ECLI:NL:RBLIM:2021:7820
RECHTBANK limburg Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 21/2585 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaak tussen [naam] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R.H.M. Wagemans), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder Procesverloop Eiseres heeft op 20 september 2021 beroep ingesteld wegens het niet tijdig bekend maken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Deze zaak is bekend onder zaaknummer ROE 21/2587.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek is gesloten op 12 oktober 2021.
Overwegingen Uitspraak zonder zitting 1. Ingevolge artikel 8:55f, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende beroep bij de bestuursrechter instellen tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege.
Feiten en omstandigheden 3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
3.1.
Eiseres heeft op 23 april 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het aanleggen van een reeds voor 75% gereed zijnde aardwal op de percelen kadastraal bekend als [perceelnummers] , plaatselijk bekend als [naam percelen] .
3.2.
Bij brief van 8 juni 2021 heeft verweerder eiseres verzocht om binnen een termijn van acht weken enkele gegevens te overleggen in het kader van de beoordeling van de aanvraag. Daarbij heeft verweerder de beslistermijn opgeschort totdat eiseres de gevraagde gegevens heeft ingediend of totdat de voornoemde termijn van acht weken is verstreken.
3.3.
Bij brief van 14 juni 2021 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat de afhandeling van de aanvraag in de reguliere voorbereidingsprocedure niet gaat lukken binnen de daartoe gestelde termijn. Daarom heeft verweerder de beslistermijn op grond van artikel 3.9, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met zes weken verlengd tot 31 juli 2021.
3.4.
Eiseres heeft op 1 juli 2021 nadere gegevens ingediend.
3.5.
Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft verweerder de aanvraag van eiseres niet in behandeling genomen omdat de door eiseres verstrekte gegevens onvoldoende zijn om de aanvraag goed te kunnen beoordelen.
3.6.
Bij brief van 26 augustus 2021 heeft eiseres verweerder onder meer in gebreke gesteld omdat verweerder niet voor 31 juli 2021 beslist heeft op haar aanvraag, waardoor er op grond van artikel 4:20b van de Awb sprake is van een van rechtswege verkregen omgevingsvergunning en verweerder in strijd met artikel 4:20c van de Awb heeft nagelaten om deze binnen twee weken bekend te maken. Eiseres heeft daarbij aangegeven dat als verweerder niet alsnog binnen twee weken na 25 augustus 2021 de omgevingsvergunning bekend maakt zoals bedoeld in artikel 4:20c van de Awb, hij dwangsommen verbeurt als bedoeld in artikel 4:20d van de Awb.
3.7.
Bij brief van 10 september heeft verweerder zich kortgezegd op het standpunt gesteld dat de beslistermijn voor de aanvraag niet eindigde op 31 juli 2021, maar op 24 september 2021, omdat verweerder de beslistermijn op 8 juni 2021 heeft opgeschort. Daarom is er volgens verweerder geen sprake van een omgevingsvergunning van rechtswege. Verweerder is van mening dat hij tijdig op de aanvraag heeft beslist, waardoor er geen omgevingsvergunning van rechtswege is ontstaan op grond van artikel 4:20b van de Awb.
Beoordeling door de rechtbank 5. De rechtbank stelt vast dat het geschil zich toespitst op de vraag of de omgevingsvergunning voor het aanleggen van de aardwal van rechtswege is gegeven omdat verweerder niet vóór 31 juli 2021 heeft beslist op de aanvraag van eiseres.
Nieuwe beslistermijn Wij zijn bevoegd de beslistermijn op een omgevingsvergunning eenmaal met zes weken te verlengen. Dit staat in artikel 3.9 lid 2 van de Wabo. In dit geval maken wij gebruik van deze bevoegdheid. Dit houdt in dat wij nu voor 31 juli 2021 een beslissing moeten nemen. Vanzelfsprekend proberen we de aanvraag zo snel mogelijk af te handelen.”
Conclusie 8. Het voorgaande heeft tot gevolg dat verweerder niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van eiseres. Dit brengt met zich mee dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend op 31 juli 2021. Dit betekent ook dat de beslissing die verweerder op 24 augustus 2021 heeft beoogd te nemen, geen rechtsgevolg heeft. De omgevingsvergunning was op dat moment immers al van rechtswege verleend.
8.1.
Een van rechtswege verleende beschikking moet door verweerder bekend gemaakt worden binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven. Dat betekent dat verweerder de omgevingsvergunning van rechtswege uiterlijk 14 augustus 2021 bekend moest maken. Verweerder heeft dit nagelaten. Het beroep is daarom gegrond.
Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gericht tegen het uitblijven van de bekendmaking van de van rechtswege gegeven omgevingsvergunning gegrond; stelt de hoogte van de door verweerder verschuldigde dwangsom vast op € 1.127,-; draagt verweerder op om binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak de van rechtswege verleende omgevingsvergunning bekend te maken; bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 748,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Mestrom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021. griffier de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: 15 oktober 2021 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht 4:51. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:(…)c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
4:15 1. De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het bestuursorgaan:a. de aanvrager krachtens artikel 4:5 uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken (…).
4:171.Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. (…).
4:20b 1. Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven. (…).
4:20c 1. Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven. (…).
4:20d 1. Indien het bestuursorgaan de beschikking niet overeenkomstig artikel 4:20c binnen twee weken heeft bekendgemaakt, verbeurt het na een daarop volgende ingebrekestelling door de aanvrager een dwangsom vanaf de dag dat twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling.(…).
8:55d 1. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 3.91.