← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2021:8502

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/296790 /HARK 21-310 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. V.P. van Deventer, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. Y.J.C.A. Roeffen, rechters in de rechtbank Limburg, hierna de rechters. 1De procedure Op 21 september 2021 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend in de zaak met zaaknummer C/03/290920 /HARK 21-175. De rechters hebben de wrakingskamer op 23 september 2021 bericht dat zij niet in de wraking berusten en niet ter zitting zullen verschijnen. Zij hebben in een gezamenlijke schriftelijke reactie hun zienswijze gegeven. 2De gronden van het verzoek Verzoeker stelt in zijn verzoek tot wraking dat er in de behandeling van zijn wrakingsverzoek van mr. Derks-Vonken, hierna de rechter in de bodemzaak, sprake is van ongerechtvaardigd oponthoud nu hij daarin nog geen eindbeslissing heeft ontvangen. 3De beoordeling Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 4 lid 2 onder a van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan de wrakingkamer een verzoek zonder behandeling ter zitting direct ongegrond of niet­ ontvankelijk verklaren indien het verzoek kennelijk ongegrond is. Het verzoek tot wraking van de rechters is naar het oordeel van de wrakingskamer kennelijk ongegrond. Verzoeker voert als wrakingsgrond aan dat er sprake is van ongerechtvaardigd oponthoud. De behandeling van het verzoek tot wraking van de rechter in de bodemzaak door die wrakingskamer heeft helaas onwenselijke vertraging opgelopen. Aanvankelijk is niet tijdig onderkend dat verzoeker wilde dat de zaak schriftelijk zou worden afgedaan en is nodeloos tijd verloren gegaan door het plannen van een mondelinge behandeling, vervolgens is de behandeling verder vertraagd ten gevolge van de niet gelijktijdig verlopende verloven van de rechters. Hoe vervelend ook verder voor verzoeker, uit deze vertraging valt noch objectief, noch subjectief een schijn van partijdigheid van de betrokken rechters af te leiden. De wrakingskamer overweegt dat de enkele omstandigheid dat de eindbeslissing in het verzoek vertraging heeft opgelopen geen grond voor wraking kan zijn. 4De beslissing De wrakingskamer: verklaart het verzoek ongegrond. Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. R.H.J. Otto en mr. W.E. Elzinga, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen als griffier. In het openbaar uitgesproken op I oktober 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.