← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:3372

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 9535751 \ CV EXPL 21-5597 Vonnis van de kantonrechter van 4 mei 2022 (bij vervroeging) in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser], gevestigd te [vestigingsplaats eiser] , eisende partij, gemachtigde YARDS Deurwaardersdiensten BV, tegen: [gedaagde] , wonend [straatnaam gedaagde] , [postcode gedaagde] [woonplaats gedaagde] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Gedaagde partij heeft een tandheelkundige behandeling ondergaan bij [tandarts 1] . Bij factuur van 23 april 2021 is een bedrag van € 108,53 in rekening gebracht. [tandarts 1] heeft haar vordering overgedragen aan eisende partij. 2.
  4. Bij e-mail van 11 november 2021 schrijft eisende partij dat zij de dagvaarding intrekt als gedaagde partij een bedrag van € 40,00 betaald voor 17 november 2021 en dat er dan geen griffiekosten verschuldigd zijn. 3Het geschil 3.
  5. Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 149,49 (€ 108,53 aan hoofdsom, € 0,96 aan rente tot 11 oktober 2021 en € 40,00 aan incassokosten), vermeerderd met rente en kosten. 3.
  6. Gedaagde partij voert verweer. 3.
  7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  8. Eisende partij vordert betaling van € 149,49 zoals hiervoor weergegeven. Nadat gedaagde partij bij antwoord stelt dat er een betalingsregeling is getroffen, betwist zij de vordering bij dupliek. Gedaagde partij stelt dat het gaat om een second opinion en dat [tandarts 2] te [vestigingsplaats tandarts 2] de opdrachtgever is. Ook is er niet gerapporteerd aan [tandarts 2] . 4.
  9. De kantonrechter verwerpt het verweer van gedaagde partij. Dit is niet onderbouwd en er zijn geen bewijsstukken overgelegd die het verweer zouden kunnen aantonen. Bovendien staat dit verweer haaks op het bij conclusie van antwoord ingenomen stelling dat er een betalingsregeling zou zijn getroffen. Gedaagde partij verklaart tegenstrijdig. 4.
  10. Omdat het verweer van gedaagde partij is verworpen, kan de vordering van eisende partij worden toegewezen. 4.
  11. De kantonrechter ziet geen aanleiding gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering. 4.
  12. Gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 102,08 griffierecht 126,00 salaris gemachtigde 74,00 (2 x tarief € 37,00) totaal € 302,08 4.
  13. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  14. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 149,49, vermeerderd met de wettelijke rente over € 108,53 vanaf 11 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling, 5.
  15. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 302,08, 5.
  16. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  17. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: PLG coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.