RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 10179347 CV EXPL 22-4689 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 5 januari 2023 in de zaak van: 1 [eiser sub 1] ,
- [eiseres sub 2],beiden wonend [adres 1] ,[woonplaats] , eisende partij, gemachtigde mr. A.A. Mukuchian, tegen: 1 [gedaagde sub 1] ,
- [gedaagde sub 2],beiden wonend [adres 2] ,[woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. W.J.F. Geertsen. Partijen worden hierna [eisers] (eisende partij) en [gedaagden] (gedaagde partij) genoemd. 1De procedure en de feiten 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 21 november 2022 met 12 producties de door [gedaagden] op 30 november 2022 overgelegde producties ter voorbereiding op de mondelinge behandeling van 5 december 2022 de brief van [eisers] van 1 december 2022 tot intrekking van deze kort geding procedure de brief van 1 december 2022 van [gedaagden] met het verzoek om [eisers] te veroordelen in de proceskosten de rolbeslissing van de kantonrechter waar [gedaagden] in de gelegenheid wordt gesteld zijn verzoek tot een proceskostenveroordeling te onderbouwen en waarna [eisers] in de gelegenheid wordt gesteld om daar schriftelijk op te reageren de door [gedaagden] ingediende brief van 7 december 2022 de door [eisers] ingediende brief van 15 december
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- De onderhavige procedure is ingetrokken voor de vastgestelde datum van behandeling, maar nadat datum en tijdstip bekend waren gemaakt en de dagvaarding reeds uitgebracht. 2.
- Mr. Geertsen heeft namens gedaagden aangegeven na intrekking door eisende partij toch een uitspraak te wensen met betrekking tot de proceskosten. De kantonrechter zal dan ook slechts met betrekking tot deze vordering vonnis wijzen. 2.
- Voor zover mr. Geertsen in zijn brief van 1 december 2022 lijkt aan te geven dat hij daarbij een veroordeling in de daadwerkelijk kosten verzoekt, geven de stellingen over en weer en de feiten daar naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding toe. In zijn brief van 7 december 2022 stelt mr. Geertsen overigens een bedrag voor van € 498,00 aan salaris gemachtigde conform de aanbevelingen. 2.
- Mr. Mukuchian vordert op zijn beurt in zijn brief van 15 december 2022 alsnog een kostenveroordeling van gedaagden, doch nu hij eerder diens vorderingen heeft ingetrokken kan hij daar niet meer op terug komen. Die beurt is voorbij. 2.
- De kantonrechter zal eisende partij veroordelen in de kosten van dit geding, ten belope van € 498,00 aan salaris gemachtigde, nu reeds van enige spoedeisendheid in deze kwestie niet is gebleken. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- veroordeelt [eisers] (eisende partij) in de proceskosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagden] (gedaagde partij) tot op heden begroot op € 498,-. 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: LS