RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 20/3524 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats 1] , eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen, verweerder, (gemachtigden: mr. N.A.E. Schreuders en drs. O.G.W. Meuwissen). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam derde-partij], te [plaats 2] . Procesverloop Bij besluit van 12 juni 2020 (primaire besluit) heeft verweerder aan [naam derde-partij] (hierna: vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van het perceel plaatselijk bekend [adres 1] in [plaats 3] . Bij besluit van 29 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar dat eiseres tegen het primaire besluit heeft gemaakt, niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Vergunninghoudster heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart
- Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Vergunninghoudster is verschenen, vertegenwoordigd door [naam] . Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- De rechtbank geeft voor haar beslissing de volgende motivering.
- Eiseres voert aan dat hij eigenaar is van het pand [adres 2] in [plaats 4] (hierna: het pand) dat door hem was verhuurd aan de Action. Action heeft de huurovereenkomst beëindigd en na het vertrek van de Action stond zijn pand leeg. Om die reden verzet eiseres zich tegen de omgevingsvergunning die aan vergunninghoudster is verleend om de vestiging van de Action in het pand aan de [adres 1] in [plaats 2] mogelijk te maken. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en dat eiseres geen procesbelang (meer) heeft omdat hij zijn pand in [plaats 4] op 16 december 2021 aan de gemeente Roerdalen heeft verkocht.
- De rechtbank overweegt dat het procesbelang het belang is dat de eisende partij heeft bij de uitkomst van de procedure. Het gaat om wat de eisende partij in concreto met het bezwaar of (hoger) beroep wil of kan bereiken. Dit wordt door de rechtbank ex nunc beoordeeld, met andere woorden: het procesbelang kan ook na het instellen van beroep zijn vervallen. Volgens vaste jurisprudentie kan procesbelang bestaan indien de betrokkene stelt schade te hebben geleden door de bestuurlijke besluitvorming. Daartoe is vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat de gestelde schade daadwerkelijk als gevolg van deze bestuurlijke besluitvorming is geleden (uitspraak van de Afdeling van 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1927).
- De rechtbank stelt vast dat eiseres haar pand op 16 december 2021 aan de gemeente heeft verkocht. Omdat eiseres geen eigenaar meer is van het pand, heeft zij geen belang meer bij de uitkomst van de procedure en daarmee is haar procesbelang komen te vervallen. Verder heeft eiseres niet gesteld en evenmin tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat zij door de verlening van de omgevingsvergunning schade heeft geleden. Eiseres is, hoewel van de behandeling ter zitting behoorlijk kennis is gegeven, niet ter zitting verschenen en heeft dat dus ook ter zitting niet gedaan. Om die reden is het beroep niet-ontvankelijk en bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
- Het beroep is niet-ontvankelijk en om die reden bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding. Verweerder hoeft ook het griffierecht niet aan eiseres te vergoeden. Rechtsmiddel
- Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Waarvan door de griffier, mr. F.A. Timmers, is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechter en de griffier is ondertekend. mr. F.A. Timmers mr. K.M.J.A. Smitsmans (griffier) (rechter) Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 21 maart 2022 Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.