RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/030791-20 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 24 mei 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 1994, wonende te [adres 1] , hierna: de verdachte. De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat kantoorhoudende te Purmerend. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 mei
(0031)[gsm-nummer 1] (op het scherm is niet te zien of het nummer eindigt op [gsm-nummer 1] ) aangetroffen. Overzicht voertuigen Aangezien in dit onderzoek [naam 2] als kentekenhouder naar voren is gekomen van de voertuigen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, is nader onderzoek naar hem verricht. Het betreft voertuigen die verhuurd zijn door het bedrijf van [naam 2] , genaamd Pro Cars. De voertuigen van [naam 2] /Procars zijn gebruikt tijdens het plegen van strafbare feiten. Uit verklaringen van gebruikers van de voertuigen blijkt dat de voertuigen meestal geleend en niet gehuurd werden. Een huurcontract kon tijdens controlemomenten van de politie niet worden overhandigd. Door [naam 2] zijn desgevraagd via de mail meerdere (alle niet ondertekende) huurovereenkomsten verstrekt van personenauto’s die in het onderzoek naar voren zijn gekomen. Hieruit bleek onder andere het navolgende:- de Volkswagen Golf (wit), kenteken [kentekennummer 1] is in de periode van zondag 24 november 2019 tot en met donderdag 13 februari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door de verdachte voor 1.866 euro; - de Citroën, kenteken [kentekennummer 2] is in de periode van 23 januari 2020 tot en met 30 januari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door de verdachte, huurbedrag onbekend; - de Mercedes A180D, kenteken [kentekennummer 3] is in de periode van 30 januari 2020 tot en met 6 februari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door [naam broer medeverdachte 2] uit Rotterdam, zijnde de broer van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] , huurbedrag onbekend; - de Audi A3, kenteken [kentekennummer 1] is in de periode van 18 december 2019 tot en met 18 januari 2020 bij Pro Cars Rotterdam gehuurd door [naam 10] uit Rotterdam, huurbedrag 1.050 euro. Doorzoeking Panoorama Noorbeek Op 3 februari 2020 is op het adres [adres 2] , appartement 5, te Noorbeek, gemeente Eijsden-Margraten, binnengetreden ter inbeslagneming. In de woning is de medeverdachte [naam medeverdachte 1] aangehouden. Tijdens de doorzoeking zijn diverse goederen in beslag genomen, waaronder telefoons, geld, (vermoedelijk) merkkleding een vuurwapen, verdovende middelen (op de tafel in de woning) en een zak met verdovende middelen (goednummer 1287532) die in een koekoek behorende bij een van de slaapkamers (ruimte 3) was verstopt. De medeverdachte [naam medeverdachte 1] is aangehouden in de slaapkamer (ruimte 3), die hij in gebruik had, terwijl hij een tas met daarin diverse goederen vasthad. De verdachte had een andere slaapkamer (ruimte 2) in gebruik. In beide slaapkamers zijn aan de verdachte en [naam medeverdachte 1] toe te schrijven goederen aangetroffen. [naam 11] heeft verklaard dat de woning met nummer 5 vanaf 28 december 2019 is verhuurd aan de verdachte. Ze waren meestal met z’n tweeën. De ander is een donker getinte man. Zij heeft in de periode daarna bij woning 5 alleen deze mannen gezien. Zij hadden daarvoor ongeveer twee maanden een ander appartement gehuurd. Zij hadden last van de buren en hebben daarom een ander appartement gevraagd. Volgens [naam 11], medeverhuurder, ging het om twee Marokkaanse mannen. Een van de mobiele telefoon toestellen die bij de doorzoeking in beslag zijn genomen, betreft een Nokia mobiele telefoon, type TA-1010, voorzien van het SUMMIT goednummer 584041, in een doosje Lebara IMEI. Het IMEI nummer komt overeen met het telefoonnummer aangetroffen bij de verdachte [verdachte] tijdens diens aanhouding op 3 februari
- Bij het onderzoek aan deze telefoon is als contactpersoon “Ik” het Nederlandse telefoonnummer [gsm-nummer 1] aangetroffen. Dit betreft de afgetapte deallijn. Tijdens de doorzoeking bleek vanuit slaapkamer (ruimte 3 waar de verdachte verbleef) via het raam een koekoek te bereiken. Op de bodem van de koekoek werd een witte plastic zak aangetroffen. In de witte zak zat een bruine zak met vermoedelijk versnijdingspoeder. Bovendien zaten in deze zak: - drie bruinkleurige gepreste poederbrokken, verbalisant ambtshalve bekend als de uiterlijke kenmerken van heroïne;- twee plastic zakjes met wit poeder, verbalisant ambtshalve bekend als de uiterlijke kenmerken van cocaïne;- een plastic zakje met bruin poeder, verbalisant ambtshalve bekend als heroïne. De verdovende middelen op de tafel in de woning bleken een hoeveelheid bruine brokjes van 0,3 gram netto te betreffen. De witte plastic zak in de koekoek met daarin de vijf omschreven verpakkingen had een totaalgewicht van 2938 gram bruto. De hoeveelheid van 0,3 gram die is aangetroffen op de tafel in de woning is voorzien van SIN-nummer AAMY2042NL. Uit het NFiDENT-rapport d.d. 23 maart 2020 blijkt dat het onderzoeksmateriaal met het SIN-nummer AAMY2042NL heroïne bevat. De zak die is aangetroffen in de koekoek is voorzien van het SIN-nummer AAMP6047NL. De zich in de zak bevindende verpakkingen zijn voorzien van de SIN-nummers AAMY2044NL, AAMY2046NL, AAMY2048NL, AAMY2027NL en AAMY2029NL. Uit de NFiDENT-rapporten van 23 maart 2020 blijkt het volgende: AAMY2044NL poeder en brokjes, wit, uit 6,36 gram bevat cocaïne; AAMY2046NL brokjes, bruin, uit 844,47 gram bevat heroïne;AAMY2048NL brokken, bruin, uit 352,04 gram bevat heroïne;AAMY2027NL poeder en brokjes, wit, uit 36,87 gram bevat cocaïne;AAMY2029NL poeder en brokjes, bruin, uit 65,55 gram bevat heroïne. DNA-onderzoek De plastic zak die is aangetroffen in de koekoek (en voorzien van SIN-nummer AAMP6047NL) is bemonsterd op mogelijke aanwezigheid van biologische sporen: - verpakking 2 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop (bruin gekleurde inhoud) is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAKB5430NL;- verpakking 2 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop (wit gekleurde inhoud) is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAJN5305NL;- verpakking 3 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop (niet los) is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAJN5304NL; - verpakking 4 de gehele buitenzijde van de laatste verpakking om de vermoedelijke verdovende middelen inclusief knoop is bemonsterd en voorzien van SIN-nummer AAJN5303NL. Uit het NFI-rapport d.d. 21 april 2020 blijkt dat: - AAJN5303NL#01 DNA-mengprofielen bevat van minimaal twee personen, de verdachte en een onbekende persoon;- AAJN5304NL#01 DNA-mengprofiel bevat van minimaal drie personen, een relatief grote hoeveelheid van de verdachte en [naam medeverdachte 1] en een relatief kleine hoeveelheid van minimaal één andere persoon;- AAJN5305NL#01 DNA-mengprofiel bevat van minimaal drie personen, een relatief grote hoeveelheid van de verdachte en een relatief kleine hoeveelheid van [naam medeverdachte 1] en minimaal een andere persoon;- AAKB5430NL#01 DNA-mengprofiel bevat van minimaal vier personen, een relatief grote hoeveelheid van de verdachte en [naam medeverdachte 1] en een relatief kleine hoeveelheid van [naam medeverdachte 2] . Met betrekking tot de bewijskracht is ten aanzien van de verdachte geconcludeerd dat het meer dan een miljard keer waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van de verdachte en willekeurige andere personen dan van uitsluitend willekeurige onbekende personen. Uit een vergelijkend onderzoek van het NFI is gebleken dat de materialen van [AAMY2039NL] (uit de asbak in de middenconsole van de Mercedes A-klasse waarin de verdachte is aangehouden) en [AAMY2048NL] (uit de handelsvoorraad aangetroffen in de koekoek bij de woning in Noorbeek) hoogst waarschijnlijk van dezelfde productiepartij versneden heroïne afkomstig zijn. De criminele organisatie (Feit 3) Verbalisant [naam verbalisant 2] herkent in de tapgesprekken de stem van de gebruiker van telefoonnummer [gsm-nummer 1] als die van de verdachte, omdat hij hem op 5 februari 2020 heeft gehoord als verdachte. Verbalisant [naam verbalisant 10] herkent eveneens de stem van de gebruiker van het genoemde telefoonnummer als de stem van de verdachte, omdat hij hem op 5 februari 2020 als verdachte heeft gehoord. Van de verdachte is een tweede telefoonnummer bekend geworden. Zijn broer, [naam broer verdachte] , heeft bij een voorgeleiding als nummer van de verdachte opgegeven: [gsm-nummer 2] .Op 8 januari 2020 is in Maastricht de bestuurder van een grijze Audi A3 voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] gecontroleerd. Dit bleek [naam medeverdachte 1] te zijn.In de navigatie van de auto blijkt bij controle dat telefoonnummer [gsm-nummer 2] een veelvuldig gebeld nummer is. Uit de opgenomen telecommunicatie van nummer [gsm-nummer 1] blijkt dat met nummer [gsm-nummer 2] vaak wordt ingebeld. Gedurende het onderzoek is ook het hiervoor genoemde telefoonnummer [gsm-nummer 2] opgenomen en afgeluisterd.In sessienummer 212 d.d. 31 januari 2020 te 21 :10:58 uur wordt ingebeld door het telefoonnummer 06-82423440 op het nummer [gsm-nummer 2] .In dit gesprek gaat het onder andere over:- dat er aan het begin verloren werd en moest worden opgebouwd;- dat vanaf [naam medeverdachte 2] er is, ze begonnen zijn in Kerkie;- dat ze op 29 november begonnen zijn in Kerkie; - dat ze quitte hebben gespeeld en dat ze vanaf nu geld gaan verdienen;- dat er een werkauto gehaald moet worden;- dat er keihard gerund gaat worden nu. Op de slaapkamer (ruimte 3) waar [naam medeverdachte 1] is aangehouden, werd een mobiele telefoon aangetroffen. Deze telefoon stond aan. Uit nader onderzoek bleek dat in deze telefoon een simkaart zat voorzien van het telefoonnummer [gsm-nummer 3] . [naam medeverdachte 1] heeft op 5 februari 2020 verklaard dat zijn telefoonnummer begint met [gsm-nummer 3] . Het vuurwapen (Feit 4) Op 3 februari 2020 werd tijdens de doorzoeking van appartement 5, gelegen aan het [adres 2] in Noorbeek, in de woonkamer op de kast een zak aangetroffen met daarin een vuurwapen dat in een zwarte sok zat. Er is een onderzoek ingesteld naar het in beslaggenomen pistool (voorzien van SIN-nummer: AAJX4240NL, goednummer 1287361).Dit betreft een semi automatisch pistool met patroonhouder, in het kaliber 7.65 millimeter Browning, geschikt om projectielen door een loop af te schieten waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 Categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie. Van het vuurwapen zijn ongeveer 1,5 centimeter in de loop, alle ruwe delen, hetcontactvlak tussen de kolfplaten en de kast van het vuurwapen en de gehele buitenzijde van het patroonmagazijn inclusief vulopening met uitzondering van de onderzijde, bemonsterd op mogelijke aanwezigheid van humane biologische sporen. De sporen zijn veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN-nummers AAMQ1417NL, AAMQ1418NL, AAMQ1419NL en AAMQ1420NL. Uit het vergelijkend DNA-onderzoek is naar voren gekomen dat :- AAMQ1417NL (binnenzijde loop) matcht met de verdachte, [naam medeverdachte 3] en minimaal twee onbekende personen;- AAMQ1418NL (ruwe delen) matcht met de verdachte en minimaal twee andere personen;- AAMQ1419NL (onder de kolfplaten) matcht met de verdachte, [naam medeverdachte 3] en minimaal drie onbekende personen. Met betrekking tot de bewijskracht is ten aanzien van de verdachte geconcludeerd dat het meer dan een miljard keer waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van de verdachte en willekeurig andere (onbekende) personen dan van uitsluitend willekeurige onbekende personen. Het witwassen (Feit 5) Bij zijn aanhouding in de slaapkamer (ruimte 3) had [naam medeverdachte 1] een Louis Vuitton schoudertas bij zich met daarin onder andere een zwarte Nokia, diverse pasjes op naam van [naam medeverdachte 1] , muntgeld ten bedrage van € 17,10 en geldbiljetten ten bedrage van € 3.010,
- In datzelfde tasje zat ook de autosleutel van de witte Golf die op de parkeerplaats van Panoorama geparkeerd stond. Overwegingen van de rechtbank Partiële Vrijspraak De rechtbank kan noch aan de hand van het procesdossier, noch op basis van het verhandelde ter terechtzitting vaststellen dat de verdachte vóór 29 november 2019 betrokken is geweest bij hetgeen hem onder feit 2, 3 en 5 wordt verweten. De verdachte zal van de tenlastegelegde periode van 1 november 2019 tot en met 28 november 2019 worden vrijgesproken. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de verdachte eveneens (partieel) moet worden vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van 807 gram heroïne als onder 1 ten laste gelegd. Deze hoeveelheid is aangetroffen in de woning van de verdachte [naam medeverdachte 1] te Rotterdam. Er is uit de voorhanden bewijsmiddelen niet gebleken van enige betrokkenheid van de verdachte. De rechtbank zal de verdachte ten slotte partieel vrijspreken van feit 5, voor wat betreft de aan hem verweten witwasgedragingen ten aanzien van de auto’s, kleding, tassen en het geldbedrag van 25.639,50 euro. De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat de verdachte van de tenlastegelegde periode van 1 november tot en met 28 november 2019 wordt vrijgesproken. De aankoopbonnen van de kleding/tassen zien op de periode vóór 29 november 2019, hetgeen een bewezenverklaring (reeds hierom) in de weg staat. Ten aanzien van het geldbedrag van 25.639,50 euro is de rechtbank van oordeel dat het procesdossier onvoldoende onderbouwing geeft voor het verwijt dat precies deze hoeveelheid geld met de handel is verdiend. Het verhandelde ter terechtzitting biedt evenmin duidelijkheid daarover. Ten aanzien van de auto’s ziet de rechtbank niet in op welke wijze deze zouden zijn witgewassen. De enkele omstandigheid dat deze mogelijk met drugsgeld waren gehuurd, is hiervoor onvoldoende. Bewijsoverwegingen De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen gebruikt de rechtbank in onderling verband en samenhang. Medeplegen De vakantiewoning in Noorbeek met nummer 5 waarin de verdachte is aangehouden, werd door de verdachte en [naam medeverdachte 1] gedurende ongeveer zes weken gebruikt. Daarvoor hadden zij in hetzelfde complex een andere woning in gebruik. De verdachte en [naam medeverdachte 1] hebben daar veelvuldig verbleven. Zij golden als de bewoners, zoals onder meer blijkt uit de verklaringen van de huurders. Daarbij had op nummer 5 ieder van beiden een eigen slaapkamer tot zijn beschikking. In de woonkamer lagen op een voor beiden toegankelijke plaats een vuurwapen (op de kast), een bolletje heroïne (0,3 gr), een tas met daarin een weegschaal, verpakkingsmateriaal inclusief resten heroïne alsmede bescheiden ten name van [verdachte] . In een van de slaapkamers (ruimte 2) lagen diverse goederen, waaronder de dealertelefoon en een factuur ten name van [verdachte] . In de slaapkamer (ruimte 3) die toegang gaf tot het rooster met de koekoek, is [naam medeverdachte 1] aangehouden met een Louis Vuitton tas bij zich. Daarin bevonden zich geld (onder meer een bedrag van 3.010 euro aan briefgeld), de autosleutel van de witte golf ( [kentekennummer 1] ) en op zijn naam staande bescheiden. Op de door de politie inbeslaggenomen zakjes met drugs uit de handelsvoorraad bevond zich DNA materiaal van de verdachte. De verdachte heeft, hoewel daartoe zowel bij de politie als ter zitting in de gelegenheid gesteld, geen enkele plausibele verklaring gegeven die de verdenking zoals deze uit het belastende bewijsmateriaal, het DNA en ook hetgeen overigens in de woning is aangetroffen naar voren komt, kon wegnemen. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] het hun onder
- verweten aanwezig hebben van de verdovende middelen die in de woning zijn gevonden als ook het hun onder
- verweten voorhanden hebben van het vuurwapen, tezamen en in vereniging hebben gepleegd. Hetzelfde geldt voor het onder
- ten laste gelegde handelen in verdovende middelen en het onder
- ten laste gelegde witwassen van het geldbedrag van 3.027,10 euro (de tenlastelegging vermeldt ten onrechte: 3.027,20 euro) dat de verdachte bij zijn aanhouding in zijn tas had. Uit de bewijsmiddelen volgt een nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] , zodanig dat medeplegen telkens bewezen wordt verklaard. Criminele organisatie Bij de beoordeling of de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie zoals hem onder feit 3 wordt verweten, stelt de rechtbank het volgende voorop. Volgens vaste jurisprudentie is voor de bewezenverklaring van een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. De maatstaf voor bewezenverklaring van een organisatie als bedoeld in artikel 11b Opiumwet is dezelfde. De verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] zijn beiden afkomstig uit Rotterdam. Zij maakten deel uit van een samenwerkingsverband dat, zo komt ook naar voren uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, gebruikmakend van verschillende voertuigen in de regio Parkstad gedurende langere tijd heeft gehandeld in cocaïne en heroïne. Zij verbleven in een vakantiewoning die tevens als stashplek dienstdeed. De kopers kwamen met de deallijn in contact via een vast, aan hen bekend nummer. Kennelijk om de stash te bewaken, beschikten zij over een vuurwapen. De rechtbank acht bewezen dat het in de bewijsmiddelen opgenomen telefoongesprek van 31 januari 2020 is gevoerd tussen de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Daarbij betrekt de rechtbank dat niet alleen de betrokken telefoonnummers aan hen zijn toe te schrijven, maar ook dat uit andere bewijsmiddelen, die in dit vonnis zijn opgenomen, volgt dat de verdachte zich in samenwerking met [naam medeverdachte 1] bezighield met drugshandel. De inhoud van het telefoongesprek bevestigt dit. Als begindatum van de handel in ‘Kerkie’ wordt in dit gesprek 29 november
(2019)genoemd. De rechtbank zal deze datum als begindatum van de pleegperiode nemen. Uit de periode waarin de verdachten bewijsbaar hebben samengewerkt, de frequentie van dealgesprekken en leveringen, het huren van auto’s in Rotterdam en het genoemde telefoongesprek van 31 januari 2020, blijkt van het samenwerken in georganiseerd, gestructureerd verband. Het criminele samenwerkingsverband wordt verder bevestigd door hetgeen bij de doorzoeking in woning 5 te Noorbeek is aangetroffen: de dealtelefoon van [naam 7] in de slaapkamer van de verdachte, een grote hoeveelheid geld bij [naam medeverdachte 1] , de handelsvoorraad bereikbaar vanuit de slaapkamer van [naam medeverdachte 1] en de voertuigen en het vuurwapen tot hun beider beschikking. Door zijn duurzaamheid en structuur is het samenwerkingsverband aan te merken als een criminele organisatie. Doordat het doel van de organisatie de handel in verdovende middelen was, valt deze onder de strafbaarstelling van artikel 11b van de Opiumwet. Witwassen Ten aanzien van de bewijsmiddelen voor feit 5 overweegt de rechtbank nog het volgende. Op de feiten en omstandigheden zoals hiervoor besproken, kan een vermoeden van witwassen worden gebaseerd ten aanzien van het contant geld ad 154,95 euro dat de verdachte bij zijn aanhouding op zak had en de 3.027,10 die de medeverdachte [naam medeverdachte 1] onder zich had. De verdachten hebben geen concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van het geld. Gelet op het geheel aan bewijsmiddelen en in het licht van het hiervoor overwogene, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de verdachte van de criminele herkomst van het geld op de hoogte was. Het aanzienlijke geldbedrag van 3.027,10 betrof kennelijk geld afkomstig uit hun gezamenlijke handel. Hierbij betrekt de rechtbank ook hetgeen de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] hebben verklaard over hun inkomenspositie. De raadsman heeft verweer gevoerd als hiervoor onder 3.2 weergegeven. Die verweren vinden hun weerlegging in de keuze van de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de rechtbank. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte Feit 1: in de periode van 26 januari 2020 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad: - ongeveer 0,3 gram en 1262,02 gram heroïne en 43 ,23 gram cocaïne en - ongeveer 10,31 en 126,72 gram heroïne en 1,7 en 25,11 gram cocaïne en - ongeveer 9,8 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 2: in de periode van 29 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens opzettelijk heeft verkocht en en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 3: in de periode van 29 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek in de gemeente Eijsden-Margraten, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met [naam medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en vierde lid, van de Opiumwet; Feit 4: op 3 februari 2020 te Noorbeek, in de gemeente Ejjsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, voorhanden heeft gehad; Feit 5: in de periode van 29 november 2019 tot en met 3 februari 2020, in de gemeente Kerkrade en/of Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten, - een geldbedrag van 3027,10 euro en alleen, een voorwerp, te weten - een geldbedrag van 154,95 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit eigen misdrijf. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: eendaadse samenloop van feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; Feit 3: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid en vierde lid, van de Opiumwet; Feit 4: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van de categorie III; Feit 5: medeplegen van witwassen Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete van € 10.000,-. Aan het voorwaardelijk strafdeel dient als bijzondere voorwaarde een locatieverbod voor de provincie Limburg met uitzondering van het adres [adres 3] Heerlen (adres van de schoonouders van de verdachte, familie [naam 12] ) te worden verbonden. Deze voorwaarde is noodzakelijk om te voorkomen dat de verdachte opnieuw drugs gaat verkopen in deze regio. De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar strafeis aansluiting gezocht bij de richtlijnen voor strafvordering van het Openbaar Ministerie en onder andere gewezen op de grote overlast die wordt veroorzaakt door de handel in harddrugs. 6.2 Het standpunt van de verdediging Mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat een straf van 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk dan wel een straf van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk op zijn plaats is, eventueel aan te vullen met een taakstraf. Bij de hoogte van de op te leggen straf dient ermee rekening te worden gehouden dat de verdachte niet eerder voor Opiumwetdelicten is veroordeeld, dat de verdachte inmiddels 21 maanden lang delictvrij is, en dat hij afgezien van het verplichte reclasseringscontact (de reclassering had geen bericht gekregen over aan de verdachte opgelegde bijzondere voorwaarden) zich keurig heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden. De verdachte heeft in de afgelopen periode hard aan zichzelf gewerkt. Hij is bezig met een re-integratieproces met betrekking tot arbeid, is gestopt met het gebruik van verdovende middelen en is getrouwd. De verdachte heeft gebroken met het netwerk dat geen goede invloed op hem had. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, de LOVS-oriëntatiepunten, de schending van de redelijke termijn, en de eendaadse samenloop van de feiten 1 en
- 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft samen met [naam medeverdachte 1] deel uitgemaakt van een criminele organisatie die op grote schaal heroïne en cocaïne verkocht in de Limburgse grensstreek nabij Duitsland. De afnemers van de drugs waren voornamelijk Duitsers. De verdachte heeft zich als medepleger ook schuldig gemaakt aan het bezit van een handelsvoorraad harddrugs, het voorhanden hebben van een vuurwapen en witwassen. Het gebruik van cocaïne en heroïne brengt voor de gebruikers door de verslavende werking gezondheidsrisico's mee zoals de mogelijkheid van blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel. Daarnaast wordt de handel in harddrugs direct en indirect in verband gebracht met geweldsdelicten en zelfs liquidaties, en wordt daardoor veel overlast veroorzaakt, zeker in de Limburgse grensstreek waar veel grensoverschrijdende drugscriminaliteit plaatsvindt. Door in de directe nabijheid van de Duitse grens te dealen, heeft de verdachte bijgedragen aan het ontstaan van een aanzuigende werking van Duitse kopers van verdovende middelen. Het gebruik van cocaïne en heroïne is ook bezwarend voor de samenleving omdat veel gebruikers veelvuldig (vermogens)delicten plegen om zo hun verslaving te bekostigen. De handel in harddrugs werd uitgevoerd door een criminele organisatie. Criminele organisaties brengen schade toe aan de samenleving, onder meer door het witwassen van de criminele winsten en de vermenging van de (illegale) onderwereld met de (legale) bovenwereld. Dit werkt ontwrichtend op het economisch verkeer en is ondermijnend voor de maatschappij. De verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan deze problematiek. De rechtbank stelt vast dat de productie van en de (internationale) handel in harddrugs in Nederland niet afnemen en onvoldoende adequaat kunnen worden bestreden. De rechtbank doelt daarmee onder andere op de sterk toenemende hoeveelheid cocaïne die jaarlijks in de haven van Rotterdam wordt onderschept. Gelet daarop dienen daders van dergelijke strafbare feiten streng te worden bestraft, zodat daardoor een sterk signaal wordt afgegeven dat dit soort criminaliteit in Nederland niet wordt getolereerd. Daarnaast mag niet onvermeld blijven dat de handel in harddrugs de negatieve beeldvorming van Nederland in het buitenland op het gebied van haar drugsbeleid versterkt. Het voorgaande maakt dat een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur passend is. De rechtbank stelt verder nog vast dat de verdachte kennelijk slechts heeft gekeken naar zijn eigen financieel gewin, zonder oog te hebben voor voornoemde (maatschappelijke) gevolgen van zijn handelen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten veel geld oplevert aan alle personen die deelnemen aan (een deel van) het traject van de invoer van cocaïne en heroïne tot aan de uiteindelijke verkoop aan de gebruiker. De rechtbank is dan ook van oordeel dat naast een vrijheidsbenemende straf, teneinde herhaling te voorkomen, in beginsel een forse geldboete op zijn plaats is. Gelet op de kennelijk thans nijpende financiële situatie van de verdachte zal de rechtbank deze geldboete geheel voorwaardelijk opleggen. De rechtbank houdt bij de straftoemeting verder rekening met de volgende omstandigheden. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke delicten. Verder blijkt uit het rapport van de reclassering en het verhandelde ter terechtzitting dat de verdachte de afgelopen twee jaren delictvrij is gebleven en dat de verdachte aan zichzelf heeft gewerkt. Tot slot weegt de rechtbank het volgende mee bij het bepalen van de straf. Volgens de uitleg die de Hoge Raad in zijn jurisprudentie aan de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) heeft gegeven, geldt dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze zaak is geen sprake van bijzondere omstandigheden. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim drie maanden is overschreden nu de verdachte op 3 februari 2020 in verzekering is gesteld. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, en een geldboete van € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde van een locatieverbod voor de regio Parkstad verbinden, met uitzondering van het adres [adres 3] Heerlen (woonadres van de schoonouders van de verdachte, familie [naam 12] ). De voorlopige hechtenis Gelet op de op te leggen straf zal de rechtbank het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen. 7Het beslag De officier van justitie vordert onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen verdovende middelen, de weegschaal en het vuurwapen. De officier van justitie vordert daarnaast de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen Mercedes A-klasse omdat deze over een verboden verborgen ruimte beschikt waarin harddrugs zijn aangetroffen. De officier van justitie vordert verder de verbeurdverklaring van de VW Golf omdat de handel met behulp van dit voertuig heeft plaatsgevonden. Ook heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van de merkkleding en tassen en het geldbedrag dat bij de verdachte bij diens aanhouding is aangetroffen (ruim 154,95 euro). Dit geldbedrag is verdiend met het dealen van drugs. Het witwassen is met betrekking tot de merkgoederen gepleegd. De administratie kan terug naar de rechthebbende. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de inbeslaggenomen kleding en tassen aan de verdachte dienen te worden geretourneerd, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de verdachte deze niet met legale middelen heeft kunnen kopen. Verder dient het geldbedrag ad € 154,95 aan de verdachte te worden geretourneerd omdat onvoldoende duidelijk is geworden dat dit bedrag uit misdrijf afkomstig is. Ten slotte dienen de inbeslaggenomen VW Golf en Mercedes A-klasse aan de eigenaar [naam 2] te worden teruggegeven. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier te vinden die tot de conclusie kunnen leiden dat [naam 2] het redelijk vermoeden heeft moeten hebben dat met de auto’s drugs zouden worden verhandeld of andere strafbare feiten zouden worden gepleegd. De rechtbank zal het geld (in totaal 154,95) verbeurd verklaren omdat ze uit de baten van het onder 2 bewezenverklaarde feit zijn verkregen. De rechtbank zal het vuurwapen en de verdovende middelen en weegschaal onttrekken aan het verkeer nu het voorwerpen betreft met betrekking tot welke de bewezenverklaarde feiten onder 1, 2 en 4 zijn begaan en het bezit daarvan in strijd is met de wet. De rechtbank zal tevens de Mercedes A-klasse met een verborgen ruimte onttrekken aan het verkeer. De verborgen ruimte maakt dat de auto kennelijk is ingericht of toegerust om goederen, in dit geval verdovende middelen, aan het ambtelijke toezicht te onttrekken. Het ongecontroleerde bezit van een auto met een verborgen ruimte doet afbreuk aan een effectieve voorkoming en bestrijding van die criminele doeleinden en is daarom in strijd met het algemeen belang in de zin van artikel 36c Sr. De rechtbank zal gelasten dat de inbeslaggenomen administratie en de kleding en de tassen worden teruggeven aan de verdachte. De rechtbank zal gelasten dat de inbeslaggenomen VW Golf aan de rechthebbende [naam 2] wordt teruggegeven. Anders dan de officier van justitie, die de verbeurdverklaring had gevorderd, is de rechtbank van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat [naam 2] wist dan wel redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat met de VW Golf strafbare feiten zouden worden gepleegd. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 55, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op de artikelen 2, 10 en 11b van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; bepaalt dat een gedeelte van de straf groot 18 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt, naast de voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, als bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen: dat de verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de regio Parkstad, met uitzondering van het adres [adres 3] Heerlen (woonadres van de schoonouders van de verdachte, familie [naam 12] ); veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000,-; beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 85 dagen; bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De voorlopige hechtenis - heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis; Beslag - verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp: - geld: € 154,95; - onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen: een personenauto, merk/type: Mercedes-Benz A, chassisnummer: WDD176012IJ427508, bouwjaar 2015; verdovende middelen; een weegschaal; 1 wapen; - gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte: kleding; schoenen; tassen; administratie; - gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de rechthebbende [naam 2] : - een personenauto, merk: Volkswagen, chassisnummer: WVWZZZAUZHW343679, bouwjaar
- Dit vonnis is gewezen door mr K.G. Witteman, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. P.W.E.C. Pulles, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay en mr. M.J.M. Penders, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei
- Buiten staat Mr. Witteman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat feit 1: hij in de periode van 26 januari 2020 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek, in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad: - ongeveer 2000 gram en/of 100 gram en/of 11,5 gram en/of 0,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of - ongeveer 938 gram en/of 60 gram en/of 1,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2: hij op of omstreeks 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen en/of op een of meer tijdstippen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 3: hij in of omstreeks 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020 in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet; feit 4: hij op of omstreeks 3 februari 2020 te Noorbeek, in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer of revolver of pistool voorhanden heeft gehad; feit 5: hij in of omstreeks 1 november 2019 tot en met 3 februari 2020, in de gemeente Kerkrade en/of te Noorbeek, in de gemeente Eijsden-Margraten, althans in Nederland, een voorwerp, te weten kleding (merken Canada Goose en/of Parajumpers en/of Louis Vuitton en/of Balmain en/of Louboutin) en/of en/of tassen (merk Louis Vuitton) en/of (een) bedrag(en) van ongeveer 3027,20 euro en/of 22612,30 euro, althans hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten een auto (merk Volkwswagen type Golf gekentekend [kentekennummer 1] ) en/of een auto (merk Mercedes-Benz type A-klasse gekentekend [kentekennummer 3] ) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer 233, gesloten d.d. 4 juni 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 jan. 2020, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 7 jan. 2020, pag. 125 en
- Aanvraag extern forensisch onderzoek d.d. 24 jan. 2020, pag. 128 tot en met
- Rapport NFI identificatie drugs d.d. 4 feb. 2020, pag. 131 en
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] d.d. 6 jan. 2020, pag. 122 en
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 269 en
- Proces-verbaal van bevindingen aanvullend op PL2300-2020004941- 21 d.d. 10 mei 2022 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 11 jan. 2020, pag. 156 tot en met
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 9 jan. 2020, pag.
- Rapport NFI d.d. 11 feb. 2020, pag. 160 en
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 5] d.d. 9 jan. 2020, pag. 152 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 jan. 2020, pag. 177 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 feb. 2020, pag. 180 en
- Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 24 jan. 2020, pag. 185 en
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 28 feb. 2020, pag. 191 tot en met
- Rapport NFiDENT d.d. 27 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 6] d.d. 24 jan. 2020, pag. 182 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 jan. 2020, pag. 196 en
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 jan. 2020, pag. 198 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2020, pag. 206 tot en met
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 maart 2020, pag. 209 tot en met
- NFiDENT rapporten d.d. 28 februari 2020, pag. 213 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 feb. 2020, pag. 216 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 220 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 feb. 2020, pag. 413 tot en met
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 24 mrt. 2020, pag. 512 en
- Rapport NFiDENT d.d. 23 mrt. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 23 mrt. 2020, pag.
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 11 feb. 2020, pag. 485 Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 9] d.d. 3 feb. 2020, pag. 226 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM d.d. 4 feb. 2020, pag. 231 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 jan. 2020, pag. 254 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 feb. 2020, pag. 421 en
- Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 3 feb. 2020, pag. 344 tot en met
- Proces-verbaal van verhoor d.d. 4 februari 2020, pag. 251 tot en met
- Proces-verbaal van verhoor d.d. 4 februari 2020, pag. 249 en
- Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mrt. 2020, pag. 605 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 feb. 2020, pag. 374 tot en met
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 8 feb. 2020, pag. 477 en
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 24 mrt. 2020, pag.
- Rapport NFiDENT d.d. 23 mrt. 2020, pag.
- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 8 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 20 feb. 2020, pag. 538 tot en met
- Rapport NFI d.d. 21 april 2020, pag. 560 tot en met
- Rapport vergelijkend heroïne onderzoek van het NFI d.d. 6 juli 2020, pag. 1086 tot en met 1093 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 jan. 2020, pag. 110 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal d.d. 4 juni 2020, pag. 66 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 5 feb. 2020, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 381 en
- Proces-verbaal WWM d.d. 2 mrt. 2020, pag. 455 tot en met
- Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 10 feb. 2020, pag. 463 en
- Rapport NFI d.d. 23 mrt. 2020, pag. 471 tot en met
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 feb. 2020, pag. 384 en
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 feb. 2020, pag. 400 tot en met 402.