vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer: C/03/288247 / HA ZA 21-71 Vonnis van 23 februari 2022 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , 2. [eiseres sub 2], beiden wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat: mr. C.S.B.E. Reinders te Ubachsberg, gemeente Voerendaal, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SWENTIBOLD PROJECTONTWIKKELING B.V., gevestigd te Sittard, gemeente Sittard- Geleen, gedaagde, advocaat: mr. L. Isenborghs te Heerlen, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TEAM NOTARISSEN B.V., gevestigd te Maastricht, gedaagde, advocaat: mr. P.H. Kramer te Amsterdam. Partijen zullen hierna “ [eisers] ”, “Swentibold” en “Team Notarissen ” genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 21, de conclusie van antwoord van Swentibold en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 4, de conclusie van antwoord van Team Notarissen en de daarbij overgelegde producties 1 en 2, het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 december 2021 en de daaraan gehechte spreekaantekeningen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Swentibold is een projectontwikkelaar. [eisers] hebben op 12 oktober 2018 met Swentibold een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het (nog te formeren) appartementsrecht, omvattende (kort gezegd) een penthouse (inclusief een zich in de kelder bevindende berging) gelegen op de tweede verdieping van het appartementencomplex “blok C” zijnde onderdeel van het in zijn geheel nog te realiseren project " [naam project] " te Valkenburg, plaatselijk bekend als [adres 1] te ( [plaats] , kadastraal bekend als gemeente [kadasternummer] (hierna: “het penthouse”), alsmede drie parkeerplaatsen (kortheidshalve: nummers [X] , [Y] en [Z] ). 2.2. De bij deze koopovereenkomst betrokken verkoopmakelaar was [naam bv 1] (hierna: “de verkoopmakelaar”). [eisers] hebben voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst een optie genomen op het penthouse. Op 8 augustus 2018 hebben zij in verband daarmee een gesprek gehad met de verkoopmakelaar, in de persoon van de heer [naam makelaar] . De heer [naam makelaar] heeft hen op diezelfde dag per e-mail de verkoopcontractstukken en de stukken van de VvE toegezonden, waaronder de concept splitsingsakte en een document met daarin een concept kostenbegroting (productie 11 bij dagvaarding). 2.3. De koopsom voor het penthouse (de “grondcomponent” van het na de bouw in appartementsrechten te splitsen grondperceel) bedroeg € 470.000,00 inclusief overdrachtsbelasting. Gelet op het feit dat het project nog gerealiseerd moest worden, maakte van de koop voorts deel uit de door [eisers] gesloten aannemingsovereenkomst met BAS Bouw B.V.. De aanneemsom bedroeg € 530.000,00 inclusief btw. 2.4. Team Notarissen heeft ten behoeve van de afzonderlijke verkoop van de appartementen van het project “ [naam project] ” op verzoek van Swentibold de concept splitsingsakte opgesteld. Op 16 januari 2019 is de splitsingsakte voor Team Notarissen verleden. Op diezelfde datum is ook de leveringsakte tussen Swentibold en [eisers] voor Team Notarissen verleden. Team Notarissen is hierbij vertegenwoordigd door [naam notaris] (hierna: “ [naam notaris] ”), als notaris werkzaam bij Team Notarissen . Op enig moment voorafgaand aan het daadwerkelijk verlijden van de leveringsakte heeft [naam notaris] de splitsingsakte met [eisers] doorgesproken. 2.5. Het penthouse (excl. parkeerplaatsen) heeft een oppervlakte van ca. 325 m² (woonoppervlak 271 m² en buitenpatio van ca. 38 m²) en maakt deel uit van het Blok C waartoe verder nog zes andere appartementen behoren. Het penthouse behelst blijkens de splitsingsakte een onverdeeld aandeel van 271/1.000ste in de gemeenschap, terwijl de overige appartementen een onverdeeld aandeel van respectievelijk 93/1.000ste, 100/1.000ste, 103/1.000ste, 96/1.000ste, 93/1.000ste en 92/1.000ste van die gemeenschap uitmaken. Het verschil in aandeel vloeit voort uit het gegeven dat het penthouse in oppervlakte (bijna) driemaal zo groot is als ieder van de overige appartementen, die allen een oppervlakte van om en nabij 100 m² hebben. 2.6. Gelijktijdig met het verlijden van de hiervoor genoemde akten is Swentibold overgegaan tot oprichting van de VvE "Vereniging van Eigenaars [adres 2] tot en met [adres 1] te [plaats] " (hierna: “de VvE”). Als bestuurder van de VvE is [naam bv 2] aangesteld. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen dat het de rechtbank behage om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Ten aanzien van Swentibold : I. primair de koopovereenkomst partieel te ontbinden wegens non-conformiteit, tevens toerekenbare tekortkoming in de nakoming; subsidiair ex artikel 6:228 jo 3:41 BW de koopovereenkomst tussen partijen partieel te vernietigen dan wel de gevolgen van de koopovereenkomst tussen partijen ex artikel 6:228 jo 6:230 lid 2 BW ter opheffing van het door [eisers] geleden nadeel te wijzigen wegens dwaling; II. primair Swentibold te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen aan [eisers] ten titel van schadevergoeding een bedrag ad € 87.390,00, subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, zulks uit hoofde van die partiële ontbinding dan wel (subsidiair) partiële vernietiging van de koopovereenkomst, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2020, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; Ten aanzien van Team Notarissen I. te verklaren voor recht dat Team Notarissen aansprakelijk is voor al de schade die [eisers] lijden ten gevolge van de aan haar toerekenbare tekortkomingen zoals in het lichaam der dagvaarding omschreven in het kader van de door haar uitgevoerde opdrachten ter zake het door [eisers] aangekochte appartementsrecht. II. primair Team Notarissen te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen aan [eisers] ten titel van schadevergoeding een bedrag ad € 87.390,00, subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2019, subsidiair 6 maart 2020, althans meest subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; Ten aanzien van Swentibold en Team Notarissen: III. Swentibold en Team Notarissen primair hoofdelijk, des de een betalende de ander zij bevrijd, subsidiair elk op hun eigen in het lichaam der dagvaarding gespecificeerde grondslag voor het door hen uit dien hoofde te dragen deel daarvan, te veroordelen om tegen behoorlijke bewijs van kwijting aan [eisers] te betalen ter zake de buitengerechtelijke kosten de somma van € 1.649,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; IV. Swentibold en Team Notarissen primair hoofdelijk, des de een betalende de ander zij bevrijd, subsidiair elk op hun eigen in het lichaam der dagvaarding gespecificeerde grondslag voor het door hen uit dien hoofde te dragen deel daarvan, te veroordelen in de kosten van deze procedure tegen behoorlijk bewijs van kwijting met uitdrukkelijke bepaling dat Swentibold en Team Notarissen de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigde zullen zijn als zij de proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het ten dezen te wijzen vonnis zullen hebben voldaan; V. Swentibold en Team Notarissen te veroordelen in de nakosten zoals genoemd in artikel 237 lid 4 Rv ad € 157,00 per gedaagde indien gedaagde aan de veroordeling voldoet zonder dat het vonnis aan hen hoeft te worden betekend en € 239,00 per gedaagde indien het vonnis aan hen betekend moet worden. 3.2. [eisers] stellen ter onderbouwing van hun vorderingen dat de aan het penthouse verbonden servicekosten substantieel hoger blijken te zijn dan zij, op basis van de verwachtingen die Swentibold voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft gewekt, mochten verwachten. Het genot van het penthouse wordt door deze afwijking c.q. dit gebrek wezenlijk aangetast. [eisers] betogen dat het penthouse daardoor niet voldoet aan de koopovereenkomst, althans daaraan een ernstig gebrek kleeft, dat non-conformiteit oplevert. Subsidiair beroepen [eisers] zich op dwaling. Met betrekking tot de vorderingen jegens Team Notarissen stellen [eisers] dat deze niet de zorg jegens hen heeft betracht die zij had moeten betrachten. Team Notarissen had [eisers] op zijn minst moeten wijzen op de mogelijkheid van de toepassing van een afwijkende regeling voor de kostenverdeling c.q. kostendifferentiatie in de statuten. 3.3. Swentibold en Team Notarissen voeren verweer. In de kern genomen betwisten Swentibold en Team Notarissen dat [eisers] onjuist of onvolledig zijn voorgelicht. 3.4. Op de standpunten van partijen zal hierna, voor zover deze door de rechtbank relevant worden geacht, nader worden ingegaan. 4De beoordeling Ten aanzien van de vorderingen jegens Swentibold non-conformiteit? 4.1. Nu [eisers] stellen dat de aan het penthouse verbonden servicekosten substantieel hoger blijken te zijn dan zij, op basis van de verwachtingen die Swentibold voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft gewekt, mochten verwachten, zal de rechtbank in de eerste plaats beoordelen of het penthouse daarmee non-conform is, zoals [eisers] betogen (randnummer 49, 51 en 53 dagvaarding). 4.2. Ter onderbouwing van de door [eisers] gestelde non-conformiteit voeren zij het navolgende aan. [eisers] stellen dat de verkoopmakelaar hen namens Swentibold op 8 augustus 2018 heeft voorgelicht over de geschatte servicekosten voor het penthouse en de parkeerplaatsen en dat hen medegedeeld is dat deze kosten tussen € 300,00 en € 400,00 per maand zouden bedragen. Weliswaar hebben [eisers] diezelfde dag van de heer [naam makelaar] een daarvan afwijkende kostenbegroting ontvangen, maar daarover maakten zij zich geen zorgen en zij hebben daar ook geen acht op geslagen. Op de eerste vergadering van de VvE van 8 juli 2019 bleek [eisers] eerst dat de begroting van de servicekosten incompleet was, omdat een forse kostenpost, de kosten van de opstalverzekering, daarin niet was meegenomen. Daarnaast bleek [eisers] toen dat, krachtens de splitsingsakte, alle schulden en kosten over de gezamenlijke eigenaars worden verdeeld overeenkomstig de hierboven onder rechtsoverweging 2.5 genoemde breukdelen. Van de meer voor de hand liggende, en in dit geval ook meer passende, mogelijkheid om in artikel 10 van de splitsingsakte een afwijkende regeling op te nemen, waarbij bepaalde kostenposten in een andere verhouding ten laste van de eigenaars wordt gebracht, bleek geen gebruik te zijn gemaakt. Dit had volgens [eisers] wel moeten gebeuren en op zijn minst had die mogelijkheid door Swentibold onder hun aandacht moeten worden gebracht. Swentibold heeft ook van dit tekortschieten geweten, omdat zij de partij is die aan Team Notarissen de opdracht heeft verstrekt om de splitsingsakte op te stellen, zulks in de wetenschap wat daarvan de implicaties voor [eisers] , als eigenaar van veruit het grootste appartementsrecht, zouden zijn voor wat betreft de hoogte van de servicekosten. [eisers] heeft in de vergadering van de VvE van 25 juni 2020 verzocht om aanpassing van de splitsingsakte, maar dat voorstel is door de overige eigenaren weggestemd. Het gevolg is dat de maandelijkse servicekosten voor [eisers] € 543,62 bedragen. Dat is, zowel relatief als absoluut, een hoge bijdrage voor het penthouse dat een waardedrukkend effect tot gevolg heeft, aldus [eisers] 4.3. Swentibold betwist dat zij een conceptbegroting van de servicekosten heeft gemaakt of een indicatie daarvan heeft afgegeven aan [eisers] Voorts betwist zij dat de verkoopmakelaar, onder verwijzing naar een e-mailbericht van de heer [naam makelaar] (overgelegd als productie 2 bij conclusie van antwoord), de door [eisers] gestelde bedragen ter zake servicekosten heeft genoemd. De heer [naam makelaar] geeft in dit e-mailbericht aan dat de beweringen van [eisers] pertinent onjuist zijn. Volgens de heer [naam makelaar] zijn de conceptstukken, inclusief de conceptbegroting van de servicekosten over 2018, gebruikt als leidraad bij het gesprek van 8 augustus 2018 met [eisers] Volgens de heer [naam makelaar] heeft hij aan [eisers] medegedeeld dat het gaat om voorlopige bedragen en dat het de VvE is die de servicekosten moet vaststellen alvorens zij definitief zijn. Swentibold heeft als productie 3 bij conclusie van antwoord de conceptbegroting van de servicekosten over 2018 overgelegd en er op gewezen dat daaruit een bedrag € 493,06 ter zake servicekosten blijkt. 4.4. Ingevolge artikel 7:17, eerste en tweede lid BW, moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. De afgeleverde zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. 4.5. Artikel 7:17 BW ziet op de materiële aspecten van de afgeleverde zaak, in dit geval het penthouse. Naar het oordeel van de rechtbank moet de hoogte van de aan het penthouse verbonden servicekosten niet tot de materiële aspecten van het penthouse worden gerekend, zodat de vordering uit hoofde van non-conformiteit reeds hierom strandt. dwaling? 4.6. [eisers] hebben zich subsidiair op dwaling beroepen. Dat beroep is met name gebaseerd op de stelling dat Swentibold heeft gezwegen over de volgens [eisers] voor de situatie irreëel te noemen servicekostenverdeling en daarmee haar mededelingsplicht heeft geschonden (randnummer 59 dagvaarding). 4.7. Naar het oordeel van de rechtbank moet echter op basis van de stukken en hetgeen door partijen tijdens de mondelinge behandeling is verklaard, worden vastgesteld dat [eisers] juist en volledig zijn geïnformeerd. Aan hen is op 8 augustus 2018 de conceptsplitsingsakte en de conceptbegroting 2018 toegezonden en [eisers] hebben de ontvangst daarvan niet betwist. In de conceptsplitsingsakte, waarvan nu niet anders door partijen gesteld is, de rechtbank aanneemt dat de tekst gelijkluidend is aan de op 16 januari 2019 verleden splitsingsakte zijn (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.