← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:706

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 8765353 \ CV EXPL 20-4700 Vonnis van de kantonrechter van 27 januari 2021 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: [bewindvoerder] h.o.d.n. [naam bewindvoeringskantoor] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [onderbewindgestelde], wonend op een bij de deurwaarder bekend adres, in de gemeente [plaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. J.G. van Ek. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald het door eisende partij overgelegde overzicht van de huurachterstand tot en met 1 januari 2021 de mondelinge behandeling van 20 januari 2021 het ter zitting door eisende partij overgelegde overzicht van de huurachterstand tot en met 18 januari 2021 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Eisende partij verhuurt aan [onderbewindgestelde] de woning aan de [adres] te [plaats] . De huurprijs bedraagt € 606,12 per maand. 2.
  4. Het inkomen en vermogen van [onderbewindgestelde] is onder bewind gesteld. Gedaagde partij is tot bewindvoerder benoemd. 2.
  5. De uitkering van de Participatiewet van [onderbewindgestelde] is per 11 februari 2020 stopgezet wegens vermoeden van samenwonen. Bij een nieuw besluit van gemeente is met ingang van 20 maart 2020 de uitkering weer toegekend. 2.
  6. Er is een betalingsachterstand. Deze bedraagt tot en met 18 januari 2021 € 1.466,
  7. Gedaagde partij is in november 2020 gestart met een aflossing van € 80,00 per maand. 3Het geschil 3.
  8. Eisende partij vordert - samengevat - ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling van gedaagde partij tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van de huurachterstand, de buitengerechtelijke incassokosten ad € 309,71, een bedrag van € 606,12 per maand, rente en kosten. 3.
  9. Gedaagde partij voert verweer. 3.
  10. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. Uit het schriftelijk antwoord en op de mondelinge behandeling afgelegde verklaringen blijkt dat gedaagde partij de vorderingen erkent, althans niet betwist. Dit houdt in dat deze vorderingen kunnen worden toegewezen. Daarbij gaat de kantonrechter uit van de achterstand tot en met 18 januari 2021 overeenkomstig het overzicht van eisende partij. Eisende partij heeft op de mondelinge behandeling toegezegd niet tot tenuitvoerlegging van dit vonnis te zullen overgaan zolang gedaagde partij maandelijks een bedrag van € 80,00, dan wel een tussen partijen in onderling overleg vast te stellen bedrag, betaalt. De kantonrechter gaat ervan uit dat eisende partij zich aan deze toezegging houdt. 4.
  12. Gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 102,96 griffierecht 499,00 salaris gemachtigde 420,00 (2 x tarief € 210,00) totaal € 1.021,96 4.
  13. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  14. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] , 5.
  15. veroordeelt gedaagde partij om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met aanhorigheden, staande en gelegen te [plaats] , [adres] , te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden met al het hare en de haren onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van eisende partij te stellen, 5.
  16. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 1.776,08, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2020 over € 2,622,20 tot de dag van volledige betaling, 5.
  17. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 606,12 voor iedere maand die vanaf 1 februari 2021 mocht verstrijken of zijn ingegaan, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand, tot aan de ontruiming, 5.
  18. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1,021,96, 5.
  19. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  20. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken. type: PLG coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.