RECHTBANK LIMBURG Bestuursrecht zaaknummer: ROE 23/471 uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 maart 2023 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. B.H.M. Nijsten), en de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester (gemachtigden: mr. S. Quaedvlieg en mr. V. Stroeks). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van 7 februari 2023 van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Aan verzoeker is een last onder bestuursdwang opgelegd die ertoe strekt dat hij met ingang van 21 februari 2023 de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) moet sluiten en voor twaalf maanden gesloten moet houden. 1.1. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De burgemeester heeft de griffie van de rechtbank telefonisch laten weten het besluit te schorsen tot de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. 1.3. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 1.4 De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 3. De voorzieningenrechter kan een voorziening treffen, indien is voldaan aan de vereisten die in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan vermeld. In dit artikel is bepaald dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste is voldaan, nu verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend tegen het besluit ten aanzien waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd en de bestuursrechter bevoegd moet worden geacht om van de (eventuele) hoofdzaak kennis te nemen. 5. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat spoedeisend belang voldoende aannemelijk is. Als er geen voorlopige voorziening wordt getroffen dan heeft verzoeker gedurende twaalf maanden geen toegang tot zijn woning. Relevante feiten en omstandigheden 6. De voorzieningenrechter dient zich een voorlopig oordeel te vormen over de rechtmatigheid van het besluit over de woningsluiting. Daarbij acht de voorzieningenrechter de volgende feiten van belang. 7. Verzoeker is bewoner en eigenaar van de woning. In de bestuurlijke rapportage van 22 november 2022 staat dat tijdens een onderzoek van de politie-eenheid Limburg in de woning op 11 augustus 2022 meerdere partijen hard- en softdrugs zijn aangetroffen in de woning en de tuin. Er werd in totaal 1594 gram heroïne, 631,65 gram cocaïne en in totaal 3,496,60 gram hennep aangetroffen. Verder werden diverse attributen aangetroffen die wijzen op handel in verdovende middelen. 8. Op grond van deze bevindingen heeft de burgemeester geconcludeerd dat er een handelshoeveelheid harddrugs en softdrugs in de woning aanwezig was. De burgemeester heeft op 12 december 2022 verzoeker laten weten dat hij het voornemen heeft om de woning te sluiten. Verzoeker heeft zijn zienswijze kenbaar gemaakt op 3 januari 2023. 9. Vervolgens heeft de burgemeester het bestreden besluit genomen waarbij is besloten om verzoekers woning te sluiten voor twaalf maanden. 10. Verzoeker is het daar niet mee eens. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de aangetroffen verdovende middelen niet van hem zijn. Verzoeker stelt dat derden misbruik van hem hebben gemaakt. Verzoeker is 80 jaar oud en leeft een vrij eenzaam en teruggetrokken bestaan. Verzoeker is van mening dat sluiting van de woning niet evenredig is. Verzoeker kan geen verwijt worden gemaakt nu hij niet wist dat deze spullen zich in zijn woning en tuin bevonden. Verzoeker kwakkelt met zijn gezondheid en heeft geen sociaal netwerk waar hij terecht kan. Hij heeft ook geen mogelijkheden om elders woonruimte te vinden en dubbele lasten te dragen. Er zijn bovendien geen meldingen geweest dat verzoeker betrokken zou zijn bij drugshandel. 11. De voorzieningenrechter komt tot het volgende voorlopig oordeel. Toetsingskader 12. Voor de beoordeling geldt artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet als wettelijk kader. Hierin is bepaald dat de burgemeester bevoegd is tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien – voor zover hier van belang – in woningen een middel als bedoeld in lijst I en II van deze wet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Cocaïne en heroïne zijn middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet. Hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet. 13. Ter uitvoering van de bevoegdheid neergelegd in artikel 13b van de Opiumwet heeft de burgemeester het zogenaamde “Damoclesbeleid Heerlen” (beleid) vastgesteld, dat in werking is getreden op 17 december 2019. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning. Gelet op artikel 1, sub II, onder a van het beleid volgt dat bij het aantreffen van harddrugs in een woning als uitgangspunt geldt dat de woning voor twaalf maanden wordt gesloten. 14. Op grond van artikel 4:84 van de Awb handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Hierbij dient het toetsingskader zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in haar uitspraak van 28 augustus 2019 hierna de overzichtsuitspraak; uiteengezet, in acht te worden genomen. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding dient allereerst beoordeeld te worden in hoeverre sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Als sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, dient de sluiting ook evenredig te zijn. Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van het pand over te gaan? 15. De Afdeling heeft al vaker overwogen dat een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 gram en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 gram of vijf hennepplanten als hoeveelheid voor eigen gebruik kan worden aangemerkt. Bij een grotere hoeveelheid drugs dan dat mag worden aangenomen dat het niet (alleen) voor eigen gebruik is, maar deels of geheel voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden. Het ligt in dat geval op de weg van een betrokkene om het tegendeel aannemelijk te maken. Deze lijn heeft de Afdeling in de uitspraak van 22 juni 2022 nog bevestigd. 16. Onbetwist is dat in de woning en in de tuin in totaal 1594 gram heroïne, 631,65 gram cocaïne en in totaal 3,496,60 gram hennep is aangetroffen. Verder werden in de woning diverse attributen aangetroffen die wijzen op handel in verdovende middelen. De burgemeester is reeds daarom bevoegd de woning te sluiten. 17. De sluiting van de woning voor de duur van twaalf maanden is in overeenstemming met het beleid. Daarom komt het aan op de vraag of het bestreden besluit noodzakelijk en evenredig is. Is sluiting van de woning noodzakelijk? 18. Verzoeker betoogt dat de burgemeester had kunnen volstaan met een waarschuwing. Verzoeker wist niet dat deze spullen zich in zijn woning en tuin bevonden. De aangetroffen goederen zijn niet van hem. Dit blijkt volgens hem ook uit de snelle in vrijheid stelling. Verzoeker stelt verder dat onbegrijpelijk is dat de burgemeester de woning plots moet sluiten, terwijl de burgmeester eerst vier maanden lang heeft gewacht. Een en ander heeft dan ook onnodig lang geduurd, aldus verzoeker. 19. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding moet worden beoordeeld in hoeverre sluiting van het pand noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij het pand en het herstel van de openbare orde. 20. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat als uitgangspunt geldt dat als in een woning een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, aangenomen mag worden dat die woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Die noodzaak zal in beginsel ook groter zijn als de betrokken woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk ligt, omdat een zichtbare sluiting van een dergelijke woning door de burgemeester voor bij die woningen betrokken drugscriminelen en voor buurtbewoners een signaal is dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in die woningen. Daarbij is het een feit van algemene bekendheid dat in een grensstreek mede als gevolg van drugstoerisme veel illegale drugshandel vanuit woningen voorkomt. Niet betwist is dat [wijk] , waar de woning van verzoeker is gelegen, een voor drugscriminaliteit kwetsbaar gebied is. In de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 januari 2023 is volgens de burgemeester [wijk] de wijk waar de meeste hennepplantages van Heerlen zijn aangetroffen. Binnen een cirkel met een straal van circa 800 meter rond de woning zijn er in de genoemde periode 53 hennepplantages, 12 keer een handelshoeveelheid harddrugs en 3 keer een handelshoeveelheid softdrugs (totaal 62) aangetroffen. 21. Gelet op de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen (hoeveelheid harddrugs overtreft de hoeveelheid voor eigen gebruik met 4.451,3 keer en de hoeveelheid softdrugs 699,32 keer in combinatie met de aangetroffen attributen) heeft de burgemeester zich op het standpunt mogen stellen dat er sprake is van een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat en dat er sprake is van een ernstig geval waarin sluiting noodzakelijk is. De burgemeester heeft het aannemelijk kunnen vinden dat sprake is van feitelijke handel vanuit de woning, gelet op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.