beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/314451/ HA RK 23-27 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op verzoek van [verzoeker] wonend [adres] , [woonplaats] , hierna: verzoeker. 1De procedure Op 14 februari 2023 is ter griffie een e-mail ontvangen betreffende ‘verzoek tot wraking’ in de zaak met nummer 10170232 CV EXPL 22-4605 van de heer [verzoeker] . Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, heeft de voorzitter van de wrakingskamer beslist dat de rechter niet om een reactie gevraagd hoefde te worden. 2De beoordeling 2.
- Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. 2.
- Het verzoek wordt ingevolge artikel 37, lid 1 Rv, gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoekster bekend zijn geworden. Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37, lid 2, Rv gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten of omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of onafhankelijk zal zijn. 2.
- Ingevolge artikel 4, lid 2, onder a, van het wrakingsprotocol kan de wrakingskamer een verzoek aanstonds ongegrond of niet ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd. 2.
- De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek zeer summier en bijzonder onsamenhangend is. Er wordt geen rechter met name genoemd en er worden geen concrete feiten of omstandigheden genoemd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoekster voert geen enkele grond voor wraking aan, gebruikt wel het woord ‘wraking’ en laat het daarbij. Het verzoek tot wraking voldoet dan ook niet aan de wettelijke (motiverings)vereisten wat voor de wrakingskamer reden is het verzoek wegens kennelijke niet ontvankelijkheid buiten behandeling te laten.2.
- Op grond van het vorenstaande kan een mondelinge behandeling achterwege blijven. 3De beslissing De wrakingskamer: - verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet ontvankelijk; Deze beslissing is gegeven door, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. J. Schreurs- van de Langemheen, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2023.