← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:4179

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/303889 / KG ZA 22-119 Vonnis in kort geding van 30 mei 2022 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser, advocaat mr. M.L.M. Schrouff, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna eiser en gedaagde genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 14 de mondelinge behandeling ter zitting van 16 mei 2022 het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. De voorzieningenrechter zal het bij petitum sub I gevorderde toewijzen met dien verstande dat zij aanleiding ziet om te bepalen dat gedaagde binnen één week na betekening van dit vonnis dient mee te werken. 2.
  4. De voorzieningenrechter zal de bij petitum sub II gevorderde “vervangende toestemming” als ongegrond afwijzen. Voor zover eiser heeft beoogd dit te gronden op art. 3:300 BW, dan berust dit kennelijk op een onjuiste lezing van dat artikel, nu daarin geen melding wordt gemaakt van de mogelijkheid om “vervangende toestemming” te verlenen. 2.
  5. Ter zitting is zijdens eiser desgevraagd verklaard dat gedaagde nergens op reageert en dat zij geen contact meer wil met eiser. Eiser verklaarde dat hij zijn kinderen daardoor al lange tijd niet had gezien. Eiser verklaarde voorts een oom te hebben gesproken, die nog wel contact heeft met gedaagde. Gedaagde heeft aan die oom aangegeven dat ze eisers brief en stukken wel had ontvangen, maar dat ze er niets mee zou doen. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de bij petitum sub II gevorderde “in de plaats treding” ex art. 3:300 lid 2 BW toewijzen, reden waarom er geen noodzaak bestaat de bij petitum onder I gevorderde dwangsom toe te wijzen. 2.
  6. Voor het overige komt het gevorderde de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als hierna is vermeld. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  7. veroordeelt gedaagde om binnen één week na betekening van dit vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop, conform de afspraken opgenomen in de koopovereenkomst d.d. maart 2022, de overeenkomst voor vervroegde levering d.d. 21 maart 2022 én het aanhangsel behorende bij de koopakte d.d. 21 maart 2022 gesloten tussen eiser en [naam makelaar] alsmede haar volledige medewerking te verlenen aan de notariële overdracht van de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats 1] , 3.
  8. bepaalt dat - voor zover nodig - dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot voornoemde woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van gedaagde tot die levering en de vereiste handtekening van gedaagde, 3.
  9. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  10. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 30 mei
  11. type: JC

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.