← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:10393

beschikking RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 9979694 AZ VERZ 22-63 Beschikking van 9 november 2022 in de zaak van [verzoekende partij] , wonend te [woonplaats 1] , verzoekende partij, gemachtigde mr. F.L.H.F.A.H. Wolfs, tegen [verwerende partij] , voorheen handelend onder de naam ‘ [handelsnaam] ’, wonend te [woonplaats 2] , verwerende partij, gemachtigde mr. Y.H.M. van Mierlo. Partijen zullen hierna [verzoekende partij] en [verwerende partij] genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen de mondelinge behandeling op 7 september 2022 waarbij [verwerende partij] niet is verschenen het e-mailbericht van 17 oktober 2022 van de gemachtigde van [verwerende partij] de mondelinge behandeling op 19 oktober 2022 waar beide partijen zijn verschenen en waarbij namens [verwerende partij] stukken zijn overgelegd. 1.
  2. Ten slotte is beschikking bepaald op heden. 2De feiten 2.
  3. [verzoekende partij] is op 1 september 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden van [verwerende partij] in de functie van pedagogisch medewerker. 2.
  4. [verwerende partij] heeft, nadat UWV haar daarvoor toestemming heeft gegeven, de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij] opgezegd per 1 mei
  5. 2.
  6. Tot op heden heeft geen eindafrekening van het dienstverband met [verzoekende partij] plaatsgevonden. Bovendien is het loon over de maanden februari tot en met april 2022 onbetaald gebleven en evenmin heeft [verwerende partij] de transitievergoeding aan [verzoekende partij] betaald. 3Het geschil 3.
  7. [verzoekende partij] verzoekt [verwerende partij] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding en de eindafrekening, te vermeerderen met de wettelijke rente en met de wettelijke verhoging over het achterstallige loon van de maanden februari tot en met april
  8. 3.
  9. [verwerende partij] heeft als verweer aangevoerd dat zij een wettelijke schuldsanering heeft aangevraagd en dat UWV de loonbetalingsverplichting van haar heeft overgenomen. Verder heeft zij aangevoerd dat de loonvorderingen van [verzoekende partij] na aftrek van de betalingen van UWV van € 5.470,66 niet ter discussie staan. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat het mogelijk is dat UWV nog vervolgbetalingen aan [verzoekende partij] zal doen en dat die betalingen dan ook in mindering dienen te strekken. 4De beoordeling 4.
  10. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van [verzoekende partij] op alle onderdelen toewijsbaar is. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen met dien verstande dat in de beslissing zal worden opgenomen dat op de toegewezen bedragen (met uitzondering van de transitievergoeding) de betaling van UWV van € 5.470,66 en eventuele vervolgbetalingen van UWV die voortvloeien uit de betalingsonmacht van [verwerende partij] in mindering strekken. 4.
  11. [verwerende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verzoekende partij] tot op heden begroot op: griffierecht € 86,00 salaris gemachtigde € 747,00 totaal: € 833,
  12. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  13. veroordeelt [verwerende partij] tot betaling aan [verzoekende partij] van: de transitievergoeding van € 1.754,96 bruto het achterstallig loon van € 3.081,30 bruto de openstaande verlofuren ten bedrage van € 2.963,13 bruto e vakantiebijslag van € 1.214,61 bruto de eindejaarsuitkering van € 239,61 bruto de overuren ten bedrage van € 323,58 bruto 5.
  14. veroordeelt [verwerende partij] tot betaling aan [verzoekende partij] van de wettelijke rente over de in 5.
  15. in de onderdelen a. tot en met f. genoemde bedragen, 5.
  16. veroordeelt [verwerende partij] tot betaling aan [verzoekende partij] van de maximale wettelijke verhoging van 50% over het in 5.
  17. in onderdeel b genoemd bedrag, 5.
  18. verstaat dat de betaling van UWV van € 5.470,66 en eventuele vervolgbetalingen van UWV aan [verzoekende partij] die voortvloeien uit de betalingsonmacht van [verwerende partij] in mindering strekken op de onderdelen 5.
  19. sub b. tot en met f., 5.
  20. veroordeelt [verwerende partij] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [verzoekende partij] tot op heden begroot op € 833,00, 5.
  21. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken. Type: RW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.