RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 22/446 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, het college (gemachtigde: mr. S. Garritsen). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de verplichting van het college deel te nemen aan een traject. 1.
- Met het besluit van 5 januari 2022 heeft het college eiser de verplichting opgelegd mee te werken aan het traject MIJNspoor, waarbij eiser eerst drie weken voor minimaal 20 uur per week diverse werkzaamheden gaat verrichten. Het besluit vermeldt verder dat eiser na drie weken een individueel plan van aanpak ontvangt met vervolgafspraken. 1.
- Met het besluit van 15 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft het college eisers verplichte deelname aan het traject gehandhaafd en het bezwaar voor dat deel ongegrond verklaard. Voor zover het bezwaar is gericht tegen het mogelijk opnemen van werken in het groen in een individueel plan van aanpak, heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. 1.
- Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 20 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op eisers deelname aan het traject van drie weken; - verklaart het beroep ongegrond voor zover het betrekking heeft op het mogelijk opnemen van werken in het groen in een individueel plan van aanpak. Overwegingen
- De rechtbank heeft hiervoor de volgende motivering.
- Eiser stelt zich – samengevat – op het standpunt, onder dreiging van het college met korting op zijn uitkering, aan een traject te moeten deelnemen, zonder zelf op zoek te kunnen gaan naar werk. Hij is zijn werk kwijtgeraakt door de coronamaatregelen, en de gemeente had ook nog zijn uitkering stopgezet, zodat hij bijna tussen wal en schip was geraakt. Hij wordt verplicht de hele week naar school te gaan, waarbij slechts een van de drie te volgen richtingen uitzicht biedt op een vaste baan die echter niet bij hem past. Na drie weken wordt dan ook nog geëist dat hij verder deelneemt aan het traject. Eiser krijgt niet de kans om op eigen kracht op zoek te gaan naar een baan die bij hem past. Ook heeft hij duidelijk kenbaar gemaakt naar aanleiding van zijn bezwaar gehoord te willen worden en het bevreemdt hem dan ook dat het telefoontje dat hij kreeg met de vraag of hij zijn bezwaar wilde intrekken een hoorzitting was.
- Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang meer heeft. Het traject van drie weken heeft eiser inmiddels afgerond. Tijdens het traject is rekening gehouden met eisers wens niet in het groen te willen werken. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van het college verklaard dat eiser zelfstandig werk heeft gevonden en uit de bijstand is gestroomd.
- De rechtbank heeft eiser gevraagd te reageren op hetgeen verweerder heeft gesteld inzake het procesbelang. Hierop heeft eiser geantwoord dat hij graag aan de rechtbank wil uitleggen wat zich heeft afgespeeld. Deze gelegenheid is eiser op de zitting geboden, waarvan aantekeningen zijn gemaakt.
- Een en ander doet er echter niet aan af - nu eiser reeds de deelname aan het traject heeft afgerond - , dat de rechtbank met het college van oordeel is dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van dat deel van het besluit dat ziet op de verplichte deelname aan het traject. Eiser kan met dit beroep immers niet bereiken dat hij niet meer aan het traject hoeft deel te nemen. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer, zodat dit onderdeel van het beroep niet-ontvankelijk is.
- Voor zover het beroep ziet op het mogelijk opnemen van werken in het groen in een individueel plan van aanpak, is de rechtbank met verweerder van oordeel dat geen sprake is van een besluit, zodat verweerder dit onderdeel van zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en eisers beroep op dit punt ongegrond is. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.H. Span-Henkens, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december
- rechter De griffier is buiten staat de uitspraak te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 20 december 2022 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.