← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:2549

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 8607413 \ CV EXPL 20-3042 Vonnis van de kantonrechter van 30 maart 2022 in de zaak van: [eiser] , wonend [adres] , [woonplaats eiser] , eisende partij, gemachtigde mr. H.P. Wellenberg, tegen: [gedaagde] , wonend [adres] , [woonplaats gedaagde] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 januari 2022, - de brief van 3 februari 2022 zijdens eisende partij. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling van het geschil 2.
  3. De kantonrechter stelt thans vast dat gedaagde partij alsnog heeft afgezien van de inleiding van een deskundigenincident en daarmee: van het bijbrengen van tegenbewijs, zodat de situatie aan de orde is, zoals beschreven in het eerdere tussenvonnis de dato 28 oktober 2020 (met name aan het slot van pagina vier daarvan), terwijl ook eisende partij van zijn kant heeft aangegeven geen kanttekeningen bij het aldaar weergegeven voorlopig oordeel te willen plaatsen. 2.
  4. In deze situatie maakt de kantonrechter dit voorlopige oordeel thans tot zijn definitief oordeel. Dat betekent dat de vorderingen van eisende partij voor toewijzing gereed liggen op een wijze zoals hierna te verwoorden, met uitzondering van de vordering tot vergoeding van toekomstige schade. 2.
  5. Bij deze uitkomst van de procedure dient gedaagde partij als de in het ongelijk te stellen partij te worden aangemerkt, zodat gedaagde dient te worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van eisende partij ontstaat. Die proceskosten worden bepaald aan de hand van kosten exploot (€ 102,96), griffierecht (€ 236,00) en gemachtigdensalaris (3 punten conform liquidatietarief, ad € 561,00 in totaal). Er wordt daarom al met al - uiteindelijk en alsnog - beslist als volgt. 3De beslissing 3.
  6. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 1.642,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling, 3.
  7. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij en ter zake van vergoeding van incassokosten te betalen een bedrag van € 233,10, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling, 3.
  8. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 899,96, waaronder een bedrag van € 561,00 voor gemachtigdensalaris, 3.
  9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  10. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns, kantonrechter te Roermond, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart
  11. type: DT coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.