beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/306691 / HA RK 22-176 Beslissing van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker 1] , wonende te [woonplaats] en [verzoeker 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: verzoekers, dat strekt tot wraking van mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R.M.M. Kleijkers en mr. M.A. Teeuwissen, rechters in de rechtbank Limburg, verder te noemen de rechters. 1De procedure Op 18 mei 2022 is ter griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoekers [verzoeker 1] / [verzoeker 2] inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 8977835 CV EXPL 21-293 tussen LEASEPLAN NEDERLAND N.V. als eisende partij en verzoekers [verzoeker 1] / [verzoeker 2] als gedaagde partij. Verzoekers hebben de griffie op 22 juni 2022 per e-mail schriftelijk bericht dat zij van 24 juni tot en met 8 juli 2022 verhinderd zijn met de vraag of er in overleg een nieuwe datum bepaald kan worden. De wrakingskamer heeft bepaald dat de datum van de zitting op 30 juni 2022 gehandhaafd blijft. Verzoekers hebben de griffie op 24 juni 2022 per e-mail schriftelijk bericht dat zij, nu de wrakingskamer voorbijgaat aan hun verlofopgave de rechters van de wrakingskamer wraken. 2De beoordeling Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter ten opzichte van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het subjectieve standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn. Ingevolge artikel 4 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan de wrakingskamer een verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren. De wrakingskamer overweegt dat uit het enkele feit dat de voorzitter van de wrakingskamer niet genegen is geweest rekening te houden met de verhinderdata van de indiener van het wrakingsverzoek, onmogelijk de vooringenomenheid van die rechter ten aanzien van de inhoud van de te behandelen zaak kan worden afgeleid, noch de schijn daarvan. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Op grond van het bepaalde in artikel 4 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg wordt, in geval van een kennelijke ongegrondheid, het verzoek niet op een zitting van de wrakingskamer behandeld. Er vindt daarom geen zitting over dit verzoek plaats. Een en ander neemt niet weg dat het in de rede ligt wel rekening te houden met de verhinderdata van de indiener, nu ook rekening is gehouden met de vakantieperiode van de rechter tegen wie het initiële wrakingsverzoek is ingediend. Er dient daarom een nieuwe datum voor de behandeling van dat verzoek bepaald te worden, gelegen ná 8 juli 2022. 3De beslissing De wrakingskamer: - verklaart het verzoek tot wraking ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr. V.P. van Deventer, mr. T.M. Schelfhout en mr. A.K. Kleine en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2022. type: coll:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.