RECHTBANK LIMBURG Familie- en Jeugdrecht Locatie Maastricht Zaaknummer: C/03/307921 / JE RK 22-1382 Datum uitspraak: 26 oktober 2022 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van: de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Roermond, betreffende de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonend te [woonplaats] , [de pleegouder] , hierna te noemen: de pleegouder, wonend te [woonplaats] . 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 1 augustus 2022; - het advies van de raad, ingekomen bij de griffie op 18 augustus 2022. 1.2 Op 14 oktober 2022 heeft de kinderrechter de zaak mondeling, met gesloten deuren, behandeld, waarbij is verschenen:- een vertegenwoordigster van de GI. Opgeroepen en niet verschenen zijn: - [minderjarige] ;- de moeder; - de pleegouder. 1.3 De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening over het verzoek mondeling of schriftelijk kenbaar te maken aan de kinderrechter. Hij heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2De feiten 2.1 Het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [minderjarige] woont bij de pleegouder, zijnde oma vaderszijde. 2.2 Bij beschikking van 20 oktober 2021 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd met ingang van 2 november 2021 tot 2 november 2022. 2.3 Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij een pleegouder verlengd, met ingang van 2 november 2021 tot 2 november 2022. 3Het verzoek 3.1 De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen voor de duur tot aan meerderjarigheid en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2 Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd. Ter onderbouwing van het verzoek stelt de GI dat de bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds aanwezig lijkt. Er blijven zorgen ontstaan of de opvoedsituatie van [minderjarige] bij de pleegouder voldoende passend is. De pleegouder lijkt met momenten overvraagd doordat zij enerzijds kampt met gezondheidsproblemen en anderzijds de zorg draagt voor meerdere kleinkinderen. Daarnaast zijn er zorgen rondom het leeftijdsadequaat aansluiten bij [minderjarige] zoals dat hij een baantje heeft en meer vrijheden mag hebben. Er wordt gezien dat [minderjarige] nog te weinig mag ontdekken en ervaren en dat de pleegouder overbezorgd is. Wat de kwaliteit van het gezag betreft zijn er zorgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder waardoor het woonperspectief niet bij de moeder bepaald is. Een thuisplaatsing bij de moeder waarbij de moeder passende verantwoordelijkheden voor [minderjarige] moet dragen is hierbij niet haalbaar waardoor een uithuisplaatsing bij de pleegouder aangewezen is. [minderjarige] verblijft steeds vaker bij de moeder en ook de vader van [minderjarige] , die kampt met persoonlijke problematiek, is meer in beeld en woont bij de pleegouder in. [minderjarige] ontkent dat de vader daar woont. 3.3 Afschalen naar het vrijwillig kader is nog niet passend, omdat de pleegouder en de moeder vaak op het laatste moment pas om hulp vragen en afspraken regelmatig niet worden nagekomen. Het is belangrijk dat de GI het komend jaar (tot aan meerderjarigheid) nogmaals het zelfstandigheidsperspectief onderzoekt om te bepalen of de woonsituatie van [minderjarige] bij de pleegouder voldoende houdbaar is en of de GI de opvoedtaken kan blijven verwachten van haar of dat het meer passend is dat [minderjarige] gaat doorstromen naar meer zelfstandigheid wat past bij zijn leeftijd. [minderjarige] zou graag bij zijn broer in een pleeggezin gaan wonen, maar in het verleden is die optie onderzocht en bleek er geen plek in dat gezin voor [minderjarige] . De GI zou de mogelijkheden nu nog eens willen bekijken, omdat [minderjarige] in de woonplaats van zijn broer ook naar school zou kunnen gaan. 4Het standpunt van de belanghebbenden 4.1 De moeder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en zij heeft ook overigens geen verweer gevoerd. 4.2 De pleegouder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en zij heeft ook overigens geen verweer gevoerd. 5De beoordeling 5.1 Op grond van artikel 1:265j lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet, indien een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing twee jaar of langer heeft geduurd, bij een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden overgelegd een advies van de raad met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling. Het advies van de raad strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter zal met inachtneming van dit advies beslissen. 5.2. Op grond van artikel 1:260 BW kan de kinderrechter de duur van een ondertoezichtstelling verlengen, indien de minderjarige nog zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn gezaghebbende ouder(s), door hen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Ook moet de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de gezaghebbende ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.