← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:4892

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 9535416 \ CV EXPL 21-5581 Vonnis van de kantonrechter van 6 juli 2022 in de zaak van: de naamloze vennootschap MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V., gevestigd te Wageningen, eisende partij, gemachtigde GGN Mastering Credit B.V., tegen: [eiser] , wonend [straatnaam] , [postcode] Sittard, gemeente Sittard-Geleen, gedaagde partij, gemachtigde A&F Incasso & Partners B.V.. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek de brief van de griffier aan de gemachtigde van eiseres d.d. 21 april 2022 de akte van eiseres de antwoordakte van gedaagde. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Gedaagde is met eiseres een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Uit hoofde van die overeenkomst is gedaagde maandelijks bij vooruitbetaling verzekeringspremie aan eiseres verschuldigd. 3Het geschil 3.
  4. Eiseres vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde tot betaling van € 549,92, vermeerderd met rente en kosten. 3.
  5. Gedaagde voert verweer. 3.
  6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  7. Eiseres vordert betaling van ziektekostenpremie over de maanden oktober 2018, december 2018 en januari tot en met maart
  8. De hoofdsom bedraagt € 606,92, en daarnaast vordert eiseres € 91,04 aan buitengerechtelijke incassokosten, btw over de incassokosten ad € 19,12 en ten slotte rente tot aan de dagvaarding ten bedrage van € 31,
  9. Gedaagde heeft een bedrag van € 198,94 in mindering aan de incassogemachtigde betaald. 4.
  10. Gedaagde betwist dat zij nog een openstaande schuld heeft bij eiseres. Dit volgt uit het feit dat eiseres regelmatig thuishulp aan gedaagde vergoedt. Mocht gedaagde nog een schuld bij eiseres hebben, dan zou eiseres die schuld toch verrekend hebben. En anders had eiseres de schuld dienen te vorderen in een reeds eerder door haar gevoerde gerechtelijke procedure. 4.
  11. Eiseres heeft vervolgens aangevoerd dat zij geen plicht heeft om eventuele vergoedingen te verrekenen met openstaande bedragen. Sinds 2021 betaalt eiseres declaraties met betrekking tot thuiszorg rechtstreeks uit aan gedaagde. Desondanks is er sprake van niet betaalde verzekeringspremies. 4.
  12. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde niet heeft weersproken dat zij maandelijks premie aan eiseres moet betalen. Zij heeft niet aangetoond dat zij de in deze procedure door eiseres gevorderde premies heeft betaald. Eiseres heeft toegelicht dat zij geen verrekening heeft toegepast en dit is door gedaagde ook niet aannemelijk gemaakt. De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde toe te laten tot nadere bewijslevering. 4.
  13. Eiseres heeft haar vordering naar het oordeel van de kantonrechter op goede gronden ter incasso uit handen gegeven. Een en ander betekent dat het gevorderde bedrag van € 549,92 zal worden toegewezen. 4.
  14. De kantonrechter begrijpt uit de nadere akte van eiseres dat er nog twee andere gerechtelijke procedures tegen gedaagde zijn gevoerd. De eerste procedure had betrekking op de verschuldigde verzekeringspremie over de maanden november 2017, februari 2018, mei 2018 en augustus
  15. Er is gedagvaard op 8 januari
  16. Volgens eiseres was het toen niet mogelijk om de onderhavige vordering al mee te nemen omdat die toen nog niet opeisbaar was. De tweede gerechtelijke procedure zag op verschuldigd eigen risico over 2018 en er is gedagvaard op 30 oktober
  17. Eiseres stelt dat de onderhavige procedure niet is meegenomen omdat dit problemen zou geven bij de executie: voor eigen risico is het niet mogelijk om beslag te leggen op de zorgtoeslag en voor verzekeringspremies wel. 4.
  18. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiseres onvoldoende onderbouwd waarom zij drie kort na elkaar ontstane vorderingen niet in één procedure voor de kantonrechter had kunnen brengen. Zoals gedaagde in haar antwoordakte terecht stelt, had eiseres in het eerste dossier iets later kunnen dagvaarden zodat toen ook al de onderhavige vordering meegenomen had kunnen worden. Verder is de kantonrechter van oordeel dat eventuele problemen bij de executie niet van tevoren al op gedaagde kunnen worden afgewenteld. Ook de vordering met betrekking tot het eigen risico over 2018 had bij de andere dossiers gevoegd kunnen worden. Door ervoor te kiezen om de drie vorderingen in afzonderlijke procedures aanhangig te maken, heeft eiseres nodeloze kosten gemaakt. Het is belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan, nu in zaken van betrekkelijke omvang de proceskosten in verhouding tot de hoogte van de vorderingen erg hoog zijn. 4.
  19. In die omstandigheid ziet de kantonrechter dan ook aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. 4.
  20. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  21. veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 549,92, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling, 5.
  22. compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.
  23. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  24. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken. type: em coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.