RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 9487494 CV EXPL 21-4759 Vonnis van de kantonrechter van 26 januari 2022 in de zaak van de stichting WONINGSTICHTING SERVATIUS, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gedaagde partij in verzet, gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde, eiser in verzet] , wonend te [woonplaats] , gedaagde partij, eisende partij in verzet, gemachtigde mr. D.M. Gijzen. Partijen zullen hierna Servatius en [gedaagde, eiser in verzet] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de (oorspronkelijke) dagvaarding van 20 augustus 2021 het door de kantonrechter van deze rechtbank en zittingsplaats op 15 september 2021 bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 9418528 CV EXPL 21-4230 de verzetdagvaarding van 5 oktober 2021 (aan te merken als conclusie van antwoord) de conclusie van antwoord in oppositie (aan te merken als conclusie van repliek) de conclusie van repliek in oppositie (aan te merken als conclusie van dupliek). 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Bij schriftelijke huurovereenkomst heeft Servatius aan [gedaagde, eiser in verzet] de woning met aanhorigheden aan de [adres] te [woonplaats] verhuurd. De overeengekomen huurprijs bedraagt laatstelijk € 860,86 per maand en dient bij vooruitbetaling, uiterlijk op de eerste dag van iedere maand, te worden voldaan. 2.
- [gedaagde, eiser in verzet] heeft over de periode tot 1 april 2021 de huurpenningen voor een bedrag van € 4.173,24 onbetaald gelaten. Bij brief van 11 maart 2021 is [gedaagde, eiser in verzet] aangemaand tot betaling van dit bedrag en is aangekondigd dat bij niet-betaling incassokosten verschuldigd zullen zijn. 3Het geschil 3.
- Servatius heeft in de inleidende dagvaarding gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden, met veroordeling van [gedaagde, eiser in verzet] tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van € 5.674,99 (waarvan € 5.018,78 aan huurachterstand ten tijde van de dagvaarding) alsmede € 860,86 per maand aan huurpenningen respectievelijk schadevergoeding voor elke ingegane maand na 31 augustus 2021 tot de ingegane maand van de ontruiming, met veroordeling van [gedaagde, eiser in verzet] in de kosten. 3.
- Servatius heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [gedaagde, eiser in verzet] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting door een huurachterstand te laten ontstaan. [gedaagde, eiser in verzet] heeft meerdere betaalafspraken toegezegd, maar geen van deze afspraken is correct nagekomen. 3.
- Bij verstekvonnis van 15 september 2021 is de vordering van Servatius toegewezen, met veroordeling van [gedaagde, eiser in verzet] in de proceskosten. 3.
- [gedaagde, eiser in verzet] vraagt om het verzet gegrond te verklaren en het verstekvonnis te vernietigen en daarbij aan [gedaagde, eiser in verzet] een ‘terme de grâce’ te verlenen van een maand om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. 3.
- [gedaagde, eiser in verzet] voert daartoe aan dat hij met behulp van professionele schuldbemiddelaars doende is zijn schulden te saneren en dat er gelden beschikbaar kunnen worden gesteld om de huurachterstand ineens te voldoen. 3.
- Op de stellingen van partijen over en weer zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Uit de overgelegde processtukken blijkt dat het verzet tijdig is ingesteld. 4.
- Tussen partijen is niet in geschil dat in de (onbetwiste) hoogte van de betalingsachterstand voldoende grondslag is gelegen voor toewijzing van de door Servatius gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst. [gedaagde, eiser in verzet] voert als enige verweer dat hij, indien hij de inleidende dagvaarding had ontvangen, een ‘term de grâce’ zou hebben gevraagd en gekregen. 4.2.
- In de door [gedaagde, eiser in verzet] aangevoerde omstandigheden wordt geen aanleiding gezien om [gedaagde, eiser in verzet] nog een laatste kans op behoud van de huurovereenkomst te geven. De huurachterstand is immers aanzienlijk en daarbij is [gedaagde, eiser in verzet] meerdere betaalafspraken niet nagekomen. [gedaagde, eiser in verzet] is kortom al ten tijde van de dagvaarding genoeg tijd gegund om te betalen. Overigens heeft [gedaagde, eiser in verzet] ook niet aannemelijk gemaakt dat betaling binnen een maand daadwerkelijk kan plaatsvinden, temeer nu onbetwist is dat de betalingsachterstand over de periode tot en met november 2021 verder is opgelopen tot € 7.201,
- Voor zover het niet-betalen al, zoals gesteld bij dupliek, op advies van zijn schuldbemiddelaar zou zijn, maakt dit een en ander niet anders. [gedaagde, eiser in verzet] is en blijft immers zelf verantwoordelijk. 4.
- Het voorgaande betekent dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis in stand kan blijven. 4.
- [gedaagde, eiser in verzet] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het door de kantonrechter op 15 september 2021 in de zaak 9418528 CV EXPL 21-4230 gewezen verstekvonnis, 5.
- veroordeelt [gedaagde, eiser in verzet] in de kosten van deze verzetprocedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van Servatius vastgesteld op € 311,00 aan salaris gemachtigde, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken. NIv