beschikking RECHTBANK LIMBURG Familie en jeugd Zittingsplaats: Maastricht Zaaknummer: C/03/297556 / JE RK 21-2066 Datum uitspraak: 25 november 2021 beschikking bekrachtiging schriftelijke aanwijzing in de zaak van de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam, betreffende de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] . 1Het procesverloop Deze zaak gaat over het verzoek van de GI om een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De GI heeft deze schriftelijke aanwijzing aan de moeder gegeven. Daarin staan een aantal verplichtingen waaraan de moeder zich zou moeten houden. De kinderrechter heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoek met bijlagen van de GI, ontvangen op 12 oktober 2021; - een brief van de moeder, ontvangen op 21 oktober 2021. Op 28 oktober 2021 heeft de kinderrechter de zaak op zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, - een vertegenwoordiger van de GI. [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Daar heeft ze geen gebruik van gemaakt. 2De uitspraak De kinderrechter bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van de GI. De moeder moet zich houden aan de verplichtingen die daarin zijn opgenomen. Die verplichtingen zijn: - U stelt zich respectvol op ten opzichte van de jeugdzorgwerker en de begeleiders die zijn betrokken, wanneer u het ergens niet mee eens bent gaat u hierover in gesprek met degene die het betreft. U stopt met het sturen van dagelijkse berichten (app, sms, mail) naar de jeugdzorgwerker en u stelt uw vragen in het wekelijkse telefoongesprek. - U stelt zich open voor hulpverlening en volgt adviezen op die worden gegeven. - U belast [minderjarige] niet met volwassen zaken zoals bijvoorbeeld uitspraken over de hulpverlening. Hieronder legt de kinderrechter uit hoe zij tot deze uitspraak komt. 3Waarover gaat deze zaak? [minderjarige] is de dochter van de moeder. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over haar. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is voor het laatst bij beschikking van 13 augustus 2021 verlengd tot 1 september 2022. Ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs is verlengd voor de duur van een half jaar. Deze machtiging is geldig tot 1 maart 2022. De GI heeft op 9 augustus 2021 een schriftelijke aanwijzing aan de moeder gegeven: “- U stelt zich respectvol op ten opzichte van de jeugdzorgwerker en de begeleiders die zijn betrokken, wanneer u het ergens niet mee eens bent gaat u hierover in gesprek met degene die het betreft. U stopt met het sturen van dagelijkse berichten (app, sms, mail) naar de jeugdzorgwerker en u stelt uw vragen in het wekelijkse telefoongesprek. -U stelt zich open voor hulpverlening en volgt adviezen op die worden gegeven. -U belast [minderjarige] niet met volwassen zaken zoals bijvoorbeeld uitspraken over de hulpverlening. -U stemt in met het feit dat de jeugdzorgwerker persoonlijk contact heeft met [minderjarige] .” Alleen aan de laatste verplichting heeft de moeder zich gehouden. Volgens de GI houdt de moeder zich niet aan de rest van de schriftelijke aanwijzing. De GI verzoekt daarom aan de kinderrechter om dat deel van de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De GI verzoekt ook om te verklaren dat de moeder zich meteen moet houden aan de uitspraak van de kinderrechter, zelfs als er hoger beroep mogelijk is en in hoger beroep nog geen uitspraak is gedaan. Dit heet ‘uitvoerbaar bij voorraad verklaren’. 4Waarom vindt de GI dat de schriftelijke aanwijzing moet worden bekrachtigd? [minderjarige] is in mei 2021 overgeplaatst naar de [naam stichting] in [plaats] . Toen is er onrust en weerstand bij de moeder ontstaan. Zij is het namelijk niet eens met de uithuisplaatsing van [minderjarige] en de conclusies van Anacare. De moeder gaat de strijd aan op een manier die niet helpend is. Zij stuurt veel berichten per e-mail, whatsapp en sms naar de jeugdzorgwerker. Het gaat om een stroom van meerdere berichten per dag. De moeder doet ook uitspraken naar [minderjarige] over de jeugdzorgwerker en over het wel of niet weer thuis wonen. Het is niet goed voor [minderjarige] dat de moeder zich zo intensief bezighoudt met haar strijd tegen de jeugdzorgwerker. Het is ook niet goed dat zij [minderjarige] ermee belast. De jeugdzorgwerker is bovendien veel tijd kwijt met het beantwoorden van de berichten van de moeder. Die tijd kan zij dan niet aan [minderjarige] besteden. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met de moeder om haar duidelijk te maken dat haar gedrag niet helpend is en niet in het belang van [minderjarige] . Toch verandert het gedrag van de moeder niet. De GI hoopt dat met een bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing het de moeder wel lukt om zich te richten op samenwerking met de GI en de hulpverlening. Alleen zo kunnen zij komen tot een uitbreiding van de omgang en kan er zicht komen op het thuis komen wonen van [minderjarige] . Een positieve samenwerking met de jeugdzorgwerker en andere hulpverlening komt zo ten goede aan [minderjarige] . 5Waarom is de moeder het daarmee niet eens? De moeder vindt het moeilijk dat zij beperkt wordt in het sturen van berichten naar de jeugdzorgwerker. Als zij het niet eens is met de conclusies van Anacare, dan moet zij dat kunnen zeggen. Als de jeugdzorgwerker haar berichten negeert of blokkeert, dan voelt zij zich niet serieus genomen. De moeder stelt dat zij [minderjarige] niet belast met zaken die bedoeld zijn voor de volwassenen. Als er iets niet goed loopt binnen de hulpverlening, dan wil zij dat de jeugdzorgwerker haar zorgen serieus neemt. Daarmee bedoelt ze dat de jeugdzorgwerker naar haar luistert, haar hoort en daar iets mee doet. 6Waarom bekrachtigt de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing? De GI kan ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De GI kan de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De kinderrechter moet eerst beoordelen of er sprake is van een schriftelijke aanwijzing die een besluit inhoudt. Daar is in dit geval sprake van. De GI heeft namelijk een definitief besluit genomen over verplichtingen waar de moeder zich volgens de GI tijdens de ondertoezichtstelling aan moet houden. De kinderrechter kan nu dus overgaan tot een inhoudelijke beoordeling. De GI is alleen bevoegd een schriftelijke aanwijzing te geven als: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.