RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummers: 03/702613-15 en 03/702642-17 (ttz.gev) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 in de strafzaak tegen [verdachte 7] , geboren te [geboortegegevens verdachte 7] , wonende te [adresgegevens verdachte 7] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.H.L. Antonides, advocaat kantoorhoudende te Roermond. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van: 29, 30 en 31 maart 2021, 6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021, 3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021, en op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten. De verdachte is op 29 maart 2021 en 21, 26 en 28 april 2021 verschenen en zijn raadsman is op meerdere dagen verschenen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en): In de zaak met parketnummer 03/702613-15: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de leden van MC Bandidos (chapter Sittard); een bus (Mercedes Viano) – al dan niet met bedreiging/geweld – heeft gestolen, dan wel daaraan medeplichtig is geweest; In de zaak met parketnummer 03/702642-17: - een gasdrukrevolver aanwezig heeft gehad. 3De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de zaak 03/702642-17 Het procesverloop Verdachte is op 27 mei 2015 op zijn woonadres in Duitsland aangehouden. Op grond van een rechtshulpverzoek vond tevens een doorzoeking van de woning van verdachte plaats, waarbij een luchtdrukwapen Camo is aangetroffen en door Duitse politieambtenaren in beslag is genomen. Het beslag werd hierna door de Duitse justitiële instanties, op grond van het ingediende rechtshulpverzoek, overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten. Tijdens de pro forma zitting van 4 april 2018 is besproken dat het onder parketnummer 03/702642-17 ten laste gelegde een delict betreft dat in Duitsland zou zijn begaan, terwijl uit de stukken niet bleek of het ten laste gelegde ook naar Duits recht strafbaar is. De officier van justitie heeft deze vraag gesteld aan de Duitse autoriteiten en de rechtbank heeft in afwachting daarvan het onderzoek ter terechtzitting onderbroken. Op 19 juni 2018 heeft de rechtbank de betreffende informatie van de Duitse autoriteiten ontvangen. Tevens werd aangegeven dat het betreffende wapen inmiddels was vernietigd en niet meer kon worden onderzocht. Het onderzoek ter terechtzitting is op 29 maart 2021 hervat. Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van dit feit gerekwireerd tot vrijspraak, nu niet meer kan worden vastgesteld of het hebben van een dergelijk wapen ook strafbaar is in Duitsland. Dit feit zou strafbaar kunnen zijn mits een bepaald kenmerk op het wapen zou ontbreken. Echter, omdat het wapen reeds is vernietigd, kan dit niet meer worden vastgesteld. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, nu uit het dossier niet blijkt dat het onder parketnummer 03/702642-17 ten laste gelegde wapen zowel in Duitsland als in Nederland strafbaar is. De raadsman heeft hierbij ter onderbouwing verwezen naar de informatie van de Duitse autoriteiten, waaruit blijkt dat een CO2-pistool in bepaalde gevallen vrij te verkrijgen is (zonder vergunning) en het vrij is om een dergelijk wapen in bezit te hebben. Uit eerdergenoemd bericht valt niet op te maken of het inbeslaggenomen wapen niet strookt met de Duitse wetgeving. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat het wapen ten tijde van het voorhanden hebben door verdachte in Duitsland strafbaar was en dat er derhalve sprake is van dubbele strafbaarheid in de zin van artikel 5, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, hetgeen dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met het Openbaar Ministerie en de raadsman van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het onder parketnummer 03/702642-17 ten laste gelegde gasdrukwapen in Duitsland strafbaar is. Uit de informatie van de Duitse federale recherche blijkt dat gasdrukwapens met bepaalde eigenschappen niet vallen onder de bepalingen van de Duitse wapenwet. Deze wapens dienen dan voorzien te zijn van een bepaalde kenmerk (een ‘F in de vijfhoek’). In het proces-verbaal onderzoek Wet wapens en munitie wordt een dergelijk kenmerk niet beschreven. Nu voorts nader onderzoek aan het wapen niet meer mogelijk is omdat het wapen inmiddels op last van de officier van justitie is vernietigd, kan niet meer worden vastgesteld of de gasdrukrevolver strafbaar is onder Duits recht en derhalve sprake is van dubbele strafbaarheid in de zin van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht. Nu niet is komen vast te staan dat er sprake is van een dubbele strafbaarheid in de zin van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van het onder parketnummer 03/702642-17 ten laste gelegde. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Inleiding In april 2014 startte de politie Limburg onderzoek ‘Kievit’. Dit onderzoek richtte zich in aanvang op [verdachte 1] en vermeende drugsdelicten. Later breidde het zich uit naar het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos. Dat resulteerde in verdenkingen van onder meer drugsdelicten, afpersingen en/of diefstallen met geweld, openlijke geweldpleging en wapenbezit. Nader financieel onderzoek leidde bovendien tot verdenkingen van witwassen, ook tegen familieleden van leden van de Bandidos. Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier, dat bestaat uit onder meer ruim 20 afzonderlijke zaakdossiers. Uiteindelijk zijn 25 verdachten vervolgd door het Openbaar Ministerie. Een deel van de vermeende strafbare feiten is aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien daar tot (partiële) vrijspraak wordt gekomen. 4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot: in de zaak 03/702613-15: bewezenverklaring van deelname aan een criminele organisatie (feit 1); vrijspraak van diefstal met geweld van de bus van [slachtoffer 1] (feit 2 primair) en bewezenverklaring van het medeplegen van die diefstal (feit 2 subsidiair). 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat: in de zaak 03/702613-15: de verdachte vrijgesproken moet worden van deelname aan een criminele organisatie (feit 1) nu niet bewezen kan worden dat de Bandidos MC een criminele organisatie was; de verdachte vrijgesproken moet worden van afpersing van [slachtoffer 1] (feit 2), nu geen sprake was van diefstal, geen sprake was van opzet aan de zijde van de verdachte en hij geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd waardoor het onderdeel medeplegen niet bewezen kan worden. De standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. 4.4 De overwegingen en het oordeel van de rechtbank Voor de leesbaarheid heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, in bijlage II opgenomen. 4.4.1 Criminele organisatie (ZD 1 / feit 1 in de zaak 03/702613-15) De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Daartoe overweegt zij als volgt. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr kan slechts dan sprake zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat sprake was van een op bedreiging en openlijke geweldpleging (jegens Hells Angels en daar aan gelieerde clubs) gericht samenwerkingsverband, bestaande uit de MC Bandidos chapter Sittard. Het criminele oogmerk van de organisatie kwam in het bijzonder tot uiting in de navolgende gebeurtenissen: een zogenaamde klopjacht op Hells Angels op 24 januari 2015, de openlijke geweldpleging bij de [naam cafe 1] op 7 mei 2015 en een daaropvolgende mogelijke provocatie van de Hells Angels bij het aan de Hells Angels gelieerde [naam cafe 2] diezelfde avond/nacht. Daarnaast zijn er allerlei andere door de politie opgetekende incidenten waaruit de animositeit tussen Bandidos en Hells Angels blijkt. De verdachte was niet aanwezig op 24 januari 2015. Wel was hij aanwezig bij de openlijke geweldpleging op 7 mei 2015 en de daaropvolgende mogelijke provocatie van de Hells Angels bij het aan de Hells Angels gelieerde [naam cafe 2] . Aan die geweldpleging leverde de verdachte echter geen wezenlijke bijdrage; hij is ook niet vervolgd in dat kader. Kennelijk stond hij er op enige afstand bij en keek hij ernaar. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte geen daadwerkelijk aandeel heeft gehad in dan wel gedragingen heeft ondersteund die (mede) strekten tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het binnen die organisatie bestaande oogmerk van bedreiging of openlijke geweldpleging. Zijn enkele aanwezigheid op twee momenten acht de rechtbank daartoe onvoldoende. 4.4.2 Diefstal Mercedes Viano (ZD 2 / feit 2 in de zaak 03/702613-15) De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen – al dan niet met geweld of bedreiging met geweld – een Mercedes-Benz bus heeft gestolen dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest. Diefstal De rechtbank stelt op basis van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen het volgende vast. Op 6 november 2014 vanaf 11.22 uur zijn [verdachte 1] , [verdachte 7] en [verdachte 3] in de auto van [verdachte 1] op weg naar Echt, alwaar zij om 11.42 uur [verdachte 8] oppikken en uiteindelijk arriveren in ‘sHertogenbosch. Aldaar aangekomen staat de auto tussen 14.59 uur en 15.25 uur stationair op de [adres] te ’s-Hertogenbosch, zijnde het woonadres van [slachtoffer 1] . Uit de OVC-gesprekken blijkt dat [verdachte 7] en [verdachte 8] in de auto zijn achtergebleven en dat [verdachte 1] en [verdachte 3] naar [slachtoffer 1] zijn gegaan. In een OVC-gesprek geeft [verdachte 3] aan dat [verdachte 1] de sleutel van de bus heeft gepakt. Om 15.22 uur stapt [verdachte 1] weer in de auto en zegt dat ‘hij’ de boodschap heeft gesnapt. [verdachte 1] wil zo snel mogelijk weg uit de buurt. Tevens kan uit de OVC-gesprekken worden afgeleid dat [verdachte 3] samen met [verdachte 8] met de Mercedes-bus is weggereden. Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat [slachtoffer 1] gebruiker was van de weggenomen bus en [betrokkene 1] zich richting de verdachten lijkt op te werpen als eigenaar, kan de rechtbank op basis van het dossier niet met zekerheid vaststellen wie als de daadwerkelijk eigenaar van de betreffende Mercedes bus gezien dient te worden. Wel kan worden bewezenverklaard dat deze in ieder geval toebehoorde aan een ander dan verdachte en/of zijn medeverdachten. Op basis van de weergegeven bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de Mercedes-bus met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening is weggenomen. De rechtbank leidt dit niet alleen af uit de mededeling van [betrokkene 1] die een half uur na het vertrek uit ’s-Hertogenbosch contact opneemt met de vraag waarom ze zijn bus hebben meegenomen, maar ook uit de OVC-gesprekken die onderweg in de auto hebben plaatsgevonden. Zo zegt [verdachte 7] dat hij een pistool en pepperspray bij zich heeft, wordt besproken dat degene naar wie zij op weg zijn hen niet kent en dus ook niet weet dat hij moet wegrennen. Eenmaal op de plaats van bestemming aangekomen zegt [verdachte 1] dat ze die Vito gelijk meenemen en zegt hij tegen [verdachte 7] en [verdachte 8] dat zij in de auto stand-by moeten blijven en hij de sleutel op de auto laat staan. Al wachtend bespreken [verdachte 8] en [verdachte 7] dat ‘hij’ misschien andere mensen heeft gebeld en dat het goed is dat het lang duurt, hetgeen [verdachte 8] bevestigt en zegt: ‘De Vito mee en dat is het toch goed’. Tenslotte zegt [verdachte 1] bij terugkomst dat ‘hij’ de boodschap heeft gesnapt en hij wil zo snel mogelijk uit de buurt weg. De rechtbank leidt uit vorenstaande omstandigheden af dat geen sprake is geweest van een vriendelijk gesprek en van het vrijwillig afstaan van de Mercedes-bus. Met het Openbaar Ministerie en de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of dit met geweld of bedreiging van geweld gepaard is gegaan. Op basis van het dossier kan immers niet worden vastgesteld wat er zich tussen [verdachte 1] , [verdachte 3] en [slachtoffer 1] heeft afgespeeld. Voorts is het enkel ongevraagd benaderen van [slachtoffer 1] onvoldoende om tot een diefstal met geweld te komen. De verdachten dienen derhalve te worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging. Medeplegen? De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is welke rol de verschillende verdachten bij die diefstal hebben gehad en of ze zijn aan te merken als medepleger. [verdachte 3] en [verdachte 1] [verdachte 3] en [verdachte 1] zijn blijkens de OVC-gesprekken bij een woning (van vermoedelijk [slachtoffer 1] ) aan de deur gegaan, waarbij [verdachte 1] de sleutel van de Mercedes-bus heeft gepakt. Vervolgens is [verdachte 3] met de Mercedes-bus weggereden. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte 3] en [verdachte 1] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. [verdachte 7] en [verdachte 8] [verdachte 7] en [verdachte 8] zijn niet naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan, maar zijn – in opdracht van [verdachte 1] – in de auto achtergebleven, kennelijk met het doel om stand-by te blijven. De sleutel wordt daarbij op de auto gelaten. Al wachtende bespreken [verdachte 7] en [verdachte 8] dat [slachtoffer 1] misschien wel andere personen heeft gebeld en dat ze het wel zien als er anderen komen. [verdachte 7] heeft onderweg al aangegeven dat hij een pistool en pepperspray heeft meegenomen. De rechtbank leidt uit vorenstaande af dat [verdachte 7] en [verdachte 8] kennelijk (ingeval van [verdachte 7] : bewapend met pepperspray en een pistool) op de uitkijk stonden en stand-by waren voor het geval er iets mis zou gaan en zij [verdachte 1] en [verdachte 3] in dat geval getalsmatig zouden kunnen versterken. Tevens waren zij op de hoogte van het feit dat er een Viano-bus moest worden meegenomen. De rechtbank acht echter – anders dan de officier van justitie – deze handelingen onvoldoende om te komen tot de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Er is immers geen sprake van een gezamenlijk uitvoering en de bijdrage van verdachte aan de tenlastegelegde diefstal is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte met zijn handelingen behulpzaam is geweest bij de uitvoering van deze diefstal en daarop ook opzet heeft gehad. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder 2 meest subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan diefstal met een valse sleutel. Conclusie De rechtbank verklaart aldus bewezen dat verdachte op 6 november 2014 te ‘s-Hertogenbosch [verdachte 3] en [verdachte 1] opzettelijk behulpzaam is geweest bij de diefstal van een Mercedes-bus middels een onbevoegd gebruikte sleutel (parketnummer 03/702613-15 feit 2 meest subsidiair) Verdachte wordt vrijgesproken van het onder parketnummer 03/702613-15 onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht ten laste van de verdachte bewezen dat: in de zaak met parketnummer 03/702613-15: feit 2 meest subsidiair: [verdachte 1] en [verdachte 3] op 6 november 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een bus (Mercedes Benz Viano, gekentekend [kenteken] ), toebehorende aan een ander dan aan die [verdachte 1] of die [verdachte 3] , waarbij die [verdachte 1] en die [verdachte 3] het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een onbevoegd gebruikte sleutel van die auto, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door op 6 november 2014 in de gemeente 'sHertogenbosch voorzien van pepperspray en een pistool op de uitkijk te staan teneinde bij onraad te waarschuwen en in een auto stand-by te staan voor die [verdachte 1] en [verdachte 3] en/of die [verdachte 1] en [verdachte 3] getalsmatig te versterken. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: in de zaak met parketnummer 03/702613-15: feit 2 meest subsidiair: medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 6De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 7De straf 7.1 De vordering van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 17 maanden met aftrek van voorarrest. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om oplegging van een gevangenisstraf van gelijke duur als de reeds ondergane voorlopige hechtenis, zónder daarbij ook nog een voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf op te leggen. 7.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte is medeplichtig geweest aan de diefstal van Mercedes-Benz Viano. Daartoe is men gezamenlijk in een auto naar Den Bosch gereden. Medeverdachten zijn naar de bezitter van die bus gegaan, hebben de sleutel gepakt en zijn met de bus weggereden. De verdachte was onderwijl stand-by, naar eigen zeggen voorzien van een pistool en pepperspray. Ook was hij waakzaam op de komst van mogelijk door het slachtoffer ingeseinde hulptroepen. Dit feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank wijst pas vandaag vonnis, ruim zes jaren na de aanhouding op 27 mei 2015, terwijl dit tijdsverloop niet aan de verdachte te wijten is. Zulks is een schending van de redelijke termijn. Daarom zal de rechtbank volstaan met een voorwaardelijke straf. De rechtbank zal [verdachte 7] veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van één jaar. 8Het beslag De beslaglijst d.d. 22 mei 2021 vermeldt een Apple iPhone 5s en een Blackberry telefoon. Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze te worden teruggegeven aan degene onder wie ze zijn inbeslaggenomen, zijnde verdachte. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen: - 14a, 14b, 14c, 48, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Niet-ontvankelijkheid - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte in de zaak 03/702649-17; Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van de feiten 1, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair in de zaak 03/702613-15; Bewezenverklaring verklaart feit 2 meest subsidiair bewezen zoals hierboven onder 4.5 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor feit 2 meest subsidiair tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 1 jaar; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 1 jaar zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; Beslag - gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte: een Apple iPhone 5S, gsm, kleur wit, goednummer 638552; een BlackBerry, gsm, kleur zwart, goednummer 638554. Dit vonnis is gewezen door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en mr. O.A.G. Corten, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021. BIJLAGE I: De tenlastelegging In de zaak met parketnummer 03/702613-15: Aan de verdachte is - na nadere omschrijving van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 27 mei 2015 in de gemeente Echt-Susteren en/of de gemeente Sittard-Geleen en/of de gemeente Roermond en/of de gemeente Valkenswaard en/of de gemeente Heerlen en/of de gemeente Kerkrade en/of de gemeente Schinnen, in elk geval in Nederland en/of te Borgloon (B), in elk geval in België en/of te Selfkant en/of te Alsdorf, in elk geval in Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten de leden van MC Bandidos (chapter Sittard) en/of een samenwerkingsverband bestaande uit (onder meer) de volgende personen: [[19 namen]] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten: - afpersing (art. 317 Sr) en/of - diefstal met geweld (art. 312 Sr) en/of - bedreiging (art. 285 Sr) en/of - openlijk geweld (art. 141 Sr) en/of - verboden wapenbezit (art. 26 WWM); (zaak 1) 2. hij op of omstreeks 6 november 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) sleutel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.