RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 9504542 CV EXPL 21-4951 Vonnis van de kantonrechter van 24 augustus 2022 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RIJO B.V. gevestigd te [vestigingsplaats 2] 2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] gevestigd in [vestigingsplaats 1] 3. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] , handelend onder de naam [handelsnaam] wonende in [woonplaats 1] eisende partij in conventie en verwerende partij in reconventie gemachtigde mr. B. Keybeck, tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wonend in [woonplaats 2] gedaagde partij in conventie en eisende partij in reconventie gemachtigde mr. D. Dronkers. Partijen worden hierna Rijo, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] , [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] (gezamenlijk ook: [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] ) en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het exploot van dagvaarding d.d. 12 oktober 2021 de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie de rolbeslissing waarbij een mondelinge behandeling is gelast de conclusie van antwoord in reconventie de op 15 maart 2022 en op 24 maart 2022 ter griffie ontvangen nagekomen producties van de zijde van [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] de op 21 maart 2022 ter griffie ontvangen nagekomen producties van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het proces-verbaal van de mondelinge behandeling d.d. 24 maart 2022 waarbij de zaak is verwezen naar de rol van woensdag 4 mei 2022 voor akte uitlating voortgang van de procedure aan de zijde van beide partijen (en waarin [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] consequent per abuis als [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] was aangemerkt) de aktes van de zijde van beide partijen van 31 mei 2022 waarin zij te kennen geven dat zij geen regeling hebben getroffen en dat de procedure daarom kan worden voortgezet. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft van 2013 tot en met 2015 in dienst gewerkt van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] , gelegen aan de [adres] in [vestigingsplaats 2] (verder te noemen: de kapsalon) welke firma in rechte werd vertegenwoordigd door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] . 2.2. Per 1 januari 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de kapsalon overgenomen. In het daartoe strekkende overnamecontract (productie 2 bij exploot), waarin [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] met KvK nummer 56059108 en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] b.v. met KvK nummer 14019091 samen als verhuurder worden aangemerkt en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als huurder, is onder meer en voor zover hier relevant het navolgende opgenomen: “(…) verklaren te zijn overeengekomen als volgt: De kapsalon gevestigd aan de [adres] te [vestigingsplaats 2] wordt middels deze overeenkomst door verhuurder overgedragen aan huurder onder bijzondere voorwaarden van huur van het pand en franchise alsmede huur van inventaris / bouwkundige voorzieningen. Artikel 1 Huur en Verhuur Verhuurder verklaart per 1januari 2016 te verhuren aan huurder, gelijk huurder verklaart te aanvaarden voor exploitatie: - de gehele inventaris en bouwkundige voorzieningen van het door verhuurder voor eigen rekening gedreven bedrijf gevestigd: [adres] te [vestigingsplaats 2] , genaamd: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] , zoals nader omschreven op de aan dit contract als bijlage aangehechte, door partijen geparafeerde staat, op de in deze overeenkomst vastgelegde voorwaarden. Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat in de franchiseovereenkomst die onlosmakelijk is verbonden aan deze overeenkomst, is vastgelegd dat niets mag worden gewijzigd aan de inventaris en inrichting omdat die onderdeel is van het imago en de uitstraling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] . (…) Artikel 3 Betaling huur en koopsom 3.1 De huur zoals omschreven in artikel 1 vermeerderd met de koopsom zijnde € 100.000,- als genoemd in artikel 2, zijnde de waarde aan geïnventariseerde voorraad, zal door koper / huurder aan verkoper/verhuurder worden voldaan door betaling in 60 maandelijkse termijnen van € 1.666,66, voor het eerst op 1 januari 2016 en vervolgens maandelijks als vooruitbetaling per de eerste van de maand. 3.2 Huurder heeft recht op een vergoeding als ondernemer van minimaal € 1.500 per maand met een vaste arbeidsinspanning van 40 uur per week; continuïteit van het bedrijf is voorwaarde. Het garantiebedrag betreft een nettobedrag van de winst uit onderneming, minus Inkomstenbelasting en premies rekening houdend met heffingskortingen en aftrekposten als ondernemer. Bij het ontstaan van verlies, heeft koper het recht om het maandelijkse garantiebedrag te verrekenen met de verschuldigde maandtermijn van € 1.666,66. Echter zal dan de aflossingstermijn langer worden. 3.3. Na het verstrijken van de termijn van 60 maanden en de betaling van alle huurtermijnen, worden alle aanwezige inventaris en bouwkundige voorzieningen in eigendom overgedragen tegen betaling van 1 euro. (…) Artikel 4 Voorwaarden financiering 4.1 Huurder is met verhuurder een rentevergoeding overeengekomen van 8% op jaarbasis, te voldoen jaarlijks achteraf op 1 januari over de huurtermijnen. Op 1 januari 2017 € 7.266,67 / 2018: € 5.666,68 / 2019 € 4.066,68 / 2020: €2.466,69 / 2021 € 866,70. (…) Artikel 9 Huurovereenkomst 9.1 Huurder en verhuurder zijn met de eigenaar van het pand, Rijo b.v. te [vestigingsplaats 2] , overeengekomen dat voor een periode van 5 jaar, met als ingangsdatum 1 januari 2016, een huurovereenkomst wordt afgesloten voor de kapsalon met de oppervlakte die nu bekend is en in de staat die nu bekend is. 9.2 De huurprijs is € 1.100 per maand en wordt verhoogd met de wettelijke BTW en jaarlijks geïndexeerd. De huurprijs is maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigd. 9.3 Alle kosten van energie, schoonhouden, afval, onroerend goed belasting en huurders-onderhoud, komen voor rekening van huurder. 2.3. Tevens heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met “ [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] , [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] , ingeschreven in de Kamer van Koophandel onder nummer 56059108” een franchiseovereenkomst gesloten, ingaande 1 januari 2016 (productie 3 bij exploot), die, voor zover hier van belang, luidt: “Art. 3. 1. De franchisenemer verbindt zich, gedurende de eerste franchiseperiode van vijf jaar, uiterlijk op de vijfde dag van elke volgende maand een bedrag van €600,- als periodieke vergoeding (…) aan de franchisegever te voldoen, middels een incassomachtiging, te tekenen gelijktijdig net dit contract. 2. Indien de franchisenemer zich verbindt aan een tweede franchiseperiode van vijf jaar, zal de franchisenemer een bedrag overeenkomend met 8% van de omzet, met een minimum van €500,-, als vergoeding verstrekken (…). (…) Art. 7. 1. De franchisenemer is verplicht dagelijks het normblad de gerealiseerde omzet en pintransacties aan de franchisegever te verstrekken en telkens uiterlijk op de vijfde dag van de volgende maand aan de franchisegever een gespecificeerd overzicht te verstrekken van zijn omzet over de afgelopen maand. 2. De franchisegever is bevoegd de juistheid van de opgave van de omzet te doen controleren door een register-accountant (of een accountants-administratieconsulent). Door de door gogo aangezen accountant 3. Ongeregistreerde betalingen zullen leiden tot een directe beëindiging van deze franchiseovereenkomst. (…)” 2.4. Bij het sluiten van bovengenoemde overeenkomsten hebben partijen afgesproken dat de gehele boekhouding van de kapsalon in handen zou blijven van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] , en aan die afspraak is ook uitvoering gegeven. De bankrekening van waaruit de financiën van de kapsalon werden geregeld is op naam van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] blijven staan en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had daar geen toegang toe. 2.5. Begin januari 2021 heeft een feestelijke bijeenkomst plaatsgevonden in een andere onderneming van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] waarbij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aanwezig was en waarbij partijen elkaar over en weer hebben bedankt voor de prettige samenwerking. 2.6. Bij brief van 15 april 2021 heeft mr. Keybeck namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] B.V. aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te kennen gegeven dat zijn cliënten voornemens zijn het pand aan de [adres] te [vestigingsplaats 2] te verkopen en dat hij bij het nalopen van de bestaande contracten heeft vastgesteld dat zijn cliënten nog recht hebben op de afgesproken maandelijkse vergoeding op basis van artikel 3 van de franchiseovereenkomst en op de in artikel 4 lid 1 van de overnameovereenkomst afgesproken rentevergoeding van 8% op jaarbasis van totaal € 20.333,42. 3De vorderingen in conventie 3.1. [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] vordert de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van: - € 3.826,63 € 3.826,63 huurachterstand met betrekking tot de maanden mei t/m half juli 2021 - € 1.817,00 € 1.817,00 achterstand ter zake de vergoeding voor geleverde diensten op basis van de franchiseovereenkomst € 20.333,42 onbetaald gelaten overeengekomen rentevergoeding op grond van art. 4 lid 1 van de overnameovereenkomst pro memorie vergoeding voor geleverde diensten na verlenging van de franchiseovereenkomst. 3.2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan. in reconventie 3.3. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert samengevat: een verklaring voor recht inhoudend dat [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] onrechtmatig heeft gehandeld door het onttrekken van geld van de bankrekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ; [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van primair € 51.596,13 “+ pro memorie”, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2021 en subsidiair een bedrag, nader op te maken bij staat; een verklaring voor recht inhoudend dat de franchiseovereenkomst en de overnameovereenkomst nietig zijn, subsidiair dat die overeenkomsten zijn beëindigd op 13 oktober 2016 vanwege onregelmatige onttrekking ‘althans met wederzijds goedvinden op 1 januari 2021 althans op 16 juli 2021 wegens de verkoop van de bedrijfswoning’ en meer subsidiair ontbinding van die overeenkomsten; [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] hoofdelijk te veroordelen alle gelegde conservatoire beslagen ten laste van de onderneming van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op te heffen binnen twee dagen na dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de schade die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft geleden door het onrechtmatig gelegde conservatoir beslag, waarvan de schade nader is op te maken bij staat; te verklaren voor recht dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bevoegd is tot geheel of gedeeltelijke opschorting en/of verrekening ‘in verband met’ de door [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] ingestelde vorderingen; de hoofdelijke veroordeling van [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] tot betaling van de proceskosten met rente en de nakosten. 3.4. [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1. Niet-ontvankelijkheid [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] /eisers afzonderlijk / nietigheid van de overeenkomsten 4.1.1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich in zijn conclusie van antwoord op het standpunt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] een spookpartij is, omdat die per 1 januari 2015 is uitgeschreven uit het Handelsregister, wat betekent dat zij in haar vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Verder voert hij in zijn conclusie van antwoord het volgende aan. De in de overeenkomsten en brief van 15 april 2021 aangehaalde [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] B.V. is ook een niet bestaand bedrijf. Vanwege deze onduidelijkheden en het feit dat [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] heeft nagelaten de brief van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 13 juli 2021 in het geding te brengen en hierop te reageren moeten volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] eisers gezamenlijk, dan wel ieder afzonderlijk, niet-ontvankelijk worden verklaard, wegens het opvoeren van non-existente partijen, het niet duidelijk maken op welke basis van welke rechtsverhouding de vordering wordt ingesteld en het niet voldoen aan de substantiëringsplicht. 4.1.2. [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] heeft op de mondelinge behandeling hiertegen naar voren gebracht dat uit de uittreksels van de kamer van koophandel blijkt dat de v.o.f. is voorgezet door de eenmanszaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] , dat er mede namens haar is gedagvaard, dat zij de overeenkomsten heeft voortgezet en dus de partij is waar het om gaat, en dat partijen ook jarenlang uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomsten. 4.1.3. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft er op de mondelinge behandeling bij gepersisteerd dat de wirwar van partijen formele consequenties dient te hebben en dat niet gewoon beslist moet worden dat twee partijen niet meer meedoen. 4.1.4. De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de overeenkomsten blijkt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (mede) heeft gecontracteerd met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] als vennoot van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] . Immers staat op de overnameovereenkomst bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] het KvK-nummer 56059108 vermeld, wat het nummer is van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] , en op de franchiseovereenkomst staat ook “ , ingeschreven in de Kamer van Koophandel onder nummer 56059108”. Op het uittreksel is te lezen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] op 1 januari 2015 is ontbonden en dus al niet meer bestond toen de overeenkomsten werden gesloten. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] bestond en bestaat niet en kan dus geen partij zijn in deze procedure. Voor zover de vorderingen dus namens haar zijn ingesteld kunnen die niet worden toegewezen. 4.1.5. Echter blijkt uit het handelsregister ook dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] haar eenmanszaak [handelsnaam] per 1 januari 2015 heeft ingeschreven in het handelsregister. Verder heeft zij uitvoering gegeven aan de overeenkomsten, door bijvoorbeeld het beheer te voeren over de bankrekening van de eenmanszaak van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en bepaalde bedragen uit hoofde van de overeenkomsten in te houden. De kantonrechter oordeelt dan ook dat zij, in weerwil van wat vermeld staat op de overeenkomsten, heeft te gelden als de wederpartij van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij de overeenkomsten. Zij zal daarom niet, zoals door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderd, niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat de v.o.f. op het moment van het sluiten van de overnameovereenkomst niet meer bestond, maakt in casu ook niet dat sprake is van een nietige overeenkomst, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bepleit, nu het voor beide partijen duidelijk was wie elkaars wederpartij was en zij gedurende de overeenkomst daar ook naar gehandeld hebben. 4.1.6. Rijo zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard. Uit de stukken in het dossier blijkt dat zij de verhuurder was van het pand waarin de kapsalon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] was gevestigd (zie artikel 9.1 van de overnameovereenkomst), dus als er huurpenningen moeten worden betaald, dan zullen die aan haar betaald moeten worden. 4.2. De einddatum van de overeenkomsten 4.2.1. Voor zover de overeenkomsten niet nietig worden beoordeeld voert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan dat deze ten einde zijn gekomen per 13 oktober 2016, dan wel 1 januari 2021, dan wel half juli 2021. Een einde per 13 oktober 2016 motiveert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als volgt. Uit een rapport van NU accountancy (productie 6 bij antwoord in conventie) blijkt dat op die dag ongeregistreerde betalingen zijn gedaan die ‘leiden naar [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] ’. Het betreft een betaling van € 37,80 onder vermelding [naam] . Op grond van artikel 7 lid 3 van de franchiseovereenkomst eindigt de franchiseovereenkomst in geval van ongeregistreerde betalingen. Beide overeenkomsten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, dus als de franchiseovereenkomst is geëindigd op 13 oktober 2016 dan is de overnameovereenkomst toen ook geëindigd. 4.2.2. De kantonrechter oordeelt als volgt. De overeenkomsten zijn niet op grond van artikel 7 lid 3 van de franchiseovereenkomst op 13 oktober 2016 geëindigd. Dat artikellid spreekt immers over ‘ongeregistreerde betalingen’, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nota bene zelf stelt dat het een betaling betreft van € 37,80 onder vermelding van [naam] . Ongeregistreerd is die betaling dus niet. Bovendien blijkt uit de bewoordingen van dat artikel dat deze sanctie geldt voor het geval [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betalingen niet registreert op het door hem dagelijks aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] te verstrekken normblad en/of het door hem maandelijks aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] te verstrekken gespecificeerde overzicht van zijn omzet, zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 en 2 van de franchiseovereenkomst. 4.2.3. Als reden dat de overeenkomsten op 1 januari 2021 ten einde zouden zijn gekomen haalt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan dat partijen begin januari 2021 letterlijk en figuurlijk afscheid van elkaar hebben genomen. Vanaf 1 januari 2021 moest [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook zijn eigen boekhouding en financiën gaan bijhouden, waarbij hij tevens een nieuwe bankrekening heeft geopend. 4.2.4. [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] stelt zich op het standpunt dat de verplichtingen uit de franciseovereenkomst moeten worden nagekomen tot 1 januari 2021 en uit de huurovereenkomst tot half juli 2021. 4.2.5. Tussen partijen staat aldus vast dat de franchiseovereenkomst, en dus ook de door [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] gestelde verplichting tot betaling van een vergoeding voor geleverde diensten per 1 januari 2021 ten einde is gekomen. De door haar gevorderde vergoeding pro memorie zal daarom worden afgewezen. Op de vraag of de vergoeding van € 1.817,00 wel betaald moet worden, zal de kantonrechter hieronder ingaan. 4.2.6. Ten aanzien van de verplichting tot betaling van de huurpenningen na 1 januari 2021 oordeelt de kantonrechter als volgt. De huurovereenkomst ter zake van het pand, zoals die is vervat in artikel 9 van de overnameovereenkomst, blinkt qua formulering niet uit in duidelijkheid, met name over de vraag wie de huurder van het pand dan wordt, doch uit de overige stellingen van partijen kan worden afgeleid het de bedoeling van partijen is geweest dat het [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is die het pand (direct) zou huren van de eigenaar. Een separate huurovereenkomst is ook niet in het geding gebracht, hoewel de formulering van lid 1 van artikel 9 het bestaan daarvan suggereert, en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert ook aan dat hij nooit een aparte huurovereenkomst heeft ondertekend. Dit betekent dat er in deze procedure vanuit gegaan dient te worden dat artikel 9 van de overnameovereenkomst de (volledige) inhoud van de huurovereenkomst tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en de eigenaar van het pand (Rijo B.V.) weergeeft. Volgens lid 1 betreft het een huurovereenkomst voor de duur van vijf jaar met als ingangsdatum 1 januari 2016. Van een verlenging van de huurovereenkomst na 1 januari 2021 rept het artikel niet, en tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat een verlenging heeft plaatsgevonden, heeft [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] niet uitgelegd op grond waarvan dan een verlenging van die huurovereenkomst in haar optiek heeft plaatsgevonden. Het dient er dan ook voor te worden gehouden dat de huur van het pand is geëindigd op 1 januari 2021. Voor de gevorderde huurachterstand bestaat dan ook geen grondslag. Een gebruiksvergoeding als grondslag had [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] wellicht nog kunnen baten maar die is niet gevorderd. Dit onderdeel zal derhalve worden afgewezen. 4.3. Vergoeding € 1.817,00 voor geleverde diensten 4.3.1. Met betrekking tot het bedrag van € 1.817,00 heeft [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet voldaan aan haar stelplicht en is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] derhalve niet gehouden tot betaling van dat bedrag. 4.3.2. Op basis van de stellingen van [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] neemt de kantonrechter aan dat deze vordering is gebaseerd op artikel 3 van de franchiseovereenkomst, waarin staat dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedurende vijf jaar iedere € 600,- moet voldoen als periodieke vergoeding. Dat er een achterstand van € 1.817,00 ter zake van deze vergoeding bestaat, is, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij antwoord terecht opmerkt, op geen enkele wijze nader onderbouwd en een dergelijke achterstand is ook daarna in de procedure niet door [eiseressen in conventie, verweersters in reocnventie sub 2 en 3] op welke wijze dan ook aangetoond. Ook dit onderdeel is derhalve niet toewijsbaar. 4.4. Rentevergoeding 4.4.1. Onweersproken staat vast dat de overeengekomen rentevergoeding ad in totaal € 20.333,42 in zijn geheel onbetaald gelaten is. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] beroept zich echter op rechtsverwerking. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] was hij niet op de hoogte van dit bedrag, althans dat dit niet betaald was. Hij had geen inzicht en macht over zijn financiële zaken; dat werd allemaal door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] geregeld die volledig gevolmachtigd was voor de betreffende bankrekening. Het had op de weg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] gelegen om, net als zij heeft gedaan met het overboeken van de huur, de franchisevergoeding en de overnamekosten, ook de rente in te houden op de bankrekening van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Door dat niet gedurende de overeenkomst te doen en pas nu aanspraak op die rentevergoeding te maken, handelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3] op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ‘onverenigbaar is met het terugvorderen van deze bedragen’ (bedoeld zal zijn: onaanvaardbaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.