beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Verschoningskamer Zaaknummer: C/03/294389 / HA RK 21-256 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van verschoningsverzoeken op het verzoek van mr. N.H.J. Lafghani, rechter in de rechtbank Limburg, verder de rechter, strekkend tot haar verschoning in de civiele zaak met zaaknummer 275336 / HA ZA 20-142 (Fair Play Online Gaming B.V. en Fair Play Online Gambling LTD. tegen Mediatech Solutions S.L.). 1De procedure Met de brief van 15 juli 2021 aan de voorzitter van de verschoningskamer heeft de rechter op grond van artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering een verzoek gedaan strekkend tot haar verschoning in bovengenoemde zaak die de rechter behandelt. 2Het verzoek Het verzoek houdt -zakelijk weergegeven- in dat de rechter voor haar aanstelling tot rechter in opleiding juridische werkzaamheden heeft verricht voor Fair Play Center B.V., een vennootschap die tot dezelfde groep als die van eisers behoort. Ter voorkoming van iedere schijn van partijdigheid is door Fair Play Online Gaming B.V. en Fair Play Online Gambling LTD. verzocht om een andere -derde- rechter aan te wijzen. De rechter kan zich voorstellen dat, ondanks dat zij niet bekend is met de partijen en hun advocaten de omstandigheid dat zij werkzaamheden heeft verricht voor Fair Play Center B.V. kan leiden tot discussie over haar onpartijdigheid. Om dit te voorkomen wil de rechter zich verschonen. 3De beoordeling Bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige dient het uitgangspunt te zijn dat een rechter zich uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid zou kunnen koesteren, althans dat de bij die rechtzoekende dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd zou kunnen zijn. De vraag is of de rechter terecht tot de conclusie is gekomen dat ten aanzien van haar in bovengenoemde zaak de schijn van partijdigheid zou kunnen worden opgewekt. Uitgaande van hetgeen de rechter aan haar verzoek tot verschoning ten grondslag heeft gelegd komt de verschoningskamer tot het oordeel dat de rechter het verzoek terecht heeft ingediend. Om de schijn van partijdigheid te vermijden zal de verschoningskamer het verzoek tot verschoning toewijzen. 4De beslissing De verschoningskamer: wijst het verzoek tot verschoning toe; beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de rechter en aan de partijen. Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. J. Schreurs-van de Langemheen, leden en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier, op 23 juli 2021.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.