vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/266098 / HA ZA 19-352 Vonnis van 9 februari 2022 in de zaak van vennootschap naar Tsjechisch recht SIT SCHERM S.R.O., in liquidatie, gevestigd te 34802 Bor, Tsjechië eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R.W.J.M. te Pas, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BCW TRANSPORT B.V., gevestigd te Wijnandsrade, gemeente Beekdaelen, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. S.L. Smits-Emons. Partijen zullen hierna Sit en BCW genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 27 juni 2019, met producties 1 tot en met 3, de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 12, het vonnis van 25 september 2019 waarbij een comparitie na antwoord is bepaald, de conclusie van antwoord in reconventie, de akte vermeerdering eis, met productie 4, het B-8 formulier van Sit van 17 december 2019 met producties (ongenummerd), het B-8 formulier van Sit van 15 januari 2020, met aanvullingen op productie 4, de brief van BCW van 9 januari 2020, met producties 13 en 14, het proces-verbaal van comparitie van 24 januari 2020, de akte tot aanleveren van stukken van Sit (ongenummerd, deels originelen), met producties 5a, 5b en 5c, de akte nader bewijs van Sit, met productie 6, de antwoordakte, het verzoek tot pleidooi van Sit en het bezwaar van BCW daartegen, rolbeslissing van 30 september 2020 waarbij pleidooi wordt toegestaan, proces-verbaal van pleidooi gehouden op 5 juli 2021, de pleitnota’s van Sit en BCW. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Sit was een in Tsjechië gevestigde transporteur van goederen over de weg. 2.2. BCW is een in Nederland gevestigde transportbemiddelaar/expediteur in het goederenvervoer over de weg. 2.3. Sit ontving van BCW sinds 2018 opdrachten en voerde dit (internationale) vervoer uit. BCW betaalde doorgaans de facturen als die met een doorslag van de CMR-vrachtbrief waren onderbouwd. 2.4. BCW heeft op een gegeven moment betalingen op door Sit toegezonden facturen gestaakt. Sit heeft bij schrijven van haar (voormalige, Duitse) advocaat om betaling van een groot aantal facturen verzocht bij brief van 9 januari 2019, waarbij het ging om een bedrag van zo’n € 31.000,00. 2.5. Tussen partijen is gecorrespondeerd over de vordering. Dit heeft niet geleid tot een oplossing. Sit heeft op 26 juni 2019 conservatoir derdenbeslag gelegd onder twee banken ten laste van BCW. 2.6. In het CMR-verdrag is, voor zover relevant in dit geding, het volgende opgenomen. Artikel 4 De vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief. De afwezigheid, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief tast noch het bestaan noch de geldigheid aan van de vervoerovereenkomst, die onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag. Artikel 5 1. De vrachtbrief wordt opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren, ondertekend door de afzender en de vervoerder. Deze ondertekening kan worden gedrukt of vervangen door de stempels van de afzender en de vervoerder, indien de wetgeving van het land, waar de vrachtbrief wordt opgemaakt, zulks toelaat. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de afzender, het tweede begeleidt de goederen en het derde wordt door de vervoerder behouden. 2. Wanneer de te vervoeren goederen moeten worden geladen in verschillende voertuigen of wanneer het verschillende soorten goederen of afzonderlijke partijen betreft, heeft de afzender of de vervoerder het recht om te eisen, dat er evenzoveel vrachtbrieven worden opgemaakt als er voertuigen moeten worden gebruikt of als er soorten of partijen goederen zijn. Artikel 6 1. De vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten: a.
(2)) 246169953 09 2018 22-11-2018 € 264,00 ja, blauw + groen 246169954 09 2018 22-11-2018 € 1.000,00 ja, groen 246169955 09 2018 22-11-2018 € 314,00 ja, blauw + groen 246169956 09 2018 22-11-2018 € 525,00 ja, 2 groen 246169957 09 2018 22-11-2018 € 314,00 ja, rood, blauw, groengeen handtekening/stempel ontvanger 246169958 09 2018 22-11-2018 € 500,00 ja, rood, groen 246169959 09 2018 22-11-2018 € 1.100,00 ja, groen 246169960 09 2018 22-11-2018 € 264,00 ja, groen 246169961 09 2018 22-11-2018 € 314,00 ja, rood, blauw, groengeen handtekening/stempel ontvanger 246169962 09 2018 22-11-2018 € 264,00 ja, groengeen handtekening/stempel ontvanger 246169963 09 2018 22-11-2018 € 264,00 ja, groen 246169964 09 2018 22-11-2018 € 314,00 ja, blauw, groen 246169965 09 2018 22-11-2018 € 264,00 ja, groen, blauw 246169966 09 2018 22-11-2018 € 314,00 ja, groen, blauw|geen handtekening/stempel ontvanger 246170037 10 2018 01-12-2018 € 1.300,00 geen CMR 246170046 10 2018 02-12-2018 € 250,00 geen CMR 246170047 10 2018 02-12-2018 € 1.050,00 ja, 6 groen 246170048 10 2018 02-12-2018 € 400,00 ja, groen 246170049 10 2018 02-12-2018 € 314,00 ja, blauw, groen 246170071 10 2018 07-12-2018 € 500,00 ja, kopie 246170111 10 2018 21-12-2018 € 200,00 ja, kopie 246170112 10 2018 21-12-2018 € 390,00 ja, groen 246170113 10 2018 21-12-2018 € 1.100,00 ja, 2 groen 246170114 10 2018 21-12-2018 € 600,00 ja, groen 246170115 10 2018 21-12-2018 € 550,00 ja, groen 246170116 10 2018 21-12-2018 € 1.200,00 ja, 2 groen 246170117 10 2018 21-12-2018 € 950,00 ja, 8 groen 246170118 10 2018 21-12-2018 € 150,00 ja, 3 witbehalve nummer truck geen enkele link met ophaal/afleveradres op factuur of opdracht 246170119 10 2018 21-12-2018 € 900,00 ja, 5 groen 246170120 10 2018 21-12-2018 € 300,00 ja, groen 246170121 10 2018 21-12-2018 € 900,00 ja, 5 groen 246170122 10 2018 21-12-2018 € 380,00 ja, 2 groen 246170123 10 2018 21-12-2018 € 1.000,00 ja, groen, blauwgeen handtekening/stempel ontvanger 246170124 10 2018 21-12-2018 € 330,00 ja, groen 246170125 10 2018 21-12-2018 € 340,00 ja, groen 246170126 10 2018 21-12-2018 € 1.200,00 ja, 3 groen 246170127 10 2018 21-12-2018 € 550,00 ja, groen 246170128 10 2018 21-12-2018 € 264,00 ja, groen 246170129 10 2018 21-12-2018 € 1.300,00 ja, wit 246170130 10 2018 21-12-2018 € 450,00 ja, 1 groen1 CMR ontbreekt: opdracht 2 ladingen 246170171 10 2018 05-01-2019 € 1.000,00 ja, kopie 246170172 10 2018 05-01-2019 € 1.100,00 ja, kopie 246170173 10 2018 05-01-2019 € 350,00 ja, groen 246170174 10 2018 05-01-2019 € 500,00 ja, 1 groen1 CMR ontbreekt: opdracht 2 ladingen 246170175 10 2018 05-01-2019 € 225,00 ja, wit 246170176 10 2018 05-01-2019 € 300,00 ja, groen 246170281 11 2018 19-01-2019 € 264,00 ja, 2 wit 246170290 11 2018 21-01-2019 € 314,00 ja, wit 246170380 12 2018 18-02-2019 € 1.500,00 ja, kopie 246170381 12 2018 18-02-2019 € 500,00 ja, groen 246170467 12 2018 12-03-2019 € 300,00 geen CMR 246170471 12.2018 15-03-2019 € 400,00 ja, 2 wit 246170472 12 2018 15-03-2019 € 1.250,00 ja, wit 246170473 12 2018 15-03-2019 € 500,00 ja wit 4.
- De rechtbank stelt vast dat Sit in de geel gemaakte 10 gevallen er niet in slaagt de factuur geheel of gedeeltelijk te onderbouwen met een van handtekening/stempel van de geadresseerde voorziene originele doorslag van de CMR-vrachtbrief. In 5 gevallen is geen (kopie van een) CMR-vrachtbrief in geding gebracht. In één geval is de CMR-vrachtbrief niet te relateren aan de opdracht of factuur. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat BCW niet gehouden is deze 5 +1 facturen (alsnog) te betalen, omdat iedere mogelijkheid tot controle ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat ook de overige 10 facturen voor BCW niet (meer) geheel of gedeeltelijk (op echtheid) gecontroleerd kunnen worden. Deze onmogelijkheid komt op grond van de betalingsafspraak tussen partijen voor rekening en risico van Sit. 4.
- De rechtbank stelt vast dat in het overgrote deel van de met een originele doorslag van de CMR-vrachtbrief onderbouwde facturen dit geen rode doorslag betreft. Sit stelt dat de rode doorslag, die voor BCW is bedoeld, bij BCW is aangeleverd. Zij heeft deze stelling onderbouwd met enkele verklaringen, al dan niet ter zitting gedaan, van (voormalige) medewerkers, die inhouden dat de chauffeurs of planners (op de terugweg vanuit Tsjechië naar huis) deze doorslagen afleverden bij het kantoor van BCW. BCW heeft de ontvangst van de bijbehorende rode doorslag ontkend en stelt daarom ook de factuur niet betaald te hebben. De rechtbank is van oordeel dat de blote ontkenning gelet op de onderbouwde stelling van Sit van de ontvangst BCW niet kan baten. In dit geding zal de rechtbank ervan uitgaan dat de CMR-vrachtbrieven door BCW zijn ontvangen. De uitvoering van de vervoersovereenkomst tussen BCW en Sit (afleveren van de goederen) kan in deze gevallen aan de hand van een originele doorslag, zij het niet de rode, alsnog gecontroleerd kan worden. De rechtbank is van oordeel dat BCW in deze gevallen in beginsel gehouden is aan haar verplichting tot betaling op grond van de vervoersovereenkomst te voldoen. Verjaring van de vordering 4.
- BCW heeft zich tijdens het pleidooi (randnummer 19 van de pleitnota) beroepen op de verjaring van de vorderingen van Sit die voortvloeien uit de in deze procedure uiteindelijk overgelegde originele doorslagen van CMR-vrachtbrieven. BCW geeft aan dat in de opdrachtbevestiging staat dat de CMR-vrachtbrief zo spoedig mogelijk moet worden geretourneerd, waarna dan binnen 45 dagen betaling door BCW volgt. Volgens BCW zijn sinds de transporten ruim drie jaren verstreken. In de transportbranche geldt volgens BCW een verjaringstermijn van één jaar. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat BCW niet gevolgd kan worden als zij bedoelt dat in deze kwestie de korte verjaringstermijn van artikel 32 van het CMR-verdrag geldt, omdat het verdrag geen bepalingen kent over de betalingsverplichting in de vervoersovereenkomst. Wel is in beginsel van toepassing de verjaringstermijn van één jaar op grond van artikel 8:1710 e.v. BW, een en ander vanaf de dag na de dag van aflevering (kern van de vervoersovereenkomst). 4.
- De rechtbank is van oordeel dat het beroep op verjaring tardief is, omdat het pas tijdens het pleidooi op 5 juli 2021 is gedaan, terwijl het reeds bij conclusie van antwoord in conventie, althans bij antwoordakte (19 augustus 2020) had kunnen en moeten worden aangevoerd. Het verweer wordt daarom afgewezen. Verrekening met vordering inzake 1900 pallets 4.
- BCW voert bij conclusie van eis in reconventie aan dat zij een vordering op Sit heeft die in het geval Sit geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, verrekend moet worden met de vordering van Sit. BCW stelt daartoe dat er geregeld pallets retour werden genomen als Sit transporten uitvoerde voor BCW en dat toen de opdrachten aan Sit stopten er 1900 pallets niet meer zijn geretourneerd. Deze pallets moeten als verloren worden beschouwd en vormen dus een schadepost. 4.
- Sit betwist het bestaan van afspraken over het retourneren van pallets. Zij betwist dat er 1900 pallets niet zijn geretourneerd en als verloren moeten worden beschouwd. Ook betwist Sit de omvang van de gestelde schade. 4.
- De rechtbank stelt vast dat BCW het bestaan van een afspraak over het retourneren van pallets niet met documenten of anderszins onderbouwt. Daarnaast laat BCW na het aantal van 1900 beweerdelijk niet meegebrachte pallets en de prijs van € 7,50 per pallet te onderbouwen. Gelet op de betwisting door Sit is de rechtbank van oordeel dat door het ontbreken van enige verfeitelijking in dit geding niet kan worden vastgesteld dat er een afspraak was omtrent het terugnemen van pallets bij elk transport. Het feit dat Sit erkent dat er in verschillende gevallen pallets mee retour werden genomen wijst voorts, anders dan BCW meent, niet op het bestaan van een vaste afspraak, maar op kennelijk incidentele opdrachten. Van schuldeisersverzuim is geen sprake. Evenmin kan in dit geding worden vastgesteld dat er 1900 pallets zoek zijn en dat de eindbalans van de opdrachten daardoor niet definitief op te maken is, noch dat deze pallets elk een waarde vertegenwoordigen van€ 7,
- Er ligt dus geen schadevordering inzake pallets ter verrekening voor. Verrekening met vordering inzake smaad en laster 4.
- BCW voert bij conclusie van eis in reconventie aan dat zij een vordering op Sit heeft van € 10.000,00 vanwege schadevergoeding. BCW stelt dat Sit opdrachtgevers van BCW schriftelijk benaderde en valse informatie verspreidde, waardoor reputatieschade ontstond. BCW stelt dat Sit doorging ondanks gesommeerd te zijn dit gedrag te staken en gestaakt te houden. 4.
- Sit erkent bij monde van haar voormalig bedrijfsvoerder en heden vereffenaar [naam] , dat zij de vrachtbeurs Timocon heeft benaderd met de mededeling dat zij een aanzienlijke vordering op BCW en haar zusterbedrijf B&W had. Sit stelt zich op het standpunt dat het uiten van een dergelijke waarschuwing in de branche gebruikelijk is op basis van de geldende erecode. 4.
- BCW heeft in dit geding niet weersproken dat er een in de branche gebruikelijke handelwijze dan wel erecode is die van Sit vraagt betalingsperikelen met opdrachtgevers te melden bij de beurs. Zij heeft ter zitting enkel gesteld dat een ander genuanceerder ligt dan door Sit wordt voorgesteld, omdat BCW en Sit immers nog in onderhandeling waren. Het stond destijds nog niet vast dat ten onrechte niet zou zijn betaald. De rechtbank is van oordeel dat zij in dit geding niet kan vaststellen dat Sit zich onoirbaar – in strijd met wet, overeenkomst of maatschappelijk gebruik – heeft gedragen door Timocon of opdrachtgevers van BCW aan te schrijven, omdat nadere concretisering ontbreekt aan de zijde van BCW. De enkele brief (productie 12 bij conclusie van eis in reconventie) die is overgelegd en niet van een toelichting is voorzien, is daartoe onvoldoende. 4.
- Omdat niet is aangetoond dat Sit onrechtmatig jegens BCW heeft gehandeld, is er evenmin sprake van een vordering die voor verrekening in aanmerking komt. Conclusie 4.
- De facturen die voorzien zijn van een originele doorslag van de CMR-vrachtbrief inzake de gehele lading totaliseren op een bedrag van € 25.300,
- BCW zal veroordeeld worden tot betaling van dit bedrag aan Sit, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de diverse facturen, aangezien BCW geen bewijzen van betaling heeft overgelegd die te relateren zijn aan de facturen die in deze procedure besproken zijn. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
- Sit vordert buitengerechtelijke kosten. BCW betwist dat deze kosten zijn gemaakt en in ieder geval te hoog zijn, gelet op de toepasselijke staffel. 4.
- De rechtbank wijst de vordering inzake de buitengerechtelijke incassokosten af, omdat deze betwist zijn, niet nader zijn gespecificeerd en omdat niet anderszins is gebleken van kosten die niet al begrepen zijn in de gebruikelijke forfaitaire proceskostenvergoeding. Proceskosten 4.
- BCW zal als de in conventie in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van Sit. Deze worden begroot op: exploot van dagvaarding € 105,59 griffierecht € 1.992,00 salaris advocaat € 3.605,00 (5 punten x tarief III toegewezen bedrag ) totaal € 5.702,59 4.
- In het dossier heeft de rechtbank beslagstukken aangetroffen vanwege de ten laste van BCW gelegde derdenbeslagen. Voor de kosten die blijken uit de beslagstukken is geen vordering ingesteld, zodat de rechtbank niet toekomt aan beoordeling van deze kosten. 4.
- De vordering om nakosten toe te kennen is toewijsbaar. Omdat de tarieven voor de nakosten na het instellen van de dagvaarding geïndexeerd zijn, zal de rechtbank de huidige tarieven hanteren. in reconventie 4.
- De vordering in reconventie is gebaseerd op dezelfde feiten en omstandigheden als die door BCW ten grondslag zijn gelegd aan de te verrekenen vorderingen inzake de pallets en de gestelde smaad en laster. In conventie is al geoordeeld dat deze vorderingen geen standhouden. De vordering in reconventie moet daarom afgewezen worden. 4.
- BCW zal als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie worden veroordeeld in de kosten van dat geding aan de zijde van Sit. Deze kosten worden begroot op € 2.884,00 aan salaris advocaat (4 punten x tarief III hoogte vordering). 4.
- Ook de nakosten zijn toewijsbaar. 5De beslissing De rechtbank in conventie 5.
- veroordeelt BCW tot betaling aan Sit van € 25.300,00 tegen behoorlijk bewijs van kwijting vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de vervaldatum van de diverse factuurdata tot aan de dag van de algehele betaling, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.
- wijst de vorderingen af, in conventie en in reconventie 5.
- veroordeelt BCW in de proceskosten in conventie en in reconventie aan de zijde van Sit in totaal begroot op € 8.586,59, vermeerderd met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 255,00 voor conventie en reconventie samen aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat BCW niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad met betrekking tot de beslissingen 5.
- en 5.
- Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken. CMR staat voor Convention relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route (Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg). Het betreft de geautoriseerde Nederlandse vertaling, officiële verdragstalen zijn Engels en Frans. Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. type: EvB