vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer: C/03/293351 / KG ZA 21-217 Vonnis in kort geding van 19 juli 2021 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats 1] , 2. [eiseres sub 2], wonende te [woonplaats 1] , eisers, advocaat mr. M.M.J.F. Sijben, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. F.H.I. Hundscheid. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 22 juni 2021 met producties 1 tot en met 11, de e-mail van mr. Hundscheid van 30 juni 2021, met daaraan gehecht een e-mail van 26 februari 2021 en een verklaring omtrent het stemgedrag, de mondelinge behandeling op 6 juli 2021, waarbij door [eisers] twee foto’s zijn overgelegd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Het pand met tuin en verdere aanhorigheden gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 2] is bij akte van 29 september 2006 (hierna: de splitsingsakte), na een eerdere splitsing, verder gesplitst in appartementsrechten. In die akte is ook het reglement als bedoeld in artikel 5:111 van het Burgerlijk Wetboek (BW) opnieuw vastgesteld. Het reglement bevat in hoofdstuk M (artikelen 42 tot en met 58) de statuten van de vereniging. 2.2. [gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht, gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats 2] . De partner van [gedaagde] , [naam partner] (hierna: [naam partner] ), is eigenaar van het appartementsrecht gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 2] . [eisers] zijn eigenaar van het appartement gelegen aan de [adres 3] te [woonplaats 2] . Zij hebben dit appartement gekocht van de dochter van [naam partner] . Zij wonen daar sinds 2007. 2.3. [eisers] , [gedaagde] en [naam partner] zijn, als appartementseigenaars allemaal tezamen (als enigen) lid van de vereniging van eigenaars (hierna: VVE). 2.4. De verhouding tussen partijen is op enig moment verstoord geraakt. [eisers] wonen daarom sinds omstreeks september 2012 niet meer in het appartement gelegen aan de [adres 3] . Hun zoon woont daar thans. 2.5. [gedaagde] is kunstenares. Zij maakt beelden en geeft cursussen. Bij [gedaagde] ontstond op enig moment (omstreeks 2018) de behoefte aan meer ruimte, in het bijzonder voor het stallen van haar beeldwerken. Zij wilde daarom aansluitend aan haar atelier een (ondergrondse) kelder realiseren. 2.6. Aan van [gedaagde] is op haar verzoek in dit kader (eind 2020) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een ondergrondse kelder. Het door [eisers] tegen dit besluit aangetekende bezwaar is ongegrond verklaard, waarna [eisers] in hoger beroep zijn gegaan. Hierop is nog niet beslist. 2.7. [gedaagde] wilde haar wens om een ondergrondse kelder te bouwen aan de VVE voorleggen. Mr. Hundscheid heeft [eisers] in dat kader namens [gedaagde] in een brief van 28 oktober 2020, met als onderwerp “oproep voor een vergadering”, onder meer het navolgende bericht (productie 11 bij dagvaarding). “(..) verzoek ik aan het bestuur (de heer [eiser sub 1] , voorzitter) om een vergadering te houden. (..) verzoek ik u om de navolgende onderwerpen op de agenda te laten plaatsen: 1. Het nemen van een besluit ingevolge welke het aan mevrouw [gedaagde] voornoemd toegestaan wordt om een berging te bouwen, voorzien van een toegangstrap (..) 2. Het nemen van een besluit tot het doen wijzigen van de splitsingsakte zoals die tussen partijen geldt, aldus dat de te realiseren berging met toegangstrap (zie agendapunt 1) wordt toegevoegd aan het appartementsrecht omvattende het uitsluitend gebruik van het atelier met wasruimte, gelegen in het souterrain van het gebouw, plaatselijk bekend [adres 1] te [woonplaats 2] (..) appartementsindex 5 (..) 3. Het nemen van een besluit strekkende daartoe dat na realisering van de onder de agendapunten 1 en 2 genoemde berging, de in artikel 8 van de notariële akte (..) houdende wijziging splitsingen appartementen (..) opgenomen breukdelen worden aangepast aldus dat, (..) de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 3 (lees: [naam partner] ) gerechtigd is voor 172/511 onverdeeld aandeel; de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 4 (lees: [eisers] ) gerechtigd is voor 237/511 onverdeeld aandeel; de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 5 (lees: [gedaagde] ) gerechtigd is voor 99/511 onverdeeld aandeel; de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 6 (lees: gezamenlijk eigendom) gerechtigd is voor 3/511 onverdeeld aandeel; (..) 2.8. Het onder punt 1, 2 en 3 in de brief van 28 oktober 2020 vermelde, is in een vergadering van de VVE op 25 februari 2021 (onder meer) in stemming gebracht. 2.9. De heer [naam partner] (de secretaris van de VVE) heeft de notulen van de vergadering van 25 februari 2021 bij e-mail van 26 februari 2021 aan [eisers] gezonden (productie gevoegd bij e-mail van mr. Hundscheid van 30 juni 2021). Hij heeft bij die e-mail als bijlage een document genaamd “Stemgedrag” gevoegd. In het verslag van die vergadering is onder meer, voor zover hier van belang, het navolgende opgenomen. “(..) Punt 3 Ingebrachte 3 agendapunten Hundscheid, ter agendering door [gedaagde] ingebracht. Toestemming voor [gedaagde] , bouw beeldenberging en trap Wijziging splitsingsakte ten gevolge van A Aanpassing breukdelen. (..)” In de voormelde bijlage staat, voor zover hier van belang, onder meer het volgende. “Stemgedrag: (..) Punt 3. A. [gedaagde] Akk. [naam partner] .Akk. [eiseres sub 2] [eiser sub 1] : niet Akk B. [gedaagde] . Akk. [naam partner] Akk. [eiseres sub 2] [eiser sub 1] : niet Akk C. [gedaagde] Akk. [naam partner] Akk. [eiseres sub 2] [eiser sub 1] : niet Akk (..)” 2.10. De splitsingsakte luidt, voor zover van belang, onder meer als volgt (productie 10 bij dagvaarding). “(..) Artikel 8 1. Iedere eigenaar is in de gemeenschap gerechtigd voor het hierna vermelde breukdeel: de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 3 (lees: [naam partner] ) voor (..) 172/500e onverdeeld aandeel; de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 4 (lees: [eisers] ) voor (..) 237/500e onverdeeld aandeel; de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 5 (lees: [gedaagde] ) voor (..) 88/500e onverdeeld aandeel; de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 6 (lees: gezamenlijk eigendom) voor (..) 3/500e onverdeeld aandeel. De aandelen in de gemeenschap zijn vastgesteld aan de hand van de verhouding in oppervlakte van de voor uitsluitend gebruik bestemde gedeelten, (..)” (..) Artikel 22 1. Iedere op-, aan-, of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden. (..) (..) Artikel 47 Stemgerechtigd zijn de eigenaars. (..) Het aantal stemmen dat ieder van de eigenaars (..) kan uitbrengen stemt overeen met de teller van de in artikel 8, lid 1 bedoelde breuken. (..) Een stemgerechtigde kan zijn stemrecht niet uitoefenen bij het nemen van besluiten waarbij aan hem, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn, of aan vennootschappen waarin hij, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn direct of indirect een meerderheidsbelang hebben, anders dan in hun hoedanigheid van eigenaar, rechten worden toegekend of verplichtingen worden kwijtgescholden. (..) Artikel 50 1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt hier verstaan: meer dan de helft van de ter vergadering uitgebrachte stemmen (..) Artikel 51 Besluiten zijn vernietigbaar overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de artikelen 2:15 en 5:130 van het Burgerlijk Wetboek. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te verzoeken vervalt door verloop van een maand, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan kennis heeft kunnen nemen. Het vorenstaande is niet van toepassing op een besluit tot wijziging van de akte (..) Artikel 60 Wijziging van de akte kan uitsluitend geschieden met medewerking van alle eigenaars. Indien een of meer eigenaars niet wensen mee te werken aan een beoogde wijziging, kan hun medewerking worden vervangen door een rechterlijke machtiging op de wijze en onder de voorwaarden als is vermeld in artikel 5:140 van het Burgerlijk Wetboek. (..)” 2.11. [gedaagde] heeft op 12 april 2021 een verzoekschrift ex art. 5:140 BW bij de kantonrechter te Roermond ingediend, dat is gericht op het verkrijgen van vervangende toestemming om de akte van splitsing te wijzigen (productie 6 bij dagvaarding). Het verzoek ziet op het toevoegen van de berging en trap (punt 3B onder r.o. 2.9), alsmede op de aanpassing van de breukdelen (punt 3C onder r.o. 2.9). De mondelinge behandeling moet nog plaatsvinden. 2.12. [gedaagde] heeft [eisers] bij e-mail van 11 juni 2021 van de aanvang van de bouwwerkzaamheden op de hoogte gesteld en is vervolgens op 14 juni 2021 begonnen met de bouw van een ondergrondse kelder met een trap (productie 7 bij dagvaarding). 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de voorzieningenrechter [gedaagde] veroordeelt: om de werkzaamheden met betrekking tot de ondergrondse kelder en trap onverwijld te (doen) staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom, om de reeds verrichte werkzaamheden onverwijld ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom, in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten. 3.2. [eisers] leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. Het besluit van de vergadering van eigenaars om in te stemmen met de bouw van een berging met trap is niet rechtsgeldig omdat [gedaagde] gelet, op artikel 47 lid 4 van de splitsingsakte, haar stemrecht niet kan uitoefenen. Het besluit is verder niet rechtsgeldig, omdat de toestemming om te bouwen (punt 3A) niet los gezien kan worden van de wijziging van de splitsingsakte (qua oppervlakte) (3B) en de aanpassing van de breukdelen (3C). Voor die laatste twee is eenstemmigheid nodig, of vervangende toestemming van de kantonrechter en daarvan is geen sprake. Dit gelet op de goederenrechtelijke gevolgen van het verlenen van die toestemming. Nu is niet duidelijk wie als appartementseigenaar/-eigenaren van de berging aangemerkt moet(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.