← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2022:9412

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03.039901.21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 november 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1988, gedetineerd in P.I. [locatie] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A.G. M. Landerloo, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is na een aantal pro-forma- en regiezittingen, inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 september

  1. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Vervolgens is het onderzoek ter terechtzitting onderbroken tot 8 november
  2. Bij brief van 5 oktober 2022 heeft de verdediging een brief van het Landelijk Parket van 30 augustus 2022 overgelegd. Deze is verstrekt aan de verdediging in andere strafzaken waarin Sky berichten deel uitmaken van de bewijsconstructie. Ook zijn overgelegd een afschrift van het arrest van de Italiaanse Hoge Raad van 15 juli 2022 in de strafzaak tegen [naam 1] , alsmede een artikel op Crimesite van 2 oktober
  3. Dit alles met het verzoek hiervan kennis te nemen en deze stukken bij het oordeel in onderhavige zaak te betrekken. De rechtbank heeft per e-mail van 27 oktober 2022 meegedeeld zulks te zullen doen. Voorts heeft de verdediging bij brief van 24 oktober 2022 de rechtbank verzocht het onderzoek ter terechtzitting te heropenen (de rechtbank begrijpt: niet te sluiten op 8 november 2022), vanwege de door de rechtbank Noord-Nederland geïnitieerde prejudiciële procedure bij de Hoge Raad. De officier van justitie heeft bij brief van 1 november 2022 meegedeeld dat dat wat haar betreft geen aanleiding is om de zaak aan te houden. Per e-mail van 3 november 2022 heeft de rechtbank vervolgens bericht dat, gelet op de stand van het raadkamerberaad, het verzoek tot aanhouding op dat moment nog niet goed beoordeeld kan worden, dat de rechtbank het onderzoek op 8 november 2022 zal sluiten en, mocht zij daartoe aanleiding zien na gehouden beraad, het onderzoek ter terechtzitting zal heropenen. Het onderzoek is vervolgens formeel gesloten op 8 november
  4. 2De tenlastelegging De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: op 11 februari 2021 drie geldbedragen heeft witgewassen; Feit 2: in de periode van 22 juli 2020 tot en met 5 december een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van contant geld; Feit 3: in de periode van 21 april 2020 tot en met 8 februari 2021 harddrugs heeft bereid/bewerkt/verwerkt/verkocht/afgeleverd/verstrekt/vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, dan wel voorbereidingshandelingen daartoe heeft gepleegd; Feit 4: in de periode van 1 december 2020 tot en met 11 februari 2021 opzettelijk 4,552 kg heroïne en 1,05 kg cocaïne heeft bereid/bewerkt/verwerkt/verkocht/afgeleverd/verstrekt/vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad; Feit 5: in de periode van 1 december 2020 tot en met 11 februari 2021 voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet heeft gepleegd; Feit 6: op 11 februari 2021 een pistool, twee gevulde patroonmagazijnen en 42 kogelpatronen voorhanden heeft gehad; Feit 7: in de periode van 1 december 2020 tot en met 11 februari opzettelijk 316 hennepplanten heeft geteeld/bereid/bewerkt/verwerkt in, elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad; Feit 8: in de periode van 1 maart 2020 tot en met 10 juni 2020 opzettelijk 27,6 kilo heroïne en 2 kilo cocaïne heeft bereid/bewerkt/verwerkt/verkocht/afgeleverd/verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad; Feit 9: in de periode van 1 maart 2020 tot en met 10 juni 2020 11 pistolen en 1 revolver met geladen patroonmagazijnen voorhanden heeft gehad; Feit 10: in de periode van 1 maart 2020 tot en met 10 juni 2020 voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet heeft gepleegd. Aan de verdachte wordt verweten dat hij al deze feiten samen met één of meer anderen, althans alleen, heeft gepleegd. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie 3.1.1 Ten aanzien van Sky ECC De officier van justitie heeft (reeds tijdens de pro-forma- en regiefase) verweer gevoerd tegen het betoog van de verdediging dat de bewijsgaring onrechtmatig is geweest. Dit verweer is vervat in een schriftelijke reactie en ter zitting als herhaald en ingelast beschouwd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verwerving van de gegevens rechtmatig heeft plaatsgevonden en dat de berichten voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Op specifieke standpunten van de officier van justitie zal hierna - voor zover relevant - nader worden ingegaan. 3.1.2 Zaakinhoudelijk De officier van justitie heeft haar requisitoir op schrift aan de rechtbank en verdediging overgelegd. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat het (mede)plegen van alle feiten, met uitzondering van feit 7, bewezen kan worden verklaard. Op specifieke standpunten van de officier van justitie zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verweer gevoerd en twee afzonderlijke pleitnota’s overgelegd. 3.2.1 Ten aanzien van Sky ECC De eerste pleitnota ziet op het gebruik van zogenoemde Sky ECC berichten als bewijsmiddel voor de tenlastegelegde feiten. De verdediging voert - kort gezegd - primair aan dat het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM is geschonden. Zij stelt op grond van de jurisprudentie van het EHRM er recht op te hebben kennis te nemen van stukken die relevant zouden kunnen zijn voor de te voeren verdediging. Het beginsel van ‘equality of arms’ is geschonden doordat de ingediende onderzoekswensen zijn afgewezen, zodat de verdediging onvoldoende in staat is om de rechtmatigheid van het opsporingsoptreden te beoordelen. Subsidiair is volgens de verdediging de verkrijging, de verwerking en de overdracht van de Sky ECC gegevens strijdig met het EVRM (artikel 8 EVRM), het Unierecht en het nationale recht (artikelen 126t en 126uba van het Wetboek van Strafvordering, hierna: Sv) en daarmee onrechtmatig. Deze onrechtmatigheden dienen te leiden tot bewijsuitsluiting van de verkregen gegevens, dan wel strafvermindering. Op specifieke standpunten van de verdediging zal hierna - voor zover relevant - nader worden ingegaan. 3.2.2 Zaakinhoudelijke verweren De raadsvrouw heeft over de ten laste gelegde feiten het navolgende naar voren gebracht. Feit 1: medeplegen witwassen geld (€ 606.061,66 en € 1.500,00 en € 4.900,00) De verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken, nu hem (opzet)witwassen als bedoeld in artikel 420 bis lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt verweten. Dat betekent dat niet alleen moet worden bewezen dat de verdachte het geld voorhanden heeft gehad, maar tevens dat hij een verhullingshandeling heeft verricht. Nu het geld is aangetroffen in de woningen van de verdachte en de medeverdachte [naam 2] waar zij op dat moment ook verbleven en niet was begraven of anderszins verstopt, is geen sprake van een verhullingshandeling. Subsidiair stelt de verdediging dat de verdachte partieel vrijgesproken moet worden van het witwassen van € 606.061,66 en € 1.500,00, nu het eerste bedrag niet bij de verdachte is aangetroffen en het tweede bedrag spaargeld van zijn dochter betreft. Feit 2: medeplegen witwassen grote hoeveelheid contant geld In de procesdossiers Helden en Teide bevinden zich processen-verbaal, waarin de inhoud is weergegeven van een selectie van Sky berichten van het account dat aan de verdachte wordt gekoppeld. Dit zijn berichten die door verbalisanten uit de zeer omvangrijke dataset zijn gehaald om te worden beschreven in een proces-verbaal. Deze processen-verbaal zijn in de optiek van de verdediging onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Overige bewijsmiddelen waaruit kan worden opgemaakt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van grote geldbedragen ontbreken. Feit 3 (in beide varianten): medeplegen productie en handel verdovende middelen dan wel medeplegen voorbereidingshandelingen productie en handel verdovende middelen in de periode van 21 april 2020 tot en met 8 februari 2021 Door de verdediging is, aangevoerd dat de hiervoor onder feit 2 genoemde verweren hier als herhaald en ingelast beschouwd dienen te worden. Ook voor feit 3 (in beide varianten) zullen deze verweren tot integrale vrijspraak moet leiden. In dat verband heeft de verdediging subsidiair nog aangevoerd dat het bewijs voor dit feit alleen uit Sky berichtgeving, die ziet op de periode van 20 juni 2020 tot en met 22 december 2021, kan volgen. Voor de periode van 21 april 2020 tot en met 20 juni 2020 en de periode van 23 december 2020 tot en met 8 februari 2020 zijn echter geen Sky berichten aanwezig in het dossier, zodat ten aanzien van die delen van de ten laste gelegde periode partiële vrijspraak moet volgen. Feit 4: medeplegen productie van / handel in / aanwezig hebben van verdovende middelen in de periode van 1 december 2020 - 11 februari 2021 ( [straatnaam 1] te Brunssum ) Door de verdediging is vrijspraak van dit feit bepleit. Dat de in de woning aan de [straatnaam 1] aangetroffen verdovende middelen door de verdachte zijn geproduceerd en/of bewerkt, blijkt volgens de verdediging onvoldoende uit de bewijsmiddelen. Daarvan dient zonder meer (partiële) vrijspraak te volgen. Omdat

(1)er geen telefoontaps of Sky berichten zijn waaruit blijkt dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de harddrugs in de woning en
(2)de verdachte niet bij de woning is gezien tijdens de observaties vlak voor de doorzoeking en dus niet kan worden vastgesteld wanneer hij daar voor het laatst was en of er toen harddrugs in de woning lagen, kan medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben daarvan door de verdachte ook niet worden bewezen. Het enkele feit dat de verdachte mogelijk handelde in harddrugs en toegang had tot de woning is onvoldoende om tot bewezenverklaring van opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs te komen. Feit 5: medeplegen voorbereidingshandelingen productie van, handel in, aanwezig hebben van verdovende middelen in de periode van 1 december 2020 - 11 februari 2021 ( [straatnaam 1] te Brunssum ) Door de verdediging is allereerst naar voren gebracht dat, om tot bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen, de verdachte de voorbereidingsmiddelen voorhanden moet hebben gehad. Daarvoor is noodzakelijk dat die middelen zich in de machtssfeer bevonden van de verdachte. Daarvan is geen sprake geweest. Voorts dient het hiervoor onder feit 4 gevoerde verweer hier als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Feit 6: medeplegen overtreden Wet wapens en munitie ( [straatnaam 1] te Brunssum) Uit de Sky berichten noch uit de overige bewijsmiddelen in het dossier blijkt dat de verdachte in het bezit was van een vuurwapen of dat hij zich bezig hield met de handel daarin. Het wapen lag verstopt en was niet zichtbaar bij het betreden van de betreffende ruimte. Uit de observaties en de verklaring van de buurman ( [naam 10] ) volgt dat veel mensen toegang hadden tot de woning. Het is dan ook mogelijk dat iemand anders buiten medeweten van de verdachte het wapen en de munitie in de doos heeft verstopt. Op het wapen en de munitie is bovendien geen DNA van de verdachte aangetroffen. Er is daarmee geen enkel bewijs dat de verdachte wist dat het wapen en de munitie zich in de woning bevonden. Feit 7: medeplegen telen 316 hennepplanten ( [straatnaam 1] te Brunssum ) De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de (bekennende) verklaring van de verdachte dat hij heeft geholpen met de hennepplantage. Feit 8: medeplegen productie van, handel in, aanwezig hebben van verdovende middelen in de periode van 1 maart 2020 tot en met 10 juni 2020 ( [straatnaam 2] te Kerkrade ) Door de verdediging is vrijspraak van dit feit bepleit. Dat de in de woning aan de [straatnaam 2] te Kerkrade aangetroffen verdovende middelen door de verdachte en/of de medeverdachte zijn geproduceerd en/of bewerkt, blijkt volgens de verdediging onvoldoende uit de bewijsmiddelen. Daarvan dient (partiële) vrijspraak te volgen. De vraag is dan of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte de verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad. Nu de verdachte heeft erkend dat hij wel eens bij [naam 7] kwam in de woning aan de [straatnaam 2] , zegt de aanwezigheid van DNA van de verdachte op peuken en een blikje (aangetroffen in de woonkamer) niets over betrokkenheid van de verdachte bij de aangetroffen verdovende middelen. Het enkele feit dat de verdachte mogelijk handelde in harddrugs en toegang had tot de woning is onvoldoende om tot bewezenverklaring van opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs op de zolder en in de bergruimte te komen. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat de verdachte wel eens in die ruimtes kwam. Feit 9: medeplegen overtreden Wet wapens en munitie ( [straatnaam 2] te Kerkrade ) De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van het voorhanden hebben van de pistolen en het revolver moet worden vrijgesproken. Zij verwijst voor het juridisch kader naar hetgeen zij onder feit 6 heeft aangevoerd, hetgeen hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. De verdediging heeft vervolgens aangevoerd dat de wapens zijn gevonden in een berging, waarvan niet vast staat dat de verdachte daar ooit is geweest. Er zijn geen telefoontaps of berichten waaruit blijkt dat de verdachte wetenschap had over de aanwezigheid van die wapens. Ook is er geen DNA van de verdachte op de wapens aangetroffen. Het enkele feit dat de verdachte wel eens in de woning kwam is onvoldoende om hem juridisch verantwoordelijk te houden voor de aldaar aangetroffen wapens. Feit 10: medeplegen voorbereidingshandelingen productie van, handel in, aanwezig hebben van verdovende middelen in de periode van 1 maart 2020 - 10 juni 2020 ( [straatnaam 2] te Kerkrade ) De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Zij verwijst hiervoor naar het juridisch kader dat zij onder feit 6 heeft geschetst. Dat kader dient hier als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Voorts verwijst de verdediging naar hetgeen zij ten aanzien van feit 8 heeft aangevoerd. 3.3 Het oordeel van de rechtbank 3.3.1 Verweren omtrent Sky ECC 3.3.2 Inleiding Aan de verdachte zijn strafbare feiten ten laste gelegd, die volgens de officier van justitie bewezen kunnen worden op basis van zich in het dossier bevindende communicatie van de verdachte(
  1. n)via de berichtendienst Sky ECC. De verdediging heeft (primaire en subsidiaire) verweren gevoerd omtrent de (rechtmatigheid van
  2. de)verkrijging, overdracht en verwerking van de Sky ECC data en heeft ook gesteld dat onvoldoende transparant is hoe die verkrijging en verwerking heeft plaatsgevonden, onder andere omdat diverse onderzoekswensen zijn afgewezen. Voorts zou er sprake zijn van het door het openbaar ministerie bij herhaling onjuist infomeren van rechtbanken. Het recht van de verdachte op een eerlijk proces en het recht op eerbiediging van zijn privéleven, als vastgelegd in de artikelen 6 en 8 EVRM, zouden zo geschonden zijn, wat zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting, dan wel strafvermindering. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verweren verworpen moeten worden. Voordat de rechtbank inhoudelijk ingaat op bewijsmiddelen in het dossier en op de ten laste gelegde feiten, zal zij eerst ingaan op de kwestie van de rechtmatigheid van het vergaren van bewijs uit Sky ECC data. Op de terechtzitting van 30 november 2021 heeft de rechtbank zich al over sommige aspecten daarvan uitgelaten. Dat betrof dan steeds een voorlopig oordeel. Nu het onderzoek ter terechtzitting is afgerond, zal de rechtbank haar eindoordeel geven op basis van het dossier zoals dat er nu ligt. Daarbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op de door de raadsvrouw op 5 oktober 2022 ingebrachte brief van officieren van het Landelijk Parket van 30 augustus 2022 inzake het ontbreken van een machtiging van de rechter-commissaris met betrekking tot het verstrekken van APN data in de onderzoeken 13Yucca en 26Werl, welke onderzoeken voorafgingen aan het onderzoek 26Argus, van waaruit verkregen Sky ECC berichten zijn toegevoegd aan het dossier van de zaak tegen de verdachte. De rechtbank zal, zoals gezegd, voorafgaand aan haar inhoudelijke bespreking van de feiten en het bewijs, eerst ingaan op de Sky ECC berichten en zal hierna ook motiveren waarom zij geen aanleiding ziet alsnog de eerder afgewezen onderzoekswensen toe te wijzen of gevolgen te verbinden aan voornoemde brief van het Landelijk Parket van 30 augustus 2022. De rechtbank merkt hierbij op dat over de Sky ECC problematiek inmiddels meerdere vonnissen en tussenbeslissingen zijn gewezen. Voor zover zij niet tot een ander oordeel is gekomen, heeft de rechtbank omwille van de rechtseenheid delen uit die andere oordelen overgenomen. De rechtbank komt op alle onderdelen tot verwerping van de gevoerde verweren. 3.3.3 Sky ECC 3.3.3.1 Korte schets van de feitelijke gang van zaken rond Sky ECC Vanaf 2018 vond in Frankrijk, België en Nederland onderzoek plaats naar Sky ECC. Informatie verkregen door de Franse autoriteiten via een zogenaamde IP-tap is in juli 2019 met de Nederlandse autoriteiten gedeeld. Na gezamenlijk overleg is op 13 december 2019 een JIT opgericht om de verdenkingen tegen Sky ECC nader te onderzoeken. Op 11 december 2020 is het Nederlandse onderzoek genaamd Argus gestart, gericht op de onbekende gebruikers van de diensten van Sky ECC. Dit onderzoek was een voortzetting van eerder onderzoek onder de naam 13Yucca, dat zich richtte op criminele samenwerkingsverbanden met betrekking tot zware criminaliteit, aangevuld met informatie uit onderzoek Werl, dat zich richtte op de ondernemingen Sky Secure en Sky Global. Het Nederlandse openbaar ministerie heeft bij de rechter-commissaris in Rotterdam een vordering ingediend om een machtiging op grond van artikelen 126t Sv en (later) 126uba Sv te verkrijgen. De rechter-commissaris heeft de gevorderde machtigingen verleend op 15 december 2020, respectievelijk 7 februari 2021. Op 17 december 2020 heeft een Franse rechter in het Franse onderzoek naar Sky ECC, op aanvraag van het Franse openbaar ministerie, toestemming gegeven voor het gebruik van een interceptiemiddel op een server van Sky ECC in Frankrijk. Door de inzet van dit middel hebben de Franse autoriteiten een aantal gegevens verkregen. Die gegevens zijn gedeeld met de overige JIT-partners, waaronder met Nederland. Andersom is informatie die door de Nederlandse autoriteiten is verzameld ook – binnen het kader van het JIT – met Frankrijk gedeeld, zoals er ook technische kennis en expertise is gedeeld met betrekking tot de interceptie. Nadien heeft de officier van justitie van het onderzoek Argus ex artikel 126dd Sv toestemming gegeven om de Sky ECC gegevens te verstrekken aan: - onderhavig onderzoek Helden; - onderhavig onderzoek Teide. 3.3.3.2 Juridische kaders Alvorens de rechtmatigheid van het onderzoek naar de verdachte te beoordelen, zal de rechtbank een aantal juridische kaders uiteen zetten die voor dat oordeel relevant zijn. Gemeenschappelijke onderzoekteams in EU-landen (
  3. a)Grondslag De EU-Rechtshulpovereenkomst van 29 mei 2000 (Trb. 2000, 96) voorziet in artikel 13 in samenwerking in het kader van gemeenschappelijke onderzoeksteams, ook wel Joint Investigation Team/JIT genoemd. De implementatie van de EU-rechtshulpovereenkomst heeft plaatsgevonden in de eerste afdeling A, titel X, boek IV (oud), thans titel II, boek V Sv). De inhoud van artikel 13 EU-Rechtshulpovereenkomst, dat de instelling van gemeenschappelijke onderzoeksteams regelt, is later nog in een bindend instrument vastgelegd, te weten het Kaderbesluit 2002/465/JBZ van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams (PbEG2002, L 162). Dat kaderbesluit vergde in Nederland geen verdere uitvoeringswetgeving, behalve een toevoeging aan artikel 552qa Sv (oud), thans artikel 5:2:1 Sv, op grond waarvan een gezamenlijk onderzoeksteam ook kon worden ingesteld ‘ter uitvoering van een Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie’. (
  4. b)Doelstelling Uit de Memorie van Toelichting ter goedkeuring van de EU-rechtshulpovereenkomst blijkt dat met artikel 13 een basis moest worden geschapen voor het uitvoeren van gezamenlijk onderzoek naar feiten in de betrokken landen gepleegd, ten aanzien waarvan op goede gronden kan worden aangenomen dat deze in onderling verband staan, en voor anderzijds gezamenlijk optreden bij reeds in verschillende landen lopende (parallel)onderzoeken, zodat niet telkens hoeft te worden samengewerkt op basis van rechtshulpverzoeken over en weer. Uit de preambule volgt dat met het Kaderbesluit werd beoogd om ter bestrijding van internationale criminaliteit een wettelijk bindend instrument inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams te scheppen aangaande gemeenschappelijk onderzoek naar drugshandel, mensenhandel en terrorisme. Volgens artikel 1 Kaderbesluit, en in overeenstemming met artikel 13 EU-rechtshulpovereenkomst, kan een gemeenschappelijk onderzoeksteam in het bijzonder worden ingesteld wanneer (
  5. a)het onderzoek van een lidstaat naar strafbare feiten moeilijke en veeleisende opsporingen vergt die ook andere lidstaten betreffen, en (
  6. b)verscheidene lidstaten onderzoeken uitvoeren naar strafbare feiten die wegens de omstandigheden van de zaak een gecoördineerd en gezamenlijk optreden in de betrokken lidstaten vergen. Een verzoek om instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam kan van elk van de betrokken lidstaten uitgaan. Het team wordt ingesteld in een van de lidstaten waar het onderzoek naar verwachting zal worden uitgevoerd. (
  7. c)Gegevensverkrijging en -gebruik Vooraf wordt opgemerkt dat artikel 13 EU-rechtshulpovereenkomst onderscheid maakt tussen gegevens die (reeds) zijn verkregen uit een nationaal strafrechtelijk onderzoek in een lidstaat (lid 9) en gegevens die een lidstaat in het kader van gemeenschappelijk optreden heeft vergaard (lid 10). De achterliggende gedachte is dat het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam in feite een concentratie van nationale onderzoeken inhoudt. In alle gevallen geschiedt de gegevensverkrijging overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de bevoegdheden worden uitgeoefend. Gegevens die al eerder waren vergaard kunnen zonder meer in het JIT-onderzoek worden ingebracht. Voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden die slechts door of met machtiging van de justitiële autoriteiten kunnen worden uitgeoefend, geldt dat de (gedetacheerde) leden van het team zich wenden tot de bij het gemeenschappelijk onderzoeksteam betrokken officier van justitie van hun eigen land en verzoeken hem de gevraagde onderzoekshandeling te verrichten. Zij doen dit op dezelfde wijze als bij een puur nationaal onderzoek. De toetsing of daaraan gevolg kan worden gegeven geschiedt evenzeer op dezelfde wijze als in een nationaal onderzoek. Naar het oordeel van de rechtbank brengt een en ander niet mee dat bij oprichting van een JIT alle al lopende nationale onderzoeken in het JIT moeten worden ingebracht; of dit gebeurt staat ter beoordeling van de betrokken nationale autoriteit en de leiding van het JIT-gezamenlijk. Ter uitvoering van artikel 13 EU-rechtshulpovereenkomst en het Kaderbesluit 2002/465/JBZ is in artikel 5.2.4 Sv (artikel 552 qd Sv oud) een speciale regeling getroffen voor het gebruik van stukken, voorwerpen en gegevens die in Nederland zijn vergaard ten behoeve van een onderzoek van een gemeenschappelijk team dat is gevestigd in het buitenland (hier: Frankrijk). Artikel 5.2.5 (artikel 552 qe Sv oud) bevat een soortgelijke regeling van voor het tappen en doorgeleiden van telecommunicatie. Met beide regelingen is beoogd om in een nationaal (Nederlands) onderzoek vergaarde informatie respectievelijk in beslag genomen voorwerpen meteen, ook al is het slechts voorlopig, ter beschikking te kunnen stellen aan het gemeenschappelijk onderzoekteam. Uit artikel 13 lid 10 EU-rechtshulpovereenkomst volgt dat het gebruik van de aangeleverde persoons- en andere gegevens niet beperkt hoeft te blijven tot het doel, het feitencomplex, waarvoor het gemeenschappelijk onderzoeksteam is ingesteld. De lidstaten van het team kunnen (later) ook andere doeleinden overeenkomen. Ander gebruik is ook toegestaan met toestemming van de lidstaat waar de informatie vandaan komt, alsmede ter voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid indien vervolgens een strafrechtelijk onderzoek wordt geopend. Richtlijn 2014/41/EU inzake het Europees onderzoeksbevel De Richtlijn is in het Wetboek van Strafvordering geïmplementeerd in boek V titel 4, met name in de artikelen 5.4.1-5.4.12 Sv bij Wet van 31 mei 2017 (Stb. 2017, 231). De Richtlijn is in de plaats gekomen van het Europees Rechtshulpverdrag, de Schengen Uitvoeringsovereenkomst en de EU-rechtshulpovereenkomst voor zover zij betrekking heeft op grensoverschrijdende bewijsverkrijging binnen de EU. Een EOB kan onder andere worden uitgevaardigd ter inbeslagneming van stukken of voorwerpen en gegevensvergaring met het oog op verkrijging c.q. veiligstelling van bewijs ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek in de uitvaardigende staat. Het gaat hier ingevolge artikel 5.1.10 lid 3 Sv om in beslag genomen stukken of voorwerpen of gegevens die zijn vergaard met toepassing van de in de artikelen 126l, 126m, 126nd, zesde lid, 126ne, derde lid, 126nf, 126ng, 126s, 126t, 126ue, derde lid, 126uf en 126ug Sv omschreven bevoegdheden. De rechtbank benadrukt dat echter een speciale regeling is getroffen voor het gebruik van stukken, voorwerpen en gegevens die in Nederland zijn vergaard ten behoeve van een onderzoek van een gemeenschappelijk team dat is gevestigd in het buitenland, te weten artikel 5.2.4. Sv. De wetgever heeft door de implementatie van artikel 13 EU-rechtshulpovereenkomst en het Kaderbesluit JIT in boek V, titel II, met name in de artikelen 5.2.1-5.2.5 Sv een expliciete rechtsbasis geschapen voor de Nederlandse participatie in een gemeenschappelijk onderzoeksteam. Uit de memorie van toelichting volgt dat de daartoe strekkende bepalingen in een aparte afdeling zijn ondergebracht, omdat de samenwerking in het kader van gemeenschappelijke teams niet langer dient te worden aangemerkt als rechtshulpverlening (Kamerstukken II, 2001-2002, 28351, nr. 3, p. 7). De latere implementatie van richtlijn 2014/41/EU inzake het Europees onderzoeksbevel in boek V titel 4 maakt dat niet anders. De implementatie heeft de bepalingen van boek V, titel II Sv gewijzigd noch laten vervallen. Het internationaal vertrouwensbeginsel Het internationaal vertrouwensbeginsel (verder genoemd: vertrouwensbeginsel) brengt volgens vaste rechtspraak met zich dat ten aanzien van onderzoekshandelingen waarvan de uitvoering plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten van een andere tot het EVRM toegetreden staat, de taak van de Nederlandse strafrechter ertoe beperkt is te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop dit onderzoek is uitgevoerd, strookt met de dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels. Evenmin toetst de Nederlandse strafrechter of voor de door de verrichte onderzoekshandelingen eventueel gemaakte inbreuk op het recht op respect voor het privéleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM een voldoende wettelijke grondslag bestond en of die inbreuk noodzakelijk was, onder meer omdat het in de Nederlandse strafzaak niet ten toets staande buitenlandse recht van doorslaggevende betekenis is voor de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van een dergelijke inbreuk (HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629). In de zaak waarover de Hoge Raad bij arrest van 5 oktober 2010 oordeelde ging het overigens om een lang voorbereide actie van de Nederlandse en Belgische politie waarbij onder meer kentekens van Nederlandse burgers in het Belgische Ciney door zowel Nederlandse als Belgische politiefunctionarissen werden genoteerd. Dit handelen werd gecoördineerd door de Belgische politie en werd door de Hoge Raad aangemerkt als handelen dat viel onder verantwoordelijkheid van de Belgische autoriteiten. Het vertrouwensbeginsel in relatie tot buitenlands onderzoek dat plaatsvindt op Nederlands grondgebied Wanneer buitenlandse opsporingsambtenaren op Nederlands grondgebied -met medeweten van de Nederlandse autoriteiten- onderzoekshandelingen uitvoeren, wordt dat onderzoek in beginsel onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten uitgevoerd. De rechtbank is van oordeel dat daarop derhalve het vertrouwensbeginsel van toepassing is. Dat zou naar het oordeel van de rechtbank alleen anders kunnen zijn als dat buitenlandse onderzoek op verzoek van de Nederlandse justitiële autoriteiten heeft plaatsgehad en/of de Nederlandse justitiële autoriteiten een sturende althans vergaande invloed hebben gehad op de inzet van die onderzoekshandelingen. De Schutznorm Deze juridische term houdt in dat vormverzuimen, begaan tijdens het voorbereidend onderzoek, in beginsel worden gesanctioneerd, maar alleen als die zijn begaan in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte. Indien het niet de verdachte is die getroffen wordt in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, geldt dat in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg zal behoeven te worden verbonden aan het verzuim. Op dit uitgangspunt is in de jurisprudentie door de Hoge Raad echter een uitzondering aangenomen. Die luidt dat er onder omstandigheden ook rechtsgevolgen verbonden kunnen worden aan vormverzuimen die weliswaar niet zijn begaan door een ambtenaar met opsporing en vervolging belast in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte, maar die wel van bepalende invloed zijn geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek of de vervolging van de verdachte. Artikel 6 EVRM Een verdachte heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Het recht op een eerlijk proces omvat de aanspraak op voldoende tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging dus ook verstrekking van de processtukken. Hiertoe behoren alle stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn (artikel 149a lid 2 Sv). Artikel 8 EVRM Uit artikel 8 EVRM vloeit voort dat inmenging van het openbaar gezag in ieders recht op privéleven en correspondentie alleen is toegestaan voor zover dat bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Er moet dus een wettelijke basis zijn voor de privacy schending en die schending dient bovendien te voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Artikel 126 uba Wetboek van Strafvordering Artikel 126uba Sv omvat het binnendringen in een geautomatiseerd werk, het onderzoek van dat geautomatiseerd werk inclusief de vastlegging en verwerking van de daarbij aangetroffen gegevens. Het doel van de bevoegdheid is om toegang te verkrijgen tot de gegevens die in een geautomatiseerd werk zijn of worden verwerkt ten behoeve van de opsporing en vervolging van ernstige vormen van computercriminaliteit of andere ernstige misdrijven. In het eerste lid van het wetsartikel worden wel voorwaarden aan de toepassing van deze opsporingsbevoegdheid gesteld. Deze luiden: - er moet sprake zijn van een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, Sv; - het belang van het onderzoek moet de inzet van de bevoegdheid dringend vorderen; - er moet sprake zijn van feiten of omstandigheden waaruit een redelijk vermoeden voortvloeit dat de persoon, bij wie het binnen te dringen geautomatiseerde werk in gebruik is, betrokken is het bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven. Artikel 126o, eerste lid, Sv beperkt zich tot feiten of omstandigheden waaruit een redelijk vermoeden voortvloeit dat in georganiseerd verband misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv worden beraamd of gepleegd die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die in dat georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. 3.3.3.3 Het recht op een eerlijk proces, de verkrijging van gegevens in Frankrijk; vertrouwensbeginsel en ‘equality of arms’ en het recht op eerbiediging van de privacy Het recht op een eerlijk proces De verdediging stelt dat het recht op een eerlijk proces is geschonden door het gebrek aan transparantie omtrent de verkrijging en de verwerking van de Sky berichten en doordat de verdediging meerdere keren bewust verkeerd is voorgelicht door de officier van justitie. Zij wilde in deze zaak onderzoeken of artikel 8 EVRM geschonden is bij de verkrijging en verwerking van de berichten die deel uitmaken van het strafdossier. Het beginsel van equality of arms omvat een recht op kennisname van materiaal dat potentieel relevant is voor de verdediging. Doordat veel onderzoekswensen niet werden gehonoreerd is er geen volledig beeld verkregen, waardoor het beginsel van equality of arms en daarmee artikel 6 EVRM is geschonden. De verdediging verwijst hierbij onder meer naar het Dev Sol arrest, waarin de Hoge Raad overwoog: …”In het dossier dienen te worden gevoegd stukken die redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin.”(HR 7 mei1996, NJ 1996/687). De rechtbank zal dit verweer bespreken door achtereenvolgens in te gaan op de verweren die zien op: De verkrijging van gegevens in Frankrijk; De overdracht van gegevens door Frankrijk; De verwerking van gegevens in Nederland. Daarna zal de rechtbank haar eindoordeel geven over het primaire verweer. De vraag is of het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan de toets of artikel 8 EVRM geschonden is bij de verkrijging van de Sky ECC gegevens in Frankrijk. Als dat zo is, dan betekent het niet verstrekken van meer gegevens dan die nu beschikbaar zijn, in zoverre geen schending van het beginsel van equality of arms kan opleveren. De verdediging stelt dat het vertrouwensbeginsel niet opgaat omdat Nederland feitelijk verantwoordelijk was voor de interceptie van de Sky ECC gegevens en omdat de interceptie deels op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden. Zij wijst op de omstandigheid dat de start van het Franse onderzoek naar Sky ECC is gebaseerd op informatie die door Nederland en België was aangeleverd, Nederland de techniek aan Frankrijk heeft geleverd om de ontsleuteling mogelijk te maken, waarna de analyse van de berichten in Nederland plaatsvond. Nederland is in de ogen van de verdediging medeverantwoordelijk voor de onderschepping van de Sky berichten. Daarnaast verwijst zij naar de bijlagen bij de brief van het Landelijk Parket van 2 juni 2022, waaruit blijkt dat er zeer frequent overleg tussen Nederland en Frankrijk heeft plaatsgevonden vanaf 27 mei 2019. Als de rechtbank deze stelling niet volgt, dan moet de conclusie luiden dat er onvoldoende transparantie is geboden over de rol van Nederland. Voor zover de verweren zien op de rechtmatigheid van de verkrijging van de Sky ECC-gegevens in Frankrijk, stuiten die naar het oordeel van de rechtbank af op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelt vast dat de Sky ECC data zijn verkregen op basis van Franse strafvorderlijke bevoegdheden, waarvoor een Franse rechter een machtiging heeft gegeven, in het kader van een Frans opsporingsonderzoek naar het bedrijf Sky ECC. Bij die stand van zaken is sprake van een opsporingsonderzoek dat onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten heeft plaatsgevonden. Dat er sprake is geweest van nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Nederland in de aanloop naar en gedurende dat onderzoek en dat de Franse autoriteiten het onderzoek hebben opgestart naar aanleiding van Nederlandse en Belgische informatie, maakt dit niet anders. Dat de Nederlandse autoriteiten het interceptiemiddel (mede) hebben ontwikkeld en mogelijk bijstand hebben geleverd kan ook niet afdoen aan het gegeven dat het interceptiemiddel door en onder de verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten is ingezet. De vraag wie het interceptiemiddel heeft ontwikkeld is op zichzelf beschouwd irrelevant voor de beoordeling van de vraag onder wiens verantwoordelijkheid die tool vervolgens is ingezet. Dat betekent dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverkort van toepassing is. Het staat derhalve niet aan deze rechtbank ten toets of de wijze waarop het Franse onderzoek is uitgevoerd strookt met de dienaangaande in Frankrijk geldende rechtsregels of een schending inhoudt van artikel 6 en/of 8 EVRM. De stelling dat het vertrouwensbeginsel moet wijken omdat er gegevens zijn onderschept van Nederlandse gebruikers, op Nederlands grondgebied, gaat niet op. Weliswaar zijn er gegevens onderschept van telefoons die zich in Nederland bevonden, wat ook voorzienbaar was voor de autoriteiten, maar dat is gebeurd door het plaatsen van een ‘tool’ op die telefoons via een server die zich in Frankrijk bevond, waarna de informatie van die telefoons, via die server, naar de Franse autoriteiten werd gezonden. De gegevens zijn dus in het kader van een Frans opsporingsverzoek verkregen door – na machtiging van een Franse rechter – het plaatsen van een interceptiemiddel op een server in Frankrijk. In zoverre stuit dit verweer eveneens af op het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Zelfs als het zo zou zijn dat het materiele interstatelijke vertrouwensbeginsel in strikte zin niet van toepassing zou zijn, gelet op de verwevenheid van de opsporingsactiviteiten in Frankrijk en Nederland en de wijze waarop de gegevens zijn verkregen en overgedragen aan Nederland (welke conclusie de rechtbank uitdrukkelijk niet deelt), doet dat niets af aan bovenstaand oordeel. In onderhavige zaak zijn de Sky ECC data namelijk verkregen in het kader van opsporing in JIT-verband, welk verband is gebaseerd op in de EU overeengekomen regels. Het vertrouwen in het Franse rechtsstelsel is in dat kader het vertrekpunt, welk vertrouwen niet wordt doorbroken of gerelativeerd door enige vorm van vergaande betrokkenheid van de Nederlandse met opsporing belaste autoriteiten. Die betrokkenheid is immers voorondersteld (vgl. Rechtbank Noord-Holland, 4 mei 2022, ECLI:2022:3899, welke uitspraak zag op het berichtenverkeer via EncroChat). Ook om deze reden kan de rechtbank van de rechtmatigheid van de beslissingen van de Franse rechters en de daarin toegestane toepassing van opsporingsbevoegdheden uitgaan. Ook het verweer dat het beginsel van ‘equality of arms’, dat voortvloeit uit het in artikel 6 EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces, zich verzet tegen strikte toepassing van het vertrouwensbeginsel, slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat door het openbaar ministerie uiteindelijk een grote hoeveelheid stukken is overgelegd die zien op de verkrijging en overdracht van gegevens in en door Frankrijk en dat omtrent de wijze waarop die verkrijging heeft plaatsgevonden uiteindelijk veel duidelijkheid is verschaft. Het beginsel van ‘equality of arms’ noopt echter niet tot ongeclausuleerde verstrekking van alle stukken die zien op de verkrijging van de Sky ECC gegevens: een andere uitleg zou het interstatelijk vertrouwensbeginsel van elke betekenis ontdoen. De rechtbank is daarmee van oordeel dat door het openbaar ministerie voldoende transparantie is betracht over de verkrijging van de gegevens en is tevens van oordeel dat de verweren die zien op de verkrijging niet slagen. 3.3.3.4 De overdracht van gegevens aan Nederland Hieromtrent is door de verdediging aangevoerd dat van juni 2019 tot december 2019 de Sky berichten op grond van artikel 26 van het Cybercrimeverdrag werden gedeeld, maar dat die mogelijkheid echter is beperkt tot specifieke delicten en dat daarvoor in Nederland geen vervolging plaatsvond. Daarna werden de gegevens gedeeld op basis van de JIT-overeenkomst, maar van gemeenschappelijk onderzoek in één team was geen sprake. Dat is volgens de verdediging in strijd met de wet, zodat er bewijsuitsluiting moet volgen of strafvermindering. Vanaf december 2019 zijn door Frankrijk aan Nederland de Sky data verstrekt in het kader van het JIT. Dat de Nederlandse wettelijke bepalingen waarin de JIT-regeling is vastgelegd niet zouden voldoen aan de vereisten die het EHRM stelt, dan wel dat strijdig met de geest van de JIT-wetgeving zou zijn gehandeld door de wijze waarop Frankrijk de data aan Nederland heeft overgedragen, is de rechtbank niet gebleken. Het komt de rechtbank voor dat de JIT-regelgeving bij uitstek is voorzien, en ook geschikt is, voor samenwerking en communicatie zoals die tussen Frankrijk, België en Nederland inzake Sky ECC heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank valt onder de overeenkomst ook het delen van bevindingen die een deelnemende staat volgens zijn eigen regels van strafvordering en in dit geval met een machtiging van de (Franse) rechter-commissaris heeft verkregen. De rechtbank ziet dus geen beletsel voor het delen van gegevens uit het Franse onderzoek op grond van een JIT-overeenkomst. Voor zover het verweer ziet op de overdracht van gegevens door Frankrijk aan Nederland voorafgaand aan de vorming van het JIT in december 2019, passeert de rechtbank dat verweer. De tenlastelegging bevat feiten die op zijn vroegst betrekking hebben op een periode vanaf 21 maart 2020 (feit 10). De relevante berichten zijn op zijn vroegst na de totstandkoming van het JIT overgedragen. De verdachte heeft dus geen belang bij een algemene toetsing van de overdracht van gegevens door Frankrijk aan Nederland voorafgaand aan de vorming van het JIT, nu enige onrechtmatigheid, voor zover aan de orde, in die fase niet jegens hem is begaan. Dat betekent dat de rechtbank niet treedt in een beoordeling van de overdracht van data door Frankrijk aan Nederland in die periode, met inbegrip van de al dan niet aan die overdracht ten grondslag liggende EOB’s, machtigingen (onder meer op grond van artikel 126ug Sv) en daartoe strekkende verzoeken. Bovenstaande betekent dat alle verweren die zien op de overdracht van gegevens van Frankrijk naar Nederland worden gepasseerd. 3.3.3.5 De verwerking van de data in Nederland (artikelen 126t en 126uba Sv en ‘equality of arms’ en het recht op eerbiediging van het privéleven) De verdediging wenst meer informatie over de verwerking van de Sky data in Nederland en stelt dat, los van de verkrijging van de berichten in Frankrijk, mogelijk ook inbreuk op artikel 8 EVRM is gemaakt door het doorzoeken, bewaren en delen van de onderschepte berichten. De berichten zijn immers verkregen door interceptie, waarvoor mogelijk geen wettelijke grondslag bestond en die niet voldeed aan de eis 'necessary in a democratic society'. Niet alle verwerkingshandelingen die ten aanzien van de Sky gegevens hebben plaatsgevonden konden door de aangehaalde artikelen uit Sv worden gedekt. Het was niet voorzienbaar dat er gegevens werden verwerkt die eerder bij een hack in Frankrijk zijn verkregen en het ontbrak aan de vereiste verdenking. Inleiding Op 11 december 2020 is het onderzoek 26Argus gestart, dat zich richt op de individuele gebruikers van Sky ECC. De rechtbank is van oordeel dat dit onderzoek niet geldt als voorbereidend onderzoek naar verdachte in de zin van artikel 359a Sv, nu 26Argus niet specifiek betrekking had op de aan verdachte in onderhavige zaak ten laste gelegde feiten, waarover de rechtbank nu moet oordelen. Niettemin is het mogelijk dat een vormverzuim of onrechtmatigheid, begaan in het kader van het onderzoek 26Argus, van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar verdachte ter zake van het tenlastegelegde. Het is om deze reden dat de verdediging een belang had bij verstrekking van bepaalde stukken uit het onderzoek 26Argus. De rechtbank zal dan ook ingaan op de verweren die zien op de verwerking van de Sky ECC gegevens met betrekking tot het onderzoek 26Argus. De wettelijke grondslag Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de mogelijkheid van de opslag van de serverdata wel degelijk bij wet is voorzien. Door in artikel 126uba Sv aan de officier van justitie de bevoegdheid te verlenen om (na machtiging van de rechter-commissaris) een geautomatiseerd werk binnen te dringen en vervolgens onderzoek te doen met het oog op onder meer bepaalde kenmerken van de gebruiker, zoals de identiteit of de locatie, en de vastlegging daarvan, maar ook met het oog op de uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126t Sv, oftewel het afluisteren, en met het oog op de vastlegging van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn of worden opgeslagen. Het feit dat de hack zelf, het binnendringen in het geautomatiseerde werk, door de Franse autoriteiten heeft plaatsgevonden maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat daarmee artikel 126uba Sv niet meer van toepassing is op hetgeen na die hack is gebeurd: het afluisteren en onderzoeken. De rechtbank oordeelt daarom dat artikel 126uba Sv een wettelijke grondslag biedt voor het ontvangen, opslaan en onderzoeken van de Sky data. Dat de artikelen 126t en 126uba Sv een onvoldoende wettelijke grondslag zouden bieden voor de wijze waarop de data in het onderzoek 26Argus is verwerkt, is aan de rechtbank, niet gebleken. De toepassing De verwerking van de Sky gegevens heeft er, voor zover voor de onderhavige zaak relevant, aldus uitgezien: Onderzoek Argus Op 15 december 2020 is de eerste machtiging ex artikel 126t Sv verstrekt en op 7 februari 2021 is de eerste machtiging ex artikel 126uba Sv verstrekt. Onderzoek Helden Op 4 mei 2021 heeft de rechter-commissaris toestemming gegeven voor het nadere gebruik van de onderschepte en ontsleutelde informatie aan de officier van justitie, omdat er een gerechtvaardigde verdenking was dat het hoofdsubject met Sky-ID [accountnaam 1] deel uitmaakte van een crimineel samenwerkingsverband en dat in dat verband gebruik gemaakt werd van genoemd Sky-ID. Aannemelijk was dat de volgende Sky-communicatie plaatsvond in het kader van de criminele activiteiten van dat criminele samenwerkingsverband: - Kader A: de communicatie tussen het hoofdsubject ( [accountnaam 1] ) en diens contacten; - Kader B: de communicatie van die contacten van Kader A-subjecten met anderen. Ook was onderbouwd dat de strafbare feiten waarop de verdenking zag van voldoende gewicht waren om te rechtvaardigen dat onderschepte en ontsleutelde communicatie zou worden ingezien en gebruikt zou worden in een strafrechtelijk onderzoek. Uiteindelijk heeft de officier van justitie op 17 november 2021 ex artikel 126dd Sv toestemming gegeven voor het delen van de gegevens. Onderzoek Teide Voor wat betreft het onderzoek Teide is op 4 juli 2021 door de rechter-commissaris (aanvullende) toestemming verleend om de via Sky ECC gevoerde communicatie van de Sky-ID’s [accountnaam 2] en [accountnaam 3] te onderzoeken evenals de communicatie met anderen (de zogeheten Kader B subjecten). In dat onderzoek kwam vervolgens Sky account [accountnaam 1] prominent in beeld, waarna de rechter-commissaris op 16 mei 2022 aanvullende toestemming gaf om onderzoek te doen naar diens via Sky ECC gevoerde communicatie en naar de communicatie van zijn contacten met anderen (kader A/B). Op 19 september 2022 heeft de officier van justitie toestemming gegeven voor het gebruik van gegevens uit het onderzoek Argus ex artikel 126dd Sv in het onderzoek Teide. Dit zag op Sky-ID [accountnaam 1] met gebruikersnaam [naam 4] , een account dat vermoedelijk gekoppeld was aan de verdachte. De toetsing Zoals blijkt uit de overwegingen van de rechter-commissaris, is uit het onderzoek naar Sky ECC naar voren gekomen dat een groot deel van de gebruikers deze diensten met name gebruikte voor het voorbereiden en plegen van ernstige, de rechtsorde verstorende vormen van (georganiseerde) criminaliteit, en dat de gevoerde – versleutelde – communicatie veelal betrekking had op strafbare feiten en niet of nauwelijks op het privéleven van de gebruikers. De rechter-commissaris heeft niettemin bij de verlening van de eerste machtiging in het onderzoek Argus op grond van artikel 126t Sv geoordeeld dat het enkele gebruik van een Sky-telefoon jegens de individuele gebruikers onvoldoende is voor een redelijk vermoeden van concrete betrokkenheid van de individuele gebruiker bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven in de zin van artikel 126t lid 1 Sv. De rechter-commissaris heeft daarom een machtiging in twee fasen afgegeven waarbij eerst wordt gemachtigd tot onderzoek aan de hand van zoeksleutels die sterke aanwijzingen opleveren voor ernstig georganiseerde criminaliteit en vervolgens aanvullend toestemming kon worden verleend aan de hand van de resultaten van de eerste zoekslag, voor zover dan een redelijk vermoeden bestond van betrokkenheid bij misdrijven zoals bedoeld in artikel 126t Sv. De verdenking jegens een gebruiker van een Sky ECC telefoon ontstaat dus in ieder geval als die wordt gecombineerd met de in de eerste zoekslag gehanteerde zoeksleutels die aanwijzingen opleveren voor ernstige, georganiseerde criminaliteit. Ten aanzien van de verdachte bestond bovendien op het moment van de aanvullende toestemming reeds een verdenking van betrokkenheid bij grootschalige handel in harddrugs. Dat de in de artikelen 126t en 126uba Sv genoemde voorwaarden niet zijn nagekomen, is aan de rechtbank, mede gezien hetgeen hierboven omtrent de verlening van die machtigingen is overwogen, niet gebleken. De rechtbank is verder van oordeel dat de door de rechter-commissaris gegeven machtigingen voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, waarbij de rechtbank dit overigens slechts marginaal toetst. Anders dan door de verdediging betoogd is geen sprake geweest ongedifferentieerde bulkinterceptie of een ongerichte ‘fishing expedition’. Er is immers slechts gezocht met behulp van zoeksleutels die sterke aanwijzingen opleveren voor ernstige, georganiseerde criminaliteit, terwijl is vastgesteld dat de Sky ECC-dienst grotendeels werd gebruikt voor het voorbereiden en plegen van ernstige criminaliteit. De rechter-commissaris heeft bovendien (beperkende/strenge) voorwaarden gesteld aan de wijze waarop de data zouden/konden worden doorzocht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rechter-commissaris de eerste machtiging artikel 126t Sv en alle daarop voortbordurende machtigingen, waaronder ook de machtigingen op grond van artikel 126uba Sv, dan ook op goede gronden afgegeven en levert dit geen schending op van artikel 8 EVRM. Equality of arms Ten aanzien van de vraag of op het punt van de verwerking van de Sky ECC gegevens in Nederland is voldaan aan het beginsel van equality of arms overweegt de rechtbank dat het er bij dit beginsel om gaat of het gebruik van de gegevens, waaronder uiteindelijk ook de interpretatie van de inhoud van de ontsleutelde berichten, in de onderhavige strafzaak door de verdediging toetsbaar is. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoeksdossier Helden/Teide daartoe voldoende informatie bevat. De raadsvrouw heeft verder kunnen beschikken over de dataset inzake het aan de verdachte gekoppelde Sky ID [accountnaam 1] met gebruikersnaam ‘ [naam 4] ’ en het dossier zo kunnen controleren en kunnen inbrengen wat zij dienstig achtte voor de beoordeling van de zaak. Door de verdediging is in het kader van het beginsel van equality of arms nog aangevoerd dat het openbaar ministerie deze rechtbank onjuist heeft geïnformeerd over de mate van betrokkenheid van de Nederlandse opsporingsautoriteiten bij het Franse onderzoek. Ook zou het openbaar ministerie andere rechters onjuist hebben geïnformeerd, bijvoorbeeld door bij het verzoek tot verstrekking van de machtiging ex artikel 149b Sv te stellen dat de hacktool door Frankrijk is ontwikkeld. Voor de stelling dat het openbaar ministerie op enig moment deze rechtbank moedwillig onjuist heeft geïnformeerd ziet de rechtbank geen aanknopingspunten, laat staan dat er aanknopingspunten te vinden zijn voor de stelling dat dusdanig onjuiste informatie is verschaft of weggelaten dat bewijsuitsluiting of strafvermindering zou moeten volgen. Dat het openbaar ministerie lang geen stukken heeft willen verschaffen omtrent de verkrijging van de data in Frankrijk, acht de rechtbank niet van belang, gelet op wat hiervoor is overwogen omtrent het vertrouwensbeginsel. Die stukken had het openbaar ministerie gelet op het vertrouwensbeginsel immers niet hoeven verstrekken. Gelet op de complexiteit van de materie is het ook niet verwonderlijk dat her en der in stukken vergissingen zijn gemaakt of dat er verwarring is ontstaan. Dat betekent echter nog niet dat door het openbaar ministerie op grove wijze is gehandeld in strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde. Prokuratuur-arrest De verdediging heeft bij brief van 5 oktober 2022 onder meer aandacht gevraagd voor de brief van 30 augustus 2022 van de officieren van het Landelijk Parket. In deze brief wordt ingegaan op de gevolgen van het Prokuratuur-arrest voor in de onderzoeken 13Yucca toegepaste bevelen op grond van de artikelen 126n of 126ng Sv. Uit de inhoud van de brief begrijpt de rechtbank dat van alle toestellen die contact maakten met de door de server gebruikte APN, gegevens werden gevorderd van telecomprovider KPN (IMEI-nummer, telefoonnummer (MSISDN), de datum en tijd dat er gebruik werd gemaakt van de APN en het gebruikte Cell-ID), vrijwel steeds zonder voorafgaande rechterlijke toets. Hetgeen de verdediging bij brief van 5 oktober 2022 naar voren heeft gebracht, kan echter niet gelden als een verweer dat door of namens de verdachte uitdrukkelijk ter terechtzitting is voorgedragen. De rechtbank volstaat daarom met de conclusie dat het gestelde in de brief de rechtbank niet tot het oordeel brengt dat er sprake is geweest van een vormverzuim waaraan een van de gevolgen als genoemd in artikel 359a, eerste lid, Sv verbonden zou moeten worden. Per saldo concludeert de rechtbank dan ook dat in het onderzoek naar de verdachte, noch in voorgaande onderzoeken, sprake is geweest van ongerechtvaardigde inbreuken op diens recht op privacy en diens recht op een eerlijk proces. Alle verweren die zien op de verwerking van gegevens in Nederland worden daarom verworpen. 3.3.3.6 Slotsom De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is geweest van een schending van het in artikel 6 EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces en is verder van oordeel dat het gevoerde verweer, strekkende tot bewijsuitsluiting en/of strafvermindering, in al zijn onderdelen moet worden verworpen. De rechtbank oordeelt dat er in deze zaak geen sprake is van (relevante) vormverzuimen en dat de Sky ECC-gegevens kunnen worden gebruikt voor het bewijs. In het voorgaande ligt ook het oordeel van de rechtbank besloten dat er in het schrijven van de raadsvrouw van 24 oktober 2022 geen aanleiding wordt gezien het onderzoek ter terechtzitting te heropenen. De rechtbank acht zich bij de huidige stand van zaken voldoende geïnformeerd en ziet zelf geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. Gelet hierop ziet de rechtbank op dit moment, mede gelet op de stand van het onderhavige onderzoek thans en ten tijde van het schrijven van de raadsvrouw, ook niet de noodzaak te wachten op de beantwoording van de vragen -waarvan de inhoud tot op heden onbekend is- die door de rechtbank Noord-Nederland zullen worden gesteld. 3.3.4 De ten laste gelegde feiten 3.3.4.1 Inleiding De rechtbank komt nu toe aan een inhoudelijk oordeel over de strafbare feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd. 3.3.4.2 Bewijsmiddelen [straatnaam 2] te Kerkrade Doorzoeking Op 10 juni 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [straatnaam 2] in Kerkrade . Aantreffen verdovende middelen, wapens, voorwerpen ten behoeve van de productie van harddrugs en precursoren In die woning zijn op de tweede verdieping (zolder), achter een afgetimmerd gedeelte waarover de politie relateert dat deze als berging fungeerde, aangetroffen en in beslag genomen: - in een doorzichtige kunststoffen box met blauw deksel: diverse verpakkingen (17 items) met een bruine inhoud met een totaal nettogewicht van 12.546,35 gram. Een aantal verpakkingen
(8)is bemonsterd en door NFiDent is vastgesteld dat deze monsters heroïne bevatten; - in een zwarte sporttas met groene rand: diverse verpakkingen (18 items) met een bruine inhoud met een totaal nettogewicht van 13.036,57 gram. Een aantal verpakkingen
(9)is bemonsterd en door NFiDent is vastgesteld dat deze monsters heroïne bevatten; - in een stoffen tas met tomatenopdruk: diverse verpakkingen (4 items) met een bruine inhoud met een totaal nettogewicht van 1.976,94 gram. Een aantal verpakkingen
(3)is bemonsterd en door NFiDent is vastgesteld dat deze monsters heroïne bevatten. In de CV-ruimte van die woning zijn aangetroffen en in beslag genomen: - in een blauw met gele sporttas: twee pakketten (2 items) met een witte inhoud (met het opschrift ‘Carrera1’) met een totaal nettogewicht van 2.005,35 gram. Beide pakketten zijn bemonsterd en door NFiDent is vastgesteld dat deze monsters heroïne bevatten. Op de tweede verdieping, achter het afgetimmerd gedeelte dat volgens de politie als berging fungeerde, zijn eveneens aangetroffen en in beslag genomen: - in een gele draagzak van Jumbo: drie kunststof dozen met in elke doos een vuurwapen; - in een zwarte kartonnen doos: zes kunststof dozen met in elke doos een vuurwapen; - een kartonnen doos met het opschrift “Scorpio 9 mm Luger 1000KS 13/2019”; Verbalisant heeft gerelateerd dat hij voelde dat de ongeopende doos gevuld was; - in een draagzak met de afbeeldingen van varkens: een in plastic ingepakt vuurwapen en diverse doosjes/verpakkingen met (onder meer) patroonhouders. Uit nader onderzoek aan de in beslag genomen wapens blijkt dat deze allemaal naar behoren functioneren en dat het gaat om: - een automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘CZ’ en type ‘Scorpion’. Dit wapen werd aangetroffen met een geluiddemper en twee patroonmagazijnen. Eén van de twee patroonmagazijnen was gevuld met kogelpatronen. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie II sub 2 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘Glock’ en type ‘20’. Dit wapen werd aangetroffen met een patroonmagazijn. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘Sig Sauer’ en type ‘P320’. Dit wapen werd aangetroffen met twee patroonmagazijnen. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘Sig Sauer’ en type ‘1911’. Dit wapen werd aangetroffen met twee patroonmagazijnen. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool), kaliber 9x19 mm, van het merk ‘Glock’ en type ‘17’. Dit wapen werd aangetroffen met een patroonmagazijn. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘Glock’ en type ‘19’. Dit wapen werd aangetroffen met een patroonmagazijn. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘CZ’ en type ‘P-10 S’. Dit wapen werd aangetroffen met twee patroonmagazijnen. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool), kaliber .45, van het merk ‘Colt’ en type ‘M45A1’. Dit wapen werd aangetroffen met twee patroonmagazijnen (waarvan een geladen met zeven kogelpatronen). Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool), kaliber .45 auto, van het merk ‘Colt’ en type ‘Goldcup Trophy’. Dit wapen werd aangetroffen met twee patroonmagazijnen (waarvan een geladen met zeven kogelpatronen). Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het merk ‘Glock’ en type ‘17’. Dit wapen werd aangetroffen met een patroonmagazijn (geladen met 17 kogelpatronen). Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie; - een semi-automatisch vuurwapen (pistool), kaliber .22 LR, van het merk ‘Umarex’ en type ‘Beretta’. Dit wapen werd aangetroffen met een patroonmagazijn (geladen met 15 kogelpatronen). Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie;. - een vuurwapen (‘zes shots’ revolver) van het merk ‘Ruger’ en type ‘GP100 (noot griffier: in de kennisgeving van inbeslagneming staat abusievelijk RG100) ’. Het wapen is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie. Verder zijn nog aangetroffen en in beslag genomen: - in de keuken in een bigshopper van de Action: diverse grote ‘sealbags’ (9 items) met daarin witte kristallen met een totaal nettogewicht van 17.767,49 gram. Een aantal items is bemonsterd en drie monsters zijn voor onderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) gestuurd. Door het NFI is vastgesteld dat deze monsters levamisol en/of dexamisol bevatten; - in een keukenkastje: een ijzeren (druk)pers waarmee verdovende middelen kunnen worden geperst; - verpakkingsmateriaal (3 zakken van respectievelijk 25, 32 en 31 ‘sealbags’ en 53 verpakkingen van elk 100 mini ‘sealbags’); - een sealapparaat (vacumeermachine); - op de tweede verdieping in een ruimte met een tafel: een metalen constructie voor het persen van verdovende middelen en vier jerrycans, gevuld met een vloeistof. Uit twee jerrycans is een monster genomen, waarna beide monsters indicatief zijn onderzocht. Dat onderzoek heeft uitgewezen dat er een indicatie is voor de aanwezigheid van aceton; - in de berging op het erf: vier witte jerrycans, waarvan drie met een transparante vloeistof en één met een gele vloeistof als inhoud. Eén jerrycan met transparante vloeistof en de jerrycan met gele vloeistof zijn bemonsterd. Uit indicatief onderzoek volgt dat de jerrycan met transparante vloeistof testte op de aanwezigheid van Ethyl Acetate en de jerrycan met de gele vloeistof op de aanwezigheid van Methyl Ethyl Ketone en Aceton. DNA-sporen In de woning zijn sporen aangetroffen en veiliggesteld. Op een tafel in de woonkamer stonden een blikje ‘Lipton Ice’ en een asbak met daarin twee sigarettenpeuken. De opening van het blikje (speeksel: SIN AAMQ0631NL#01) en de twee peuken (SIN AAMQ0632NL#01 en SIN AAMQ0633NL#01) zijn bemonsterd op de aanwezigheid van biologische sporen. Het daaruit gebleken DNA-profiel bleek bij vergelijking in de DNA-databank een match op te leveren met het DNA-profiel van de verdachte. De kans dat een willekeurig gekozen individu hetzelfde DNA-profiel bezit als dat van de onderzochte sporen acht het NFI minder dan één op de miljard. Van de zwart-groene sporttas, die op zolder is aangetroffen met ruim 13 kilogram heroïne, zijn de hengsels bemonsterd op aanwezigheid van biologische sporen (SIN AANV2613#01). Het NFI heeft gerapporteerd - zakelijk weergegeven - dat het DNA-profiel van het spoor voorzien van SIN AANV2613#01 een DNA-mengprofiel bevat van minimaal drie personen, waarbij het meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat van [naam 5] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen. Tevens werd het DNA-mengprofiel eenmalig vergeleken met de DNA-profielen van personen die zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Hierbij is het ongeveer 2 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van de medeverdachte [naam 2] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen. Medeverdachte [naam 2] gezien in nabijheid woning op 10 juni 2020 (dag van de doorzoeking) De medeverdachte [naam 2] is op 10 juni 2020 omstreeks 14.45 uur, samen met [naam 6] , rijdend in een auto, door verbalisanten gezien en gecontroleerd in de buurt van de [straatnaam 2] in Kerkrade . Verbalisanten waren daar op dat moment aanwezig in verband met een incident (de rechtbank begrijpt: de doorzoeking van de woning). Huurder en bewoner van de woning De woning aan de [straatnaam 3] in Kerkrade werd - tot 29 november 2019 samen met een ander ( [bewoner] ) en daarna alleen - gehuurd door [huurder] . [huurder] heeft op 3 juli 2020 bij de politie verklaard dat zijn broer ‘ [naam 7] ’ sinds maart op het adres [straatnaam 2] in Kerkrade woont. [naam 7] heeft op 5 juli 2020 bij de politie verklaard dat hij sinds eind februari begin maart van dat jaar op de [straatnaam 2] in Kerkrade woonachtig was. Op 21 december 2020 heeft [naam 7] aanvullend verklaard dat hij schulden had. Hij kwam toen iemand tegen en moest toen voor die persoon ‘stashen’. Hij moest drugs en wapens voor hem bewaren. [naam 7] zou hiervoor € 1.000,00 cash per maand krijgen. De drugs en wapens moest hij ‘stashen’ in de woning waar hij verbleef: de [straatnaam 2] in Kerkrade . Dat deed hij vanaf begin maart
  1. Hij heeft daar een keer of vier, zo denkt hij, € 1.000,00 voor gekregen. Nader onderzoek naar de verdachte en de medeverdachte [naam 2] Naar aanleiding van de hiervoor genoemde DNA-hits heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar de verdachte en de medeverdachte [naam 2] . Bakens Gebleken is dat de verdachte gebruik maakte van een personenauto van het merk Nissan, type Qashqai, voorzien van het Nederlandse kenteken [plaat 1] . Onder de auto is door de politie een baken geplaatst. Gebleken is verder dat de medeverdachte [naam 2] gebruik maakte van een op zijn naam gestelde personenauto van het merk BMW, type 2018D, voorzien van het Nederlandse kenteken [plaat 2] . Ook onder deze auto is door de politie een baken geplaatst. Op 4 februari 2021 heeft een verbalisant ‘live’ beelden bekeken van de bakengegevens met betrekking tot de BMW met kenteken [plaat 2] en gezien dat de auto om 15 uur stil kwam te staan op de [straatnaam 1] (ter hoogte van perceel [straatnaam 1] ) te Brunssum . Vervolgens is door een andere verbalisant, die omstreeks 15.35 uur arriveerde op de [straatnaam 1] te Brunssum , gezien dat de BMW met kenteken [plaat 2] voor de woning aan de [straatnaam 1] stond. Omstreeks 15.51 uur zag deze verbalisant dat een negroïde man wegliep vanaf de voordeur van de woning aan de [straatnaam 1] , dat deze man de voordeur afsloot, uit de richting van de [straatnaam 1] weg liep en vervolgens plaats nam achter het stuur van de eerdergenoemde BMW. Beide verbalisanten hebben daarna (telefonisch) contact gehad en de verbalisant die de beelden bekeek heeft een foto van de verdachte [naam 2] naar de verbalisant ter plaatse gestuurd. Laatstgenoemde herkende de man op de foto als de persoon die hij vanaf de woning [straatnaam 1] zag weglopen. Uit de bakengegevens is verder naar voren gekomen dat: - beide voertuigen op 5 februari 2021 (om 16.01 uur) en op 7 februari 2021 (om 15.34 uur, 15.40 uur, 16.10 uur en 16.18 uur) aanwezig waren in de nabijheid van de [straatnaam 1] te Brunssum; - de Nissan Quashqai met kenteken [plaat 1] op 23 januari 2021 (om 21.07 uur en 23.05 uur) en 24 januari 2021 (om 01.02 uur, 03.00 uur, 04.57 uur, 06.54 uur en 08.52 uur) en 27 januari 2021 (om 17.12 uur en 19.10 uur) geparkeerd stond in de directe nabijheid van de [straatnaam 1] te Brunssum; - de BMW 218d met kenteken [plaat 2] zich op 4 februari 2021 (om 14.56 uur, 14.58 uur, 15.00 uur, 15.56 uur, 18.58 uur, 19.00 uur, 21.04 uur en 23.07 uur) en op 5 februari 2021 (om 01.11 uur en 03.13 uur) op de [straatnaam 1] te Brunssum bevond. Observaties Tijdens observaties (opnames, gemaakt in de periode 5 tot en met 8 februari 2021) van de woning aan de [straatnaam 1] te Brunssum is (onder andere) het volgende waargenomen: “07 februari 2021, 16:18 uur Er komt een man aangelopen naar het pand. Deze man heeft een getinte c.q. donkere huidskleur en heeft een baard c.q. ongeschoren. De man draagt een bril. De persoon is gekleed in een donkere c.q. zwarte jas en een donkere trainingsbroek (…). (…) De man belt kennelijk aan waarna de deur wordt geopend en de man de woning betreedt.” Verbalisanten relateren dat zij deze man herkennen als [naam 2] , geboren op [geboortedag 2]
  2. Hun herkenning is gebaseerd op bevraging van deze persoon in de integrale bevragingssystemen. Uit de registratie van de gemeentelijke basisadministratie is gebleken dat er op de [straatnaam 1] te Brunssum géén personen stonden ingeschreven. Huurder van die woning is [naam 8] . Telefoonnummers Tijdens het onderzoek Helden zijn meerdere telefoongesprekken, gevoerd met telefoonnummer [telefoonnummer 1] dat in gebruik is bij en op naam staat van [naam 9] , opgenomen en afgeluisterd. [naam 9] is de vriendin van de verdachte. Ook voor het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is een bevel tot het opnemen en afluisteren van de telecommunicatie afgegeven. Volgens het onderzoeksteam is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zéér waarschijnlijk in gebruik was bij de verdachte. Deze conclusie heeft het onderzoeksteam (onder meer) gebaseerd op: - Een telefoongesprek op 12 januari 2021 (van 13.56.18 uur tot 13.57.48 uur) Dit betreft een gesprek tussen [naam 9] en een onbekende man, die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . In dit telefoongesprek geeft de NN manspersoon aan dat hij zojuist gezien heeft dat er wiet geruimd werd door de politie, bij hen in de buurt. De onbekende manspersoon geeft aan dat hij naar het tankstation gaat en zegt er dan aan te komen; - Een telefoongesprek op 12 januari 2021 (van 13.57.53 uur tot 14.02.49 uur) Dit telefoongesprek tussen [naam 9] en een vriendin van [naam 9] vindt aansluitend aan het eerste telefoongesprek plaats. In dit telefoongesprek geeft [naam 9] aan dat [verdachte] net is weggegaan naar het tankstation om bonnetjes te halen om te gokken. [naam 9] geeft aan dat er bij hen in de buurt een plantage opgerold is. Mastgegevens telefoonnummer [telefoonnummer 2] Uit de mastgegevens van de afgeluisterde telecommunicatie blijkt dat het telefoonnummer dat zeer waarschijnlijk in gebruik was bij de verdachte (telefoonnummer [telefoonnummer 2] ) regelmatig de mast gelegen aan de [straatnaam 4] te Brunssum aanstraalde. De [straatnaam 1] te Brunssum valt onder het bereik van die mast.Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] straalde eveneens regelmatig de mast aan die ‘uitpeilde’ op onder andere het woonadres van de vriendin van de verdachte. Gezien de verdenking van betrokkenheid van de verdachte en de medeverdachte bij de mogelijk strafbare feiten aan de [straatnaam 2] in Kerkrade én gelet op bovenstaande bevindingen, is bij het onderzoeksteam het vermoeden ontstaan dat ook in de woning aan de [straatnaam 1] te Brunssum strafbare feiten werden gepleegd. [straatnaam 1] te Brunssum Doorzoeking en aantreffen verdovende middelen, wapens, voorwerpen ten behoeve van de productie van harddrugs en precursoren Op 11 februari 2021 heeft een doorzoeking van de woning aan de [straatnaam 1] te Brunssum plaatsgevonden. In die woning zijn onder andere aangetroffen en in beslag genomen: Eerste verdieping - in de eerste slaapkamer, waarover de politie heeft gerelateerd dat deze als verwerkingsruimte voor harddrugs diende: - zes vervuilde blenders en mixers. De daarop aangetroffen poederresten zijn middels een mmc-test positief getest op de aanwezigheid van heroïne; - twee vervuilde weegschalen. De daarop aangetroffen poederresten zijn middels een mmc test positief getest op de aanwezigheid van heroïne; - vijf heroïnepersmallen; - meerdere mengkommen en keukenzeefmaterialen; - een bal bruin poeder met een bruto gewicht van 486 gram. De bal is bemonsterd en door NFiDent is vastgesteld dat het monster heroïne bevat. Ook de verpakking van de drugs is in beslag genomen in verband met dactyloscopisch onderzoek (aan deze verpakking is het SIN nummer AAMP9617NL gekoppeld); - een zakje bruine brokken met een bruto gewicht van 101,8 gram. Er is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat het monster heroïne bevat; - drie zakken met als inhoud beige poeder met een bruto gewicht van 1.658 gram. De inhoud is door de Forensische Opsporing (hierna: FO) indicatief getest als paracetamol/coffeïne; - een zakje wit poeder met een bruto gewicht van 15,80 gram. De inhoud is door FO indicatief getest als cafeïne; - twee zakken bruin poeder met een gewicht van 2112 gram. De inhoud is door FO indicatief getest als paracetamol; Eerste verdieping - in de tweede slaapkamer, waarover de politie heeft gerelateerd dat deze als verwerkingsruimte voor harddrugs diende: - een vacumeermachine/sealmachine; - een heroïnepers; - een literfles met etiket ‘aceton’; - twee jerrycans met het opschrift aceton; - een fles met het opschrift ‘zwavelzuur’, gevuld met vermoedelijk zwavelzuur; - een aluminium zak met als inhoud een doorzichtige zak met daarin wit poeder met een brutogewicht van 830,9 gram. De inhoud is door FO indicatief getest als ‘Epsom Salt; - een aluminium zak met als inhoud wit poeder met een bruto gewicht van 1016,89 gram. De inhoud is door FO getest als phenacatine; - een transparante zak met als inhoud witte kristalletjes met een bruto gewicht van 1.004,38 gram. De inhoud is indicatief getest door FO als ‘boric acid’ (boorzuur). - een aluminium zak met als inhoud wit poeder met een bruto gewicht van 5.032,88 gram. De inhoud is getest door FO als tetramisol; - in een kartonnen doos in een plastic zak van Albert Heijn: een vuurwapen met daarin een patroonhouder, ‘volgetopt’ met munitie, en twee (in huishoudfolie ingepakte) patroonhouders met munitie. Uit nader onderzoek aan het wapen blijkt het te gaan om een semi-automatisch vuurwapen (pistool) van het kaliber 9 X 19 van het merk CZ, model P-10 S. Het wapen functioneerde naar behoren en is te kwalificeren als een wapen zoals bedoeld onder categorie III sub 3 van de Wet wapens en munitie. De inbeslaggenomen munitie bestond uit 14 kogelpatronen van het kaliber 9 millimeter Luger / 9 X 19 millimeter en 28 kogelpatronen van het kaliber 9 millimeter Luger (een synoniem voor kaliber aanduiding 9 X 19 mm; het betreft hier hetzelfde kaliber). Het betreft munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de WWM; Eerste verdieping - in de derde slaapkamer, waarover de politie heeft gerelateerd dat deze als garderobe / kledingkast diende: - in een gele plastic zak van Jumbo: drie brokken ‘bruin’ in doorzichtig plastic met een bruto gewicht van 1.560,34 gram. Van iedere brok is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat de drie monsters heroïne bevatten; - in een plastic tas van Albert Heijn, die in een witte stoffen tas van Action zat: drie brokken bruin poeder in doorzichtig plastic met een bruto gewicht van 1.549,13 gram. Van iedere brok is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat de drie monsters heroïne bevatten; - een brok bruin poeder in doorzichtig plastic met een bruto gewicht van 313,21gram. Van de brok is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat het monster heroïne bevat; - een brok bruin poeder in doorzichtig plastic met een bruto gewicht van 149,45 gram. Van de brok is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat het monster heroïne bevat; - een brok bruin in doorzichtig plastic met een bruto gewicht van 232,04 gram. Van de brok is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat het monster heroïne bevat; - drie zakken wit poeder in doorzichtig plastic met een bruto gewicht van in totaal 2.468,24 gram. De inhoud is indicatief getest door FO als tetramisol / versnijdingsmiddel; Tweede verdieping - op zolder - een in transparant plastic gewikkelde bol wit poeder met een bruto gewicht van 432 gram. Van de bol is een monster genomen en door NFiDent is vastgesteld dat het monster cocaïne bevat; - heroïnepers-onderdelen en mallen. Schrift met aantekeningen Tijdens de doorzoeking is op de eerste verdieping, in de eerste slaapkamer die volgens de politie als verwerkingsruimte voor harddrugs diende, een schrift met aantekeningen aangetroffen en in beslag genomen. In dat schrift zijn notities over geldbedragen te lezen zoals: “€ 25.915, staat open”, “€ 8.000 gaat die geven” en “€ 4.470 te krijgen”. DNA-sporen In de woning heeft forensisch onderzoek plaatsgevonden waarbij (meerdere) DNA-sporen zijn veiliggesteld. In de eerste slaapkamer, die volgens de politie als verwerkingsruimte van harddrugs diende, zijn onder meer een blikje ‘Energy Slammers’, een drinkpakje ‘Taksi’, twee handschoenen, meerdere sigarettenpeuken en een blikje cola aangetroffen en veiliggesteld. Bij onderzoek door TMFI van: - het (gehele) drinkgedeelte van het blikje ‘Energy Slammers’ (AAOJ8114NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel ‘matcht’ met het DNA-profiel van de medeverdachte [naam 2] ; - ( het gehele deel van) het rietje na het knikgedeelte van het drinkpakje ‘Taksi’ (AAOJ8116NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel ‘matcht’ met het DNA-profiel van de medeverdachte [naam 2] ; - de ‘binnenzijde handpalmzijde’ en ‘manchet’ van een handschoen (AAOJ8117NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen, afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Hieruit werd een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel ‘matcht’ met het DNA-profiel van de medeverdachte [naam 2] ; - de filter van een zelf gerolde peuk (AAOJ8118NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen, afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Hieruit werd een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel ‘matcht’ met het DNA-profiel van de verdachte; - de filter van een Marlboro uitgedrukte peuk (AAOJ8121NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel ‘matcht’ met het DNA-profiel van de verdachte; - het drinkgedeelte van het blikje cola (AAOJ8122NL) is een DNA-profiel van een man aangetroffen. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel ‘matcht’ met het DNA-profiel van de medeverdachte [naam 2] . In de derde slaapkamer (die als garderobe / kledingkast diende) werden onder meer een rugzak met daarin een gele plastic zak van ‘Jumbo’ (met daarin 1.560,50 gram heroïne), een witte stoffen tas van ‘Action’ met daarin een plastic tas van ‘Albert Heijn’ (met daarin 1.549,13 gram bruto heroïne en 313,21 gram bruto heroïne). Bij onderzoek door TMFI van: - de (gehele) hengsels van de plastic zak van ‘Jumbo’ (AAOJ8123NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen, afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. De medeverdachte [naam 2] kan donor zijn van celmateriaal in de bemonstering; - de (gehele) handvaten van de witte stoffen tas ‘Action’ (AAOJ8124NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen, afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. De medeverdachte [naam 2] en [naam 8] en [naam 6] kunnen donor zijn van celmateriaal in de bemonstering; - de (gehele) handvaten van plastic tas van ‘Albert Heijn’ (AAOJ8125NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen, afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. De verdachte, de medeverdachte [naam 2] en [naam 6] kunnen donor zijn van celmateriaal in de bemonstering; - van de bovenzijde hengsels (over een lengte van ongeveer 18 cm) en handgreep en koordjes ritsen van de rugzak (AAOJ8126NL) is een DNA-mengprofiel aangetroffen, afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. De verdachte, de medeverdachte [naam 2] , [naam 8] en de [naam 6] kunnen donor zijn van celmateriaal in de bemonstering. De transparante huishoudfolie waarin de bal heroïne met een gewicht van 474,80 gram (aangetroffen in de eerste slaapkamer die volgens de politie als verwerkingsruimte van harddrugs diende) was verpakt, is onderzocht op sporen. In de bemonstering is een DNA-mengprofiel aangetroffen afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. De medeverdachte [naam 2] en [naam 6] kunnen donor zijn van celmateriaal in de bemonstering. Vervolgens heeft een statistische onderbouwing (middels de ‘likelihood-ratio’ methode) van het mogelijke donorschap plaatsgevonden. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen: hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van [naam 2] en drie onbekende, niet verwante personen en hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van vier onbekende, niet verwante personen. Er wordt daarbij geconcludeerd dat de resultaten van het onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is. De forensische opsporing heeft nader onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van dactyloscopische sporen op de in de derde slaapkamer (die volgens de politie als verwerkingsruimte voor harddrugs diende) aangetroffen plastic tas van Jumbo met daarin 1.560,34 gram (bruto) heroïne. Een vergelijkend onderzoek met twee dactyloscopische sporen, te weten twee vingerafdrukken, afkomstig van respectievelijk de buitenzijde van de zak ter hoogte van de ‘M’ van ‘Jumbo’ (SIN AAOQ2503NL in relatie met SIN AAMP9635) en de buitenzijde van de zak ter hoogte van de ‘B’ van ‘Jumbo’ (SIN AAOQ2504 NL in relatie met SIN AAMP9635) heeft geleid tot individualisatie van beide sporen op een persoon geregistreerd in de landelijke vinger- en handpalmafdrukken verzameling Havank onder de personalia van de medeverdachte [naam 2] . Verklaringen van de medeverdachte [naam 2] , de overbuurman ( [naam 10] ) en de huurder ( [naam 8] ) van de woning De medeverdachte [naam 2] heeft bij de politie verklaard dat hij een sleutel had van de woning aan de [straatnaam 1] te Brunssum (volgens hem in verband met een in de kelder van die woning aangetroffen hennepplantage). De huurder van de woning aan de [straatnaam 1] te Brunssum , [naam 8] , heeft bij de politie verklaard dat hij niets met het verwerken en verpakken van heroïne te maken heeft gehad. Hij heeft alleen de kamers ter beschikking gesteld. Afgesproken was dat ze twee dagen per week gebruik mochten maken van die kamers. Het kwam ook wel eens voor dat dit drie keer was. Het kwam ook wel eens voor dat hij in de woning was op het moment dat zij kwamen. Dan gingen zij naar die kamers om heroïne te verwerken. Dat zij dit deden, hebben zij aan [naam 8] verteld. Het verschilde hoe lang zij bezig waren in zo’n ruimte. Soms waren zij een hele nacht in die ruimte bezig. [naam 8] kreeg € 1.000,00 per maand voor de ruimtes waar heroïne werd verwerkt. Op enig moment vertelden deze personen [naam 8] dat er binnenkort ook een wapen in de woning aanwezig zou zijn. Toen hij aangaf dat hij dit niet wilde, zeiden zij dat dit voor de veiligheid was. De getuige [naam 10] woont tegenover het adres [straatnaam 1] in Brunssum . Hij zag na 1 december 2020 de jongeman die er woont minder vaak, maar wel andere mannen, voornamelijk in de avonduren. [straatnaam 5] te Kerkrade Doorzoeking en aantreffen geld, notities en onderzoek aan een BMW Op 11 februari 2021 is eveneens binnengetreden in de woning aan de [straatnaam 5] ter Kerkrade ter aanhouding van de medeverdachte [naam 2] en ter doorzoeking van die woning. In een slaapkamer werd de medeverdachte [naam 2] aangetroffen. Ook werden daar aangetroffen en in beslaggenomen: - in een big shopper van de Aldi: € 147.235,00 aan papiergeld; - in een groene bigshopper: € 90.325,00 aan papiergeld; - in een zwarte rugzak: € 189.980,00 aan papiergeld; - in een zwarte rugzak van het merk Samsonite: € 178.000,00; - in een tas van ‘Basic Fit’: € 526,66 aan muntgeld. Na telling bleek het te gaan om een bedrag van € 606.061,
  3. Een bankbiljet van € 50,00 bleek na onderzoek vals te zijn. De medeverdachte [naam 2] heeft tijdens zijn aanhouding tegen een verbalisant verklaard: “Al het geld wat in de tassen ligt is van mij”. In de groene bigshopper (met daarin € 90.325,00) zijn ook een schrijfblok en losse blaadjes aangetroffen, die vervolgens in beslag zijn genomen. In het schrijfblok staat onder andere geschreven: - de datum “vanaf = 21-12 tot 29-01” met daaronder meerdere getallen, zoals “2327 gekregen”, “86 over” en “2241 over”; - meerdere ‘nicknames’ met daarachter grotere geldbedragen, onder andere “Isy = € 27500,-“ en “ Witte = € 55000,-“. Op de losse blaadjes staan eveneens ‘nicknames’ en grote geldbedragen dan wel getallen vermeld. Verbalisant relateert dat dit, gezien de plaats van het aantreffen en de manier waarop het is genoteerd, kennelijk administratie voor de handel in verdovende middelen betreft. De auto, een BMW 218d met kenteken [plaat 2] , die sinds 10 september 2019 op naam stond van de medeverdachte [naam 2] en waaronder een peilbaken was geplaatst, is door de politie in beslag genomen en onderzocht op verborgen ruimtes. Tijdens het onderzoek hebben verbalisanten een grote holle ruimte aangetroffen, op de plaats waar doorgaans de airbag is gesitueerd. Verbalisanten relateren dat hen ambtshalve bekend is dat de geconstateerde afwijkingen ter hoogte van de afdekplaat van de airbag en het dashboard niet fabrieksmatig zijn aangebracht. Ook zagen de verbalisanten dat in de kofferbak een constructie is aangebracht voor een verborgen ruimte door middel van een dubbele bodem, maar dat deze dubbele bodem niet (meer) aanwezig is. Verbalisanten vermoeden dat hier in het verleden een verborgen ruimte heeft gezeten. Ook deze afwijkingen zijn niet fabrieksmatig zijn aangebracht. De beide ruimtes zijn zodanig afgewerkt dat deze niet zichtbaar zijn met het blote oog. De wijze van inbouw en de hoge mate van afwerking doet vermoeden dat deze ruimtes geen ander doel dienen dan het onttrekken aan het ambtelijk toezicht van voorwerpen die zich in deze afgeschermde ruimtes bevinden, zodat criminele doeleinden worden verhuld. [straatnaam 6] te Roermond Doorzoeking en aantreffen geld, notities telefoons en andere voorwerpen Op 11 februari 2021 is binnengetreden in de woning aan de [straatnaam 6] te Roermond ter aanhouding van de verdachte en ter doorzoeking van die woning. In de woning zijn onder andere aangetroffen en in beslag genomen: - in de slaapkamer in een dressoir: € 4.900,00 aan contant geld; - in de slaapkamer op het linker nachtkastje: onder andere twee telefoons van het merk iPhone. Dit bleken PGP (‘Pretty Good Privacy’) toestellen te zijn; - in de keuken: een notitieboekje; - een geldtelmachine; - in een herenjas: een sleutelbos. Door de politie is nader onderzoek ingesteld en gebleken is dat met een van de sleutels aan die sleutelbos de voordeur van de woning aan de [straatnaam 1] in Brunssum kon worden geopend. De verdachte heeft tijdens een verhoor door de politie, op de vraag of hij een sleutel had van de woning aan de [straatnaam 1] in Brunssum , verklaard dat dit correct is. Op een parkeerplaats in de directe nabijheid van de woning in Roermond is de Nissan Qashqai met kenteken [plaat 1] aangetroffen, waaronder een peilbaken was geplaatst, zoals hiervoor is beschreven. Deze auto is in beslag genomen. Notitieboekje Door een verbalisant zijn de handgeschreven notities in het notitieboekje bekeken. Hij heeft gerelateerd dat hij het aannemelijk acht dat deze notities betrekking hebben op de handel in grote partijen cocaïne en de daarbij horende geld- en cocaïneverdeling tussen meerdere (onbekend gebleven) personen. Dat het om cocaïne gaat, baseert de verbalisant op meerdere notities waarin wordt gesproken in aantallen gevolgd door een getal, onder meer: “30 X 27.000 en 64 X 26.250” en “20 X 30.000 en 10 X 27.500”. Gezien de groothandelprijs voor cocaïne van € 28.300 per kilogram, vermeld in ‘Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren jaar 2018’ dat door verbalisant via het interne systeem van de politie is opgevraagd, acht hij het aannemelijk dat met 30 of 30 st wordt bedoeld 30 kilogram cocaïne. Dat het om grote partijen gaat, baseert de verbalisant op de getallen die genoemd worden in meerdere notities. Het gaat om getallen/aantallen tussen 1 en
  4. Dat het om geldverdeling gaat, leidt de verbalisant af uit het euroteken dat bij de getallen c.q. aantallen in meerdere notities staat vermeld. Dat het om de verdeling dan wel verkoop van cocaïne gaat, baseert de verbalisant (onder andere) op een notitie waarin staat: “183st totaal 49 49 st [nickname 1] 24 24 st [nickname 2] - Betaald 25 25 st [nickname 3] - € 700.000 (bij [nickname 4] ) 28 28 st [nickname 4] - € 16.400 + 20 st open 15 15 st [nickname 5] - Betaald 3 3 st [nickname 6] - 1 betaald 2 st open 2 st [nickname 7] - nog aanwezig rest betalen 1 1 st [nickname 8] - € 30.500 nog open 36 st over Naar [nickname 4] gegaan: € 218.000 + € 130.000 - € 400.000 voor nieuwe Stash: € 1.880.000“ De verbalisant relateert dat het aantal van ‘183 stuks totaal’ wordt verminderd met diverse aantallen, waarbij achter elk aantal een ‘nickname’ staat en dat er, na vermindering van het totaal met de aantallen eronder, 36 stuks ofwel 36 kilo cocaïne overblijven. Achter elke ‘nickname’ staat vermeld of betaald is of dat er nog een bedrag open staat. Dergelijke berekeningen komen meermaals terug in de notities. De verbalisant relateert dat hij de indruk heeft dat een bepaalde groep personen op enig moment de beschikking krijgt over een grote hoeveelheid cocaïne, waarbij de cocaïne voor groothandelprijzen wordt ingekocht c.q. verkocht, waarna de cocaïne onder deze personen wordt verdeeld c.q. verkocht voor de verdere verkoop. Hiervoor word(en) één (of meerdere) stashlocatie(s) gebruikt. Vergelijking verschillende notities en deskundigenonderzoek De verbalisant heeft de handgeschreven notities (in het schrift), die op het adres van de verdachte zijn aangetroffen, vergeleken met de notities in de schrijfblok en op de losse blaadjes, die zijn aangetroffen in de groene bigshopper op het adres van de medeverdachte [naam 2] . Verbalisant heeft geconstateerd dat de ‘nicknames’ “ [nickname 6] , [nickname 8] , [nickname 8] , [nickname 4] , [nickname 9] en [nickname 10] ”(geheel dan wel gedeeltelijk) overeenkomen. Er heeft forensisch schriftonderzoek plaatsgevonden. De deskundige heeft het handschrift in de notities die in de woning aan de [straatnaam 6] te Roermond zijn aangetroffen, vergeleken met het handschrift in de notities die op de andere hiervoor genoemde locaties ( [straatnaam 5] te Kerkrade en [straatnaam 1] te Brunssum ) zijn aangetroffen. Uit de hypothesevergelijking komt naar voren dat de onderzoeksbevindingen ‘veel waarschijnlijker’ zijn wanneer de notities aangetroffen in de Bigshopper bij de medeverdachte en de notities aangetroffen op de [straatnaam 1] van één en dezelfde schrijver afkomstig zijn en dat het ‘zeer veel waarschijnlijker’ is dat de notities aangetroffen op het verblijfadres van de verdachte van een andere schrijver zijn. Inkomensgegevens Bij de doorzoekingen zijn, zoals hiervoor reeds weergegeven, grote geldbedragen aangetroffen en in beslag genomen. De politie heeft onderzocht of er bekende legale inkomstenbronnen zijn. Ten aanzien van de verdachte en de medeverdachte [naam 2] is daarvan niet gebleken. De verbalisant relateert dat uit opgevraagde bevragingen ICOV (infobox crimineel en onverklaarbaar vermogen) is gebleken dat de verdachte en de medeverdachte [naam 2] een zeer geringe inkomstenpositie hebben. Sky ECC In het onderzoek Argus zijn berichten naar voren gekomen van een Sky ECC-gebruiker met Sky-ID nummer [accountnaam 1] en met gebruikersnaam ‘ [naam 4] ’. De rechter-commissaris heeft op 4 mei 2021 (aanvullende) toestemming verleend om de voor het onderzoek Helden relevante gegevens te gebruiken. De gebruiker van het account [accountnaam 1] bleek veelvuldig contact te hebben met de gebruiker van het account [accountnaam 4] . Vermoedelijke gebruiker account [accountnaam 1] : de verdachte Tijdens de doorzoeking van 11 februari 2021 in de woning aan de [straatnaam 6] te Roermond is, zoals reeds hierboven weergegeven, (onder meer) een witte IPhone met IMEI-nummer [cijfers] in beslag genomen. Aan dit IMEI-nummer is Sky-ID nummer [accountnaam 1] gekoppeld. De vermoedelijke gebruiker van het Sky account [accountnaam 1] is volgens het onderzoeksteam de verdachte. Behalve dat de telefoon, die gekoppeld is aan dat account, bij hem in beslag is genomen, blijkt ook uit de inhoud van de gesprekken een relatie naar de verdachte te bestaan: - In het berichtenverkeer van het account [accountnaam 1] is namelijk sprake van een krantenartikel (met afbeelding) over een dertigjarige man uit Heerlen waarbij in juli 2019 € 520.700,00 aan contant geld in beslag is genomen. Er wordt ook gesproken over de zitting en zijn verklaring. De verbalisant relateert dat
(1)uit een mutatie in de politieadministratie volgt dat bij de verdachte op 3 juli 2019 € 520.700,00 in beslag is genomen en dat de verdachte op dat moment 30 jaar was,
(2)dat uit het opgevraagde dossier van destijds volgt dat € 520.700,00 aan contanten is aangetroffen in een verborgen ruimte van een door de verdachte bestuurde bestelbus en
(3)dat de verdachte tijdens zijn aanhouding meerdere PGP-telefoons in zijn bezit had. Er is geen andere ‘Heerlenaar’ op 3 juli 2019 in Roermond aangehouden ter zake van het witwassen van voornoemd bedrag. - De gebruiker van het account [accountnaam 1] heeft op 22 juli 2020 een foto gestuurd van een groot geldbedrag met de mededeling: “Deze stront heeft die gesruuurd en heeft nog twee dozen vol kleingeld”. Voorafgaand aan de foto heeft hij het bericht gestuurd: “Ik ben zeker rest van de dag bezig” en “In de buurt vn me osso”. De verbalisant relateert daarover dat, bij het zien van die foto, bij hem het vermoeden bestond dat deze foto gemaakt was door de gebruiker van het account in de woning aan de [straatnaam 6] te Roermond . Dit vermoeden ontstond omdat het afgebeelde laminaat en het afgebeelde vloerkleed in de woonkamer soortgelijk was aan het laminaat en het vloerkleed in die woning tijdens de doorzoeking op 11 februari
  1. Ook is op de foto een hoekverbinding te zien, die gezien de kleur en vorm, overeenkomsten vertoont met de in de woonkamer aangetroffen kinderstoel. Vermoedelijke gebruiker account [accountnaam 4] : de medeverdachte [naam 2] De verdenking van het onderzoeksteam dat het account [accountnaam 4] in gebruik is bij de medeverdachte is gebaseerd op het navolgende: - tekstbericht BMW: op 29 juni 2020 is door de gebruiker van het account [accountnaam 4] een tekstbericht verstuurd met als inhoud “ik ga erna mijn bmw ook afgeven hij gaat achterplaats dichtmaken”. De verbalisant relateert dat de medeverdachte [naam 2] op voornoemde datum volgens registratie conform rijksdienst voor het wegverkeer inderdaad in het bezit was van een BMW 218 D Active Tourer met kenteken [plaat 2] ; - tekstbericht verjaardag: op 13 september 2020 is door de gebruiker van het account [accountnaam 4] aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] een tekstbericht verstuurd met als inhoud “Broer kijk ik ben deze dage jarig (…)”. De verbalisant relateert dat uit het bedrijfsprocessensysteem van de politie en uit de gemeentelijk basisadministratie blijkt dat de medeverdachte [naam 2] jarig is op [geboortedag 2] ; - verstuurde foto: op 8 augustus 2021 is door de gebruiker van het account [accountnaam 4] aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] een foto van een groot contant geldbedrag, dat verspreid ligt op een karpet, verstuurd. De verbalisant heeft twee foto’s beschreven, gemaakt tijdens de doorzoeking van de kamer waar [naam 2] werd aangehouden, waarop een soortgelijk karpet is afgebeeld. Op die foto’s is te zien dat de kleur, het patroon en de bevuiling van dat karpet identiek zijn aan de via het account [accountnaam 4] verstuurde foto; - verstuurde foto: op 8 augustus 2021 is door de gebruiker van het account [accountnaam 4] aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] een foto verstuurd van een grote hoeveelheid contant geld die opgestapeld ligt naast een blauw geverfde muur op een lichtkleurig laminaat. De verbalisant heeft een foto van de slaapkamer van [naam 2] gemaakt tijdens de doorzoeking, waarop een gedeelte van die muur te zien is. Op die foto is te zien dat de kleur verf overeenkomt met de kleur verf op de via het account [accountnaam 4] verstuurde foto. Ook de plinten zijn hetzelfde; - zendmastdata account [accountnaam 4] : door een telecomexpert van de politie is de zendmastdata van het account [accountnaam 4] nader onderzocht. Daaruit is gebleken dat de data behorende bij dat account zich hoofdzakelijk registreerde in een cirkel, waar (ook) de woning aan de [straatnaam 5] te Kerkrade is gelegen en waar de medeverdachte zich bevond op 11 februari
  2. Ook is gebleken dat het telefoontoestel met voornoemd account vaak aanwezig was in het gebied waarin ook de (stash)locatie aan de [straatnaam 1] te Brunssum zich bevond; - spraakbericht over controle [naam 2] : op 5 juli 2020 is door de gebruiker van het account [accountnaam 4] aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] een spraakbericht verstuurd met als letterlijke inhoud “Broer (niet te verstaan) echt hoofdpijn ik zeg heel eerlijk ik ben net weg bij die tankstation van Echt man die Audi (niet te verstaan) aan de kant gegooid man…. dit dat ID rijbewijs kentekenbewijs waar ga je naar toe waar kom je vandaan dit dat dit dat ik stond daar zeker vijfentwintig minuten man ze hebben me (niet te verstaan) laten gaan ik ben door gereden”. De verbalisant relateert dat uit de politiesystemen is gebleken dat de medeverdachte [naam 2] inderdaad op 5 juli 2020 door de politie is gecontroleerd. Berichten met betrekking tot de inval op de [straatnaam 2] te Kerkrade op 10 juni 2020 Uit spraak- en tekstberichten van de gebruiker van het Sky-account [accountnaam 4] aan [accountnaam 1] blijkt dat zij informatie uitwisselen over de inval op de [straatnaam 2] in Kerkrade op 10 juni 2020 te Kerkrade. Op 1 juli 2020 omstreeks 14.44 uur werd een spraakbericht verstuurd door de gebruiker van het Sky ECC account [accountnaam 4] . “Alle verhuisdozen hebben ze achter gelaten waar die jerrycans in zaten. Ze hebben alleen die jerrycans meegenomen". Bij de doorzoeking van d.d. 10 juni 2020, aan de [straatnaam 2] te Kerkrade zijn jerrycans aangetroffen waren waarvan enkele in verhuisdozen zaten. De jerrycans uit de verhuisdozen werden inderdaad inbeslaggenomen. Op 2 juli 2020 omstreeks 12.20 bericht de gebruiker van het account [accountnaam 4] dat ze vrijdag [de rechtbank begrijpt: 3 juli 2020) afspraken maken met [naam 17] , dus zal het verhoor dinsdag of maandag zijn (de rechtbank begrijpt: 6 of 7 juli 2020). [naam 17] zou hebben gezegd dat [nickname 13] moest gaan zitten. Volgens de gebruiker van het account [accountnaam 4] moet iedereen voorzichtig doen. Op 2 juli 2020 omstreeks 12.31 uur geeft de gebruiker van het Sky ECC account [accountnaam 4] aan dat hij samen met [naam 17] en die twee negers aan de tafel heeft gezeten en dat ze maandag, dinsdag verhoord worden. Een dag later, op 3 juli 29020, werd [huurder] aangehouden en op 6 juli 2020 diens broer genaamd [naam 7] , beiden negroïde en afkomstig uit Eritrea. De raadsman van alle verdachten in het onderzoek Helden was aanvankelijk [naam 17] . Op 6 juli 18.35 uur bericht de gebruiker van het Sky account [accountnaam 4] dat [naam 5] als goed is, vandaag naar huis is gestuurd. “ [naam 17] zei [naam 5] mag naar huis want er ligt geen bewijs naar hem, maar die andere is in verzekering gesteld tot woensdag. Woensdag gaat [naam 7] naar huis of hij wordt voorgeleid als ze gaan voorleiden dan hebben wij het dossier. Ik ben gisteren aangehouden op de autobaan. Ze hebben mij laten gaan. Als ze mijn DNA gevonden hebben op die vuurwapen hadden ze mij niet laten gaan”. Op 6 juli 2020 omstreeks 19.17 uur bericht [accountnaam 4] : “Ik vroeg aan [naam 17] stel je voor ze vinden dna en ze gaan ons gelijk willen hebben. Is er kans dat ze ook ergens anders nar binnen dan waar wij staan ingeschreven” en “Dus moet niks liggen van geld of iets wat jou in problemen kan brengen. [naam 17] zegt ik heb het gevoel dat ze totaaal niks hebben. We kunnen echt grote gelukken hebben met deze zaak Maar hij zegt kom dadelijk niet met vingerafdrukken op 4 wapens en op 10 kilo Hij zegt dan heb je probleem Ja ze hebben dna afgenomen van hun twee om te testen Ja dat wel Maja gwn ik beroep mij op mij zwijgrecht. Woensdag weten we meer, weten we ook weke gevangenis enzo dan laat ik envelop met wat geld erin gooien voor [nickname 13] bij zijn moeder in de brieven bus”. Van [huurder] en [naam 7] werd inderdaad DNA afgenomen ten behoeve van een vergelijkend onderzoek. Berichten aangetroffen in Sky-account [accountnaam 1] , die volgens het onderzoeksteam betrekking hebben op de handel in (o.a.) harddrugs De aan het onderzoeksteam Helden ter beschikking gestelde gegevens zijn geanalyseerd. Er waren in het account ruim 54.277 berichten, bestaande uit verstuurde en ontvangen: - tekstberichten; - foto’s (in totaal 855); - spraakberichten (in totaal 706), aanwezig. Uit analyse van de berichten is gebleken dat de inhoud nagenoeg uitsluitend te maken had met de handel in en het verwerken van verdovende middelen, met name harddrugs. Er zijn in dit account berichten aanwezig vanaf 20 juni 2020 tot en met 22 december
  3. Meerdere keren werd in de berichten aangegeven ‘ [accountnaam 1] = [naam 4] ’. De politie beschrijft meerdere tekstberichten die in dat account werden aangetroffen, onder andere: - Tekstbericht
(6)tussen [accountnaam 1] en [accountnaam 5] in de periode van 11 t/m 13 juli 2020 In dit gesprek schrijft de gebruiker van het account [accountnaam 1] op 11 juli 2020 aan de gebruiker van account [accountnaam 5] onder andere “Ik moest je schrijven voor 300k” en “Heb je token nr”. De gebruiker van het account [accountnaam 5] schrijft vervolgens onder meer “Ga even kijken” en “ [accountnaam 6] ” en “Maandag?”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] vraagt “is prima kun je komen ophalen?” De gebruiker van het account [accountnaam 5] schrijft dan “Nee vriend Doe wij nooit ophallen” en “Wij zit in Amsterdam. Als je kan brengen”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] schrijft vervolgens onder andere “Oké komt goed ga ik regelen”. Op 12 juli 2020 schrijft de gebruiker van het account [accountnaam 1] onder meer “heb zojuist contact gehad met de garage” en “Hy zegt is pas tegen de middag klaar dus ben rond 5uur in Adam”. De gebruiker van het account [accountnaam 5] schrijft dan “Ok.” en “stuur k zo adres naar jou” en “ [adres 1] ” en “17:00 uur ok?” en “Rond die tijd bro ik zit nog in de garage te wachten” en “Hy is bijna klaar”. Om 13.59 uur stuurt de gebruiker van het account [accountnaam 1] “Ik ga nu vertrekken” en “Ben auto inladen”. Om 15.04 uur schrijft de gebruiker van het account [accountnaam 1] “Oké ik zou miss vandaag of morgen nieuwe lading binnen krijgen maar heb nog nix ik zal kijken of ik miss bij vriend van mij iets kan uithalen ik laat je weten”. De gebruiker van het account [accountnaam 5] schrijft om 18.35 uur “vriend 300 klopt”. De verbalisant relateert dat gezien de grote hoeveelheid van 300k (met het symbool k wordt kilo bedoeld) de verdenking bestaat dat hier gehandeld werd in grote hoeveelheden; - Tekstbericht
(26)tussen [accountnaam 1] en [accountnaam 2] in periode van 15 t/m 17 december 2020 In dit gesprek vraagt de gebruiker van het account [accountnaam 2] op 15 december 2020 aan [accountnaam 1] “Is goed bro stuur je me dan die foto’s stuur ik na die klant”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] schrijft vervolgens “Jaa ga k nu doen” en stuurt vervolgens foto’s aan [accountnaam 2] . De verbalisant relateert daarover dat bij haar het vermoeden bestond dat dit foto’s waren van grote hoeveelheden / partijen verdovende middelen. De gebruiker van het account [accountnaam 1] stuurt om 16.59 uur onder meer “Of ja k heb wel een foto met een aantal schade”en “Maar die heb k na [nickname 11] gestuurd zodat die zag dat er best veel schade waren”. Dan schrijft de gebruiker van het account [accountnaam 2] om 17.00 uur “Stuur wat je hebt bro stuur ik heb iemand koopt ploffers”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] stuurt daarna om 17.00 uur “Ja broer die sani is goed van die ploffers” en “Alleen is geen blok meeste mensen willen niet”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] stuurt om 17.01 uur “Ma je ziet is gewoon orgi sani”. De gebruiker van het account [accountnaam 2] schrijft om 17.02 uur “Oke broer want die jonge doet mixxe snapje”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] stuurt om 17.06 uur “Oké ja voor mixen is die top k denk als we die niet verkocht krijgen k ga die anders opnieuw drukken of mixe of wat [nickname 11] wil”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] stuurt om 17.06 uur “Die wat k gemaakt had was van 40 blokken” en “Die allemaal schade hadden snapje”. De gebruiker van het account [accountnaam 2] stuurt tussen 17.40 uur en 17.49 uur “ [adres 2] ” en “Brunnsum bro dir ene” en “Laat je me weten wanneer die er kan zijn”. De gebruiker van het account [accountnaam 1] stuurt dan “Ben je er?” Vervolgens worden er meer berichten over en weer gestuurd. Om 18.12 uur stuurt de gebruiker van het account [accountnaam 2] “Is gelukt top”. Op 17 december 2021 stuurt de gebruiker van het account [accountnaam 1] “En als je wat nodig hebt” en “Iemand die ½ ofz nodig heeft” en “Laat hem buurt van Weert komen” en “Heb daar in de buurt nu gedeelte liggen”. De verbalisant relateert met betrekking tot deze berichten dat haar ambtshalve bekend is dat
(1)verdovende middelen worden gemixt en worden voorzien van een stempel/merk die/dat op blokken worden geperst en
(2)grotere partijen verdovende middelen samengeperst worden tot blokken. De verbalisant relateert voorts dat zij de witte substantie die op de foto’s te zien is, herkent als vermoedelijk harddrugs. Daarnaast zijn op de foto’s logo’s zichtbaar waarvan haar ambtshalve bekend is dat een bepaalde partij op deze manier wordt gekenmerkt. De politie beschrijft verder meerdere foto’s die in het account zijn aangetroffen. Op de foto’s zijn grote sommen geld, grote hoeveelheden vermoedelijk verdovende middelen en ontmoetingslocaties te zien. Zo wordt in het dossier een beschrijving gegeven van door de gebruiker van Sky account [accountnaam 1] verstuurde foto’s, onder andere: - foto’s 1 en 6: daarop is een grote hoeveelheid pakketten, vermoedelijk verdovende middelen, te zien. De verbalisant relateert dat, gezien de hele context in het onderzoek Helden en het feit dat bij haar ambtshalve bekend is dat de verdovende middelen op soortgelijke wijze ingepakt worden, het vermoeden bestaat dat hierin een grote hoeveelheid verdovende middelen aanwezig is; - foto 2: daarop is een grote som contant geld te zien; - foto 3: daarop is een opengesneden pakket met bruine brokvormige substantie te zien; - foto’s 4 en 5: pakketten witte substantie; De verbalisant relateert dat het haar ambtshalve bekend is dat de brokvormige bruine substantie op foto 4 gelijkenissen vertoont met heroïne, dat de brokvormige witte substantie op foto 5 gelijkenissen vertoont met cocaïne en dat een partij harddrugs doorgaans op een dergelijke wijze wordt verpakt. Verder wordt in het dossier ook een beschrijving gegeven van door de gebruiker van het account [accountnaam 1] ontvangen foto’s, onder andere: - foto 1: daarop is een vermoedelijke partij verdovende middelen te zien. De verbalisant relateert daarover dat het haar ambtshalve bekend is dat de witte substantie op de foto gelijkenissen vertoont met cocaïne en dat een partij harddrugs doorgaans op deze wijze wordt verpakt; - foto 3: daarop is een grote partijen vermoedelijke verdovende middelen te zien. De verbalisant relateert daarover dat het haar ambtshalve bekend is dat een partij verdovende middelen op soortgelijke wijze wordt verpakt. De politie beschrijft ook meerdere spraakberichten die in het account aanwezig zijn, onder andere: - spraakbericht
(15)op 8 juli 2020 te 10.46 uur (duur 32 sec.) van [accountnaam 4] aan [accountnaam 1] Een mannenstem spreekt een bericht in naar [accountnaam 1] . De man geeft aan een betere planning te hebben. De gebruiker van account [accountnaam 1] moet zeggen wanneer hij de sannie moet aannemen, hij hoeft niet naar hem te komen. Dan trapt hij er met 130 naar toe. Dan kijkt hij hoeveel bij hem erin past en bij die andere. Bij hem past er makkelijk 130 voren in; - spraakbericht
(23)op 9 september 2020 te 20.11 uur (duur 12 sec.) van [accountnaam 21] aan [accountnaam 1]: Een mannenstem spreekt een bericht in naar [accountnaam 1] , in de Engelse taal. De man geeft aan dat het zondag is en dat er morgen ook een feestdag is in Brazilië en de meeste mensen dan naar het strand gaan daar. De man probeert ze te forceren om al het mogelijke te doen vandaag. Berichten aangetroffen in Sky account [accountnaam 1] , die volgens het onderzoeksteam betrekking hebben op (gewoonte)witwassen Uit onderzoek naar de Sky ECC communicatie komt naar voren dat de gebruiker van het account [accountnaam 1] in de periode van 22 juli 2020 tot en met 5 december 2020 de beschikking heeft gehad over grote sommen contant geld afkomstig uit misdrijf, meer in het bijzonder Opiumwetdelicten. Onder meer zijn er berichten op 23 juli 2020 van [accountnaam 1] aan [accountnaam 7] waarin [accountnaam 1] bericht over een bedrag van € 3.449.000,- en waarbij een foto verstuurd is van stapels bankbiljetten, alsmede berichten op 23 juli 2020: Als ze morgen weer 50 doen, is er weer 2 miljoen voor hem. [accountnaam 1] moet dit gaan organiseren, want hij heeft nergens meer een goeie plek om geld te leggen. Op 27 juli 2020 vraagt [accountnaam 1] aan [accountnaam 7] hoeveel geld hij gister had meegegeven en stuurt een foto van een groot aantal stapeltjes bankbiljetten. Hij laat alles wat vacuüm is en telt de rest na en bericht uiteindelijk dat er 2.395.040 was. Verder stuurde [accountnaam 1] foto’s van notities met data, aantallen, namen en bedragen. Onder meer: “9-8 €1.000.000,- [naam 19] en total remain € 2.398.700,-” en “195 x 29.250,-” Gelet op de groothandelsprijs voor cocaïne en de prijzen op de notities acht de politie het aannemelijk dat het om cocaïne gaat. Berichten aangetroffen in Sky-account [accountnaam 4] , die volgens het onderzoeksteam betrekking hebben op de handel in (o.a.) harddrugs De aan het onderzoeksteam Helden ter beschikking gestelde gegevens zijn geanalyseerd. Er zijn in het account ruim 17.496 berichten aanwezig, bestaande uit verstuurde en ontvangen: - tekstberichten; - foto’s / afbeeldingen; - spraakberichten (in totaal 337), waarvan het merendeel verzonden door de gebruiker van het account [accountnaam 22] . Uit analyse van de berichten is gebleken dat de inhoud nagenoeg uitsluitend te maken had met de handel in en het verwerken van verdovende middelen, met name harddrugs. Er zijn in dit account tekstberichten aanwezig vanaf 15 juni 2020 tot en met 26 december 2021: - Tekstbericht
(2)tussen [accountnaam 4] en [accountnaam 1] op 3 juli 2020 De gebruiker van het account [accountnaam 4] bericht aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] : "Broer die [nickname 15] krijgt nog 3,5 kilo van ons betaald eigenlijk. "Wij moesten hem eigenlijk nog 3,5 kilo betalen €42500." De verbalisant relateert dat gezien de context van de bevindingen uit het onderzoek en de prijs, wordt gesproken over een grote partij harddrugs. - Tekstbericht
(6)tussen [accountnaam 2] en [accountnaam 5] op 14 december 2020 Door de gebruiker van het account [accountnaam 2] wordt een foto van een bruine substantie in een witte zak verstuurd aan de gebruiker van het account [accountnaam 4] en deze bericht: “kan deze krijgen”, “20 kilo zakken” en “Die is pas van iran binne gekome” “Als je iemand kan sture geven ze tester kan je late roke enz”. In dit gesprek reageert de gebruiker van het account [accountnaam 4] op 14 december 2020 onder andere met: “ik ga nu [naam 4] bellen en vragen of we Morgen iets kijken van deden” en “deden is deze” en “en “We pakken gelijk 12/15 stuks cash 2/3 weken zo” en “En dan gelijk broer als [naam 4] ja zegt dan ga ik er heen alles goed kijken en 1 kilo kopen en dan terugkomen”. De verbalisant relateert dat, gezien de context van de bevindingen uit het onderzoek Helden, het vermoeden bestaat hier gesproken wordt over de handel in en prijzen van verdovende middelen. In het bericht wordt gesproken over geldbedragen en hoeveelheden. Met ‘ [naam 4] ’ wordt kennelijk de gebruiker van het account [accountnaam 1] bedoeld. De politie beschrijft verder meerdere afbeeldingen die in het account zijn aangetroffen, verzonden door de gebruiker van het account [accountnaam 4] en waarin notities zijn te zien, onder meer: 29-6 6,5 kilo naar [nickname 8] x 13 1 kilo naar [nickname 4] x 12, 3450 gram aan het drogen [nickname 8] = 6,5 x 13.000 = € 84.500,- [nickname 3] = € 185.000,- en €55.000,- [nickname 8] = € 48.000,- en €50.000,- Winst = € 18.000,- [nickname 11] + [naam 4] [nickname 12] De min = 600.980,- De plus = € 596.060,- €4920,- heb ik te goed Min [naam 4] = 2500,- [nickname 13] = €1000,- loon mei [nickname 13] = €3000,-zakgeld Kennelijk gaat het om gedeeltes van de boekhouding (van 29-06) met betrekking tot de handel in verdovende middelen. De politie beschrijft ook meerdere spraakberichten die in het account aanwezig zijn, het merendeel verzonden door de gebruiker van [accountnaam 4] , onder andere: - spraakbericht
(1)op 21 juli 2020 omstreeks 14.54 uur van de gebruiker van het account [accountnaam 4] aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] “Zeg, zoals je zult weten broer, ben ik dus net even die bestelling pakken. Ik ga die vrouw [naam 12] die vrouw met die olie en zo, weet je dat ook. Ze heeft één kilo ‘assie’ besteld, gaat tweeeneenhalf duizend euro betalen, twee kilo olie dat is dan ‘twee duuzend’. Ze wil (niet te verstaan) wittie en ze wil 30 gram bruin. [naam 18] zegt (niet te verstaan) lekker zeveneneenhalf duizend euro gedeeld door drie, reken uit.” De verbalisant relateert dat met “wittie” cocaïne wordt bedoeld en met “bruin” heroïne. Sky ECC berichten onderzoek Teide Inleiding Onderzoek Teide is gestart naar aanleiding van de verstrekking van gegevens uit het onderzoek Argus. Tijdens de onderzoeken Argus, Helden en Teide zijn diverse gebruikers van Sky ECC accounts geïdentificeerd. Zaaksdossier 5 De politie relateert dat als betrokkenen moeten worden aangemerkt: - Sky-account [accountnaam 9] , waarvan als vermoedelijke gebruiker binnen het onderzoek Teide [naam 14] is geïdentificeerd; - Sky-account [accountnaam 1] , waarvan als vermoedelijke gebruiker binnen het onderzoek Helden de verdachte is geïdentificeerd; - Sky-account [accountnaam 8] , waarvan de vermoedelijke gebruiker niet is geïdentificeerd. De politie relateert verder dat de pleegplaats Nederland is en dat de periode 28 mei 2020 tot en met 1 juli 2020 betreft. Verbalisanten relateren, zakelijk weergegeven, dat zij uit de Sky berichten afleiden dat [naam 14] (hierna: [naam 14] ) op 21 juni 2020 aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] heeft doorgegeven dat hij, [naam 14] , met ‘groot drugs’ bezig was en dat ze blokken binnenhaalden voor de verkoop. Twee dagen later, op 23 juni 2020, heeft de gebruiker van het account [accountnaam 8] aan [naam 14] doorgegeven dat € 174.000,00 betaald moest worden aan de mannen van Panama. ’s Avonds heeft [accountnaam 8] aan [naam 14] doorgegeven dat de vrachtwagen was gearriveerd. De gebruiker van het account [accountnaam 8] heeft als tijdstip de volgende dag om 08.30 uur voorgesteld. [naam 14] gaf de voornaam van de chauffeur door aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] . Deze wilde de volgende dag om 07.30 uur gaan kijken of de vrachtwagen er stond. De gebruiker van het account [accountnaam 8] heeft op 24 juni 2020 een foto van de plaats waar de vrachtwagen stond gestuurd aan de gebruiker van het account [accountnaam 1] , de voornaam van de chauffeur doorgegeven en heeft aangegeven dat die in een rode vrachtwagen van het merk Volvo reed, voorzien van Servische kentekenplaten. Deze chauffeur moest kennelijk 175 (de rechtbank begrijpt: €175.000,-) betaald worden. De gebruiker van het account [accountnaam 1] heeft aan [naam 14] doorgegeven naar de vrachtwagen te gaan kijken en dat hij 175 (de rechtbank begrijpt: €175.000,-) moest betalen. [naam 14] vroeg of de gebruiker van het account [accountnaam 1] zijn kant op wilde komen. De gebruiker van het account [accountnaam 8] heeft nogmaals doorgegeven dat 175 gegeven moest worden en dat de chauffeur dacht dat ze hem om 7 uur zouden gaan ontmoeten. De gebruiker van het account [accountnaam 8] heeft op 24 juni 2020 om 04.29.40 uur (UTC-tijd) een foto gestuurd naar de gebruiker van het account [accountnaam 1] , betreffende een afbeelding van de locatie waar de chauffeur met de partij cocaïne in diens vrachtwagen op dat moment stond. Deze locatie betrof het adres [straatnaam 7] (de rechtbank begrijpt: [straatnaam 7] ) [straatnaam 7] in Weert. De gebruiker van het account [accountnaam 1] heeft op 24 juni 2020 om 05.22.44 uur een foto van een rode vrachtwagen met oplegger naar [naam 14] gestuurd. Deze foto is gemaakt voor het pand [straatnaam 7] (de rechtbank begrijpt: [straatnaam 7] ) in Weert. Sky-berichtgeving Datum / tijd Deelnemers Zender Inhoud 24-06-2020 / 04:51 [accountnaam 9] , [accountnaam 1] [accountnaam 9] Maar ik wil weten of die daar is 24-06-2020 / 04:51:31 [accountnaam 9] , [accountnaam 1] [accountnaam 9] Wanneeer 24-06-2020 / 04:51:36 [accountnaam 9] , [accountnaam 1] [accountnaam 9] Ja die comion ik ga kijken 24-06-2020 / 04:51:40 [accountnaam 9] , [accountnaam 1] [accountnaam 9] Die moet 175dzuu 24-06-

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.