RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8978619 \ CV EXPL 21-448 Vonnis van de kantonrechter van 23 februari 2022 in de zaak van: de vennootschap onder firma [naam VOF], gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde Stichting Achmea Rechtsbijstand, tegen: 1 [gedaagde 1] ,wonend [adres] ,[postcode] [woonplaats] ,
- [gedaagde 2],wonend [adres] ,[postcode] [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde MW Legal. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [eiser] heeft met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiser] foto’s en een film zou maken bij de bruiloft die gepland stond op 15 augustus
- Partijen zijn als prijs overeengekomen € 2.850,00 waarvan 75% voor de bruiloft en 25% na de bruiloft betaald zou worden. In de brief waarin deze afspraken zijn bevestigd staat voorts: “Op deze overeenkomst (…) zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Door ondertekening van deze overeenkomst verklaren jullie een kopie van deze algemene voorwaarden te hebben ontvangen en met de inhoud daarvan bekend te zijn.” In de algemene voorwaarden van [eiser] is in artikel 11 onder c opgenomen dat bij ontbinding van de overeenkomst de wederpartij 50% van de overeengekomen prijs verschuldigd is. 2.2 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] laten in juni 2020 weten de bruiloft te willen verplaatsen naar 3 juli 2021 in verband met de destijds geldende overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 (hierna: coronamaatregelen). Partijen hebben vervolgens getracht een regeling te treffen, hetgeen niet gelukt is. 3Het geschil 3.
- [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] tot betaling van € 1.425,00 aan hoofdsom en € 213,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en (na)kosten. 3.
- [gedaagde 2] en [gedaagde 1] voeren verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- [eiser] vordert nakoming van de tussen partijen overeengekomen annuleringsregeling. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] betwisten dat zij geannuleerd hebben. Dit verweer slaagt. 4.
- Partijen hebben de correspondentie in geding gebracht. Uit die correspondentie blijkt niet van een ontbinding zoals bedoeld in artikel 11 van de algemene voorwaarden -daargelaten of er grond zijn om de vernietigbaarheid van dit artikel in te roepen. De vraag wat dan de status van de overeenkomst was nu tussen partijen vast staat dat de bruiloft op 15 augustus 2020 geen doorgang had en er toen ook geen werkzaamheden zijn verricht door [eiser] kan in het midden blijven nu de vordering uitdrukkelijk en enkel is gebaseerd op de stelling dat er sprake is van een ontbinding als bedoeld in artikel 11 van de voorwaarden. 4.
- Omdat het verweer van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] slaagt, behoort de vordering van [eiser] te worden afgewezen. [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] worden begroot op € 374,00 (2 x tarief € 187,00) als salaris voor de gemachtigde. 4.
- De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vordering af, 5.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] gevallen en tot op heden begroot op € 374,00, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken. type: PLG coll: