← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:10694

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/030791-20 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 24 mei 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 1994, wonende te [adres 1] , hierna: de verdachte. De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat kantoorhoudende te Purmerend. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 mei

  1. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, nadat ter terechtzitting van 11 augustus 2020 wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: in de periode van 26 januari 2020 tot en met 17 februari 2020 in Kerkrade, Eijsden-Margraten en/of Rotterdam samen met anderen meermaals opzettelijk cocaïne en heroïne aanwezig heeft gehad; Feit 2: in de periode van 1 november 2019 tot en met 17 februari 2020 in Kerkrade, Eijsden-Margraten en/of Rotterdam samen met anderen meermaals opzettelijk cocaïne en heroïne heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad; Feit 3: in de periode van 1 november 2019 tot en met 17 februari 2020 in Kerkrade, Eijsden-Margraten en/of Rotterdam heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het opzettelijk verkopen, afleveren, vervoeren van harddrugs (lijst I Opiumwet) tot oogmerk had, dan wel het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe; Feit 4: op 3 februari 2020 in Noorbeek samen met anderen een vuurwapen voorhanden heeft gehad; Feit 5: in de periode van 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in Kerkrade, Eijsden-Margraten en/of Rotterdam samen met anderen dure merkkleding, merktassen, geld en auto’s heeft witgewassen. 3Debeoordelingvanhetbewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de verdovende middelen die in Rotterdam zijn aangetroffen. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De verdachte heeft samen met medeverdachten [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ) en [naam medeverdachte 2] (hierna: [naam medeverdachte 2] ) in verdovende middelen gehandeld en samen met hen deel uitgemaakt van een criminele organisatie. De deallijn “ [naam 7] ”, waarvan de verdachten gebruik maakten, is in beeld gekomen bij de politie vanaf 1 november
  2. Vanaf 3 november 2019 werden contacten gelegd met Duitse telefoonnummers. (Duitse) kopers die door de politie zijn afgevangen, hadden drugs gekocht dan wel hebben verklaard dat zij meerdere keren via de deallijn ‘ [naam 7] ’ een afspraak hadden gemaakt om drugs te kopen. De verdachte is meerdere keren in een witte Golf gezien, ook terwijl die auto bij een deal werd gebruikt. Hij heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in die auto reed. In een telefoongesprek op 31 januari 2020 tussen de verdachte en [naam medeverdachte 1] wordt door hen een tussentijdse analyse van hun bedrijfsactiviteiten gemaakt die duidt op handel in verdovende middelen. De bewijsmiddelen uit het dossier laten volgens de officier van justitie een patroon zien dat vaak wordt gezien in onderzoeken die de handel in verdovende middelen in de grensstreek met Duitsland betreffen. Op 3 februari 2020 is de verdachte aangehouden in de vakantiewoning in Noorbeek die hij zelf had gehuurd en waar de verdachte met [naam medeverdachte 1] verbleef. De telefoon van de deallijn lag in de slaapkamer (ruimte 2) van de verdachte op het nachtkastje. De vakantiewoning diende als stashplek: in een witte plastic zak die bij de doorzoeking onder een rooster in de koekoek bij ruimte 2 werd aangetroffen, zat de handelsvoorraad met een bruto gewicht van bijna 3 kilo. Op meerdere zakjes in die witte plastic zak zat DNA van de verdachte. Op één ervan zat DNA van zowel de verdachte als van [naam medeverdachte 1] en van [naam medeverdachte 2] . Nu de verdachte geen andere, plausibele verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op die plek, gaat de officier van justitie ervan uit dat hij betrokken was bij het dealen alsmede bij de criminele organisatie die de handel in verdovende middelen tot oogmerk had. Bij de vakantiewoning stonden verschillende auto’s voor de deur die voor het dealen werden gebruikt. In de woning lag een vuurwapen, dat kennelijk diende om de voorraad mee te bewaken. Hierop zat DNA van de verdachte. De verdachte en [naam medeverdachte 1] hadden in de vakantiewoning dure merkkleding en -tassen liggen. [naam medeverdachte 1] had ruim drieduizend euro in zijn tasje. De auto’s waren gehuurd. Omdat niet is gebleken van een legale bron van inkomsten die de dure spullen, de huur en het bedrag aan contant geld kunnen rechtvaardigen, moet het ervoor worden gehouden dat het geld, de auto’s en de aangetroffen merkgoederen zijn witgewassen. De verdovende middelen die op 17 februari 2020 zijn aangetroffen bij de doorzoeking van de woning van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] in Rotterdam kunnen niet met de verdachte in verband worden gebracht, zodat hij van het hem onder
  3. ten laste gelegde in zoverre moet worden vrijgesproken. 3.2 Het standpunt van de verdediging Feit 1 Er is geen bewijs voorhanden waaruit volgt dat de verdachte na zijn aanhouding op 3 februari 2020 nog opzettelijk verdovende middelen (heroïne of cocaïne) aanwezig heeft gehad, noch dat hij na zijn aanhouding nog met anderen heeft samengewerkt voor wat betreft het aanwezig hebben van de ten laste gelegde harddrugs. De tenlastegelegde periode is veel te ruim. Ook moet de verdachte worden vrijgesproken van het aanwezig hebben van de verdovende middelen in de verborgen ruimte van de Mercedes A-klasse. Er is onvoldoende bewijs voorhanden waaruit volgt dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de verdovende middelen op die plek, laat staan dat de verdachte hierover de beschikkingsmacht heeft gehad. Er is verder geen bewijs dat de verdachte wist van de aanwezigheid van de plastic zak met drugs (heroïne en cocaïne) aangetroffen in de koekoek bij de vakantiewoning in het vakantiecomplex Panoorama te Noorbeek. Hij had ook over die drugs geen beschikkingsmacht. Niet is komen vast te staan of, en zo ja hoe lang de verdachte in het appartement heeft gewoond. Dat het telefoonnummer + [gsm-nummer 1] op veel verschillende data bij Panoorama uit-straalde, brengt nog niet zonder meer mee dat de gebruiker(s) van dat nummer daar ook verbleef/verbleven. De omstandigheid dat DNA van de verdachte is aangetroffen op de verpakkingen duidt er slechts op dat de verdachte die verpakkingen op enig moment heeft aangeraakt, maar niet dat hij wist van de drugs in die verpakkingen, noch dat hij (in de ten laste gelegde periode) de beschikkingsmacht hierover heeft gehad. Er dient dan ook vrijspraak te volgen van een groot deel van wat de verdachte onder 1 wordt verweten. Ook van het medeplegen moet de verdachte worden vrijgesproken, nu daarvan uit het dossier onvoldoende blijkt. Feit 2 De tenlastegelegde periode is te lang. Voor de handel in verdovende middelen in de eerste twee maanden (november en december 2019) is onvoldoende bewijs aanwezig. Wat betreft de periode na die eerste twee maanden kan niet worden vastgesteld dat de verdachte met een hoge frequentie heeft gedeald. De verdachte is op acht verschillende dagen, namelijk op 30 november 2019 en op 6, 10, 21 , 22, 24, 29 en 30 januari 2020, in de Volkswagen Golf met kenteken [kentekennummer 1] gezien. Slechts op een van die dagen, op 29 januari 2020, heeft de verdachte verdovende middelen aan een Duitse koper verkocht waarbij hij van deze auto gebruikmaakte. Met de Audi A3 met kenteken [kentekennummer 1] is de verdachte slechts op twee verschillende dagen gezien, namelijk op 18 november 2019 en 16 januari
  4. Alleen van de eerste keer staat vast dat het de verdachte betrof. De andere keer komt het signalement slechts sterk overeen met het signalement van de verdachte, en kan er dus niet van een herkenning worden gesproken. Deze tweede keer is de enige keer dat er verdovende middelen zijn overgedragen. Er is aldus geen zekerheid dat de verdachte vanuit de Audi heeft gedeald. Dat de verdachte verschillende auto’s heeft geleend en gehuurd, zegt nog niet dat hij met deze auto’s ook drugs heeft gedeald. Bovendien kan uit de huurperiode van deze auto’s niet worden afgeleid dat over langere tijd werd gehandeld. Ook uit de verklaringen van de afnemers blijkt niet dat de verdachte de (volledige) tenlastegelegde periode in harddrugs heeft gehandeld. De omstandigheid dat het telefoonnummer + [gsm-nummer 1] vanaf 16 november 2019 tot en met 9 januari 2020 veelvuldig contact heeft gehad met Duitse nummers zegt echter nog niet dat gehandeld werd in drugs. De verdachte had veel vrienden in Duitsland. De verdachte dient deels te worden vrijgesproken van het onder feit 2 ten laste gelegde, namelijk van de handel over de periode vóór 1 januari 2020 en over de periode na 3 februari
  5. Feit 3 Het dossier biedt te weinig aanknopingspunten om te kunnen spreken van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen de verdachte en zijn medeverdachten. De verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken. Feit 4 Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat er in de woonkamer van het appartement in Panoorama te Noorbeek een vuurwapen lag, maar niet dat de verdachte op 3 februari 2020 wist van de aanwezigheid van dat wapen, of daarover (op dat moment) de beschikkingsmacht had. Het aangetroffen DNA op het wapen zegt niet meer dan dat de verdachte het wapen mogelijk op enig moment ergens heeft vastgehad. De verdachte dient daarom ook van dit feit te worden vrijgesproken Feit 5 Ten slotte dient de verdachte te worden vrijgesproken van witwassen. Uit het dossier blijkt onvoldoende van een verdenking dat de kleding, schoenen en tassen - middellijk of onmiddellijk - uit misdrijf afkomstig zijn. Dit geldt eveneens voor de geldbedragen van € 3.027,20, € 154,95 en € 25.639,
  6. De verdachte heeft een voldoende aannemelijke verklaring gegeven: hij heeft kunnen sparen. Voor het bedrag van € 25.639,50 is onvoldoende onderbouwing in het dossier aanwezig. Er zijn geen uitwerkingen van taps aan het proces-verbaal toegevoegd, en niet is vast te stellen of een deal die telefonisch wordt overeengekomen, ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het dossier bevat geen bewijsmiddelen waaruit kan worden vastgesteld dat de personenauto’s middellijk of onmiddellijk uit misdrijf afkomstig zijn, dan wel betaald zijn met geld van misdrijf afkomstig. De merkkleding was deels nep. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding Omdat in 2019 in vergelijking met de voorgaande jaren de “straathandel” in verdovende middelen in Kerkrade beduidend was toegenomen, is een projectteam van de Politie Eenheid Limburg een onderzoek gestart om die handel aan te pakken. Tijdens het onderzoek is gebruikgemaakt van verschillende bijzondere opsporingsmethoden, waaronder stelselmatige observatie en het aftappen van telefoons. Als runners - de verkopers van de verdovende middelen - zijn personen in beeld gekomen die afkomstig zijn uit Rotterdam en die een criminele organisatie vormen. Deze verkopers hebben in de tenlastegelegde periode gebruikgemaakt van een deallijn, aan te duiden als “ [naam 7] ”. Voorts hebben zij gebruikgemaakt van verschillende auto’s om hun - vaak Duitse - klanten/kopers te bedienen, waaronder een witte Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] (hierna: de witte Golf). Redengevende feiten en omstandigheden Feiten 1 en 2 De deal op 6 januari 2020 Op 6 januari 2020 omstreeks 20.00 uur is de witte Golf de parkeerplaats opgereden van het Kanunnik Ernstpad (Kerkrade), linksaf langs een groot bedrijfspand, en even later weer afgereden. Rechts van het gebouw zat een man, die later [naam 1] bleek te zijn. Hij had meerdere attributen voor zich uitgestald om cocaïne te gebruiken. Het vermoeden bestond dat [naam 1] zojuist de cocaïne had gekocht van de persoon die gebruikmaakte van de witte Golf. De witte Golf staat op naam van [naam 2] te Rotterdam. Op 6 januari 2020 is bij [naam 1] een telefoon van het merk Samsung in beslag genomen. [naam 1] heeft desgevraagd verklaard dat hij de dealer had gebeld met deze telefoon. In de telefoon stond een contact met de naam “ [naam 3] ”. Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft gezien dat het telefoonnummer van dit contact [gsm-nummer 1] betrof. Dat is de deallijn ‘ [naam 7] ’. Bij dit contact is op “ [naam 8] ” om 19.42 uur het bericht weergegeven: “denk dran neue platz bei rol dyck”. Verbalisant merkt op dat Rolduc bekend staat als deallocatie. De locatie waar [naam 1] is aangetroffen en waar de vermoedelijke overdracht van de drugs heeft plaatsgevonden, is direct gelegen naast het terrein van Rolduc. De drugs die op 6 januari 2020 onder [naam 1] zijn aangetroffen en in beslag genomen, zijn onderzocht en voorzien van SIN-nummer AAMP6564NL. Het betrof een hoeveelheid van 0,5 gram. Uit het NFI-rapport d.d. 4 februari 2020 is gebleken dat het onderzoeksmateriaal voorzien van SIN-nummer AAMP6564NL cocaïne bevat. [naam 1] heeft op 6 januari 2020 als verdachte verklaard dat hij even tevoren voor twintig euro cocaïne had gekocht van een dealer die hij kent als ‘ [naam 7] ’. Die dealer rijdt in een witte Golf. Het is een Marokkaan, iets groter dan 1.67 meter, met een vol gezicht en een licht baardje. Hij spreekt Duits en is altijd alleen. Het is de derde keer in anderhalve week dat [naam 1] van die dealer gekocht heeft. Het telefoonnummer van deze dealer is [gsm-nummer 1] . De deal op 9 januari 2020 Op 9 januari 2020 omstreeks 16.40 uur is de witte Golf verbalisanten [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] gepasseerd met enkel de bestuurder als inzittende. Verbalisanten zijn de auto gevolgd en hebben van een afstand waargenomen dat de auto het parkeerterrein van Abdij Rolduc in Kerkrade opreed, een ambtshalve bekende deallocatie. Verbalisant [naam verbalisant 4] heeft vervolgens gezien dat de witte Golf vanaf de parkeerplaats aan kwam rijden en dat (toen) buiten de bestuurder nog twee andere inzittenden in de auto zaten. Rechts naast de bestuurder zat een man met een petje, naar later bleek [naam 1] . Achterin zat nog een andere man, die later [naam 5] bleek te zijn genaamd. De auto is gevolgd totdat de bijrijder en de passagier uitstapten. Verbalisant [naam verbalisant 3] herkende de bijrijder direct als [naam 1] . Derhalve rees het vermoeden dat [naam 1] alsook [naam 5] verdovende middelen hadden gekocht en dat de overdracht in de auto had plaatsgevonden.[naam 1] en [naam 5] zijn via een voetpad richting de Duitse grens gelopen en aangehouden in verband met vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. In het cellencomplex van het politiebureau zijn de jaszakken van [naam 1] gecontroleerd. In de linker binnenzak van de jas zijn twee plastic zakjes met daarin bruine en witte poeder brokachtige substantie aangetroffen die in beslag zijn genomen. Na weging bleek dit te gaan om bruto 35,8 gram bruine poederbrokjes, vermoedelijk heroïne en bruto 5,5 gram witte poederbrokjes, vermoedelijk cocaïne. Tijdens het opsporingsonderzoek is gebleken dat de witte VW Golf voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] meestal bestuurd wordt door de verdachte. Op 9 januari 2020 rond 16.35 uur bestuurde echter een andere persoon het voertuig. Op die dag heeft verbalisant [naam verbalisant 1] , toen de witte Golf hem voorafgaand aan de verkoop passeerde, de medeverdachte [naam medeverdachte 1] herkend als bestuurder. [naam verbalisant 1] zag (op 1 meter afstand) dat- de bestuurder een Noord-Afrikaans uiterlijk had;- de bestuurder een opvallend hoekige kaaklijn had;- de bestuurder een stoppelbaardje droeg.[naam verbalisant 1] heeft de verdachte herkend toen hij hem na diens aanhouding op 3 februari 2020 zag in het cellencomplex in Heerlen. Onder de lijst met laatst gekozen nummers in de op 9 januari 2020 bij [naam 1] in beslag genomen telefoon stond onder “ [naam 8] ” het contact “ [naam 3] ”. Het telefoonnummer behorende bij het contact betreft [gsm-nummer 1] . Op 9 januari 2020 om 15.41 uur waren er twee inkomende telefoongesprekken van [naam 3] naar [naam 1] , om 16.13 uur twee inkomende telefoongesprekken van [naam 3] naar [naam 1] en om 17.35 uur vier inkomende, maar onbeantwoorde telefoongesprekken van [naam 3] naar [naam 1] . Op 9 januari 2020 is de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen onderzocht. Bij een MMC kleur-reactietest bleek dat de stof, bruine brokken, totaal 35,8 gram bruto, voorzien van het goednummer: 1278883, positief reageerde op de aanwezigheid van heroïne. Bij een MMC kleur-reactietest bleek dat de stof, witte brokken, totaal 5,5 gram bruto, voorzien van het goednummer: 1278882, positief reageerde op de aanwezigheid van cocaïne. Uit het NFI-rapport d.d. 11 februari 2020 is gebleken dat AAMQ1244NL, in totaal 35,4 gram beige poeder en brokjes in zeven zakjes, heroïne bevat en dat AAMQ1243NL, in totaal 4,3 gram crèmekleurige poeder en brokjes in twee zakjes, cocaïne bevat. [naam 5] heeft verklaard dat hij een monstertje heroïne wilde halen en dat hij met zijn vriend [naam 1] ( [naam 1] ) met dat doel bij een man met donkere huidskleur en zwarte haren was ingestapt in een auto. De deal op 24 januari 2020 Verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 4] hebben op 24 januari 2020 omstreeks 11.30 uur via de tap vernomen dat een bestelling op de deallijn ( [naam 7] ) binnenkwam, en als locatie Rolduc in Kerkrade werd overeengekomen. Ter plaatse zagen zij een persoon staan, in het zwart gekleed en met een capuchon over zijn hoofd. De witte Golf kwam stil te staan op de hoek. De man kwam naar de bestuurderskant van de Golf gelopen, boog voorover en strekte een arm uit. Hij trok deze vrij snel weer terug en liep weg.De man is aangesproken, en van hem is de uitlevering van verdovende middelen gevorderd. Hij zei hierop: “Ik heb vier gram, hier in mijn mouw”. De verbalisant heeft vier in plastic verpakte bolletjes vermoedelijk heroïne aangetroffen in de mouw van de jas van de man. De man is aangehouden en bleek te zijn [naam 6] . De verdovende middelen (goed: PL2300-2020013137-1284215) zijn in beslag genomen. Nadat de overdracht tussen [naam 6] en de dealer in de witte Golf had plaatsgevonden, is verbalisant [naam verbalisant 1] statisch zicht blijven houden. De bestuurder in de witte Golf is hem tot drie keer toe vanaf zeer korte afstand gepasseerd en door hem herkend als de verdachte. Even later hebben verbalisanten [naam verbalisant 4] en [naam verbalisant 3] de bestuurder van de witte Golf ook herkend als de verdachte. Verbalisant [naam verbalisant 3] heeft de mobiele telefoon van [naam 6] met het telefoonnummer [nummer 1] onderzocht. Bij dit onderzoek is als contactpersoon “ [naam 7] ” met het daarbij behorende mobiele telefoonnummer (+31) [gsm-nummer 1] aangetroffen. De bij [naam 6] aangetroffen verdovende middelen zijn onderzocht en voorzien van SIN-nummer AAMY3295NL. Het betrof vier transparante kunststof bolletjes met daarin bruin gekleurde poeder met brokken, bruto gewicht 4,90 gram. Uit het NFiDENT rapport d.d. 27 februari 2020 is gebleken dat het onderzoeksmateriaal met kenmerk AAMY3295NL heroïne bevat. [naam 6] heeft als verdachte verklaard dat hij de 4 gram heroïne die bij hem zijn gevonden ‘vandaag’ heeft gekocht bij een Nederlandse dealer genaamd [naam 7] , met het mobiele nummer [gsm-nummer 1] . Zijn eigen nummer is [nummer 1] . [naam 6] wijst in zijn telefoon de contactpersoon aan. [naam 6] heeft verklaard dat [naam 7] hem eerder op deze plek heeft geleverd, ongeveer een half jaar geleden. Hij heeft vijf tot zes keer bij hem gekocht. [naam 7] is een Marokkaanse man, 30-35 jaar oud, kleine stoppelbaard, normaal postuur. Hij komt altijd in een witte Golf. De deal op 26 januari 2020 Op 26 januari 2020 omstreeks 15.05 uur hebben verbalisanten [naam verbalisant 5] en [naam verbalisant 6] de witte Golf rijdend in Landgraaf aangetroffen. Het was bekend dat deze auto veelvuldig in de directe omgeving van de Duitse grens was gesignaleerd. Toen zij het voertuig aan een controle wilden onderwerpen, is het voertuig weggereden. Er vond daarop een achtervolging met de politie plaats. Het voertuig is uiteindelijk op de Achterschouffert in Eygelshoven (gemeente Kerkrade) tot stilstand gebracht. De bestuurder bleek medeverdachte [naam medeverdachte 2] te zijn. De politie heeft toen de eerder genoemde getapte deallijn van “ [naam 7] ” meteen beluisterd om na te gaan of er mogelijk iets werd gezegd over een politieachtervolging. Uit de tap is gebleken dat “ [naam 7] ” in Noorbeek zat met de deallijn, dat een ‘collega’ die dag de bestellingen rondreed, dat [naam 7] aan die man (collega) vroeg of hij het spul nog had kunnen verstoppen, dat deze antwoordde dat hij ‘het had kunnen weggooien’, en dat [naam 7] hierop zei: “Ik kom meteen naar je toe”. In het telefoongesprek tussen beiden werd over het verlies van een grote partij gesproken. Om 15.55 uur reden verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 3] over de Achterschouffert in Eygelshoven. Zij zagen dat een man die zij herkenden als [naam medeverdachte 2] duidelijk iets aan het zoeken was in de voortuinen ter hoogte van perceelnummer [nummer 2] . Op 50 meter afstand ter hoogte van perceel [nummer 3] zagen verbalisanten de witte Golf geparkeerd staan.Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft in de voortuin van perceel [nummer 4] een plastic zakje aangetroffen met daarin 5 brokjes bruin poeder en 1 brokje wit poeder. Het zakje lag op een boompje van ongeveer 1,5 meter hoog. Het zakje is in beslag genomen en bleek 9,8 grambruto bruin poeder en 0,6 gram wit poeder te bevatten. Verbalisant [naam verbalisant 3] zag op dat moment dat de medeverdachte [naam medeverdachte 2] nog steeds aan het zoeken was ter hoogte van perceelnummer [nummer 5] .Verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 3] hebben vervolgens positie ingenomen op de locatie Nieuwenhagerweg te Eygelshoven. Daar is hen een Citroën C1 voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] gepasseerd, die reed in de richting van de Achterschouffert. Dit kenteken is eveneens ambtshalve bekend en staat op naam van kentekenhouder [naam 2] . De bestuurder van de Citroën is herkend als de verdachte. De aangetroffen hoeveelheid weggegooide verdovende middelen (9,8 gram bruto bruin en 0,6 gram bruto wit) komt overeen met de hoeveelheid die eerder op de tap bij “ [naam 7] ” door [naam 1] is besteld: op de deallijn was een bestelling gedaan van 9 gram bruin en een halve gram wit. De Forensische Opsporing heeft een onderzoek ingesteld naar de verdovende middelen en de hieruit genomen monsters voorzien van SIN-nummers (AAMY3297NL, AAMY3298NL en AAMY3299NL). Uit de NFiDENT rapporten van 28 februari 2020 is gebleken dat de monsters voorzien van de SIN-nummers AAMY3297NL en AAMY3298 NL heroïne bevatten. Het monster voorzien van het SIN-nummer AAMY3299NL bevat cocaïne. De deal op 3 februari 2020 Op 3 februari 2020 rond 14.00 uur komt een gesprek over de tap (op de deallijn) over een deal die moet plaatsvinden bij de Jumbo/Action in Chevremont, Kerkrade. Op 3 feb. 2020 omstreeks 14.00 uur hebben verbalisanten de opdracht gekregen te rijden naar de Jumbo/Action in Chevremont in verband met die zojuist geplaatste bestelling. Omstreeks 14.31 uur zagen verbalisanten [naam verbalisant 7] , [naam verbalisant 8] en [naam verbalisant 4] op de parkeerplaats van de Jumbo een man staan, die later [naam 9] bleek te heten. Verbalisanten zagen dat de man telefonisch in gesprek was. Ze kregen via de tap de informatie dat hij doorgaf op locatie te zijn. Hierop werd gereageerd via de deallijn dat ‘hij eraan kwam en er binnen 2 tot 3 minuten zou zijn en dat hij zou komen in een grijze Mercedes’.Omstreeks 14.37 uur reed eengrijze Mercedes voorzien van het kenteken [kentekennummer 3] de parkeerplaats op. De bestuurder was de verdachte. [naam 9] liep meteen in de richting van de auto en stapte op de bijrijdersplaats in. De Mercedes is door diverse politievoertuigen klemgezet. De verdachte is aangehouden in verband met het overtreden van de Opiumwet. Verbalisant [naam verbalisant 3] heeft direct de uitlevering van de verdovende middelen gevorderd. De verdachte heeft verklaard dat in de auto een plastic zakje op de middenconsole lag waar zijn drugs in zouden liggen.[naam 9] is eveneens aangehouden in verband met overtreding van de Opiumwet. Hij had een geldbedrag van € 160,- in zijn handen. Verbalisant [naam verbalisant 9] heeft van [naam 9] begrepen dat hij de verdovende middelen nog niet had gekregen maar dat hij wel voornemens was deze te kopen. Bij een oppervlakkig onderzoek is in de grijze Mercedes ter hoogte van de middenconsole een plastic zak aangetroffen gevuld met een bruine poeder brokachtige substantie en twee kleine zakjes gevuld met een witte poeder brokachtige substantie. Deze verdovende middelen zijn in beslag genomen. Later bleek dit te gaan om 11,5 gram bruto bruin poeder en 1,7 gram bruto wit poeder. De Mercedes Benz is in beslag genomen en overgebracht naar het politiebureau. Uit de ANPR gegevens is gebleken dat sinds 30 januari 2020 voor de handel in verdovende middelen geen gebruik meer werd gemaakt van de witte Golf. Sinds 30 januari 2020 is de grijze Mercedes, kenteken [kentekennummer 3] , eveneens op naam van [naam 2] , uit de ANPR gegevens opgevallen, waardoor het vermoeden rees dat deze auto werd gebruikt voor de handel. Die auto is, nadat deze op 3 februari 2020 in beslag is genomen, op 4 feb. 2020 doorzocht. Omdat het vermoeden bestond dat in de Mercedes een verborgen ruimte zat, is de bekerhouder verwijderd vanaf de middenconsole. Nadat deze was verwijderd, zagen verbalisanten een rolletje met nieuwe boterhamzakjes liggen en twee boterhamzakjes met daarin witte en bruine substantie. In deze zakjes zaten meerdere kleinere hoeveelheden verpakt met naar later bleek, een gezamenlijk gewicht van 160 gram bruto. De verdovende middelen uit de asbak in de middenconsole in de Mercedes zijn onderzocht en hiervan zijn monster genomen, voorzien van SIN-nummers (AAMY2039NL en AAMY2041NL). Uit de NFiDENT rapporten d.d. 23 maart 2020 is gebleken dat het onderzoeksmateriaal voorzien van SIN-nummer AAMY2039NL (poeder en brokjes, bruin, uit 10,31 gram) heroïne bevat. Het onderzoeksmateriaal voorzien van SIN-nummer AAMY2041NL bevat cocaïne. De verdovende middelen die in de ruimte onder de middenconsole in de Mercedes zijn aangetroffen, zijn onderzocht en hiervan zijn monsters genomen, voorzien van SIN-nummers: AAMX9979NL, AAMX9945NT, AAMY5809NL, AAMY5806NL, AAMY5807NL, AAMX9962NL, AAMX9961NL, AAMX9959NL, AAMX9958NL, AAMX9957NL, AAMX9956NL, AAMX9954NL, AAMX9955NL, AAMX9953NL en AAMX9952NL. Uit NFiDENT rapporten d.d. 10 februari 2020 blijkt met betrekking tot het onderzoeksmateriaal het volgende: AAMX9979NL brokjes, bruin, uit 5,00 gram bevat heroïne;AAMX9945NL brokjes, bruin, uit 93, 21 gram bevat heroïne;AAMY5809NL brokjes, bruin, uit 93, 21 gram bevat heroïne;AAMY5806NL brokjes, bruin, uit 93, 21 gram bevat heroïne;AAMY5807NL brokjes, bruin, uit 93, 21 gram bevat heroïne; AAMX9958NL brokjes, bruin, uit 28,51 gram bevat heroïne;AAMX9957NL brokjes, bruin, uit 28,51 gram bevat heroïne;AAMX9956NL brokjes, bruin, uit 28,51 gram bevat heroïne AAMX9962NL brokjes, wit, uit 7,04 gram bevat cocaïne;AAMX9961NL brokjes, wit, uit 7,04 gram bevat cocaïne;AAMX9959NL brokjes, wit, uit 7,04 gram bevat cocaïne;AAMX9954NL brokjes, wit, uit 10,19 gram bevat cocaïne;AAMX9955NL brokjes, wit, uit 10,19 gram bevat cocaïne;AAMX9953NL brokjes, wit, uit 10,19 gram bevat cocaïne;AAMP6046NL (dit is het SIN-nummer van de volledige partij; de rechtbank begrijpt dat het SIN-nummer van het hier bedoelde monster is: AAMX9952NL) brokjes, wit, uit 7,88 gram bevat cocaïne. [naam 9] heeft als verdachte verklaard dat hij heroïne gebruikt. Hij heeft vanuit Duitsland zijn dealer gebeld, genaamd [naam 7] . Hij heeft in januari 2020 een gram heroïne als proef van hem gekregen en zou vandaag voor de derde keer iets van hem hebben gekocht. Hij wilde vandaag voor een maand kopen, 10 gram voor 150 euro. De eerste twee keren was het dezelfde persoon in een witte auto. [naam 7] is in zijn telefoon terug te vinden onder “ [naam 7] BW”. De telefoon van [naam 9] is onderzocht. In de telefoon is de contactpersoon “ [naam 7] Bw” met het telefoonnummer

(0031)[gsm-nummer 1] (op het scherm is niet te zien of het nummer eindigt op [gsm-nummer 1] ) aangetroffen. Overzicht voertuigen Aangezien in dit onderzoek [naam 2] als kentekenhouder naar voren is gekomen van de voertuigen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, is nader onderzoek naar hem verricht. Het betreft voertuigen die verhuurd zijn door het bedrijf van [naam 2] , genaamd Pro Cars. De voertuigen van [naam 2] /Procars zijn gebruikt tijdens het plegen van strafbare feiten. Uit verklaringen van gebruikers van de voertuigen blijkt dat de voertuigen meestal geleend en niet gehuurd werden. Een huurcontract kon tijdens controlemomenten van de politie niet worden overhandigd. Door [naam 2] zijn desgevraagd via de mail meerdere (alle niet ondertekende) huurovereenkomsten verstrekt van personenauto’s die in het onderzoek naar voren zijn gekomen. Hieruit bleek onder andere het navolgende:- de Volkswagen Golf (wit), kenteken [kentekennummer 1] is in de periode van zondag 24 november 2019 tot en met donderdag 13 februari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door de verdachte voor 1.866 euro; - de Citroën, kenteken [kentekennummer 2] is in de periode van 23 januari 2020 tot en met 30 januari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door de verdachte, huurbedrag onbekend; - de Mercedes A180D, kenteken [kentekennummer 3] is in de periode van 30 januari 2020 tot en met 6 februari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door [naam broer medeverdachte 2] uit Rotterdam, zijnde de broer van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] , huurbedrag onbekend; - de Audi A3, kenteken [kentekennummer 1] is in de periode van 18 december 2019 tot en met 18 januari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door [naam 10] uit Rotterdam, huurbedrag 1.050 euro. Doorzoeking Panoorama Noorbeek Op 3 februari 2020 is op het adres [adres 2] , appartement 5, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, binnengetreden ter inbeslagneming. In de woning is de medeverdachte [naam medeverdachte 1] aangehouden. Tijdens de doorzoeking zijn diverse goederen in beslag genomen, waaronder telefoons, geld, (vermoedelijk) merkkleding een vuurwapen, verdovende middelen (op de tafel in de woning) en een zak met verdovende middelen (goednummer 1287532) die in een koekoek behorende bij een van de slaapkamers (ruimte 3) was verstopt. De medeverdachte [naam medeverdachte 1] is aangehouden in de slaapkamer (ruimte 3), die hij in gebruik had, terwijl hij een tas met daarin diverse goederen vasthad. De verdachte had een andere slaapkamer (ruimte 2) in gebruik. In beide slaapkamers zijn aan de verdachte en [naam medeverdachte 1] toe te schrijven goederen aangetroffen. [naam 11] heeft verklaard dat de woning met nummer 5 vanaf 28 december 2019 is verhuurd aan de verdachte. Ze waren meestal met z’n tweeën. De ander is een donker getinte man. Zij heeft in de periode daarna bij woning 5 alleen deze mannen gezien. Zij hadden daarvoor ongeveer twee maanden een ander appartement gehuurd. Zij hadden last van de buren en hebben daarom een ander appartement gevraagd. Volgens [naam 11], medeverhuurder, ging het om twee Marokkaanse mannen. Een van de mobiele telefoon toestellen die bij de doorzoeking in beslag zijn genomen, betreft een Nokia mobiele telefoon, type TA-1010, voorzien van het SUMMIT goednummer 584041, in een doosje Lebara IMEI. Het IMEI nummer komt overeen met het telefoonnummer aangetroffen bij de verdachte [verdachte] tijdens diens aanhouding op 3 februari
  1. Bij het onderzoek aan deze telefoon is als contactpersoon “Ik” het Nederlandse telefoonnummer [gsm-nummer 1] aangetroffen. Dit betreft de afgetapte deallijn. Tijdens de doorzoeking bleek vanuit slaapkamer (ruimte 3 waar de verdachte verbleef) via het raam een koekoek te bereiken. Op de bodem van de koekoek werd een witte plastic zak aangetroffen. In de witte zak zat een bruine zak met vermoedelijk versnijdingspoeder. Bovendien zaten in deze zak: - drie bruinkleurige gepreste poederbrokken, verbalisant ambtshalve bekend als de uiterlijke kenmerken van heroïne;- twee plastic zakjes met wit poeder, verbalisant ambtshalve bekend als de uiterlijke kenmerken van cocaïne;- een plastic zakje met bruin poeder, verbalisant ambtshalve bekend als heroïne. De verdovende middelen op de tafel in de woning bleken een hoeveelheid bruine brokjes van 0,3 gram netto te betreffen. De witte plastic zak in de koekoek met daarin de vijf omschreven verpakkingen had een totaalgewicht van 2938 gram bruto. De hoeveelheid van 0,3 gram die is aangetroffen op de tafel in de woning is voorzien van SIN-nummer AAMY2042NL. Uit het NFiDENT-rapport d.d. 23 maart 2020 blijkt dat het onderzoeksmateriaal met het SIN-nummer AAMY2042NL heroïne bevat. De zak die is aangetroffen in de koekoek is voorzien van het SIN-nummer AAMP6047NL. De zich in de zak bevindende verpakkingen zijn voorzien van de SIN-nummers AAMY2044NL, AAMY2046NL, AAMY2048NL, AAMY2027NL en AAMY2029NL. Uit de NFiDENT-rapporten van 23 maart 2020 blijkt het volgende: AAMY2044NL poeder en brokjes, wit, uit 6,36 gram bevat cocaïne; AAMY2046NL brokjes, bruin, uit 844,47 gram bevat heroïne;AAMY2048NL brokken, bruin, uit 352,04 gram bevat heroïne;AAMY2027NL poeder en brokjes, wit, uit 36,87 gram bevat cocaïne;AAMY2029NL poeder en brokjes, bruin, uit 65,55 gram bevat heroïne. DNA-onderzoek De plastic zak die is aangetroffen in de koekoek (en voorzien van SIN-nummer AAMP6047NL) is bemonsterd op mogelijke aanwezigheid van biologische sporen: - verpakking 2 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop (bruin gekleurde inhoud) is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAKB5430NL;- verpakking 2 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop (wit gekleurde inhoud) is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAJN5305NL;- verpakking 3 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop (niet los) is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAJN5304NL; - verpakking 4 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAJN5303NL. Uit het NFI-rapport d.d. 21 april 2020 blijkt dat: - AAJN5303NL#01 DNA-mengprofielen bevat van minimaal twee personen, de verdachte en een onbekende persoon;- AAJN5304NL#01 DNA-mengprofiel bevat van minimaal drie personen, een relatief grote hoeveelheid van de verdachte en [naam medeverdachte 1] en een relatief kleine hoeveelheid van minimaal één andere persoon;- AAJN5305NL#01 DNA-mengprofiel bevat van minimaal drie personen, een relatief grote hoeveelheid van de verdachte en een relatief kleine hoeveelheid van [naam medeverdachte 1] en minimaal een andere persoon;- AAKB5430NL#01 DNA-mengprofiel bevat van minimaal vier personen, een relatief grote hoeveelheid van de verdachte en [naam medeverdachte 1] en een relatief kleine hoeveelheid van [naam medeverdachte 2] . Met betrekking tot de bewijskracht is ten aanzien van de verdachte geconcludeerd dat het meer dan een miljard keer waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van de verdachte en willekeurige andere personen dan van uitsluitend willekeurige onbekende personen. Uit een vergelijkend onderzoek van het NFI is gebleken dat de materialen van [AAMY2039NL] (uit de asbak in de middenconsole van de Mercedes A-klasse waarin de verdachte is aangehouden) en [AAMY2048NL] (uit de handelsvoorraad aangetroffen in de koekoek bij de woning in Noorbeek) hoogst waarschijnlijk van dezelfde productiepartij versneden heroïne afkomstig zijn. De criminele organisatie (Feit 3) Verbalisant [naam verbalisant 2] herkent in de tapgesprekken de stem van de gebruiker van telefoonnummer [gsm-nummer 1] als die van de verdachte, omdat hij hem op 5 februari 2020 heeft gehoord als verdachte. Verbalisant [naam verbalisant 10] herkent eveneens de stem van de gebruiker van het genoemde telefoonnummer als de stem van de verdachte, omdat hij hem op 5 februari 2020 als verdachte heeft gehoord. Van de verdachte is een tweede telefoonnummer bekend geworden. Zijn broer, [naam broer verdachte] , heeft bij een voorgeleiding als nummer van de verdachte opgegeven: [gsm-nummer 2] .Op 8 januari 2020 is in Maastricht de bestuurder van een grijze Audi A3 voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] gecontroleerd. Dit bleek [naam medeverdachte 1] te zijn.In de navigatie van de auto blijkt bij controle dat telefoonnummer [gsm-nummer 2] een veelvuldig gebeld nummer is. Uit de opgenomen telecommunicatie van nummer [gsm-nummer 1] blijkt dat met nummer [gsm-nummer 2] vaak wordt ingebeld. Gedurende het onderzoek is ook het hiervoor genoemde telefoonnummer [gsm-nummer 2] opgenomen en afgeluisterd.In sessienummer 212 d.d. 31 januari 2020 te 21 :10:58 uur wordt ingebeld door het telefoonnummer 06-82423440 op het nummer [gsm-nummer 2] .In dit gesprek gaat het onder andere over:- dat er aan het begin verloren werd en moest worden opgebouwd;- dat vanaf [naam medeverdachte 2] er is, ze begonnen zijn in Kerkie;- dat ze op 29 november begonnen zijn in Kerkie; - dat ze quitte hebben gespeeld en dat ze vanaf nu geld gaan verdienen;- dat er een werkauto gehaald moet worden;- dat er keihard gerund gaat worden nu. Op de slaapkamer (ruimte 3) waar [naam medeverdachte 1] is aangehouden, werd een mobiele telefoon aangetroffen. Deze telefoon stond aan. Uit nader onderzoek bleek dat in deze telefoon een simkaart zat voorzien van het telefoonnummer [gsm-nummer 3] . [naam medeverdachte 1] heeft op 5 februari 2020 verklaard dat zijn telefoonnummer begint met [gsm-nummer 3] . Het vuurwapen (Feit 4) Op 3 februari 2020 werd tijdens de doorzoeking van appartement 5, gelegen aan het [adres 2] in Noorbeek, in de woonkamer op de kast een zak aangetroffen met daarin een vuurwapen dat in een zwarte sok zat. Er is een onderzoek ingesteld naar het in beslaggenomen pistool (voorzien van SIN-nummer: AAJX4240NL, goednummer 1287361).Dit betreft een semi automatisch pistool met patroonhouder, in het kaliber 7.65 millimeter Browning, geschikt om projectielen door een loop af te schieten waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 Categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie. Van het vuurwapen zijn ongeveer 1,5 centimeter in de loop, alle ruwe delen, hetcontactvlak tussen de kolfplaten en de kast van het vuurwapen en de gehele buitenzijde van het patroonmagazijn inclusief vulopening met uitzondering van de onderzijde, bemonsterd op mogelijke aanwezigheid van humane biologische sporen. De sporen zijn veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN-nummers AAMQ1417NL, AAMQ1418NL, AAMQ1419NL en AAMQ1420NL. Uit het vergelijkend DNA-onderzoek is naar voren gekomen dat :- AAMQ1417NL (binnenzijde loop) matcht met de verdachte, [naam medeverdachte 3] en minimaal twee onbekende personen;- AAMQ1418NL (ruwe delen) matcht met de verdachte en minimaal twee andere personen;- AAMQ1419NL (onder de kolfplaten) matcht met de verdachte, [naam medeverdachte 3] en minimaal drie onbekende personen. Met betrekking tot de bewijskracht is ten aanzien van de verdachte geconcludeerd dat het meer dan een miljard keer waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van de verdachte en willekeurig andere (onbekende) personen dan van uitsluitend willekeurige onbekende personen. Het witwassen (Feit 5) Bij zijn aanhouding in de slaapkamer (ruimte 3) had [naam medeverdachte 1] een Louis Vuitton schoudertas bij zich met daarin onder andere een zwarte Nokia, diverse pasjes op naam van [naam medeverdachte 1] , muntgeld ten bedrage van € 17,10 en geldbiljetten ten bedrage van € 3.010,
  2. In datzelfde tasje zat ook de autosleutel van de witte Golf die op de parkeerplaats van Panoorama geparkeerd stond. Overwegingen van de rechtbank Partiële Vrijspraak De rechtbank kan noch aan de hand van het procesdossier, noch op basis van het verhandelde ter terechtzitting vaststellen dat de verdachte vóór 29 november 2019 betrokken is geweest bij hetgeen hem onder feit 2, 3 en 5 wordt verweten. De verdachte zal van de tenlastegelegde periode van 1 november 2019 tot en met 28 november 2019 worden vrijgesproken. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de verdachte eveneens (partieel) moet worden vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van 807 gram heroïne als onder 1 ten laste gelegd. Deze hoeveelheid is aangetroffen in de woning van de verdachte [naam medeverdachte 1] te Rotterdam. Er is uit de voorhanden bewijsmiddelen niet gebleken van enige betrokkenheid van de verdachte. De rechtbank zal de verdachte ten slotte partieel vrijspreken van feit 5, voor wat betreft de aan hem verweten witwasgedragingen ten aanzien van de auto’s, kleding, tassen en het geldbedrag van 25.639,50 euro. De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat de verdachte van de tenlastegelegde periode van 1 november tot en met 28 november 2019 wordt vrijgesproken. De aankoopbonnen van de kleding/tassen zien op de periode vóór 29 november 2019, hetgeen een bewezenverklaring (reeds hierom) in de weg staat. Ten aanzien van het geldbedrag van 25.639,50 euro is de rechtbank van oordeel dat het procesdossier onvoldoende onderbouwing geeft voor het verwijt dat precies deze hoeveelheid geld met de handel is verdiend. Het verhandelde ter terechtzitting biedt evenmin duidelijkheid daarover. Ten aanzien van de auto’s ziet de rechtbank niet in op welke wijze deze zouden zijn witgewassen. De enkele omstandigheid dat deze mogelijk met drugsgeld waren gehuurd, is hiervoor onvoldoende. Bewijsoverwegingen De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen gebruikt de rechtbank in onderling verband en samenhang. Medeplegen De vakantiewoning in Noorbeek met nummer 5 waarin de verdachte is aangehouden, werd door de verdachte en [naam medeverdachte 1] gedurende ongeveer zes weken gebruikt. Daarvoor hadden zij in hetzelfde complex een andere woning in gebruik. De verdachte en [naam medeverdachte 1] hebben daar veelvuldig verbleven. Zij golden als de bewoners, zoals onder meer blijkt uit de verklaringen van de huurders. Daarbij had op nummer 5 ieder van beiden een eigen slaapkamer tot zijn beschikking. In de woonkamer lagen op een voor beiden toegankelijke plaats een vuurwapen (op de kast), een bolletje heroïne (0,3 gr), een tas met daarin een weegschaal, verpakkingsmateriaal inclusief resten heroïne alsmede bescheiden ten name van [verdachte] . In een van de slaapkamers (ruimte 2) lagen diverse goederen, waaronder de dealertelefoon en een factuur ten name van [verdachte] . In de slaapkamer (ruimte 3) die toegang gaf tot het rooster met de koekoek, is [naam medeverdachte 1] aangehouden met een Louis Vuitton tas bij zich. Daarin bevonden zich geld (onder meer een bedrag van 3.010 euro aan briefgeld), de autosleutel van de witte golf ( [kentekennummer 1] ) en op zijn naam staande bescheiden. Op de door de politie inbeslaggenomen zakjes met drugs uit de handelsvoorraad bevond zich DNA materiaal van de verdachte. De verdachte heeft, hoewel daartoe zowel bij de politie als ter zitting in de gelegenheid gesteld, geen enkele plausibele verklaring gegeven die de verdenking zoals deze uit het belastende bewijsmateriaal, het DNA en ook hetgeen overigens in de woning is aangetroffen naar voren komt, kon wegnemen. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] het hun onder
  3. verweten aanwezig hebben van de verdovende middelen die in de woning zijn gevonden als ook het hun onder
  4. verweten voorhanden hebben van het vuurwapen, tezamen en in vereniging hebben gepleegd. Hetzelfde geldt voor het onder
  5. ten laste gelegde handelen in verdovende middelen en het onder
  6. ten laste gelegde witwassen van het geldbedrag van 3.027,10 euro (de tenlastelegging vermeldt ten onrechte: 3.027,20 euro) dat de verdachte bij zijn aanhouding in zijn tas had. Uit de bewijsmiddelen volgt een nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] , zodanig dat medeplegen telkens bewezen wordt verklaard. Criminele organisatie Bij de beoordeling of de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie zoals hem onder feit 3 wordt verweten, stelt de rechtbank het volgende voorop. Volgens vaste jurisprudentie is voor de bewezenverklaring van een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. De maatstaf voor bewezenverklaring van een organisatie als bedoeld in artikel 11b Opiumwet is dezelfde. De verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] zijn beiden afkomstig uit Rotterdam. Zij maakten deel uit van een samenwerkingsverband dat, zo komt ook naar voren uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, gebruikmakend van verschillende voertuigen in de regio Parkstad gedurende langere tijd heeft gehandeld in cocaïne en heroïne. Zij verbleven in een vakantiewoning die tevens als stashplek dienstdeed. De kopers kwamen met de deallijn in contact via een vast, aan hen bekend nummer. Kennelijk om de stash te bewaken, beschikten zij over een vuurwapen. De rechtbank acht bewezen dat het in de bewijsmiddelen opgenomen telefoongesprek van 31 januari 2020 is gevoerd tussen de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Daarbij betrekt de rechtbank dat niet alleen de betrokken telefoonnummers aan hen zijn toe te schrijven, maar ook dat uit andere bewijsmiddelen, die in dit vonnis zijn opgenomen, volgt dat de verdachte zich in samenwerking met [naam medeverdachte 1] bezighield met drugshandel. De inhoud van het telefoongesprek bevestigt dit. Als begindatum van de handel in ‘Kerkie’ wordt in dit gesprek 29 november
(2019)genoemd. De rechtbank zal deze datum als begindatum van de pleegperiode nemen. Uit de periode waarin de verdachten bewijsbaar hebben samengewerkt, de frequentie van dealgesprekken en leveringen, het huren van auto’s in Rotterdam en het genoemde telefoongesprek van 31 januari 2020, blijkt van het samenwerken in georganiseerd, gestructureerd verband. Het criminele samenwerkingsverband wordt verder bevestigd door hetgeen bij de doorzoeking in woning 5 te Noorbeek is aangetroffen: de dealtelefoon van [naam 7] in de slaapkamer van de verdachte, een grote hoeveelheid geld bij [naam medeverdachte 1] , de handelsvoorraad bereikbaar vanuit de slaapkamer van [naam medeverdachte 1] en de voertuigen en het vuurwapen tot hun beider beschikking. Door zijn duurzaamheid en structuur is het samenwerkingsverband aan te merken als een criminele organisatie. Doordat het doel van de organisatie de handel in verdovende middelen was, valt deze onder de strafbaarstelling van artikel 11b van de Opiumwet. Witwassen Ten aanzien van de bewijsmiddelen voor feit 5 overweegt de rechtbank nog het volgende. Op de feiten en omstandigheden zoals hiervoor besproken, kan een vermoeden van witwassen worden gebaseerd ten aanzien van het contant geld ad 154,95 euro dat de verdachte bij zijn aanhouding op zak had en de 3.027,10 die de medeverdachte [naam medeverdachte 1] onder zich had. De verdachten hebben geen concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van het geld. Gelet op het geheel aan bewijsmiddelen en in het licht van het hiervoor overwogene, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de verdachte van de criminele herkomst van het geld op de hoogte was. Het aanzienlijke geldbedrag van 3.027,10 betrof kennelijk geld afkomstig uit hun gezamenlijke handel. Hierbij betrekt de rechtbank ook hetgeen de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] hebben verklaard over hun inkomenspositie. De raadsman heeft verweer gevoerd als hiervoor onder 3.2 weergegeven. Die verweren vinden hun weerlegging in de keuze van de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de rechtbank. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte Feit 1: in de periode van 26 januari 2020 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad: - ongeveer 0,3 gram en 1262,02 gram heroïne en 43 ,23 gram cocaïne en - ongeveer 10,31 en 126,72 gram heroïne en 1,7 en 25,11 gram cocaïne en - ongeveer 9,8 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 2: in de periode van 29 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens opzettelijk heeft verkocht en en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 3: in de periode van 29 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek in de gemeente Eijsden-Margraten, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met [naam medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en vierde lid, van de Opiumwet; Feit 4: op 3 februari 2020 te Noorbeek, in de gemeente Ejjsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, voorhanden heeft gehad; Feit 5: in de periode van 29 november 2019 tot en met 3 februari 2020, in de gemeente Kerkrade en/of Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten, - een geldbedrag van 3027,10 euro en alleen, een voorwerp, te weten - een geldbedrag van 154,95 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit eigen misdrijf. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: eendaadse samenloop van feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; Feit 3: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid en vierde lid, van de Opiumwet; Feit 4: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van de categorie III; Feit 5: medeplegen van witwassen Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete van € 10.000,-. Aan het voorwaardelijk strafdeel dient als bijzondere voorwaarde een locatieverbod voor de provincie Limburg met uitzondering van het adres [adres 3] Heerlen (adres van de schoonouders van de verdachte, familie [naam 12] ) te worden verbonden. Deze voorwaarde is noodzakelijk om te voorkomen dat de verdachte opnieuw drugs gaat verkopen in deze regio. De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar strafeis aansluiting gezocht bij de richtlijnen voor strafvordering van het Openbaar Ministerie en onder andere gewezen op de grote overlast die wordt veroorzaakt door de handel in harddrugs. 6.2 Het standpunt van de verdediging Mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat een straf van 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk dan wel een straf van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk op zijn plaats is, eventueel aan te vullen met een taakstraf. Bij de hoogte van de op te leggen straf dient ermee rekening te worden gehouden dat de verdachte niet eerder voor Opiumwetdelicten is veroordeeld, dat de verdachte inmiddels 21 maanden lang delictvrij is, en dat hij afgezien van het verplichte reclasseringscontact (de reclassering had geen bericht gekregen over aan de verdachte opgelegde bijzondere voorwaarden) zich keurig heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden. De verdachte heeft in de afgelopen periode hard aan zichzelf gewerkt. Hij is bezig met een re-integratieproces met betrekking tot arbeid, is gestopt met het gebruik van verdovende middelen en is getrouwd. De verdachte heeft gebroken met het netwerk dat geen goede invloed op hem had. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, de LOVS-oriëntatiepunten, de schending van de redelijke termijn, en de eendaadse samenloop van de feiten 1 en
  1. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft samen met [naam medeverdachte 1] deel uitgemaakt van een criminele organisatie die op grote schaal heroïne en cocaïne verkocht in de Limburgse grensstreek nabij Duitsland. De afnemers van de drugs waren voornamelijk Duitsers. De verdachte heeft zich als medepleger ook schuldig gemaakt aan het bezit van een handelsvoorraad harddrugs, het voorhanden hebben van een vuurwapen en witwassen. Het gebruik van cocaïne en heroïne brengt voor de gebruikers door de verslavende werking gezondheidsrisico's mee zoals de mogelijkheid van blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel. Daarnaast wordt de handel in harddrugs direct en indirect in verband gebracht met geweldsdelicten en zelfs liquidaties, en wordt daardoor veel overlast veroorzaakt, zeker in de Limburgse grensstreek waar veel grensoverschrijdende drugscriminaliteit plaatsvindt. Door in de directe nabijheid van de Duitse grens te dealen, heeft de verdachte bijgedragen aan het ontstaan van een aanzuigende werking van Duitse kopers van verdovende middelen. Het gebruik van cocaïne en heroïne is ook bezwarend voor de samenleving omdat veel gebruikers veelvuldig (vermogens)delicten plegen om zo hun verslaving te bekostigen. De handel in harddrugs werd uitgevoerd door een criminele organisatie. Criminele organisaties brengen schade toe aan de samenleving, onder meer door het witwassen van de criminele winsten en de vermenging van de (illegale) onderwereld met de (legale) bovenwereld. Dit werkt ontwrichtend op het economisch verkeer en is ondermijnend voor de maatschappij. De verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan deze problematiek. De rechtbank stelt vast dat de productie van en de (internationale) handel in harddrugs in Nederland niet afnemen en onvoldoende adequaat kunnen worden bestreden. De rechtbank doelt daarmee onder andere op de sterk toenemende hoeveelheid cocaïne die jaarlijks in de haven van Rotterdam wordt onderschept. Gelet daarop dienen daders van dergelijke strafbare feiten streng te worden bestraft, zodat daardoor een sterk signaal wordt afgegeven dat dit soort criminaliteit in Nederland niet wordt getolereerd. Daarnaast mag niet onvermeld blijven dat de handel in harddrugs de negatieve beeldvorming van Nederland in het buitenland op het gebied van haar drugsbeleid versterkt. Het voorgaande maakt dat een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur passend is. De rechtbank stelt verder nog vast dat de verdachte kennelijk slechts heeft gekeken naar zijn eigen financieel gewin, zonder oog te hebben voor voornoemde (maatschappelijke) gevolgen van zijn handelen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten veel geld oplevert aan alle personen die deelnemen aan (een deel van) het traject van de invoer van cocaïne en heroïne tot aan de uiteindelijke verkoop aan de gebruiker. De rechtbank is dan ook van oordeel dat naast een vrijheidsbenemende straf, teneinde herhaling te voorkomen, in beginsel een forse geldboete op zijn plaats is. Gelet op de kennelijk thans nijpende financiële situatie van de verdachte zal de rechtbank deze geldboete geheel voorwaardelijk opleggen. De rechtbank houdt bij de straftoemeting verder rekening met de volgende omstandigheden. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke delicten. Verder blijkt uit het rapport van de reclassering en het verhandelde ter terechtzitting dat de verdachte de afgelopen twee jaren delictvrij is gebleven en dat de verdachte aan zichzelf heeft gewerkt. Tot slot weegt de rechtbank het volgende mee bij het bepalen van de straf. Volgens de uitleg die de Hoge Raad in zijn jurisprudentie aan de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) heeft gegeven, geldt dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze zaak is geen sprake van bijzondere omstandigheden. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim drie maanden is overschreden nu de verdachte op 3 februari 2020 in verzekering is gesteld. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, en een geldboete van € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde van een locatieverbod voor de regio Parkstad verbinden, met uitzondering van het adres [adres 3] Heerlen (woonadres van de schoonouders van de verdachte, familie [naam 12] ). De voorlopige hechtenis Gelet op de op te leggen straf zal de rechtbank het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen. 7Het beslag De officier van justitie vordert onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen verdovende middelen, de weegschaal en het vuurwapen. De officier van justitie vordert daarnaast de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen Mercedes A-klasse omdat deze over een verboden verborgen ruimte beschikt waarin harddrugs zijn aangetroffen. De officier van justitie vordert verder de verbeurdverklaring van de VW Golf omdat de handel met behulp van dit voertuig heeft plaatsgevonden. Ook heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van de merkkleding en tassen en het geldbedrag dat bij de verdachte bij diens aanhouding is aangetroffen (ruim 154,95 euro). Dit geldbedrag is verdiend met het dealen van drugs. Het witwassen is met betrekking tot de merkgoederen gepleegd. De administratie kan terug naar de rechthebbende. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de inbeslaggenomen kleding en tassen aan de verdachte dienen te worden geretourneerd, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte deze niet met legale middelen heeft kunnen kopen. Verder dient het geldbedrag ad € 154,95 aan de verdachte te worden geretourneerd omdat onvoldoende duidelijk is geworden dat dit bedrag uit misdrijf afkomstig is. Ten slotte dienen de inbeslaggenomen VW Golf en Mercedes A-klasse aan de eigenaar [naam 2] te worden teruggegeven. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier te vinden die tot de conclusie kunnen leiden dat [naam 2] het redelijk vermoeden heeft moeten hebben dat met de auto’s drugs zouden worden verhandeld of andere strafbare feiten zouden worden gepleegd. De rechtbank zal het geld (in totaal 154,95) verbeurd verklaren omdat ze uit de baten van het onder 2 bewezenverklaarde feit zijn verkregen. De rechtbank zal het vuurwapen en de verdovende middelen en weegschaal onttrekken aan het verkeer nu het voorwerpen betreft met betrekking tot welke de bewezenverklaarde feiten onder 1, 2 en 4 zijn begaan en het bezit daarvan in strijd is met de wet. De rechtbank zal tevens de Mercedes A-klasse met een verborgen ruimte onttrekken aan het verkeer. De verborgen ruimte maakt dat de auto kennelijk is ingericht of toegerust om goederen, in dit geval verdovende middelen, aan het ambtelijke toezicht te onttrekken. Het ongecontroleerde bezit van een auto met een verborgen ruimte doet afbreuk aan een effectieve voorkoming en bestrijding van die criminele doeleinden en is daarom in strijd met het algemeen belang in de zin van artikel 36c Sr. De rechtbank zal gelasten dat de inbeslaggenomen administratie en de kleding en de tassen worden teruggeven aan de verdachte. De rechtbank zal gelasten dat de inbeslaggenomen VW Golf aan de rechthebbende [naam 2] wordt teruggegeven. Anders dan de officier van justitie, die de verbeurdverklaring had gevorderd, is de rechtbank van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat [naam 2] wist dan wel redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat met de VW Golf strafbare feiten zouden worden gepleegd. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 55, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op de artikelen 2, 10 en 11b van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; bepaalt dat een gedeelte van de straf groot 18 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt, naast de voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, als bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen: dat de verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de regio Parkstad, met uitzondering van het adres [adres 3] Heerlen (woonadres van de schoonouders van de verdachte, familie [naam 12] ); veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000,-; beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 85 dagen; bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De voorlopige hechtenis - heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis; Beslag - verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp: - geld: € 154,95; - onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen: een personenauto, merk/type: Mercedes-Benz A, chassisnummer: WDD176012IJ427508, bouwjaar 2015; verdovende middelen; een weegschaal; 1 wapen; - gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte: kleding; schoenen; tassen; administratie; - gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de rechthebbende [naam 2] : - een personenauto, merk: Volkswagen, chassisnummer: WVWZZZAUZHW343679, bouwjaar
  2. Dit vonnis is gewezen door mr K.G. Witteman, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. P.W.E.C. Pulles, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay en mr. M.J.M. Penders, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei
  3. Buiten staat Mr. Witteman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat feit 1: hij in de periode van 26 januari 2020 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek, in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad: - ongeveer 2000 gram en/of 100 gram en/of 11,5 gram en/of 0,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of - ongeveer 938 gram en/of 60 gram en/of 1,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2: hij op of omstreeks 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen en/of op een of meer tijdstippen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 3: hij in of omstreeks 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet; feit 4: hij op of omstreeks 3 februari 2020 te Noorbeek, in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer of revolver of pistool voorhanden heeft gehad; feit 5: hij in of omstreeks 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020, in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek, in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, een voorwerp, te weten kleding (merken Canada Goose en/of Parajumpers en/of Louis Vuitton en/of Balmain en/of Louboutin) en/of en/of tassen (merk Louis Vuitton) en/of (een) bedrag(en) van ongeveer 3027,20 euro en/of 22612,30 euro, althans hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten een auto (merk Volkwswagen type Golf gekentekend [kentekennummer 1] ) en/of een auto (merk Mercedes-Benz type A-klasse gekentekend [kentekennummer 3] ) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer 233, gesloten d.d. 4 juni 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
  4. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 jan. 2020, pag.
  5. Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 7 jan. 2020, pag. 125 en
  6. Aanvraag extern forensisch onderzoek d.d. 24 jan. 2020, pag. 128 tot en met
  7. Rapport NFI identificatie drugs d.d. 4 feb. 2020, pag. 131 en
  8. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] d.d. 6 jan. 2020, pag. 122 en
  9. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 269 en
  10. Proces-verbaal van bevindingen aanvullend op PL2300-2020004941- 21 d.d. 10 mei 2022 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 11 jan. 2020, pag. 156 tot en met
  11. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 9 jan. 2020, pag.
  12. Rapport NFI d.d. 11 feb. 2020, pag. 160 en
  13. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 5] d.d. 9 jan. 2020, pag. 152 tot en met
  14. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 jan. 2020, pag. 177 tot en met
  15. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 feb. 2020, pag. 180 en
  16. Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 24 jan. 2020, pag. 185 en
  17. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 28 feb. 2020, pag. 191 tot en met
  18. Rapport NFiDENT d.d. 27 feb. 2020, pag.
  19. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] d.d. 24 jan. 2020, pag. 182 tot en met
  20. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 jan. 2020, pag. 196 en
  21. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 jan. 2020, pag. 198 tot en met
  22. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2020, pag. 206 tot en met
  23. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 maart 2020, pag. 209 tot en met
  24. NFiDENT rapporten d.d. 28 februari 2020, pag. 213 tot en met
  25. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 feb. 2020, pag. 216 tot en met
  26. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 220 tot en met
  27. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 feb. 2020, pag. 413 tot en met
  28. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 24 mrt. 2020, pag. 512 en
  29. Rapport NFiDENT d.d. 23 mrt. 2020, pag.
  30. Rapport NFiDENT d.d. 23 mrt. 2020, pag.
  31. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 11 feb. 2020, pag. 485 Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  32. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  33. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  34. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  35. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  36. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  37. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  38. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  39. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  40. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  41. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  42. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  43. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  44. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  45. Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
  46. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 9] d.d. 3 feb. 2020, pag. 226 tot en met
  47. Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 4 feb. 2020, pag. 231 tot en met
  48. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 jan. 2020, pag. 254 tot en met
  49. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 feb. 2020, pag. 421 en
  50. Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 3 feb. 2020, pag. 344 tot en met
  51. Proces-verbaal van verhoor d.d. 4 februari 2020, pag. 251 tot en met
  52. Proces-verbaal van verhoor d.d. 4 februari 2020, pag. 249 en
  53. Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 feb. 2020, pag.
  54. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mrt. 2020, pag. 605 tot en met
  55. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 feb. 2020, pag. 374 tot en met
  56. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 8 feb. 2020, pag. 477 en
  57. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 24 mrt. 2020, pag.
  58. Rapport NFiDENT d.d. 23 mrt. 2020, pag.
  59. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 8 feb. 2020, pag.
  60. Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 20 feb. 2020, pag. 538 tot en met
  61. Rapport NFI d.d. 21 april 2020, pag. 560 tot en met
  62. Rapport vergelijkend heroïne onderzoek van het NFI d.d. 6 juli 2020, pag. 1086 tot en met 1093 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 feb. 2020, pag.
  63. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 feb. 2020, pag.
  64. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 jan. 2020, pag. 110 tot en met
  65. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 feb. 2020, pag.
  66. Proces-verbaal d.d. 4 juni 2020, pag. 66 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 5 feb. 2020, pag.
  67. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 381 en
  68. Proces-verbaal WWM d.d. 2 mrt. 2020, pag. 455 tot en met
  69. Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 10 feb. 2020, pag. 463 en
  70. Rapport NFI d.d. 23 mrt. 2020, pag. 471 tot en met
  71. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 384 en
  72. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 feb. 2020, pag. 400 tot en met 402.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.