vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/272127 / HA ZA 19-632 Vonnis van 16 november 2022 in de zaak van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , wonende te [woonplaats 1] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat mr. R.R.J.W. Delsing, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ATLAS EUROTEL B.V., gevestigd te Valkenburg a/d Geul,
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. P.J.T. Austen. Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Atlas Eurotel c.s. (en gedaagden afzonderlijk Atlas Eurotel dan wel [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ) worden genoemd. 9De procedure 9.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 24 november 2021, de akte uitlaten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , het proces-verbaal van het getuigenverhoor, gehouden op 8 maart 2022, het formulier B16 op de rol van 23 maart 2022 van Atlas Eurotel c.s., houdende mededeling dat aan die zijde wordt afgezien van contra-enquête, het formulier B16 op de rol van 23 maart 2022 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , houdende uitlating over de voortzetting van de procedure, de beslissing van de rolrechter op de rol van 30 maart 2022 dat in de zaak aktes zullen worden genomen conform het besprokene aan het slot van het getuigenverhoor, de akte van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met 1 productie, de antwoordakte van Atlas Eurotel c.s. 9.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 10De verdere beoordeling in conventie 10.
- In het tussenvonnis van 8 september 2021 heeft de rechtbank overwogen:
(1)dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich ter ondersteuning van zijn vordering beroept op (onder meer) de in rov. 4.3. genoemde schriftelijke bescheiden, waaronder door [getuige] ondertekende overeenkomsten van geldlening en kwitanties,
(2)dat Atlas Eurotel c.s. hebben betwist dat zij worden gebonden door de door [getuige] ondertekende schriftelijke bescheiden, onder meer - en voor zover hier van belang - omdat zij de echtheid van de handtekeningen niet erkennen, en
(3)dat het, gelet op het bepaalde in artikel 159 lid 2 Rv, aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is om te bewijzen dat de handtekeningen onder de genoemde schriftelijke bescheiden daarop zijn gezet door [getuige] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is in het tussenvonnis van 24 november 2021 opgedragen om dit bewijs te leveren door middel van het in het geding brengen van schriftelijk bewijs en door middel van het doen horen van getuigen. De beslissing op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzoek om een handschriftdeskundige te benoemen is aangehouden. 10.
- [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft daarna bij akte op de rol van 8 december 2021 een aantal schriftelijke bescheiden (geletterd a. tot en met l.) in het geding gebracht. Vervolgens zijn op 8 maart 2022 twee getuigen gehoord, te weten [getuige] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . 10.
- [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft als getuige verklaard, voor zover relevant:‘U houdt mij voor dat we het vandaag hebben over 13 overeenkomsten van geldlening en 51 kwitanties, productie 19 bij de conclusie van antwoord. U vraagt mij of de handtekeningen onder de overeenkomsten van geldlening met de vermelding [eiser in conventie, verweerder in reconventie] door mij zijn gezet. Mijn antwoord is dat dat het geval is. U houdt mij voor dat er onder de overeenkomsten nog twee andere handtekeningen staan, met de vermelding [getuige] , ten dele namens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] /Hotel Atlas/Atlas Eurotel BV. U vraagt mij of deze handtekeningen in mijn bijzijn zijn gezet. Mijn antwoord is: ja. U vraagt mij wie deze handtekeningen heeft gezet. Dat was steeds de heer [getuige] (…). U vraagt mij of ook de 51 kwitanties in mijn bijzijn zijn ondertekend. Dat is het geval. Ook deze handtekeningen zijn gezet door de heer [getuige] . Bij het zetten van de handtekeningen waren geen anderen aanwezig. (…) De gang van zaken was aldus dat eerst het geld werd verstrekt en dat daarna, ter bevestiging daarvan, de overeenkomst van geldlening werd ondertekend. Op datzelfde moment werden dan ook de kwitanties ondertekend.’ 10.
- [getuige] heeft als getuige verklaard, voor zover relevant:‘Ik heb ter voorbereiding op dit verhoor de overeenkomsten van geldlening en de kwitanties bekeken waar het hier om gaat. Ik heb gezien dat twee derde van de handtekeningen afwijken van de handtekeningen zoals ik ze normaal zet. U [rechter, rechtbank] vraagt mij of ik al die handtekeningen heb gezet. Mijn antwoord is: ik weet het niet. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft mij zo veel laten tekenen dat ik door de bomen het bos niet meer zie. (…) U toont mij een van de overeenkomsten van geldlening en de bijbehorende kwitanties en u toont mij de parafen en de handtekeningen die daarop zijn gezet. U vraagt mij of ik die handtekeningen heb gezet. Mijn antwoord is dat ik dat niet meer weet, maar dat het best kan [zijn] dat ik die handtekeningen heb gezet.(…) Alles bij elkaar kan ik verklaren dat ik weet dat ik handtekeningen heb gezet onder overeenkomsten van geldlening en onder kwitanties, zoals die [zich] in het dossier bevinden, maar dat ik daar handtekening voor handtekening niets over kan zeggen. Daarvoor is het te lang geleden.(…)’. 10.
- Atlas Eurotel c.s. hebben geen getuigen in contra-enquête doen horen. 10.
- De rechtbank is van oordeel dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] erin is geslaagd te bewijzen dat de handtekeningen onder de in rov. 4.
- genoemde overeenkomsten en kwitanties daarop zijn gezet door [getuige] .Dat bewijs kan worden ontleend aan de getuigenverklaring van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zoals hiervoor weergegeven. Deze verklaring is inhoudelijk consistent en in overeenstemming met het voorhanden schriftelijke bewijs. is partijgetuige in de zin van artikel 164 lid 2 Rv is. Aan zijn verklaring kan daarom alleen bewijs in zijn voordeel worden ontleend als aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken (HR 13 april 2001, NJ 2002, 391). Dit betekent dat de rechtbank alle voorhanden bewijsmiddelen, met inbegrip van de getuigenverklaring van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , in haar bewijswaardering dient te betrekken en dat zij haar oordeel dat het bewijs is geleverd niet uitsluitend op die verklaring mag baseren (HR 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7933). 10.
- Het vereiste aanvullende bewijs kan in voldoende mate worden ontleend aan de verklaring van [getuige] . Deze heeft weliswaar geprobeerd om stellige uitspraken uit de weg te gaan, maar heeft niettemin met zoveel woorden verklaard dat hij handtekeningen heeft gezet onder overeenkomsten van geldlening en kwitanties in het dossier. Zijn verklaring biedt daarbij geen duidelijke aanknopingspunten om onderscheid te maken tussen wel door hem ondertekende en niet door hem ondertekende bescheiden. Uit zijn verklaring kan veeleer worden opgemaakt dat hij niet uitsluit dat hij alle overeenkomsten van geldlenig en kwitanties in het dossier heeft ondertekend. 10.
- Voor zover de opmerking van de getuige [getuige] over de ‘afwijkende’ handtekeningen is de bedoeld om onderscheid te maken tussen wel door hem gezette handtekeningen (de ‘normale’, ongeveer een-derde) en niet door hem gezette handtekeningen (de ‘afwijkende’, ongeveer twee-derde), overweegt de rechtbank dat deze verklaring in strijd komt met de eerdere stellingen van Atlas Eurotel c.s., waarin de eenvormigheid van de handtekeningen juist een argument vormt om de echtheid ervan te ontkennen. De getuige heeft niets verklaard dat de rechtbank kan leiden tot het oordeel dat zijn verklaring, voor zover deze is bedoeld zoals hiervoor aangegeven, geloofwaardiger is dan de eerdere stellingname van Atlas Eurotel c.s. 10.
- Gelet op het voorgaande bewijsoordeel hoeft de rechtbank niet te beslissen op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzoek om een handschriftdeskundige te benoemen. 10.
- Het voorgaande oordeel betekent dat de rechtbank er op dit moment van uitgaat, op grond van de inhoud van de overeenkomst van geldlening en borgstelling van 19 juli 2018 (zie de rov. 2.5) én van de in rov. 4.3 genoemde schriftelijke bescheiden:- dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Atlas Eurotel tussen 1 januari 2015 en 16 juli 2018 verscheidene overeenkomsten van geldlening hebben gesloten, op grond waarvan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan Atlas Eurotel € 320.000,00 heeft verstrekt,- dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Atlas Eurotel zijn overeengekomen dat de aflossing van dit bedrag uiterlijk op 31 december 2018 zal plaatsvinden, en- dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] zich borg heeft gesteld voor de nakoming van de op Atlas Eurotel rustende verplichting tot terugbetalen. Zoals is verduidelijkt in het tussenvonnis van 24 november 2021, is hier sprake van aan onderhandse aktes ontleend dwingend bewijs in de zin van artikel 157 lid 2 Rv, waartegen Atlas Eurotel c.s. tegenbewijs mag leveren conform het bepaalde in artikel 151 lid 2 Rv. Atlas Eurotel c.s. hebben al op voorhand aangegeven dat zij tot het leveren van dit tegenbewijs in staat willen worden gesteld. De rechtbank zal de zaak daarom naar de rol verwijzen op de wijze als na te melden. 10.
- Als Atlas Eurotel c.s. ervoor kiest om tegenbewijs te leveren door het doen horen van getuigen is het volgende van belang.- Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt.- De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven. 10.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 11De beslissing De rechtbank in conventie 11.
- laat Atlas Eurotel c.s. toe tot het leveren van tegenbewijs conform het bepaalde in rov. 10.10.; 11.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 november 2022 voor uitlating door Atlas Eurotel c.s. of zij tegenbewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, 11.
- bepaalt dat Atlas Eurotel c.s., indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen, 11.
- bepaalt dat Atlas Eurotel c.s., indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2022 tot en met mei 2023 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 11.
- bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. W.J.J. Beurskens in het gerechtsgebouw te Maastricht aan St. Annadal 1, 11.
- bepaalt dat alle partijen uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen, 11.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Beurskens en in het openbaar uitgesproken op16 november 2022.