vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/287428 / HA ZA 21-35 Vonnis van 9 maart 2022 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. P.M.H. Cruts te Simpelveld, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE GULPEN-WITTEM, zetelend te Gulpen, gedaagde, advocaat mr. N.M.N.L. Janssen te Maastricht-Airport. Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 7 producties; de akte houdende vermeerdering van eis en de producties 8 en 9; de conclusie van antwoord met 14 producties; het tussenvonnis van 21 april 2021 houdende een bevel tot plaatsopneming en mondelinge behandeling; - de akte met de producties 15 tot en met 17 van de gemeente; - de akte houdende de juiste productie 7 van de gemeente; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 januari 2022 met de daaraan gehechte producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] heeft sinds een aantal jaren een perceel grond in gebruik van zijn oma, [naam] . [eiser] gebruikt dit perceel als weiland voor zijn paarden. Voordat [eiser] het perceel in gebruik nam, werd dit niet gebruikt. 2.2. De gemeente is eigenaar van het perceel grond naast voornoemd weiland. Op het perceel van de gemeente staat op circa 2,5 meter achter het weiland, een grote esdoorn, die onderdeel uitmaakt van de daargelegen houtopstand. 2.3. Op 15 oktober 2020 constateert [eiser] dat een veulen van hem ziek is. Op 16 oktober 2020 wordt het veulen geopereerd in de Paardenkliniek Equitom. Blijkens de ter zitting door [eiser] overgelegde verklaring van de dierenkliniek “wijzen alle klinische symptomen en onderzochte parameters in de richting van een esdoorn vergiftiging, ook al kan dit enkel met zekerheid worden bevestigd door middel van een zeer specifiek bloed- of urineonderzoek (meten van hypoglicine a)”. 2.4. [eiser] stelt de gemeente bij brief van 29 oktober 2020 aansprakelijk vanwege onrechtmatige hinder en vordert de schade voor de behandelingskosten van het veulen van vooralsnog € 6.780,26. 2.5. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de gemeente wijst bij e-mail van 10 november 2020 aansprakelijkheid vooralsnog af omdat zij het, gelet op de groeifase van esdoorn op dat moment, zeer onwaarschijnlijk acht dat het veulen blad heeft gegeten van deze esdoorn. 2.6. Vervolgens stelt mr. Cruts de gemeente bij e-mail van 19 november 2020 namens [eiser] aansprakelijk. Hij vordert schadevergoeding en verwijdering van de esdoorns. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert, zoals vermeerderd bij eis: - de gemeente te veroordelen aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen 14 dagen na de betekening van het vonnis te betalen een schadevergoeding van € 48.916,78 althans een bedrag als door de rechtbank in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke handelsrente, vanaf de dag der aansprakelijkheidstelling en anders vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; - de gemeente te veroordelen om binnen 30 dagen na betekening van het vonnis de bomen te (doen laten) verwijderen op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, althans een bedrag als door de rechtbank in goede justitie te bepalen, voor zolang de verwijdering achterwege blijft; - de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. [eiser] stelt dat de gemeente onrechtmatige hinder toebrengt aan het erf dat door hem als weiland wordt gebruikt. Hij stelt dat hij langdurige en ernstige overlast ondervindt van drie esdoornbomen die zich op het perceel van de gemeente bevinden. Gedurende negen maanden per jaar vormen (de giftige vruchten van) deze bomen een bedreiging voor de grazende paarden in de door hem gebruikte weide. Hij wil daarom dat deze verwijderd worden. Daarbij is een veulen van hem door het eten van deze vrucht ziek geworden en daardoor blijvend behept met gebreken. Hij vordert de schade die hij daardoor heeft geleden, die bestaat uit de behandelingskosten van het veulen en hij vordert kosten voor voer- en stallingskosten voor zijn andere paarden. 3.3. De gemeente voert verweer. Allereerst beroept zij zich op niet-ontvankelijkheid van [eiser] omdat niet duidelijk is in welke hoedanigheid hij deze vordering instelt nu hij niet de eigenaar is van de grond. Daarnaast betwist zij dat sprake is van onrechtmatige hinder - volgens haar kan [eiser] de weide gewoon gebruiken - betwist zij dat zijn veulen is vergiftigd door esdoornzaken of -bladeren en doet zij een beroep op verjaring nu de esdoorn ter plaatse al ten minste 70 jaar aanwezig is. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling de ontvankelijkheid 4.1. Artikel 5:37 BW luidt als volgt: De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. Artikel 5:37 is van overeenkomstige toepassing op gebruikers/niet-eigenaars (huurders, erfpachters), zowel waar het gaat om het toebrengen van hinder, als waar het gaat om het ondervinden van hinder (TM, Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 4; HR 24 januari 1992, NJ 1992/280-1. 4.2. Hoewel niet eenduidig is hoe het gebruik van het perceel door [eiser] rechtens moet worden gekwalificeerd – er zou sprake zijn van bruikleen of van mondelinge pacht – heeft [eiser] met de daartoe in het geding gebrachte stukken (aangehecht aan het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 januari 2022) in elk geval aangetoond dat hij gerechtigd is deze grond, eigendom van zijn oma, [naam] , te gebruiken, zodat hij kan worden ontvangen in zijn vordering. onrechtmatige hinder 4.3. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of de gemeente onrechtmatige hinder toebrengt aan [eiser] doordat zij er niet voor zorgt dat het blad en de vruchten van de in haar eigendom toehorende esdoorn(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.