niet-ontvankelijkheid - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte voor feit 4 in de zaak 03/702609-15; Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van de feiten 5, 7, 8, 9 en 10 in de zaak 03/702609-15; Bewezenverklaring verklaart de feiten 1, 2, 3 en 6 in de zaak 03/702609-15 en de feiten 1 primair en 2 in de zaak 03/702637-15 bewezen zoals hierboven onder 4.5 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 2, 3 en 6 in de zaak 03/702609-15 en de feiten 1 primair en 2 in de zaak 03/702637-15 tot een gevangenisstraf van 27 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; verstaat dat tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering; Beslag - gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte: - een BlackBerry, gsm, kleur zwart, goednummer 613728. Dit vonnis is gewezen door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en mr. O.A.G. Corten, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021. BIJLAGE I: De tenlastelegging In de zaak met parketnummer 03/702609-15: Aan de verdachte is - na nadere omschrijving van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 in de gemeente Echt-Susteren en/of de gemeente Sittard-Geleen en/of de gemeente Roermond en/of de gemeente Valkenswaard en/of de gemeente Heerlen en/of de gemeente Kerkrade en/of de gemeente Schinnen, in elk geval in Nederland en/of te Borgloon (B), in elk geval in België en/of te Selfkant en/of te Alsdorf, in elk geval in Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard) en/of een samenwerkingsverband bestaande uit (onder meer) de volgende personen: [verdachte 6] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 10] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 8] en/of [verdachte 13] en/of [verdachte 14] en/of [verdachte 11] en/of [verdachte 12] en/of [verdachte 15] en/of [verdachte 17] en/of [verdachte 20] en/of [verdachte 21] en/of [verdachte 22] en/of [verdachte 16] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten: - afpersing (art. 317 Sr) en/of - diefstal met geweld (art. 312 Sr) en/of - bedreiging (art. 285 Sr) en/of - openlijk geweld (art. 141 Sr) en/of - verboden wapenbezit (art. 26 WWM); (zaak 1) 2. hij op of omstreeks 6 november 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) sleutel(
  1. s)en/of een bus (Mercedes Benz 639 Viano Cdi, gekentekend [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
  2. n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft/ hebben verdachte en/of zijn medeverdachten (-zakelijk weergegeven-) - die [slachtoffer 1] ongevraagd benaderd en/of - een intimiderende sfeer gecreëerd en/of - met stemverheffing (tegen die [slachtoffer 1] ) gepraat en/of - laten blijken dat ze van (een) motorclub (Bandidos) zijn, in elk geval was voor die [slachtoffer 1] duidelijk dat hij te maken had met een of meer personen van (een) motorclub (Bandidos) en/of de indruk laten ontstaan dat er geweld gebruikt zou worden; (zaak 2) 3. hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2014 tot en met 23 maart 2015, in elk geval op 23 maart 2015 in de gemeente Helmond, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  3. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [getuige 2] te dwingen tot de afgifte van 350.000 euro en/of 50.000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), hebbende hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(
  4. n)(-zakelijk weergegeven-) in de periode van 8 juli 2014 tot 23 maart 2015 - meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 3] en/of die [getuige 2] gebeld en/of gezegd dat die [slachtoffer 3] en/of die [getuige 2] een geldbedrag moest(
  5. en)betalen en/of - tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij, verdachte, bij de Bandidos zou zitten en wel langs zouden komen en/of - die [slachtoffer 3] een boete van 50.000 euro opgelegd en/of tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij een groot probleem had en/of - tegen die [slachtoffer 3] gezegd: "Dan kom ik jou wel zoeken vriend. Goed? Dan doen we het zo. Als jij niet wilt praten. Als jij niet gewoon netjes met mij aan tafel wil gaan zitten dan gaan we het op een andere manier doen" en/of - met die [slachtoffer 3] een afspraak gemaakt bij de Mc Donald's te Helmond en/of (vervolgens) op 23 maart 2015 aldaar -zich in het zicht veld van die [slachtoffer 3] gesitueerd en/of gezeten en/of (vervolgens) met zijn (verdachtes) gezicht dicht bij het gezicht van die [slachtoffer 3] gezeten en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] gezegd (-zakelijk weergegeven-): -"ik kom uit Zuid-Amerika, normaal zou ik je hele familie afknallen voor deze shit" en/of -"ik wil jouw toko met alles en iedereen in de fik steken", althans (telkens) woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 3) 4. hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2014 tot en met 26 maart 2014, in elk geval op 26 maart 2014 te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  6. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge (Rolex), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten (-zakelijk weergegeven) in de periode van 24 januari 2014 tot 26 maart 2014 - meermalen, althans eenmaal met die [slachtoffer 4] telefonisch contact gehad en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij ( [slachtoffer 4] ) met de Bandidos van die motorclub praatte en/of te maken had en/of te doen had en/of - met die [slachtoffer 4] een afspraak gemaakt bij de Mc Donald's en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij moest komen en dat zij (de Bandidos) anders bij hem langs zouden komen en/of(vervolgens) op 26 maart 2014 aldaar -zich in het zicht veld van die [slachtoffer 4] gesitueerd en/of gezeten en/of - waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(
  7. n)duidelijk zichtbaar en/of herkenbaar waren in bandidoskleding en/of lietten blijken dat ze van (een) motorclub (Bandidos) waren, in elk geval was voor die [slachtoffer 4] duidelijk dat hij te maken had met een of meer personen van (een) motorclub (Bandidos) en/of de indruk lieten ontstaan dat er geweld gebruikt kon gaan worden en/of - met stemverheffing gepraat en/of die [slachtoffer 4] in een stoel gedrukt en/of gehouden en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij ( [slachtoffer 4] ) een boete kreeg van 25.000 euro en/of 25.000 euro verschuldigd was, in elk geval geld moest betalen en/of -tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(
  8. n)het horloge (Rolex) wilde hebben en wanneer hij ( [slachtoffer 4] ) het horloge (Rolex) niet zou geven hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(
  9. n)het horloge (Rolex) dan zou pakken en dat dit niet goed voor [slachtoffer 4] zou zijn, althans (telkens) woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking; artikel 317 sr en/of B. hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2014 tot en met 24 maart 2014, in elk geval op 24 maart 2014, te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel (en/of auto Mercedes, gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(
  10. n)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten (-zakelijk weergegeven-) in de periode van 24 januari 2014 tot 26 maart 2014 - meermalen, althans eenmaal met die [slachtoffer 4] telefonisch contact gehad en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij met de Bandidos van die motorclub praatte en/of te maken had en/of te doen had en/of - met die [slachtoffer 4] een afspraak gemaakt bij de Mc Donald's en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij moest komen en dat zij (de Bandidos) anders bij hem langs zouden komen en/of(vervolgens) op 26 maart 2014 aldaar -zich in het zicht veld van die [slachtoffer 4] gesitueerd en/of gezeten en/of waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(
  11. n)duidelijk zichtbaar en/of herkenbaar waren in bandidoskleding en/of lieten blijken dat ze van (een) motorclub (Bandidos) waren, in elk geval was voor die [slachtoffer 4] duidelijk dat hij te maken had met een of meer personen van (een) motorclub (Bandidos) en/of de indruk lieten ontstaan dat er geweld gebruikt kon gaan worden en/of - met stemverheffing gepraat en/of die [slachtoffer 4] in een stoel gedrukt en/of gehouden en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij een boete kreeg van 25.000 euro en/of 25.000 euro verschuldigd was, in elk geval geld moest betalen en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(
  12. n)het horloge (Rolex) wilde hebben en wanneer hij ( [slachtoffer 4] ) het horloge (Rolex) niet zou geven hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(
  13. n)het horloge (Rolex) dan zou pakken en dat dit niet goed voor [slachtoffer 4] zou zijn, althans (telkens) woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking; artikel 312 Sr subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 26 maart 2014 te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto( Mercedes, gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(
  14. n)zich detoegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van valse sleutel te weten een onbevoegd gebruikte sleutel van die auto; (zaak 4) 5. hij op of omstreeks 9 januari 2015 in de gemeente Eindhoven en/of in de gemeente Stein, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, b. van een voorwerp, te weten een personenauto (merk VW Touareg kenteken [kenteken 3] ) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn medeverdachte(
  15. ne)wist(
  16. en)of redelijkerwijs moest(
  17. en)vermoeden dat voornoemd voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; (zaak 5) (art. 420bis/quater) 6. hij op of omstreeks 7 mei 2015 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Romeinenstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (onder meer) [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , welk geweld bestond uit (het met een boksbeugel) slaan en/of trappen/schoppen van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , terwijl dit slaan en/of trappen/schoppen voor die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 9] , enig lichamelijke letsel tengevolge heeft gehad; (zaak 9) 7. A. hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 december 2014 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, althans in de provincie Limburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet), (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine (ongeveer 10 kilogram), zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I; en/of B. hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 december 2014 te Oirsbeek, gemeente Schinnen, althans in de provincie Limburg en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine (ongeveer 10 kilogram), zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I; (zaak 7) 8. A. hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 december 2014 te Oirsbeek, in de gemeente Schinnen, in elk geval in de provincie Limburg en/of elders in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep (totaal ongeveer 3 kilogram), in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, B. hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 december 2014 te Oirsbeek, in de gemeente Schinnen, in elk geval in de provincie Limburg en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep (totaal ongeveer 3 kilogram), zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II; 9. Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 te Maasbracht, in de gemeente Maasgouw, en/of in de gemeente Roermond en/of in de gemeente Valkenswaard en/of te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, en/of in de gemeente Heerlen en/of te Echt, in de gemeente Echt-Susteren, en/of te Oisrsbeek, in de gemeente Schinnen, in elk geval in Nederland en/of te Borgloon, in elk geval in België en/of te Selfkant, in elk geval in Duitsland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard) en/of een samenwerkingsverband bestaande uit (onder meer) de volgende personen: [verdachte 6] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 9] en/of [verdachte 13] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 12] en/of [verdachte 7] en/of [verdachte 11] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 10] en/of [verdachte 16] en/of [partner verdachte 3] welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven), als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet, namelijk: - het aanwezig hebben en/of telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  18. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of - het verrichten van voorbereidings- of bevorderingshandelingen gericht op het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  19. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of - het in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (een) middel(
  20. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of - van het (van grote hoeveelheden) binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(
  21. en)als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; (vanaf 1 maart 2015 art 11b van de Opiumwet) (zaak 10A+B) 10. hij op of omstreeks 27 mei 2015 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 160 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;(ZD 10a). In de zaak met parketnummer 03/702637-17: Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 10 mei 2015 in de gemeente Valkenswaard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 10] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hebbende hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(
  22. n)die [slachtoffer 10] , meermalen, althans eenmaal (met (een) boksbeugel(s)) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 10] geslagen en/of met geschoeide voet die [slachtoffer 10] geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 11) subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 10 mei 2015 in de gemeente Valkenswaard openlijk, te weten op of aan de openbare weg, het Oude Wandelpark, in elk geval op of aan een openbare weg,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 10] , welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal (met (een) boksbeugel(s)) slaan en/of schoppen van die [slachtoffer 10] terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een of meer gekneusde ribben en/of een hoofdwond voor die [slachtoffer 10] ten gevolge heeft gehad;(zaak 11) 2. hij op of omstreeks 10 mei 2015 in de gemeente Valkenswaard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2, in elk geval een of meer gsm's (I-phones), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;(zaak 11). BIJLAGE II: De bewijsmiddelen Zaakdossier 1: Deelneming aan de criminele organisatie MC Bandidos (chapter Sittard) De politie heeft onderzoek gedaan naar de oprichting van het Sittardse chapter en relateerde daarover het volgende: Uit een onderzoek op de internetsite www.bandidosmc.com bleek dat op zaterdag 15 maart 2014 de uitreiking probationary colors aan het eerste chapter van de BMC in Nederland, het chapter Sittard, plaatsvond. [verdachte 10] is de president van dit chapter. Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte 13] op de actiedag 27 mei 2015 werd een geheugenstick aangetroffen. Het proces-verbaal over het vervolgonderzoek aan die geheugenstick vermeldt dat daarop onder meer werden aangetroffen:  ledenlijsten Bandidos;  verslagen van vergaderingen van de BMC Sittard;  financiële registratie, contributie en dergelijke door de leden BMC Sittard;  financiële registratie betaling maandelijkse contributie aan het ’Mother Chapter Marseille’. Het proces-verbaal vermeldt verslagen van 1, 8, 14, 21 en 28 januari, 4, 11, 18 en 25 februari, 6, 11, 18 en 25 maart en 1 april. Voorts werd een ongedateerd verslag aangetroffen getiteld ‘Sec meeting 2015 Unna‘. Op de geheugenstick werden drie kennelijke ledenlijsten van de Bandidos MC Sittard aangetroffen. De meest recente ledenlijst vermeldt in totaal 22 namen, waaronder zakelijk weergegeven: Name Member Probationary Prospect Hangaround President [verdachte 10] 23-08-14 15-03-14 Vice President [verdachte 1] 23-08-14 15-03-14 Sgt. at Arms [verdachte 9] 23-08-14 15-03-14 Sec/Treas [verdachte 7] 23-08-14 15-03-14 Road Captain [verdachte 2] * 21-06-14 15-03-2014 Member [verdachte 12] 23-08-14 15-03-14 Member [verdachte 4] 23-08-14 15-03-14 Member [verdachte 13] ** 21-06-14 15-03-2014 Member [verdachte 14] 21-06-14 15-03-2014 Member [verdachte 3] 15-03-14 26-07-2014 Sgt. at Arms [verdachte 6] ** 22-10-14 26-04-2014 04-04-14 Prospect [verdachte 21] *** 02-02-15 30-04-2014 Hangaround [verdachte 15] **** 17-12-14 *De rechtbank begrijpt: [verdachte 2] . ** Omstreeks april 2015 volgde [verdachte 13] [verdachte 7] op in de functie van secretary/treasurer. *** De rechtbank begrijpt: [verdachte 6] . **** De rechtbank begrijpt: [verdachte 21] . ***** De rechtbank begrijpt: [verdachte 15] . De eerder genoemde verslagen op de geheugenstick aangetroffen bij [verdachte 13] beschrijven – zakelijk weergegeven – onder meer de aan/-afwezigheid, contributie, kosten, afspraken en samenvattingen van de ‘meetings’ voor het overige, waaronder:  Het verslag ‘meeting 28 january’ dat onder meer vermeldt (pg. 331-333): “Afgelopen zaterdag is het een en ander gebeurt met hangaround [hangaround 1] van 81. (…) Zijn in cafes geweest maar staan wel op camera”. Verder vermeldt dit verslag dat iemand heeft verteld dat hij is verzocht om zijn zwijgrecht om te zetten naar een verklaring, maar dat geweigerd omdat zulks de club zou beschadigen omtrent “crim organisatie.”  Het verslag ‘meeting 18 february’ dat onder meer vermeldt (pg. 321-323): “Doorgegeven aan rood wit einde maart moet duidelijkheid zijn, als weer iets gebeurt gas er op.  Het verslag ‘meeting 25 maart’ dat onder meer vermeldt (pg. 329-330): “Afgelopen nacht is de cafe van Wilbert afgebrand.” De verslagen vermelden de volgende aanwezigen:  8 8 januari: [15 namen] (pg. 310).  8 28 januari: [19 namen] (pg. 331).  8 4 februari: [24 namen] (pg. 304).  8 11 februari: [22 namen] (pg. 314).  8 18 februari: [18 namen] (pg. 321).  8 25 februari: [15 namen] (pg. 326).  8 11 maart: [22 namen] (pg. 317)  8 18 maart: [17 namen] (pg. 323).  8 25 maart: [21 namen] (pg. 329).  8 1 april: [18 namen] (pg. 306). Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte 7] werd een geheugenstick aangetroffen. Het proces-verbaal over het vervolgonderzoek aan die geheugenstick vermeldt dat daarop werd aangetroffen:  het document Holland regels Bandidos  communicatie (in de Engelse taal) in nieuwsbrieven waarin melding wordt gemaakt van een conflict met ’HA’ en spanningen met ’81’. Het document ’Bandidos MC Sittard Holland – Holland regels’ zoals aangetroffen op voornoemde geheugenstick vermeldt onder meer:  Holland Meeting wordt gehouden op de eerste woensdag van de maand bij chapter Sittard, niet aanwezig zonder reden gaat jas uit tot volgende Holland Meeting;  vierentwintig uur bereikbaar en binnen half uur tel of sms berichten beantwoorden;  wordt iemand opgepakt door politie voor wat voor reden dan ook zwijgrecht tot advocaat daar is geweest en uitleg geeft over de situatie. Op 28 maart 2014 werd in de auto van [verdachte 10] een handboek aangetroffen. Deze ’Bible of the Bandidos motorcycleclub Europe’ beschrijft onder meer (in de Engelse taal) de toelatings- en lidmaatschapsregels (hangaround, prospect, probationary, full membership), contributie, onkostenvergoedingen bij voorlopige hechtenis, vergadering, clubregels, officieren, financiële verplichtingen, patches, nieuwsbrief, bmcmail en geschiedenis. De politie heeft voorts onderzoek gedaan naar diverse incidenten die plaatsvonden sinds de oprichting van het Sittardse chapter van de Bandidos MC. Daarover relateert de politie het volgende: Op 16 maart 2014 vond een granaataanslag plaats op de woning van [verdachte 10] . Op 22 maart vond wederom een granaataanslag plaats op de woning van [verdachte 10] . Op 26 maart 2014 vond de sluiting plaats van het clubhuis van de Bandidos in perceel [adres 2] te Geleen op grond van mogelijke ernstige verstoring van de openbare orde vanwege de bewoning door [verdachte 10] . Hierbij werden vier leden van de Bandidos aangehouden waaronder [verdachte 10] . Er werden meerdere vuurwapens en munitie gevonden op het perceel en in personenauto's. Op 7 mei 2014 vond een granaataanslag plaats op de woning van [verdachte 14] . Op 15 juni 2014 werd een soort van brandbom tegen de gevel van café No 1 te Echt gegooid. Dit café betreft een locatie waar de Bandidos, chapter Sittard elkaar regelmatig treffen. Op 29 augustus 2014 vond een verbaal treffen tussen leden van de Bandidos en Hells Angels in Alkmaar plaats. Een fysieke confrontatie tussen beide clubs is door inzet politie voorkomen. Er werden enkele aanhoudingen verricht. Het is verder niet bekend of bij dit treffen leden van de Bandidos, chapter Sittard aanwezig waren. Op 24 januari 2015, werd door de Hells Angels een bijeenkomst gehouden in café Navarro aan de Markt in Kerkrade. Hierbij waren ook leden van de Red Devils aanwezig. Op 24 januari 2015 werd door meerdere leden van de OMG Bandidos Sittard een bezoek gebracht aan de ontmoetingsplaats van de Red Devils aan de Romeinenstraat 22 te Sittard (café Dug-Out). Op 24 januari 2015, na het bezoek aan de Dug-Out, zijn de leden van de Bandidos door het zuiden van Limburg getrokken waarbij ze meerdere locaties, waarvan bekend is dat er regelmatig leden van de Hells Angels aanwezig zijn, bezochten. Tijdens deze bezoeken worden geen leden van de Hells Angels of Red Devils aangetroffen door de Bandidos. Op 25 januari 2015 werd gezien dat een grote groep leden van de Hells Angels vanuit het centrum van Kerkrade naar café Dacus te Kerkrade liepen. Bekend is dat de uitbater van café Dacus sympathiseert met de Bandidos en dat er regelmatig leden van de Bandidos daar aanwezig zijn geweest. Nadat de Hells Angels daar weer vertrokken waren, bleken de vier banden van de auto van de uitbater van café Dacus te zijn lek gestoken. Ook was er met een scherp voorwerp twee maal de cijfercombinatie 81 in de lak van de auto gekrast. Op 16 maart 2015 hield een grote groep leden van de Hells Angels zich provocerend op ter hoogte van de woning van een lid van de Bandidos aan de Ruitersweg te Susteren. Na enige tijd vertrok de groep zonder dat er verdere incidenten hadden plaatsgevonden. Op 25 maart 2015 wordt omstreeks 03.00 uur een brandend projectiel geworpen door de ruit van café Dacus aan de Zonstraat in Kerkrade. Hierdoor ontstaat er een grote brand. In de woning boven het cafégedeelte sliep op dat moment het gezin van de uitbater dat het brandende pand tijdig kon verlaten. Het pand brandde geheel uit. Naar aanleiding van dit incident werd een verdachte op heterdaad aangehouden. Deze verdachte is een bekend lid van de Supportcrew 81, de officiële supportclub van de Hells Angels uit Kerkrade. Op 7 mei 2015, omstreeks 20.20 uur, werden drie leden van de Red Devils nabij hun ontmoetingsplaats aan de Romeinenstraat te Sittard zwaar mishandeld door ruim twintig leden van de Bandidos. Eén van de Bandidos wordt bij hun vertrek herkend door de politie als de president [verdachte 10] . Op 7 mei 2015, omstreeks 23:55 uur, probeerde een grote groep leden van de OMG Bandidos op de Markt in Kerkrade de horecagelegenheden te betreden. Dit werd overal geweigerd. Op 9 mei 2015 kwam interne politie-informatie binnen dat zich in de late avond rond perceel Markt 53 te Kerkrade (café Navarro) een grote groep personen verzameld had in de colors van de Hells Angels. Op 9 mei 2015 kwam interne politie-informatie binnen dat een grote groep Bandidos zich ophield in en rond het pand aan de [adres 3] te Oirsbeek. Dit pand betreft de vestigingsplaats van het bedrijf en de woonplaats van de vice-president van de Bandidos. Diverse OVC-verslagen uit de auto van [verdachte 3] vermelden dat [verdachte 3] onder meer het volgende zegt: 2 maart 2015: Als je eenmaal in een motorclub zit dan, zoals ons, dan moet je voor elkaar door het vuur gaan. (…) Dat begon hier in Nederland, de Bandidos. We waren tien jongens allemaal buitenbeentjes (…) en dan kom je bij elkaar, die allemaal voor mekaar door het vuur gaan. (…) Ik heb schijt aan alles, ik ben 1%-er, ik sta buiten de wet. (…) Als iemand zegt ik kan niet meer zo vaak komen door mijn werk… rot op man werk. Wij zijn 1%, wij staan buiten de wet, wij werken niet. (…) Je moet 24 uur per dag voor je club klaar staan. (…) Wij zijn criminelen, uitschot zijn wij. 20 april 2015: (…) de oorlog gaat beginnen met rood/wit, die zijn ons vandaag de hele dag aan het zoeken geweest. 14 mei 2015: Als wij met chapter Sittard ergens knokken, als er in het clubhuis wapens worden gevonden, dat ze dan gewoon zeggen de chapter Sittard is verboden. Maar dan moeten ze wel hard kunnen maken dat het chapter een criminele organisatie is. Diverse OVC-verslagen uit de auto van [verdachte 1] vermelden onder meer het volgende: 17 november 2014: [verdachte 1] heeft geregeld dat ze nu iedere vrijdagavond en eventueel maandagavond kunnen trainen voor het boxen. [jongste zoon verdachte 1] wil ook blijven voetballen. Dat sowieso zegt [verdachte 1] , maar als hij dadelijk Chicano wil worden is het wel handig als hij een beetje kan vechten. Als [jongste zoon verdachte 1] komt dan zullen die anderen ook wel denken, die jongen van 15 doet het ons voor, dan komen ook 2-3 Chicano’s trainen. [verdachte 1] zegt dat ze daar wel achter komen als ze de eerste keer op straat tegen een Rood-Witte aanlopen… dan wordt geknokt… dan komen ze met dikke ogen thuis. 29 oktober 2014 (twee Chicanosleden die het volgende over de Bandidos zeggen): Ze hebben al backup met de Satudarah en als ze die ook nog kunnen samentrekken, dan hebben we toch een paar clubs, waarmee we toch dadelijk proberen te overheersen. Dan kunnen ze rood-wit uitdrijven. Dat is wel de bedoeling. 13 januari 2015: [verdachte 1] , [oudste zoon verdachte 1] , [verdachte 6] en [verdachte 11] in de auto. [verdachte 6] : Zaterdag komt er nog een maat mee… [Bandidos-lid 1] mee.. een stevige jongen… een goeie MMA-vechter, de beste MMA-vechter die België had. [verdachte 1] : Goed zo, ok. Bij de doorzoeking in de woning van de verdachte [verdachte 12] werd een iPhone aangetroffen. Op die iPhone bleek een foto van 5 maart 2015 aanwezig, waarop [verdachte 12] was afgebeeld in de colors van de Bandidos en met een raketwerper op zijn schouder. Zaakdossier 2: Afpersing [slachtoffer 1] Op 6 november 2014 zijn in de Opel Vectra van [verdachte 1] onder meer de volgende OVC-gesprekken opgenomen: Om 11.22 uur (sessienummer 4052) [verdachte 1] praat met NN-persoon buiten de auto. Vervolgens openen de portieren, [verdachte 1] stapt in en zegt dat het fris aan het worden is tegen [verdachte 3] . Vervolgens stapt ook [verdachte 7] in, die wordt begroet door [verdachte 1] in de auto. Om 11.27 uur (sessienummer 4052) [verdachte 1] , [verdachte 3] en [verdachte 7] zitten nog steeds in de auto. [verdachte 1] zegt dat hij in Born de autoweg kan afgaan en hier weer erop, dat is het makkelijkste voor hem. [verdachte 3] zegt .. ntv ... Ja zegt [verdachte 1] , die staat in Echt te wachten. Wanneer de auto om 11.42 volgens het peilbaken op de Peijerstraat te Echt is, stapt een onbekende man in (sessienummer 4056). Gesprek over hoeveel een ticket naar Thailand kost. [verdachte 1] zegt dat ze vanmiddag hier een beetje gas moeten geven. Dan kunnen we direct boeken zegt [verdachte 7] . Om 11.52 uur (sessienummer 4058) [verdachte 7] zegt: Ik heb pepperspray en pistool meegenomen he! Om 13.36 uur (sessienummer 4070) [verdachte 1] zegt tegen [verdachte 3] dat het beter is dat ze van hieruit de autoweg nemen naar IJsselstein en als ze terugkomen gaan ze langs Den Bosch en dan gaan ze langs. Het mooie is, zegt [verdachte 1] , die ‘Albino’ die kent ons niet, heeft ons nog nooit gezien ..... . Dat is altijd goed, zegt [verdachte 7] . Dan weet hij ook niet voor wie hij weg moet rennen ..... Ja dat bedoel ik, zegt [verdachte 1] , die kent ons niet, daar kun je gewoon heen lopen die rent niet weg die kent ons niet.. .... Om 14.57 uur (sessienummer 4084) [verdachte 1] zegt dat het beste is als hij en vermoedelijk [verdachte 3] uitstappen en [verdachte 7] en [verdachte 8] blijven zitten anders komt hij niet naar buiten. [verdachte 3] geeft aan waar ze naar toe moeten rijden. [verdachte 3] zegt dat zijn Vito er staat en dat ze beter achterom kunnen parkeren. [verdachte 1] zegt dat ze die Vito gelijk meenemen. De politie heeft onderzoek gedaan naar bijnamen hadden en concludeerde dat [verdachte 8] een bijnaam is van de verdachte [verdachte 8] . Blijkens de gegevens van het peilbaken aangebracht in de auto Opel Vectra van [verdachte 1] is dit voertuig op donderdag 6 november 2014 van 14.59 tot 15.25 uur stationair op de [straatnaam 1] te 's-Hertogenbosch. Dit betreft het GBA adres van [slachtoffer 1] . Om 14.59 uur (sessienummer 4085) De motor wordt afgezet. [verdachte 7] vraagt of hij moet blijven zitten. Ja, zegt [verdachte 1] , blijf maar stand-by en ik laat de sleutel op de auto staan. [verdachte 1] en [verdachte 3] stappen uit. [verdachte 8] en [verdachte 7] blijven in de auto. Om 15.04 uur (sessienummer 4086) [verdachte 8] en [verdachte 7] hebben het erover dat het wel lang geduurd heeft voordat de persoon open deed en dat het wel geregeld zal zijn. [verdachte 8] zegt dat hij misschien andere mensen heeft gebeld. We zien het wel als andere mensen komen, zegt [verdachte 7] . Om 15.09 uur ( sessienummer 4088) [verdachte 7] zegt dat het lang duurt en dat dat goed is. Jazeker, zegt [verdachte 8] . De Vito mee dan is het toch goed. [verdachte 8] vraagt of die ‘meneer’ bij hun gezeten heeft. Neen zegt [verdachte 7] . Om 15.22 uur (sessienummer 4091) [verdachte 1] (vermoedelijk alleen) stapt weer in de auto en zegt dat ‘hij’ de boodschap heeft gesnapt. Rijgeluiden. Om 15.26 uur (sessienummer 4091) [verdachte 1] wil zo snel mogelijk weg uit deze buurt en ze gaan een bakje pakken op de autoweg. [verdachte 7] vraagt of ze hem ergens binnen moeten zetten. [verdachte 1] zegt zich aan het bedenken waar we hem kunnen neerzetten. [verdachte 7] geeft aan dat ze die bij hem achterom kunnen zetten. Om 15.27 uur (sessienummer 4092) [verdachte 3] roept dan ‘ik moet tanken hij is helemaal leeg’. [verdachte 1] en [verdachte 7] lachen. Om 15.30 uur (sessienummer 4093) [verdachte 7] zegt dat hij nog een plekje heeft waar hij hem binnen kan zetten. Oké zegt [verdachte 1] . Om 15.39 uur (sessienummer 4093) Blijkt dat [verdachte 8] bij [verdachte 3] in de auto zit, want [verdachte 1] dacht hem te zijn vergeten. [verdachte 1] zegt bij Nederweert te stoppen voor een bakkie en dan spreken we verder af .. ntv... met de bus .... ntv. Om 15.59 uur ontvangt [verdachte 3] een sms-bericht van [telefoonnummer 1] op naam van [bedrijf betrokkene 1] te Roermond, inhoudende: ‘Hallo, ik hoor net van [slachtoffer 1] dat jullie mijn bus hebben meegenomen, maar zo werkt dat niet jongens’. Op 6 november 2014 om18.42 uur (sessienummer 418) vindt er een telefoongesprek plaats tussen [verdachte 3] en [betrokkene 1] , gebruiker telefoonaansluiting [telefoonnummer 1] , onder andere inhoudende: [betrokkene 1] zegt: ‘Luister, ik ga niet zomaar overal naar toe rijden of weet ik veel wat (…) daar gaat het niet om maar het gaat zich er om ik weet niet waarom jullie mijn bus meenemen bij [slachtoffer 1] ’. [verdachte 3] zegt: ‘Nou dan moet je dat aan hem vragen dan kan hij jou dat precies uitleggen’. (…) [betrokkene 1] zegt: ‘Ik kan ook naar de politie gaan en zeggen dat jullie mijn bus hebben gestolen, is ook geen probleem’. [verdachte 3] zegt: ‘Zodra [slachtoffer 1] ons/mij de papieren geeft wat afgesproken is krijgt hij die terug’. Op 3 december 2014 worden er door een nummer dat niet op naam staat twee sms-en verstuurd naar een nummer in gebruik bij [verdachte 3] met de volgende inhoud: heb aangiften gedaan van afpersen en diefstal van die bus door een motorclub uit Limburg heb geen namen en clubnaam genoemd dus kijk maar wat je met die bus doet. Op 17 maart 2015 in de auto van [verdachte 3] het volgende OVC-gesprek met [verdachte 12] opgenomen: Om 23.03 uur (sessienummer 2737) [verdachte 3] zegt: Ja daar heb ik toen toch met [verdachte 1] die bus afgepakt. [verdachte 12] vraagt: weetje die te vinden? [verdachte 3] zegt: Op een gegeven moment kreeg ik een berichtje dat hij aangifte gedaan had. Om 23.11 uur (sessienummer 2738) [verdachte 12] : Wat is er met die bus gebeurd? Verkocht? [verdachte 3] : Weet ik niet. Ik denk het wel. Die hebben ze volgens mij ergens in de sloop geduwd. [verdachte 7] zou dat geregeld hebben. [verdachte 12] : Maar jullie hadden die papieren toch? [verdachte 3] : Nee… [verdachte 12] : Jullie gaan een bus meenemen zonder papieren? [verdachte 3] : Heeft [verdachte 1] gedaan. Ja… [verdachte 1] pakte gewoon de sleutel. Om 23.13 uur (sessienummer 2739) [verdachte 3] zegt: hij zou gewoon terugkrijgen als hij de eerste tien had betaald. [verdachte 12] zegt: als hij aangifte had gedaan had je daar zeker al wat van gehoord. (…) [verdachte 12] zegt: Waar wil je aangifte van doen als je zelf fout bezig ben? [verdachte 3] zegt: daarom had hij het op een afpersing gegooid. Om 23.19 uur (sessienummer 2740) [verdachte 12] vraagt: Toen jullie die afspraak hadden met die ene gast, hadden jullie die vast of is die naar een afspraak gekomen? [verdachte 3] zegt: Die hadden wij vast, daar zijn we aan de deur gegaan. [verdachte 12] vraagt: was [betrokkene 1] daarbij? [verdachte 3] zegt: Die zat in de auto he. Weet je wat het is, wij waren eerst naar Amsterdam geweest voor een verhaal, toen zei [verdachte 1] … Op 14 april 2015 wordt in de auto van [verdachte 3] een OV-gesprek (sessienummer 4121) opgenomen. [verdachte 3] vertelt dat [betrokkene 1] altijd een grijze Vito heeft gereden en dat deze aangifte heeft gedaan van afpersing van de motorclub. De politie heeft ook onderzoek gedaan naar welke auto het betreft en komt op basis van een verklaring van [betrokkene 1] d.d. 22 januari 2012 dat hij een grijze Mercedes Vivano heeft (opmerking rechtbank: bedoeld zal zijn Viano) , een OVC-gesprek op 14 april 2015 van [verdachte 3] en het aantreffen van [slachtoffer 1] bij een verkeerscontrole van 23 augustus 2014 in deze auto, tot de conclusie dat het een Mercedes Benz Viano met het kenteken [kenteken 1] betreft. Uit nader onderzoek blijkt dat de kleur van deze auto briljant-zilver metallic is. Voorts wordt gerelateerd dat de Mercedes-Benz type Viano en de Mercedes-Benz type Vito uiterlijk identiek zijn, doch het interieur verschillend is. Zaakdossier 3: Poging afpersing / bedreiging [slachtoffer 3] Inleidende opmerkingen van de rechtbank: de voorgeschiedenis [slachtoffer 3] heeft in 2012/13 met zijn bedrijf [bedrijfsnaam] een schutting geplaatst bij [verdachte 3] . Het werk is feitelijk gebeurd door - door [slachtoffer 3] ingehuurde - Poolse timmerlieden. De schutting zou volgens [verdachte 3] echter scheef staan waardoor hij het restant van het nog verschuldigde bedrag niet meer wilde betalen aan [slachtoffer 3] als die het niet zou oplossen. [slachtoffer 3] zegde toe de volgende dag de Poolse timmerlieden weer langs te sturen, maar liet dat na. [verdachte 3] heeft het restant daarop niet betaald. In de periode hierna heeft [slachtoffer 3] twee maal een herinnering en een aanmaning gestuurd voor de betaling van het openstaande geldbedrag, maar zonder resultaat. Uiteindelijk heeft [slachtoffer 3] een deurwaarder ingeschakeld. Op een gegeven moment heeft [slachtoffer 3] er toch weer voor gekozen om zelf nogmaals te bellen naar het nummer van [verdachte 3] ( [telefoonnummer 2] ) over de betaling. Hij heeft daarbij waarschijnlijk gesproken met de partner van [verdachte 3] . Volgens [slachtoffer 3] had naar eigen zeggen nogal wat gedronken toen hij belde en er is toen over en weer gescholden. Volgens [verdachte 3] heeft dit gesprek plaatsgevonden in juni 2014 toen hij vast zat. [slachtoffer 3] zou daarbij tegen [verdachte 3] ’ partner dreigementen hebben geuit. Vervolgens vinden de volgende gebeurtenissen plaats. 11 juli 2014 Op 11 juli 2014 maakt [slachtoffer 3] uit Helmond, melding bij de politie te Helmond dat er twee ‘gasten’ naar hem op zoek zijn in verband met bedreigingen. Er is tegen hem gezegd dat er iemand bij hem langs gestuurd werd om het op te komen lossen. Nu zijn ze op zoek naar [slachtoffer 3] en op weg naar zijn woning. De politie gaat naar de woning van [slachtoffer 3] , waarbij [slachtoffer 3] verklaart dat hij was benaderd door ene [verdachte 3] die tegen [slachtoffer 3] had gezegd dat hij [achternaam verdachten 3 en 4] familie had bedreigd en daarom 10.000 euro boete aan [verdachte 3] moest betalen. [slachtoffer 3] werd op 8 juli 2014 door [verdachte 3] gebeld, de vriendin van [slachtoffer 3] nam toen op. Er was door [verdachte 3] gezegd dat [slachtoffer 3] hun bedreigd zou hebben en hij daarom 10.000 euro moest betalen. Een paar dagen later werd [slachtoffer 3] gebeld door de vader van [verdachte 3] met de mededeling dat [slachtoffer 3] 350.000 euro moest betalen vanwege de bedreigingen die door [slachtoffer 3] naar de familie [achternaam verdachten 3 en 4] waren geuit. Vader [achternaam verdachten 3 en 4] noemde het feit dat hij bij de Bandidos zou zitten en wel langs zou komen bij [slachtoffer 3] . 9 maart 2015 Vervolgens vinden op 9 maart 2015 de volgende telefoongesprekken plaats: Tapgesprek 9 maart 2015 om 15.42 uur (sessienummer 3441), waarin [verdachte 3] tegen zijn vader [verdachte 4] zegt dat hij gaat proberen om de man van de schuttingen te bereiken om een afspraak te maken. [verdachte 4] merkt op dat [verdachte 3] uit moet kijken met wat hij zegt met een verwijzing dat ‘ze’ (opmerking verbalisant: vermoedelijk de politie) bij die jongen van Alkmaar ook het ergste eruit hebben gehaald. Tapgesprek 9 maart 2015 om 15.37 uur (sessienummer 3440), waarin [verdachte 3] met [verdachte 4] belt en zegt dat ‘hij’ (een derde) binnen een paar dagen contact opneemt. [verdachte 4] zegt dat [verdachte 3] moet aangeven dat hij drie dagen heeft. [verdachte 3] heeft afgesproken dat hij (derde) binnen een paar dagen iets moet laten weten. En waar en hoe of wat, vraagt [verdachte 3] . Dat zien we wel als hij contact heeft opgenomen zegt [verdachte 4] . 20 maart 2015 Op 20 maart 2015 om 15.32 uur (sessienummer 2841 en 2841) wordt in de auto van [verdachte 3] een OVC-gesprek opgenomen waarin [verdachte 3] telefonisch een gesprek voert, waarbij hij onder andere zegt: Wat ik uit wil praten? Over die bedreiging die jij gedaan hebt naar mijn familie toe. Ja die trek ik wel ervan af want jij hebt mij geld betalen… Stilte … Nee, dan kom ik jou wel zoeken vriend. Goed? Dan doen we het zo. Als jij niet wilt pra ... Als jij niet gewoon netjes met mij aan de tafel wil gaan zitten dan gaan we het op een andere manier doen. Oh ik heb wel een grote mond ja… Stilte … Nee ik breng die tweeduizend euro wel mee. Dat is goed Ja moet ik naar jou toe komen of eh ... spreken we ergens iets af… Stilte …Waar in Helmond. Ja maar ik ga niet bij de McDonald’s afspreken. We kennen eh ...... anders ik weet eh ... in Valkenswaard. Daar zit eh .. het cafeetje het Oude WandelPark. Daar kennen we wel afspreken. Hoezo …Jij wilt je geld toch hebben of niet. En wij gaan dit fatsoenlijk uitpraten… Stilte …Nee .. maar daarom daarom. Ik raad jou alleen maar aan om mee te werken. Dat raad ik jou echt aan. Want jij moest eens weten. Ik neem ... Ik neem die berichten ook mee hè. Want weet jij wel wat er gestuurd is allemaal. Dus die neem ik allemaal mee. Die mag jij allemaal lezen. Daar gaan jouw haren recht van overeind staan vriend. Van wat die kankerleiers naar mijn gezin gestuurd hebben. Terwijl dat ik vast zat. Maar jij ... Weet je wat het is. Weet j

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.