← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:2744

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/277663 / HA ZA 20-247 Vonnis van 6 april 2022 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. Y.J.P. Janssen te Venlo , tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOXODROME B.V., gevestigd te Venlo, gedaagde, advocaat mr. C. Wiggers te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser c.s.] en Loxodrome genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met productie 1 tot en met 41; de conclusie van antwoord met productie 1 tot en met 34; de aktedepot van 17 juli 2020 met daarbij een usb-stick van [eiser c.s.] ; het rolbericht van 27 juli 2020 met daarbij een transcriptie van het gesprek op de usb-stick van [eiser c.s.] ; het overzicht van productie 1 tot en met 62 van [eiser c.s.] ; de brief van 19 februari 2020 van mr. Wiggers, waarin mr. Wiggers verzoekt de rechtbank de (akte houdende) overlegging producties te kwalificeren als een schriftelijke repliek, de comparitie aan te houden en Loxodrome in de gelegenheid te stellen tot het indienen van een voldragen dupliek; de brief van mr. Janssen van 19 februari 2021, waarin mr. Janssen stelt dat de aanvullende producties tijdig zijn ingediend; de brief van 19 februari 2021 met daarbij productie 35 van Loxodrome; het e-mailbericht van mr. Janssen van 25 februari 2021 met daarbij productie 43; de mondelinge behandeling van 2 maart 2021, waarbij mr. Janssen zijn spreekaantekeningen heeft overgelegd; de akte uitlaten producties 12 april 2021 van Loxodrome. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten In citaten zijn taalfouten en verschrijvingen niet aangepast. 2.1. Op 6 januari 2018 heeft Loxodrome een offerte uitgebracht aan [eiser c.s.] heeft deze offerte geaccepteerd. Tijdens de zitting is vastgesteld dat de DNR-voorwaarden niet van toepassing zijn. In de offerte staat – voor zover relevant – het volgende : “ In vervolg op ons aangename overleg van dinsdag 12 december 2017 aangaande de nieuwbouw van een vrijstaande villa op Nieuw Stalberg, Fase 3, [kavelnummer] , hebben wij het genoegen u hierbij onze offerte aan te bieden voor de hiermee samenhangende architectenwerkzaamheden. Hiervoor hanteren wij de volgende uitgangspunten: • de opgave bestaat uit het realiseren van een vrijstaande woning gelegen op Nieuw Stalberg, Fase 3, [kavelnummer] • de bouwkosten zijn geraamd op ca. € (nog te bepalen) inclusief 21% B.T.W. het programma van eisen en wensen ten aanzien van het ontwerp zullen in nader overleg met de opdrachtgever worden gedefinieerd. de advisering van hout-, beton- en staalconstructies geschiedt door een externe door de opdrachtgever te contracteren adviseur. • de advisering, ontwerp, engineering, prijs- en contractvorming van de elektrotechnische en werktuigkundige installaties geschiedt door een externe adviseur of adviserend installateur. • de advisering ten aanzien van specifieke expertise, bouwfysica, brandpreventie, terreininrichting en het groenplan, voor zover voor deze opgave relevant, geschiedt door (een) externe door de opdrachtgever te contracteren adviseur(

  1. s)De architectenwerkzaamheden bestaan uit: 1: Fase schetsontwerp Omvattend: • overleg met de opdrachtgever over de opzet van het plan. • overleg met de opdrachtgever over de uitgangspunten, programma van eisen en de voortgang van het plan. • het vervaardigen van plattegronden, doorsneden, gevels en 3D impressies met als doel het ontwikkelen van een concept dat aan de gemeente Venlo word voorgelegd als conceptaanvraag. • een eerste overleg met de commissie Welstand en Erfgoed van de gemeente Venlo . • het doen van basis voorstellen met betrekking tot het materiaalgebruik, afwerking en de kleuren. • het verzorgen van de conceptaanvraag bij de gemeente Venlo . • het opstellen van een bouwkostenraming op basis van elementen. 2. Fase definitief ontwerp Omvattend: • overleg met de opdrachtgever over de opzet van het plan. • overleg met de opdrachtgever en adviseur(
  2. s)over de uitgangspunten ten aanzien van draagconstructies, technische installaties en voortgang van het plan. • het vervaardigen van principedetails voor zover voor beoordeling door de welstandscommissie relevant. • het doen van voorstellen met betrekking tot het materiaalgebruik, afwerking en de kleuren. • het opstellen van een voorlopige EPN—berekening. • het verzorgen van de aanvraag/beoordeling door de welstandscommissie. • het opstellen van een bouwkostenraming op basis van elementen. 3a. Fase technisch ontwerp, bestektekeningen Omvattend: • het nodige afstemmingsoverleg met opdrachtgever, constructeur en overige adviseur(
  3. s)over de uitwerking en voortgang van het plan. • het vervaardigen van de bouwkundige bestektekeningen, te weten: situatie, plattegronden, gevels, doorsneden, overzichten bouwbesluit, details, overzichten binnen- en buitenkozijnen. • de toetsing aan het bouwbesluit. • het vervaardigen van de definitieve EPN-berekening. • het namens de opdrachtgever verzorgen van de aanvraag omgevingsvergunning (bouwvergunning) 3b. Fase technisch ontwerp; technische omschrijving Omvattend: • het vervaardigen van een technische omschrijving voor het bouwkundige werk. • het vervaardigen van het V&G plan (ontwerpfase) en V&G dossier. 4. Fase prijs- en contractvorming Kan op een van de navolgende wijzen plaatsvinden: 4a. Op basis van een bouwteam Omvattend: het in samenspraak met de opdrachtgever selecteren van een bouwkundige aannemer, welke voor een samenwerking in bouwteam wordt benaderd. • in de definitief ontwerpfase, in samenspraak met opdrachtgever en bouwteam partijen formuleren, vaststellen en bewaken van de financiële uitgangspunten. • op basis van bestek en bestektekeningen zal door de bouwkundig aannemer een gespecificeerde open begroting van het bouwkundige werk worden opgesteld, welke door de architect zal worden gecontroleerd en beoordeeld. • door de architect wordt derhalve geen begroting van het bouwkundige werk gemaakt; • het opstellen van het concept uitvoeringscontract. 4b. Aanbesteding (onderhands/met voorselectie) Omvattend: • het in samenspraak met de opdrachtgever selecteren van de bouwkundige aannemers, welke voor prijsaanbieding worden benaderd. • het bijstellen van de bouwkostenraming op basis van elementen. • het geven van aanwijzingen ter zake de prijsvorming van het bouwkundig werk en het opstellen van nota(’
  4. s)van inlichtingen en aanwijzingen. • het coördineren en houden van de bouwkundige aanbesteding. • het controleren en beoordelen van de laagste inschrijving en het beperkt voeren van overleg en prijsonderhandeling met de bouwkundig aannemer. • het opstellen van een gunningadvies en het concept uitvoeringscontract. De engineering en prijsvorming van de technische installaties geschiedt in beide varianten door een (adviserend) installateur(
  5. s)al dan niet onder verantwoordelijkheid van de bouwkundig aannemer. Het installatiewerk zal hierbij door de aannemer/installateur(
  6. s)in een gespecificeerde offerte, materiaalspecificaties en werkomschrijving worden vastgelegd. 5. Fase uitvoering; uitvoeringsgereed ontwerp Omvattend: • het vervaardigen van de basis uitvoeringstekeningen, te weten: het matenplan schaal 1:50, doorsneden schaal 1:50, gevels schaal 1:100, de binnen— en buitenkozijnen schaal 1:50 en details. • controle van tekenwerk bouwpartners op esthetische aspecten en hoofdvormen. Samenvatting van de advieskosten over de respectievelijke fasen is als volgt: 1. schetsontwerp € 4.500,00 2. definitief ontwerp € 4.500,00 3a. technisch ontwerp; bestektekeningen € 7.750,00 3b. technisch ontwerp; technische omschrijving € 900,00 4. prijs- en contractvorming € 600,00 5. uitvoering en oplevering; werktekeningen € 3.500,00 Alle bedragen zijn exclusief B.T.W De vergoeding van de bijkomende kosten (verschotten) als genoemd in artikel 50 lid 4 van de DNR 2005 zullen op basis van nacalculatie met u worden verrekend. Het declareren van de advieskosten vindt maandelijks plaats naar rato van de voortgang van de werkzaamheden. De maandelijkse factuur word binnen 5 werkdagen voldaan. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder toepasselijkheid van De Nieuwe Regeling 2005, Rechtsverhouding opdrachtgever architect, ingenieur en adviseur (DNR 2005). Een exemplaar van De Nieuwe Regeling 2005 hebben wij u reeds bij een voorgaande offerte verstrekt. Indien u deze niet hebt ontvangen verzoeken wij u om dit aan ons kenbaar te maken. Indien tijdens de uitvoering van het werk, buiten de invloedssfeer van de architect, wijzigingen en/of aanvullende werkzaamheden aan de orde zijn, als bedoeld in artikel 9 en 20 van de DNR 2005, zullen de hieruit voortvloeiende advieskosten conform artikel 55 in onderling overleg worden vastgesteld. Bij geschillen, daaronder begrepen die welke slechts door één van de partijen als zodanig worden beschouwd, welke ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten die hiervan het uitvloeisel zijn, zullen worden beslecht door een bevoegde rechter te Roermond. Niet in deze opgave inbegrepen: • procedure en legeskosten; • kosten advies draagconstructies; • kosten advies technische installaties; • kosten advisering bouwfysica en milieu, geluidsmetingen, rapportages e.d.; • kosten verkennend bodem-/grondwateronderzoek conform NVN 5740; • geotechnisch onderzoek en funderingsadvies ( in samenspraak met constructeur); • kosten interieuradviezen zoals losse inrichting en stoffering; • advies tuininrichting / groenplan; • nazorg; • revisietekeningen.” 2.2. Op 2 maart 2018 heeft Loxodrome twee schetsontwerpen aan [eiser c.s.] voorgelegd. Bij e-mailbericht van 4 maart 2018 heeft [eiser c.s.] Loxodrome het volgende bericht: “We hebben de schetsontwerpen nog een bekeken en we zijn tot de conclusie gekomen dat bepaalde woonruimtes ( woonkamer / keuken) graag meer oppervlakte zien. Eventueel toch dat men de woonkamer verbind met de keuken. Graag zouden we ook meer in de breedte willen gaan van de woning. We vinden het belangrijk dat we de meubels in de woonkamer / keuken ruimtelijk kunnen opstellen. Indien mogelijk zouden we ook graag een studiekamer willen zien op de begane grond. Wat ontwerpen aangaat vinden we optie 2 een mooi schetsontwerp maar we zetten wel een kanttekeningen met betrekking tot het interieur door de schuine scheidingswanden. Ons gevoel zegt dat door het ontwerp van optie 2 op een of anderen manier woonruimte verloren gaat. Tevens zouden we graag de toilet aangrenzend eventueel met een buitenmuur en niet graag aangrenzend met een binnenmuur van een woonoppervlakte. Daarbij zien we graag op de bovenverdieping een extra kamer en een gesloten inloopkast/kleedkamer… Om extra budget te creëren is het misschien een optie om de kelder / garage casco op te leveren. We zouden dit in een later stadium kunnen laten uitvoeren. Onze prioriteit ligt echt bij de begane- en bovenwoonruimte zodat we meer vierkante meters / M3 verkrijgen.” 2.3. Op 5 maart 2018 heeft Loxodrome per e-mailbericht als volgt gereageerd: “Ik ben het helemaal met jullie eens dat de optie twee veruit de betere is. De “scheve” hoeken , daar zou ik mij minder zorgen over maken, dat leg ik nog wel uit en zal ik in 3D laten zien. Waar ik mij grote zorgen over maak is de opmerking dat vooral Jan zich grotere begane grond en verdieping wenst. Dit betekend gewoonweg meer m2, meer m3 en meer gevel oppervlak. Jullie budget is 380-400 duizend euro inclusief BTW. Blijft over 314-330 duizend euro ex BTW. Hier zal ik iet voor moeten ontwerpen. Ik zit er nooit naast, plus min 10%, in de schetsfase wat uiteindelijk de offerte van een aannemer is. Elke extra m2 × 3,5 (bruto hoogte) = 3,5 m3 kost 3,5 × € 450,00 = € 1.575,00 Als we dus de woonkamer1 meter breder maken kost dit: (8,8 meter × 1 meter maal 3,5 meter) 8,8 × € 1.575,00 = € 13.860,00 enkel voor de begane grond! Dat mag met twee worden vermenigvuldigt omdat we ook de verdieping hebben dus, € 27.720,00 extra om de woning 1 meter breder te maken. En dat is nog maar de helft van het huis, de keuken gaat er niet groter door worden. Dit bedrag is NOOIT te bezuinigen door de kelder casco uit te voeren, een kelder is zo goed als al casco in de prijs. Ik wil best “een groter huis” voor jullie ontwerpen maar dan kan ik jullie niet meer verantwoorden dat het binnen jullie budget past. Ik weet zeker dat het niet meer gaat passen. Als jullie prioriteit de begane grond is en de verdieping is, kunnen we veel beter de kelder Vergeten, het geld kan maar een keer uitgegeven worden, niet? Ik ga met alle andere opmerkingen aan de slag. Zodra we aangepast tekeningen hebben stuur ik ze per mail.” 2.4. Loxodrome heeft bij e-mailbericht van 12 maart 2018 het volgende aan [eiser c.s.] bericht: “In de bijlage twee perspectieven die de ruimtelijkheid goed laten zien. Wat lastig in de perspectieven te “ervaren” is, is ge grote glazen gevel ”achter het Standpunt van het perspectief. Daarom maak ik nog twee andere perspectieven. Wat wel heel goed te zien is, is re openheid en ruimtelijkheid. De diagonaal van de keuken naar de kamer is 16 meter, behoorlijk lang. Ik heb de breedte van de villa van 5700 naar 6100 vergroot. Met een netto hoogte van 2800 voor de BG en 1e verdieping blijven we binnen de M3.” 2.5. Op 19 maart 2018 heeft Loxodrome het volgende e-mailbericht naar [eiser c.s.] gestuurd: “In de bijlage een plattegrond waarbij de woonkamer & keuken 35m2 NETTO zijn. Mijn opmerkingen hierbij: Zoals jullie kunnen zien is er al een hal gemaakt waar de trap etc in zit. De maat van de hal word bepaal door de trap die nodig is om boven te komen, de gang en de diepte maat van het toilet. De ruimte van 12,9 m2 aan de rechter kant van de hal, 4,09 m bij 3,16 m is in mijn ogen een verloren ruimte. Praktisch kan hier weinig mee. De woonkamer en keuken zijn nu 35 m2, 5,12 × 6,9 m. Het totale BRUTO oppervlak van de begane grond is nu 115,02 m2. Omdat het beeldkwaliteit plan bepaald dat de woningen op Nieuw Stalberg een EENDUIDIG VOLUME moeten zijn, moet het vloeroppervlak van de verdieping OOK 115,05 m2 zijn. Anders hebben we geen eenduidig volume en wordt het plan afgekeurd. Getalsmatig hebben we dus 115,02 m2 begane grond, × 3,4 meter bruto hoogte – 391,17 m3 De verdieping van 115,05 m2 vermenigvuldigen we ook met 3,4 meter = 391,17 m3 In totaal hebben we nu 782,34 m3 voor de begane grond en de verdieping. 782,34 m3 × 450 = € 352.053,00 Het budget dat jullie mij gegeven hebben stopt bij € 330.000.00 (ex BTW) dus, er is € 22.053,00 euro te weinig budget! Een kelder is er in dit geval NIET. Er zijn verschillende mogelijkheden voor een kelder. Helemaal onderkelderen of slechts gedeeltelijk. Als we gedeeltelijk onderkelderen en met de trap tot in de kelder willen, zie kelder schets,krijgen we een kelder van bruto 75m2. Dan vervalt de gewenste functie van een extra gasten kamer + sanitair. 75m2 × € 350,00 (ex BTW) = € 26.250,00. In TOTAAL missen we nu € 22.053,00 + € 26.250,00 = € 48.303,00 netto in het budget of te wel € 48.303,00 + € 10.143,63 (21% BTW) = € 58.446,63. Het totale project, uitgaande van de wens van een woonkamer en keuken van 35m2 netto zou dan minimaal op € 458.446,63 inclusief BTW uitkomen waarbij de gastenkamer “in de kelder” er NIET meer is. Ik spreek dan nog niet over de architectuur of ruimtelijke kwaliteit. Daarom hebben we nog andere schets gemaakt voor de begane grond. Het spreekt voor zich dat, op het moment dat jullie de keuze voor een groter budget hebben gemaakt, wij met deze getallen een schetsontwerp gaan maken. De bijgevoegde schets plattegronden zijn nu puur een indicatie voor de benodigde m2 en dus budget. Alle schetsen vinden jullie in de bijlage. Wellicht hebben jullie zo weer een beter inzicht in de consequenties van de vraag om de woonkamer en keuken minimaal 35m2 netto te maken. Ik zou het op prijs stellen als jullie ons kunnen berichten of het extra budget er kan komen en welke keuzes jullie voor de kelder zouden wensen te maken. Zoals ik al een paar maal heb bericht is het ook onze taak om ontwerp en beschikbaar budget in balans te houden en jullie te waarschuwen als hierin een balans ontstaat.” 2.6. Op 17 april 2018 heeft [eiser c.s.] tijdens een bespreking met Loxodrome bevestigd dat [eiser c.s.] een budget van € 450.000,00 zou hebben. 2.7. Op 12 juni 2018 heeft Loxodrome heeft definitieve ontwerp aangeleverd. 2.8. Op 31 juli 2018 stuurt Loxodrome [eiser c.s.] het volgende: “Alle werkzaamheden zijn gedaan voor fase 2 en afgerond. Ik hed jullie vier weken geleden gezegd dat we aan de bestekfase beginnen, en zijn begonnen. Ik heb zelfs vandaag om 9.00 uur een afspraak met de constructeur. De factuur ligt al bijna vier weken bij jou in de bus. Als er vragen zijn had je die ook tijdens ons laatste overleg kunnen stellen. Contractueel moet elke factuur binnen 5 dagen betaald worden. Zo staat het in onze overeenkomst. Gelet op het zeer beschijden bedrag van onze offerte en de grote hoeveelheid van afspraken en werk, jij hebt buitengewoon veel opmerkingen, vind ik het teleurstellend dat je wacht met opmerkingen op de factuur tot je van mij een mail over de betaling krijgt.” 2.9. Per e-mailbericht van 6 augustus 2018 heeft Loxodrome het volgende naar [eiser c.s.] gestuurd: “Het wordt langzaam tijd om na te denken of jullie een aanbesteding zouden willen of een bouwteam. […] Denken jullie hier svp over na. Ik zou graag [naam aanmener] willen vragen, een heel goede aannemer die ook prijstechnisch nog steeds een faire prijs op tafel legt en waar wij al veel projecten mee hebben gedaan met allemaal tevreden klanten.” 2.10. Bij e-mailbericht van 14 augustus 2018 heeft Loxodrome het volgende naar [eiser c.s.] gestuurd: “Hebben jullie al nagedacht over de vorm van aanbesteding? Zoals ik heb bericht zou ik zo snel mogelijk met een bouwteam willen starten zeker omdat de bouwprijzen uit de pan beginnen te rijzen en het budget al heel krap is voor de m2 die jullie wensen.” 2.11. Op 11 oktober 2018 heeft [eiser c.s.] een gesprek met [de aannemer] gehad. 2.12. Op 19 februari 2019 heeft [eiser c.s.] Loxodrome per e-mailbericht het volgende bericht:“Ons bouwbudget hebben wij destijds met € 50.000,- verhoogd naar in totaal € 450.000,00 incl. BTW. ” 2.13. Loxodrome heeft hier per e-mailberichten van 20 februari 2019 op gereageerd:“Dan moeten we in de buurt van € 63.000,00 bezuinigen op het bouwkundige budget. Ik mijn ogen kan dit alleen door de villa kleiner te maken door bv de garage niet te bouwen.” en “Ik heb samen met [collega 1] gekeken hoe we de villa kunnen aanpassen, verkleinen, om in de buurt van € 450.000,00 bouwkosten inclusief btw te komen. In de bijlage ons voorstel voor aangepaste plattegronden. We sparen zo 176m3 en komen uit op de bouwkundige kosten van € 443.566,00 inclusief btw. We hanteren een m3 prijs die we van [de aannemer] hebben gekregen van € 458,00. Ik vind dat het ontwerp en de kwaliteit van de villa behouden blijft. Kijk hier samen met [collega 2] naar svp en we bespreken een en ander vrijdag met [de aannemer] .” 2.14. Op 22 februari 2019 heeft Loxodrome bij e-mailbericht twee kostenramingen naar [eiser c.s.] gestuurd. Een van € 540.870,00 en de ander van € 697.650,00. Loxodrome heeft vervolgens aangegeven dat de eerste raming de juiste was. 2.15. Op 16 april 2019 heeft Loxodrom het volgende e-mailbericht naar [eiser c.s.] gestuurd: “Ik heb vandaag met [de aannemer] gesproken over het overleg van afgelopen vrijdag. Ik begrijp van [de aannemer] dat jullie € 580.000,00 aan bouwbudget hebben voor de bouwkundige kosten, E plus W. Hiermee is er nog een gat van € 40.000,00 ten opzichte van de raming van [de aannemer] , € 540.000,00, plus de E, € 17.000,00 (geraamd), en de W, € 55.000,00 (geraamd) . [de aannemer] gaat nu een begroting opstellen voor de bouwkundige kosten gebaseerd op ons ontwerp.” 2.16. [eiser c.s.] heeft niet op dit e-mailbericht gereageerd. 2.17. Op 13 juni 2019 heeft [de aannemer] de begroting naar [eiser c.s.] gestuurd voor de bouw van de woning. Dit betrof in totaal een bedrag van € 578.388,43 exclusief btw en € 699.850,00 inclusief btw. Per e-mailbericht van 24 juni 2019 heeft [eiser c.s.] Loxodrome het volgende bericht: “Hoe kan het gebeuren dat de bouw zo uitvalt? Dit terwijl we toch jou echt duidelijk de opdracht hebben gegeven om een woning te realiseren met een budget van circa € 380.000 - € 400.000 incl. BTW ” 2.18. Vervolgens heeft er op 8 juli 2019 een gesprek plaatsgevonden tussen [de directeur] van Loxodrome (hieronder: [directeur] ) en [eiser c.s.] (hieronder: [eiser c.s.] ). Van dit gesprek zijn audio-opnames gemaakt. Tijdens dit gesprek is onder andere het volgende gezegd: “ [directeur] : er is maar één manier om samen verder te gaan. Dat is als jij zegt: “ [naam directeur] , je hebt ons genoeg gewaarschuwd. En als dat niet is, en je zegt niet “ [naam directeur] , je hebt niet genoeg gewaarschuwd., dan pak ik mijn spullen en zet er een streep door het project en dan is het klaar” […[ [eiser c.s.] : Je bent verantwoordelijk om ons goed in te lichten. [directeur] : Heb ik ook gedaan, en als je dat niet vindt… [eiser c.s.] : Nee [naam directeur] , vind ik niet. [directeur] : En als je dat niet vindt, ga je maar naar de rechtbank met een advocaat erbij. En als je verder wilt: in nog geen duizend jaar! Als je iets wilt hebben kom je eerst met een excuus. En als je niet bereid bent om mij een excuus te geven… [eiser c.s.] : Excuses te geven? [directeur] : Jij gaat mij een excuus geven dat ik je heel vaak heb gewaarschuwd dat het niet te betalen is wat jij wilt! [eiser c.s.] : Dag [naam directeur] .” 2.19. Op 23 augustus 2019 heeft de advocaat van [eiser c.s.] – voor zover relevant – per brief het volgende naar Loxodrome gestuurd: “[…] Het komt erop neer dat u een honorarium opgestreken heeft voor architectenwerkzaamheden in het kader van een ontwerp van een woning waarvan u wist of in ieder geval had kunnen en moeten weten dat die door cliënten, gezien hun budget, in werkelijkheid nooit te realiseren zou zijn. Dat bedoelden cliënten uiteraard niet toen zij u vroegen hun ‘droomhuis’ te ontwerpen. De uiteindelijke offerte van de aannemer blijkt in geen enkele verhouding te staan tot zowel de door u geraamde kosten als het budget van cliënten. Onder meer dat verwijten cliënten u; had als architect hun belangen naar beste weten en kunnen moeten behartigen, hetgeen onder mee met zich brengt dat u ervoor had moeten waken dat de te verwachten bouwkosten in overeenstemming zouden zijn met het u bekende budget van cliënten. Door een ontwerp te maken dat bouwkosten met zich meebrengt die – in strijd met uw kennelijk niet kloppende beraming – het budget in een onmogelijk te overbruggen mate overstijgen, en de opdracht vervolgens op geagiteerde wijze terug te geven op het moment dat cliënten hier terechte vragen over hadden en over een oplossing wilden praten, bent u in gebreke en in verzuim met de nakoming van in ieder geval die verplichting. Zij houden u daarvoor aansprakelijk voor alle schade die zij dientengevolge lijden. Die schade bestaat in ieder geval uit alle kosten die cliënten wegens de door u ontworpen woning gemaakt hebben. Indien zij van meet af aan zouden hebben geweten dat de bouwkosten in de orde van grootte van de uiteindelijke offerte zouden liggen – in plaats van uw beraming met een marge van 10% - zouden zij van verdere opdrachtverlening aan u hebben afgezien en zouden zij niet de kosten gemaakt hebben die met uw werkzaamheden gepaard gegaan zijn. Het daarbij in ieder geval – maar daar niet toe beperkt – om de volgende door cliënten betaalde kosten: - uw honorarium (inclusief op zichzelf ook al onterecht in rekening gebracht meerwerk dat cliënten betaald hebben onder uw ongeoorloofde druk van opschorting): € 27.303,67 grondonderzoek [deskundige 1] : € 895,40 advieswerkzaamheden [deskundige 2] ” € 1.815,00 werkzaamheden constructeur [deskundige 3] : € 907,50 concept aanvraag gemeente Venlo : € 250,00 € 31.171,57. ” 2.20. Op 16 september 2019 heeft de advocaat van Loxodrome de advocaat van [eiser c.s.] – voor zover relevant – het volgende bericht. “In de bovengeschetste context van feiten is het door u gebezigde citaat van [de directeur] – nog daargelaten of hij dat inderdaad gezegd heeft – overigens ook niet onredelijk; als [eiser c.s.] enerzijds vasthoudt aan zijn wensen (te groot huis en veel te dure materialen) en anderzijds een te beperkt budget beschikbaar heeft, dan is het niet onredelijk dat Loxodrme, na de vele pogingen [eiser c.s.] in het gareel te krijgen, op het punt komt dat zij kenbaar maakt dat haar inzet zinledig is. Overigens valt het citaat sowieso niet als een opzegging te kwalificeren nu deze voorwaardelijk is gesteld: als.. “dan pak ik mijn spullen etc”. De voorwaarde die hier impliciet in zit is dat [eiser c.s.] zijn wensen moet bijstellen of zijn budget moet aanpassen. […] Loxodrome is in principe nog steeds bereid haar ontwerp aan te passen binnen de financiële mogelijkheden van [eiser c.s.] , maar Loxodrome heeft sterk het vermoeden dat dát ontwerp zal niet aansluiten bij [eiser c.s.] ideeën over zijn droomhuis. ” 3Het geschil 3.1. [eiser c.s.] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Loxodrome te veroordelen:- om aan [eiser c.s.] te voldoen een bedrag van € 31.171,57, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover vanaf 6 september 2019 tot aan de dag van algehele voldoening; om aan [eiser c.s.] als vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten te voldoen een bedrag van € 1.086,72, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover vanaf de veertiende dag na de dag waarop dit vonnis is gewezen; in de kosten van de procedure (de nakosten daaronder begrepen), deze proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover vanaf de veertiende dag na de dag waarop dit vonnis is gewezen. 3.2. Loxodrome voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Tussen partijen staat vast dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. [eiser c.s.] heeft Loxodrome immers op 6 januari 2018 de opdracht heeft gegeven om – samengevat – een villa te ontwerpen. Deze overeenkomst van opdracht kwalificeert als een overeenkomst van opdracht voor bepaalde duur. De overeenkomst van opdracht had immers als specifiek doel om een villa te ontwerpen voor [eiser c.s.] . en eindigt door de volbrenging hiervan. Eveneens staat -als over en weer erkend bij de zitting- vast dat op de overeenkomst van opdracht geen algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dit brengt met zich mee dat de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW e.v.) van toepassing zijn. 4.2. Ter zitting heeft [eiser c.s.] primair gesteld dat hij aanspraak maakt op schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW. [eiser c.s.] stelt dat Loxodrome toerekenbaar tekort is geschoten in de nakomingen van haar verbintenissen voortvloeiende uit de overeenkomst van opdracht. Concreet stelt [eiser c.s.] dat Loxodrome toerekenbaar tekort is geschoten in de navolgende verbintenissen: Loxodrome heeft zich niet aan het aangegeven bouwbudget van € 450.000,00 gehouden. Uit de begroting van [de aannemer] blijkt immers dat de totale kosten voor de bouw van de villa van [eiser c.s.] € 699.850,00 inclusief btw bedroeg; Loxodrome heeft zich niet aan haar garantietoezegging van 10% gehouden. Bij e-mailbericht van 5 maart 2018 heeft Loxodrome immers aangegeven dat zij nooit meer afwijkt dan 10% van de bouwkosten van uiteindelijke offerte van de aannemer; Loxodrome heeft het bouwteam te laat bij het ontwerpproces betrokken. Dit had al moeten gebeuren in fase 1 en 2 van de overeenkomst van opdracht. Nu Loxodrome dit niet tijdig heeft gedaan heeft Loxodrome het bouwbudget van [eiser c.s.] overschreden. 4.3. Nu [eiser c.s.] stelt dat er sprake is van wanprestatie ex artikel 6:74 BW draagt hij ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast hiervan. De partij die aanspraak maakt op schadevergoeding draagt de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het bestaan en de inhoud van de verbintenis waarin de wederpartij tekortgeschoten zou zijn. Een andere voorwaarde om aanspraak te maken op de gevorderde schadevergoeding is dat [eiser c.s.] in beginsel zal moeten stellen, en zo nodig bewijzen, hetzij dat de Loxodrome met betrekking tot een verplichting die uit die verbintenis voortvloeit in verzuim is, hetzij dat nakoming blijvend onmogelijk is. 4.4. [eiser c.s.] stelt dat Loxodrome de overeenkomst van opdracht tijdens het gesprek op 8 juli 2019 heeft opgezegd. Volgens [eiser c.s.] blijkt dit uit de navolgende bewoordingen van [de directeur] van Loxodrome: “En als je dat niet vindt, ga je maar naar de rechtbank met een advocaat erbij. En als je verder wilt: in nog geen duizend jaar! Als je iets wilt hebben kom je eerst met een excuus. En als je niet bereid bent om mij een excuus te geven.” Door deze opzegging is Loxodrome volgens [eiser c.s.] van rechtswege in verzuim geraakt. [eiser c.s.] heeft de verklaring van Loxodrome tijdens het gesprek van 8 juli 2019 immers mogen beschouwen als een mededeling dat Loxodrome de overeenkomst van opdracht niet meer zou nakomen conform artikel 6:83 sub c BW. 4.5. Aangezien [eiser c.s.] een beroep doet op het rechtsgevolg van deze opzegging en op de stelling dat Loxodrome door deze mededeling van rechtswege in verzuim is geraakt draagt [eiser c.s.] hier de stelplicht en bewijslast van. Dit houdt in dat [eiser c.s.] zal dienen te stellen en zo nodig dienen te bewijzen dat Loxodrome de overeenkomst van opdracht heeft opgezegd. Ook rust op de [eiser c.s.] de stelplicht en de bewijslast dat deze opzegging rechtsgeldig was. Voorts dient [eiser c.s.] feiten te stellen (en zo nodig te bewijzen) waaruit volgt dat Loxodrome een mededeling heeft gedaan waaruit [eiser c.s.] moest afleiden dat Loxodrome zou tekortschieten in de nakoming van haar verbintenissen. 4.6. De rechtbank overweegt als volgt. [eiser c.s.] heeft, gelet op de gemotiveerde betwisting van Loxodrome, onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld dat uit de mededeling van [de directeur] op 8 juli 2019 zou blijken dat Loxodrome een mededeling heeft gedaan waaruit [eiser c.s.] zou mogen afleiden dat zij zou tekortschieten in de nakoming van haar verbintenis. De enkele stelling dat dit uit de mededeling: “En als je dat niet vindt, ga je maar naar de rechtbank met een advocaat erbij. En als je verder wilt: in nog geen duizend jaar! Als je iets wilt hebben kom je eerst met een excuus. En als je niet bereid bent om mij een excuus te geven.” blijkt is onvoldoende. Met Loxodrome is de rechter van oordeel dat hieruit geen ongeclausuleerde mededeling dat Loxodrome de overeenkomst van opdracht niet meer zou nakomen zoals bedoeld in artikel 6:83 sub c BW volgt. Uit de gebruikte bewoordingen blijkt enkel dat Loxodrome eerst excuses wenste van [eiser c.s.] alvorens verder te gaan met de uitvoering van de overeenkomst. Dit blijkt ook uit haar brief van 16 september 2019. Hierin staat: “Overigens valt het citaat sowieso niet als een opzegging te kwalificeren nu deze voorwaardelijk is gesteld: als.. “dan pak ik mijn spullen etc”. De voorwaarde die hier impliciet in zit is dat [eiser c.s.] zijn wensen moet bijstellen of zijn budget moet aanpassen. […] Loxodrome is in principe nog steeds bereid haar ontwerp aan te passen binnen de financiële mogelijkheden van [eiser c.s.] , maar Loxodrome heeft sterk het vermoeden dat dát ontwerp niet zal aansluiten bij [eiser c.s.] ideeën over zijn droomhuis. ” [eiser c.s.] heeft hiertegenover geen nadere feiten of omstandigheden gesteld waaruit zou moeten blijken dat er wel sprake is van een mededeling inhoudende dat Loxodrome haar verbintenissen uit de overeenkomst van opdracht niet meer zou nakomen. Dit is ook niet anders indien hierbij de gestelde reden voor de excuses wordt betrokken. 4.7. Voorts heeft [eiser c.s.] gesteld dat nakoming van de verbintenissen uit de overeenkomst van opdracht blijvend onmogelijk is gelet op het feit dat [de aannemer] (de aannemer) op 13 juni 2019 een begroting van de bouw van de woning heeft gestuurd naar [eiser c.s.] voor een bedrag van € 578.388,43 exclusief btw en € 699.850,00 inclusief btw. Loxodrome betwist dat uit de begroting van [de aannemer] blijkt dat nakoming blijvend onmogelijk is aangezien de prijs van het ontwerp altijd nog naar beneden kan worden bijgesteld. Voorts is slechts één aannemer benaderd voor de bouw. De prijs van de bouw kan dus lager uitvallen. 4.8. Nu [eiser c.s.] een beroep doet op het feit dat nakoming blijvend onmogelijk is draagt [eiser c.s.] ingevolge artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast hiervan. [eiser c.s.] heeft echter, gelet op de gemotiveerde betwisting van Loxodrome, geen nadere feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou moeten blijken dat nakoming blijvend onmogelijk is. Gelet hierop heeft [eiser c.s.] niet voldaan aan zijn stelplicht en is niet vast komen te staan dat nakoming blijvend onmogelijk is. Hierbij komt dat de begroting van [de aannemer] niet valt aan te merken als een mededeling van Loxodrome en dus ook niet kan worden gezien als een mededeling van de schuldenaar zelf. 4.9. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de brief van 23 augustus 2019 van de advocaat van [eiser c.s.] niet kan worden gekwalificeerd als een ingebrekestelling ex artikel 6:82 BW. In deze brief wordt namelijk geen redelijke termijn aan Loxodrome geboden voor de nakoming van de door [eiser c.s.] gestelde verbintenissen zoals geformuleerd onder 4.2, a, b of c. Loxodrome is dan ook geen termijn geboden om de door [eiser c.s.] gestelde tekortkoming alsnog na te komen. Gelet hierop staat vast dat Loxodrome niet door deze brief in verzuim is komen te verkeren. 4.10. Nu niet vast is komen te staan dat Loxodrome in verzuim is geraakt dan wel dat het onmogelijk is om de gestelde verbintenissen uit de overeenkomst van opdracht alsnog na te komen is er niet voldaan aan de voorwaarden om aanspraak te maken op schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW. De vorderingen van [eiser c.s.] op grond van artikel 6:74 BW zullen gelet hierop worden afgewezen. 4.11. Subsidiair stelt [eiser c.s.] dat hij een deel van de door hem betaalde kosten onverschuldigd heeft betaald aan Loxodrome. Allereerst stelt [eiser c.s.] dat hij de factuur d.d.1 februari 2019 van € 4.343,90 met betrekking tot meerwerk onverschuldigd heeft betaald. Deze meerprijs heeft Loxodrome ten onrechte gebaseerd op de artikelen 9 en 20 van DNR. Volgens [eiser c.s.] is dit meerwerk tot stand gekomen onder dreiging van opschorting van werkzaamheden door Loxodrome. Verder stelt [eiser c.s.] dat Loxodrome een aantal werkzaamheden niet heeft uitgevoerd waarvoor [eiser c.s.] wel heeft betaald. Dat geldt voor het opstellen van een voorlopige EPN-berekening en het vervaardigen van de definitieve EPN-berekening én voor het verzorgen van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Deze EPN-berekeningen zijn uiteindelijk niet door Loxodrome uitgevoerd maar door [deskundige 2] . [deskundige 2] heeft dit werk bij [eiser c.s.] in rekening gebracht en [eiser c.s.] heeft dit aan [deskundige 2] betaald. Echter, heeft ook Loxodrome een bedrag van € 1.850,00 voor deze EPN-berekeningen in rekening gebracht bij [eiser c.s.] , welke berekeningen Loxodrome dus niet heeft uitgevoerd. Voorts is vast komen te staan dat Loxodrome namens [eiser c.s.] helemaal geen omgevingsvergunning heeft aangevraagd, terwijl Loxodrome deze wel gefactureerd heeft aan [eiser c.s.] 4.12. Loxdrome stelt dat [eiser c.s.] opdracht heeft gegeven voor het meerwerk en dat Loxodrome deze opdracht heeft aanvaard. Volgens Loxodrome is er dus sprake van overeengekomen meerwerk. Ten aanzien van de EPN-berekeningen stelt Loxodrome dat [eiser c.s.] twee zaken met elkaar verward namelijk de Energie Prestatie Norm (EPN) en de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). De EPN-berekening heeft Loxodrome door [deskundige 2] laten maken en de kosten hiervoor heeft Loxodrome voor zichzelf gehouden. Deze EPN-berekening maakt ook deel uit van de overeenkomst van opdracht namelijk: fase 2 en 3a. De EPC berekening valt buiten de overeenkomst van opdracht en de kosten hiervoor blijven voor rekening van [eiser c.s.] 4.13. Nu [eiser c.s.] stelt dat er sprake is van onverschuldigde betaling draagt hij ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast hiervan. Voorwaarden voor een geslaagd beroep op onverschuldigde betaling zijn dat er een goed moet zijn gegeven zonder dat daarvoor een rechtsgrond is. 4.14. Ten aanzien van het meerwerk overweegt de rechtbank het volgende. [eiser c.s.] stelt dat het meerwerk overeengekomen is onder dreiging van opschorting van werkzaamheden door Loxodrome. De rechtbank is van oordeel dat deze enkele stelling, zonder nadere onderbouwing van feiten en omstandigheden, onvoldoende is om aan te nemen dat het overeengekomen meerwerk gebrekkig tot stand gekomen is en dat hiervoor geen rechtsgrond aanwezig is. Een beroep op misbruik van omstandigheden, bedrog, dwaling of een ander wilsgebrek -daargelaten of aan de juridische eisen daarvan zou zijn voldaan- is niet danwel niet onderbouwd gesteld of gebleken. Gelet hierop staat derhalve nog steeds vast dat het meerwerk door partijen is overeengekomen. Nu niet gebleken is van het ontbreken van enige rechtsgrond kan een beroep op onverschuldigde betaling op dit punt niet slagen. De vordering met betrekking tot het meerwerk zal dan ook worden afgewezen. 4.15. Ten aanzien van de EPN-berekening overweegt de rechtbank dat uit de offerte van [deskundige 2] blijkt dat deze niet ziet op een EPN-berekening maar op een EPC-berekening. Dit betreffen dus twee verschillende berekeningsmethodes. Uit de overeenkomst van opdracht blijkt dat Loxodrome het uitvoeren van een EPN-berekening zou uitvoeren. Nu [eiser c.s.] akkoord is gegaan met deze overeenkomst van opdracht houdt dit in dat er wel degelijke sprake is van een rechtsgrond voor een EPN-berekening en de facturering hiervan. De EPC-berekening door [deskundige 2] ziet echter op een andere berekeningsmethode en op een andere overeenkomst namelijk een overeenkomst die [eiser c.s.] met [deskundige 2] heeft gesloten. Nu niet gebleken is van het ontbreken van enige rechtsgrond met betrekking tot de EPN-berekening kan een beroep op onverschuldigde betaling niet slagen. Ook deze vordering zal worden afgewezen. 4.16. Vaststaat dat [eiser c.s.] de fase met betrekking tot de omgevingsvergunning heeft betaald. Voorts is niet betwist dat het aanvragen van deze omgevingsvergunning meer omvat dan het enkel indienen van formulieren. Er dienen namelijk ook formulieren te worden opgesteld. De werkzaamheden met betrekking tot het opstellen van deze formulieren heeft Loxodrome wel al uitgevoerd. Loxodrome heeft gemotiveerd gesteld dat zij de aanvraag voor de omgevingsvergunning enkel nog dient in te dienen. Het feit dat er prematuur is betaald voor het indienen van de omgevingsvergunning verschaft, nu er gelet op de overeenkomst van opdracht sprake was van een rechtsgrond, geen grond voor een terugvordering op basis van onverschuldigde betaling. 4.22. Nu de vorderingen van [eiser c.s.] zijn afgewezen zal [eiser c.s.] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Loxodrome worden begroot op: - griffierecht € 2.042,00 - salaris advocaat 1.442,00 (2 × tarief € 721,00) Totaal € 3.482,00. 5De beslissing De rechtbank 5.1. wijst de vorderingen af, 5.2. veroordeelt [eiser c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van Loxodrome tot op heden begroot op € 3.482,00, 5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Krens en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2022. type: JJ coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.