← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:7581

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 22/1975 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam 1] , verzoekster (gemachtigde: mr. P.M.H. Cruts), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen, verweerder (gemachtigden: J.J. Pieters-Janssen en S.J.E. Stille). Als belanghebbende is aangemerkt: [Naam 2] , geboren op [datum] , dochter van verzoekster, hierna te noemen [naam 2] . Procesverloop Bij besluit van 24 augustus 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [naam 2] individuele begeleiding in natura toegekend in het kader van de Jeugdwet met terugwerkende kracht voor de periode van 1 juni 2022 tot en met 30 november

  1. Tevens is aan [naam 2] een individuele voorziening in de vorm van verblijf ontwikkelingsgericht toegekend met terugwerkende kracht voor de periode van 19 augustus tot en met 31 januari
  2. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september
  3. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. [naam 2] is verschenen, bijgestaan door haar begeleidster. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen
  4. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
  5. In artikel 1:234 van het Burgerlijk wetboek (BW) is de handelingsbekwaamheid van de minderjarige geregeld. In dat artikel staat dat de minderjarige handelingsbekwaam is mits hij de toestemming heeft van de ouders (met ouderlijk gezag), voor zover de wet niet anders bepaalt. In artikel 7.3.5 van de Jeugdwet is bij wet (in formele zin) anders bepaald. In dat artikel staat namelijk dat de minderjarige van 16 of 17 jaar bekwaam is tot het verlenen van toestemming voor de verlening van jeugdhulp ten behoeve van zichzelf. De individuele voorziening in de vorm van verblijf ontwikkelingsgericht (het kamertraject) dat [naam 2] krijgt van verweerder is jeugdhulp. Gelet op artikel 7.3.5 van de Jeugdwet is de toestemming van haar moeder daar niet voor vereist. Voor jeugdhulp is wel de toestemming van [naam 2] zelf vereist. Dat [naam 2] die toestemming heeft gegeven blijkt uit het dossier en dat heeft zij vandaag ter zitting ook bevestigd.
  6. Dat in het primaire besluit van verweerder niet is opgenomen dat de toestemming van de moeder niet is vereist, leidt er niet toe dat de voorzieningenrechter het besluit zal schorsen. Het primaire besluit strookt op dit punt namelijk met de wet. Waarom [naam 2] bij het kamertraject gebaat is, staat in het gezinsplan. Die motivering is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende duidelijk. Het primaire besluit, dat voor de motivering verwijst naar het gezinsplan, is daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd. Voor de duidelijkheid merkt de voorzieningenrechter op dat verweerder niet heeft vastgesteld dat moeder haar dochter mishandelt. Daarover neemt verweerder in het primaire besluit geen standpunt in.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  8. De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Goofers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.K.M. Bohnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september
  9. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: 5 oktober
  10. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.