← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:6621

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 9723500 \ CV EXPL 22-997 Vonnis van de kantonrechter van 31 augustus 2022 (bij vervroeging) in de zaak van: de naamloze vennootschap CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Tilburg, eisende partij, gemachtigde GGN Mastering Credit B.V., tegen: S.H.M. BONGERS, h.o.d.n. Rura Bewind, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [onderbewindgestelde], kantoorhoudend aan de Westhoven 7, 6042 NV Roermond, gedaagde partij, niet verschenen, niet geantwoord. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek de rolbeslissing van 20 juli 2022 het exploot van oproeping van gedaagde partij tegen de rolzitting van 17 augustus
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. [onderbewindgestelde] is tegen ziektekosten verzekerd bij eisende partij. 2.
  5. Aan eigen risico en/of eigen bijdrage is een bedrag van € 385,00 en een bedrag van € 463,56 in rekening gebracht. Er is niet betaald. 3Het geschil 3.
  6. Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van [onderbewindgestelde] tot betaling van € 981,56 ( 848,56 aan hoofdsom, € 127,28 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 5,84 aan rente), vermeerderd met rente en kosten. 3.
  7. [onderbewindgestelde] voert verweer. 3.
  8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  9. [onderbewindgestelde] is gedagvaard voor de terechtzitting van 9 februari
  10. In zijn conclusie van dupliek heeft [onderbewindgestelde] aangegeven dat een bewind is ingesteld over zijn (toekomstige) goederen. Bij rolbeslissing van 20 juli 2022 is bepaald dat eisende partij de bewindvoerder (hierna te noemen gedaagde partij) dient op te roepen om op de rolzitting van 17 augustus 2022 in het geding te verschijnen teneinde dit verder ten behoeve van [onderbewindgestelde] te voeren. 4.
  11. Gedaagde partij is bij exploot van 27 juli 2022 opgeroepen voor de terechtzitting van 17 augustus
  12. Gedaagde partij is niet verschenen. Dat neemt niet weg dat zij door de oproeping bij exploot wel de plaats van [onderbewindgestelde] inneemt als formele procespartij. Aan de beoordeling van het door [onderbewindgestelde] gevoerde verweer wordt echter niet toegekomen. [onderbewindgestelde] is door het bewind processueel onbekwaam geworden waardoor zijn proceshandelingen nietig zijn. Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten jegens gedaagde partij in acht zijn genomen, wordt tegen haar verstek verleend. De vordering van eisende partij, die niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt toegewezen behoudens het navolgende. 4.
  13. Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum gedaagde partij in verzuim is. Nu eisende partij echter heeft nagelaten te stellen vanaf welke datum gedaagde partij in verzuim is, kunnen de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen. 4.
  14. Verder geldt dat, nu eisende partij niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke data gedaagde partij met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, de wettelijke rente (over de resterende hoofdsom) wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden. 4.
  15. Gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 127,43 griffierecht 322,00 salaris gemachtigde 248,00 (2 x tarief € 124,00) totaal € 697,43 4.
  16. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  17. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 848,45, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2022 tot de dag van volledige betaling, 5.
  18. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 697,43, 5.
  19. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  20. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken. type: PLG coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.