← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:2440

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 8876732 \ CV EXPL 20-6042 Vonnis van de kantonrechter van 9 februari 2022 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TWAELF LEGAL SERVICES B.V. h.o.d.n. TWAELF PROVINCIËN GERECHTSDEURWAARDERS, gevestigd te Weert, eisende partij in conventie, verweerder in reconventie en in het incident, gemachtigde DC & LS B.V., tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COLLECT & LEGAL SERVICES B.V., gevestigd te Weert, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie in het in het incident, gemachtigde mr. M.M.M. Rooijen. Partijen worden hierna TLS, TPG (zijnde Twaelf Proviciën Gerechtsdeurwaarders BV) en CLS genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie de conclusie van antwoord in reconventie de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald de pleitaantekeningen en notities van partijen ten behoeve van de mondelinge behandeling het proces-verbaal tevens houdende uitspraak van de mondelinge behandeling d.d. 7 april 2021 de akte van TLS tevens houdende de akte van cessie de antwoordakte van CLS de incidentele conclusie van TPG strekkende tot interventie: tussenkomst/voeging de conclusie van antwoord in het incident van CLS de conclusie van antwoord in het incident van TLS. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. TLS levert deurwaarders en incassodiensten. CLS is werkzaam in de incassobranche. 2.
  4. CLS schakelde voor deurwaardersdiensten TPG in. 2.
  5. In verband met deurwaardersdiensten in bepaalde deurwaardersdossiers heeft TLS werkzaamheden gefactureerd aan CLS. De facturen zijn onbetaald gebleven. 3Het geschil in conventie en in reconventie en in het incident 3.
  6. TLS vordert - samengevat – CLS te veroordelen tot betaling van € 14.198,36, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en met veroordeling van CLS in de proceskosten, inclusief de beslagkosten en de nakosten. 3.
  7. CLS voert verweer tegen de vordering en vordert - samengevat - te verklaren voor recht dat TLS onrechtmatig heeft gehandeld jegens CLS door het leggen van conservatoir beslag en gehouden is de door CLS geleden schade te vergoeden en TLS te veroordelen tot betaling van € 1.567,50, te vermeerderen met rente en proceskosten, inclusief de nakosten. 3.
  8. TLS voert verweer tegen de vorderingen van CLS. 3.
  9. TPG heeft een incidentele vordering tot tussenkomst/voeging ingediend. Verder vordert TPG te verklaren voor recht dat de overeenkomst van cessie nietig is, althans vernietigbaar is, en te verklaren voor recht dat CLS uitsluitend aan TPG kan betalen hetgeen waarvan TPG betaling verlangt. Tot slot vordert TPG veroordeling van CLS tot betaling van € 14.198,
  10. 3.
  11. Zowel TLS als CLS hebben een antwoord in het incident ingediend. 3.
  12. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en in reconventie en in het incident in conventie en in reconventie 4.
  13. TLS vordert betaling van facturen die onbetaald zijn gebleven. In het geding is de vraag of het vorderingsrecht bij TLS bestaat. De stellingen van TLS, hoewel niet eenduidig, lijken te duiden op een contractsovername dan wel een overname van vorderingen (cessie). Betwist is dat er een directe contractuele relatie tot stand is gekomen tussen CLS en TLS. 4.
  14. Na de mondelinge behandeling is door TLS, als akte, een akte van cessie in geding gebracht. Deze akte van cessie is opgemaakt op 12 april 2021 en namens beide genoemde partijen getekend door [naam 1] . Als bijlage bij die akte is gevoegd een stuk genaamd “onderliggende koopovereenkomst onderhanden werk” gedateerd 30 juni 2019 en eveneens namens beide partijen getekend door [naam 1] . 4.
  15. In het licht van het vorenstaande is onvoldoende onderbouwd dat er sprake zou zijn van een contractsovername. De kantonrechter dient in het vervolg in de hoofdzaken de cessie te beoordelen. Alvorens daaraan toegekomen kan worden is er een incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging genomen namens TPG. In het incident 4.
  16. Namens TPG is een conclusie tot tussenkomst/voeging ingediend. In het kader van de conclusies is discussie ontstaan over de vraag of de gemachtigde van TPG bevoegd vertegenwoordigde is bij deze proceshandelingen. 4.
  17. TPG heeft twee bestuurders: de besloten vennootschap [naam 1] en CLS. Uit een uittreksel van de KvK d.d. 2 november 2021 zou volgen dat beide bestuurders alleen/zelfstandig bevoegd zijn. Uit een eerder uittreksel alsmede een later uittreksel volgde dat eerstgenoemde bestuurder alleen/zelfstandig bevoegd was en de tweede bestuurder (enkel) gezamenlijk bevoegd met de andere bestuurders. Uit de ingenomen standpunten volgt dat de eerstgenoemde zelfstandig bevoegde bestuurder geen opdracht heeft gegeven tot het indienen van de conclusie en evenmin daarmee instemt. Daaruit volgt tevens dat er geen sprake is van een gezamenlijk besluit van de bestuurders. Voor het volgende zal de kantonrechter er voorts vanuit gaan dat CLS niet zelfstandig bevoegd is. Wat betekent dit voor de onderhavige procedure? 4.
  18. Ingevolge artikel 2:240 lid 2 BW komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid in beginsel toe aan iedere afzonderlijke bestuurder. Nu van het uitgangspunt dat iedere bestuurder afzonderlijk vertegenwoordigingsbevoegd is, is afgeweken door één bestuurder alleen/zelfstandig bevoegd te maken en de andere bestuurder enkel gezamenlijk en niet is gebleken dat [naam 1] B.V. heeft ingestemd met het besluit om TPG in de procedure te betrekken, was TPG naar het oordeel van de kantonrechter niet bevoegd om dit geding aan te spannen. De bevoegdheid de beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid in te roepen komt echter toe aan de vennootschap en niet aan een ander. In dit kader is van belang dat er door TLS een conclusie van antwoord in het incident is genomen. Achter deze conclusie is een aantal stukken gevoegd die niet zijn ingediend door TLS (“aktes” die de naam TPG dragen en de ondertekening van [naam 1] ). Deze stukken maken geen deel uit van de conclusie van antwoord in het incident of maken anderszins deel uit van de processtukken. De kantonrechter kan daar derhalve geen acht op slaan. 4.
  19. Nu niet is gebleken van het door TPG rechtsgeldig in de procedure inroepen van de beperking in vertegenwoordigingsbevoegdheid dient de kantonrechter ervanuit te gaan dat TPG rechtsgeldig de incidentele conclusie tot tussenkomst heeft ingediend. Dit wordt niet anders door hetgeen gesteld is aangaande de procesmachtiging van de gemachtigde van TPG, de heer [naam 2] . De heer [naam 2] is immers (middelijk) bestuurder van TPG via zijn vennootschap CLS. 4.
  20. De kantonrechter zal nu overgaan tot inhoudelijke beoordeling van de vordering tot tussenkomst. In HR 28 maart 2014, NJ 2015/206, ro. 4.1.2, is als maatstaf voor toelating als tussenkomende partij geformuleerd of de partij die tussenkomst vordert voldoende belang heeft om zich met een vordering te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die van de uitspraak daarin kan ondervinden. Dat belang kan volgens het arrest erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak heeft, benadeling of verlies van een recht dreigt dan wel de positie van de tussenkomende partij anderszins kan worden benadeeld. Het ligt voor de hand de verduidelijking die in HR 12 juni 2015, NJ 2015/295; JBPr 2015/64 is gegeven voor voeging (zie hiervoor in aantekening 2), ook op tussenkomst van toepassing te achten en dus onder nadelige gevolgen in dit verband te verstaan: de feitelijke of juridisch gevolgen die de toe – dan wel afwijzing van de in de procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van de in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de tussenkomst vordert. 4.
  21. Naar het oordeel van de kantonrechter is hieraan voldaan: de inzet van de hoofdzaken is immers betaling van vorderingen die oorspronkelijk bij TPG waren. Indien geoordeeld wordt dat deze (bevrijdend) betaald moeten worden aan TLS heeft dit feitelijk tot gevolg dat ze niet betaald zullen worden aan TPG. Daarmee is voldoende belang gegeven. De tussenkomst zal derhalve worden toegewezen. 4.
  22. De tussenkomende partij dient zijn zelfstandige vordering in de hoofdzaak in een petitum neer te leggen, en in de conclusie te onderbouwen. Vervolgens mogen de andere procespartijen (TLS en CLS hierop antwoorden). Indien dit is gebeurd zal de kantonrechter een mondelinge behandeling gelasten als ook in de zaak tussen TLS en CLS. In beide zaken heeft -uiteindelijk- de rechter ten overstaan waarvan de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden zich verschoond. Hierdoor is een rechterswissel ontstaan. Ook hierin is reden gelegen in de hoofdzaken een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten. 4.
  23. in afwachting van het voorgaande wordt iedere verdere beslissing aangehouden. 5De beslissing in het incident De kantonrechter In het incident 5.
  24. staat TPG toe tussen te komen in de procedure tussen TLS en CLS, in de hoofdzaak 5.
  25. stelt TPG in de gelegenheid haar vordering in een petitum neer te leggen en te onderbouwen, 5.
  26. verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van 9 maart 2022, 5.
  27. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken. type: PLG coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.