← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:10175

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03.066938.21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 20 december 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, wonende te [adres] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. A. Ҫinar, advocaat kantoorhoudende te Beek. 1Onderzoek van de zaak De zaak is -na verwijzing door de politierechter op 7 juli 2021- inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 6 december

  1. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort weergegeven, op neer dat de verdachte op 12 oktober 2020 te Heerlen [slachtoffer 1] (met een stok) heeft geslagen op de linkerschouder en/of het (boven)lichaam. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak. Volgens de officier van justitie is er sprake geweest van een noodweersituatie. De verdachte werd aangevallen door de aangever, waarna de verdachte zich op een passende en geboden manier heeft verdedigd. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging doet een beroep op noodweer. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte zich heeft mogen verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van zijn eigen lijf. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Korte voorgeschiedenis Op de [straat] gelegen in de gemeente Heerlen waren de familie Erni (perceel [nummer 1] ) en de familie [slachtoffer 1] (perceel [nummer 2] ) naast elkaar woonachtig. Sinds maart 2020 waren er vele irritaties over en weer. Door beide families werden veel overlastmeldingen gedaan. De beoordeling De verdachte en [slachtoffer 1] hebben beiden aangifte gedaan van mishandeling op 12 oktober
  2. De verdachte stelt dat hij bij het passeren van de woning van [slachtoffer 1] onverhoeds werd aangevallen, waarna hij zich heeft moeten verdedigen, waarbij hij op enig moment in de woning van [slachtoffer 1] kwam om zijn sleutels op te rapen, waarop hij door [slachtoffer 1] werd aangevallen met een stok. De partner van de verdachte bevestigt dit verhaal. [slachtoffer 1] stelt dat de verdachte onverhoeds zijn woning binnen kwam gestormd en hem met een stok aanviel. Dit verhaal wordt in grote lijnen bevestigd door zijn dochter [naam 1] . Zijn echtgenote [naam 3] heeft niets gezien van het slaan met een stok. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] , zijn dochter [naam 1] en echtgenote [naam 3] enerzijds en die van de verdachte en zijn partner [naam 2] anderzijds, vrijwel lijnrecht tegenover elkaar staan. De enige gemene deler uit de verklaringen is dat er op 12 oktober 2020 een worsteling ontstond tussen de verdachte en [slachtoffer 1] in de hal van de woning van [slachtoffer 1] , waarbij onder meer gebruik is gemaakt van een stok. De toedracht tot de gebeurtenis op 12 oktober 2020, wat er precies in de woning van [slachtoffer 1] is voorgevallen, wat er aan vooraf is gegaan en welk aandeel de verdachte en [slachtoffer 1] daarin hebben gehad, blijft voor de rechtbank ongewis. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om aan de ene lezing meer geloof te hechten dan aan de andere. De omstandigheid dat aangever [slachtoffer 1] letsel heeft opgelopen, brengt nog niet met zich dat aan zijn verklaringen meer gewicht moet worden toegekend, omdat er discrepanties zijn tussen de verklaringen van [slachtoffer 1] zelf en die van zijn dochter en echtgenote die tijdens de worsteling in de woning aanwezig waren. Onder deze omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de verdachte de aangever heeft mishandeld op de wijze als in de tenlastelegging is opgenomen. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. drs. E.C.M. Hurkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december
  3. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 12 oktober 2020 te Heerlen [slachtoffer 1] heeft mishandeld door (met een stok) (meermalen) op de linkerschouder en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan. (art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.