RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/130006-20 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 november 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 en 15 oktober
- De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De behandeling is gesloten ter terechtzitting van 23 november 2021, waarbij op dezelfde datum uitspraak is bepaald. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: in de periode van 16 november 2019 tot en met 13 mei 2020 samen met anderen meermaals opzettelijk cocaïne en heroïne heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht; Feit 2: op 13 mei 2020 samen met anderen opzettelijk 49,59 gram cocaïne en 103,53 gram heroïne aanwezig heeft gehad; Feit 3: in de periode van 16 november 2019 tot en met 13 mei 2020 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het opzettelijk verkopen, afleveren, vervoeren en buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs (lijst I Opiumwet) tot oogmerk had, dan wel het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten en hiertoe het volgende aangevoerd. De verdachte heeft samen met zijn medeverdachten en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] deelgenomen aan een criminele organisatie die in de regio Parkstad nabij de Duitse grens op grote schaal cocaïne en heroïne verkocht. Binnen deze organisatie was het om het even wie de telefoon aannam, wie reed, wie de kopers ronselde, wie naar Rotterdam reed om de drugs in te kopen, wie het vuurwapen bewaarde en wie de auto’s op naam had. De kracht van de organisatie zat in de samenwerking die de handel mogelijk maakte. De verdachten zijn vrienden van elkaar. Zij kennen elkaar uit Rotterdam, waar zij zijn opgegroeid. Zij reden veelvuldig in wisselende samenstelling, zonder daarvoor een plausibele reden te kunnen geven, door de grensstreek in auto’s die met de handel in verdovende middelen in verband werden gebracht. De verdachten hadden geen legale inkomsten, maar konden wel auto’s huren en rijden, en in Limburg een woning huren. In de loop van de ten laste gelegde periode is door de politie een groot aantal telefoons gezien en in beslag genomen. Bij een aanhouding van de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op 11 april 2020 bijvoorbeeld lagen maar liefst zeven telefoons in de auto. In de woningen aan de [adres 1] en de [adres 2] , waar de verdachten op 13 mei 2020 zijn aangehouden, lagen drugs. In de woning aan de [adres 1] lag een geladen vuurwapen, kennelijk ter bescherming van de handel. De woningen stonden met elkaar in verband: er lagen spullen van de verdachten over en weer, en aan de sleutelbos die stak in de deur van de [adres 1] , zat een sleutel van de [adres 2] . Dat de verdachten in dit deelonderzoek tezamen met de reeds in een ander deelonderzoek veroordeelde [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een criminele organisatie vormden, is door deze rechtbank reeds onherroepelijk vastgesteld. Het samenwerkingsverband blijkt verder uit de afspraken die kennelijk waren gemaakt over welke advocaat te nemen. De verdachte vertelt geen aannemelijk verhaal over de reden van zijn verblijf in Limburg; hij zou hier een vriendin hebben maar noemt geen naam. In één maand is hij acht keer gezien in verschillende dealauto’s. Dat hij met de trein naar Limburg kwam, heeft hij niet onderbouwd. Dit moet bovendien kosten met zich mee hebben gebracht, terwijl de verdachte gedurende langere tijd geen legaal inkomen had. Hij verbleef samen met drie medeverdachten in de woning aan de [adres 2] waar verdovende middelen zijn aangetroffen. Bovendien stond een tas met persoonlijke spullen van hem in de woning aan de [adres 1] waar de overige twee verdachten in dit onderzoek zijn aangehouden, en waar ook verdovende middelen lagen. De verdachte geeft hiervoor geen verklaring. De verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] , inhoudende dat zij na elkaar enige tijd geheel zelfstandig harddrugs hebben verhandeld, zijn aantoonbaar onjuist en moeten om die reden terzijde worden geschoven. Uit onderzoek is immers gebleken dat de dealnummers structureel door meerdere personen werden beantwoord en dat zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 6] zich vaker op een heel andere locatie bevonden dan de dealtelefoons. Feit 3 is dan ook bewezen. De feiten moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Door deel te nemen aan voornoemde criminele organisatie heeft de verdachte zich als medepleger schuldig gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde verhandelen van heroïne en cocaïne en aan het onder 2 ten laste gelegde aanwezig hebben van de heroïne en cocaïne die zijn aangetroffen op de stashplekken van deze organisatie, te weten: de woningen aan de [adres 2] en de [adres 1] te Heerlen en de Smart Forfour. De verlengde uitvoer van cocaïne en heroïne is ook bewezen, omdat de criminele organisatie vooral Duitse afnemers had die de drugs die ze in Nederland van de verdachten kochten vaak mee de grens overnamen. Ongeveer de helft van de aangetroffen verdovende middelen is door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) positief getest op heroïne respectievelijk cocaïne. Dat de overige verdovende middelen ook heroïne en cocaïne betroffen, blijkt afdoende uit de indicatieve MMC-testen en de context waarin deze verdovende middelen zijn aangetroffen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak van alle feiten bepleit wegens gebrek aan bewijs en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Het klopt dat de verdachte in de woning van [medeverdachte 6] aan de [adres 2] was op het moment van zijn aanhouding. Maar hij was niet de huurder van de [adres 1] : dat bleek een misverstand. De vordering tot inbewaringstelling was al afgewezen wegens het ontbreken van ernstige bezwaren, en nadat hij na een appel van de officier van justitie op 16 september vorig jaar opnieuw was aangehouden, is de vordering gevangenhouding afgewezen vanwege - alweer - het ontbreken van ernstige bezwaren. Dit terwijl inmiddels het einddossier beschikbaar was. De verdachte is maar heel kort in beeld geweest. Hij reed zelf nooit. Op de enkele in het dossier beschreven contactmomenten waarin zijn naam voorkomt, is geen deal waargenomen. Hij is niet te linken aan de bestellingen op de taplijn. Van feit 1 moet hij derhalve worden vrijgesproken. Van feit 2 dient ook vrijspraak te volgen. De verdachte had geen wetenschap van de verdovende middelen in het pand aan de [adres 2] en in de Smart Forfour. Hij kan ook niet in verband worden gebracht met de verdovende middelen die zijn aangetroffen in de woning aan de [adres 1] . De verdachte was immers niet de huurder van de [adres 1] en de omstandigheid dat in die woning een tas met spullen van hem is aangetroffen, levert onvoldoende bewijs op voor betrokkenheid bij verdovende middelen die daar lagen. Ook van feit 3 dient vrijspraak te volgen, omdat niet is komen vast te staan dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij handel in en/of het bezit van verdovende middelen. In elk geval kan de ten laste gelegde periode niet worden bewezen. De raadsman heeft hierbij verwezen naar hetgeen hij ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft aangevoerd. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak De rechtbank stelt op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de verdachte is aangehouden in een woning waar een hoeveelheid verdovende middelen bleek te liggen. Daarnaast is hij meermaals samen met medeverdachten gezien in auto’s die in verband zijn gebracht met de handel in verdovende middelen. Anders dan de hiervoor genoemde, op zichzelf belastende omstandigheden, zijn er echter geen concrete aanwijzingen voor zijn betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen, zoals onder 1 ten laste gelegd. Daarnaast is er onvoldoende bewijs voor het verwijt dat de verdachte verdovende middelen aanwezig heeft gehad. Niet is vast te stellen dat de verdachte wist dat er verdovende middelen lagen in de woning aan de [adres 2] of in de Smart Forfour. De drugs lagen niet in het zicht. In de woning aan de [adres 1] lagen zij wel op tafel, maar op grond van de enkele omstandigheid dat in die woning ook een tas met diverse pasjes op naam van de verdachte stond, kan niet worden vastgesteld dat de verdachte, die op het moment dat de politie de verdovende middelen daar aantrof zelf op de [adres 2] was, die heeft gezien of anderszins hiervan wetenschap had. Ten slotte bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten voor de aanname dat de verdachte samen met zijn medeverdachten een criminele organisatie vormde. Niet blijkt van een intellectuele of materiële bijdrage van de verdachte van enig gewicht aan deze organisatie. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van alle aan hem ten laste gelegde feiten. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr K.G. Witteman, voorzitter, mr. J.H.P.G. Wielders en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Hoelbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november
- Buiten staat Mr. Wielders en mr. Hoekstra zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat 1 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 november 2019 tot en met 13 mei 2020 in de gemeente Heerlen en/of Kerkrade en/of Landgraaf en/of Brunssum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of een of meer andere middel(en) vermeld op lijst I van de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (art 10 lid 4 en lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A en B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 13 mei 2020 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 82,34 gram heroïne (te weten in een pand gelegen aan de [adres 1] ) en/of - ongeveer 7,3 gram heroïne (te weten in een pand gelegen aan de [adres 2] ) en/of - ongeveer 13,89 gram heroïne (te weten in een (personen)auto, Smart Forfour met kenteken [kenteken] ), in elk geval een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of - ongeveer 49,12 gram cocaïne (te weten in een pand gelegen aan de [adres 1] ) en/of - ongeveer 0,47 gram cocaïne (te weten in een (personen)auto, Smart Forfour met kenteken [kenteken] ), in elk geval een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij in of omstreeks de periode van 16 november 2019 tot en met 13 mei 2020 in de gemeente Heerlen en/of Kerkrade en/of Landgraaf en/of Brunssum, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) verdachte en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, en/of een misdrijf als bedoeld in artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten het plegen van voorbereidingshandelingen zoals bedoeld in laatstgenoemd artikel; ( art 11b lid 1 Opiumwet )